Top  
Voor beeld vergroten ga naar beeld - zoomen en kies voor + of -  je kunt ook CTRL toets gebruiken en hou die ingedrukt op + of - drukken.   

Naar niemeijer Naar Bieden na 2opening van partner Naar Bieden na Multi 2Ru Naar Muiderberg 2Ha/Sch Naar De verdediging na Muiderbergse twee Naar Zwak sprongvolgbod
Naar Romeins signaleren Naar Negatief doublet Naar Het Competitieve doublet Naar Vierde kleur Naar Dont Naar Marmic
Enkele conventies
Naar Cuebid
Naar de LTC formule Naar Splinters Naar Bridgeles Naar einde

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4
naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

Hoofstuk 1: De Basis

Het doel van het bieden
Het bieden is een poging om samen te bepalen hoeveel slagen we straks tijdens het spelen kunnen maken. Bij dat onderzoek hebben twee zaken de hoogste prioriteit:
1                    achterhalen wat de beste speelsoort is.
2                    Uitvinden of er een manche gemaakt kan worden.
Hoeveel punten zijn er nodig voor een manche?
            3Sa                  :           25punten
           
4/                :           25punten
           
5♣/               :            27punten
Hierbij moet worden aangetekend dat dit richtlijnen zijn. Elk spel is anders. 

Bijstellen voor korte kleuren:
Renonce= 3  singleton=2  doubleton= 1
Punten voor korte kleuren mogen pas bijgeteld worden als de troefkleur bekend is.

Hoofdstuk 2: De openingsstructuur 
De 1-openingen
Wanneer openen?
Er zijn tegenwoordig nog maar weinig spelers te vinden die een hand met 12 punten niet openen. En ook appetijtelijke elfpunters worden regelmatig een opening waard bevonden. En terecht.

Waarmee openen?
Alle kleuropeningen beloven minimaal een vierkaart. De eerste afspraak die we maken is dat we altijd openen met onze langste kleur.
Elke vierkaart is biedbaar. Het doel van het bieden is het vinden van een troefkleur. Een achtkaart fit kunnen we alleen maar vinden door onze vierkaarten te bieden. De kwaliteit van de kleur doet daarbij niet zoveel ter zake.
Twee vierkaarten
Open van twee vierkaarten  altijd met de laagste.

Strijdpunt: 1
een vijfkaart?
Nee!! Want anders verliest 1-opening zijn ware karakter
Toch is er één situatie waarvoor ik een uitzondering wil maken: de 4-3-3-3 met 18-19 punten. In deze situatie kleven er twee grote bezwaren
aan een 1-opening.

1                    Partner zal negen van de tien keer 1Sa antwoorden. Dat betekent dat 3Sa in de “verkeerde” hand komt.

2                    Na een antwoord op twee-niveau zou je moeten springen naar 3Sa om de 18-19 punten aan te geven. 3Sa is echter een dermate hoog
bod dat het nauwkeuriger omschreven moet zijn dan 18-19 gebalanceerd.
Advies: Open met 4-3-3-3 verdelingen altijd met de vierkaart, maar maak een uitzondering voor de 4-3-3-3 en 3-4-3-3 met 18-19 punten. Daarmee open je 1 en herbied je in de volgende biedronde 2Sa. 

Strijdpunt: de 4-4-4-1

De achilleshiel van Acol, zo wordt de 4-4-4-1 verdeling vaak genoemd.
Open met een 4-4-4-1 altijd met de laagste vierkaart.

Twee vijfkaarten
Van twee vijfkaarten openen we de hoogste.

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

 De 1Sa-opening

Schematisch zien de antwoorden na een 1Sa opening er zo uit:
1Sa  -     2                             Stayman
              2/                           Jacoby transfer
              2Sa                             limietbod, 8-9 punten
              3
///                    6+kaart, forcing
             
3Sa/4/                    eindbod

 Voor alle duidelijkheid nog een overzicht hoe je moet bieden met diverse hoge kleur holdings:

één of twee vierkaarten hoog
0-7       punten             pas
8-9       punten             eerst 2 en dan een limietbod
10+      punten             eerst 2 en dan een manchebod

een vijfkaart hoog
0-7       punten             Jacoby transfer en dan pas
8-9       punten             Jacoby transfer en dan 2Sa
10+      punten             Jacoby transfer en dan 3Sa (of tweede kleur)

een zeskaart hoog
0-6       punten             Jacoby transfer en dan pas
7-8       punten             Jacoby transfer en dan 3/
9-12     punten             Jacoby transfer en dan 4/
13+      punten             direct 3/

De 2-Openingen 

De kracht van de 1-openingen loopt van minimaal 11 tot maximaal 19 punten.Met sterkere handen wordt normaliter op het tweeniveau geopend.

De 2 opening
 De 2-opening is in Acol de sterkst mogelijke opening. Het is mancheforcing, wat wil zeggen dat er niet gestopt mag worden onder de manche. De 2 opening kan gebaseerd zijn op twee verschillende handtypen:
1                    Een kaart waarmee je op je eentje een manche kunt maken.
2                    
Een gebalanceerde hand met 23 punten of meer.
            In de twee klaveren zit de 23-24 Sa verdeling ( 2Sa) en de 25+ punten Sa verdeling (3Sa).

De 2// opening
Deze openingen zijn gereserveerd voor handen die te sterk zijn  voor een 1-opening, maar niet sterk genoeg voor de 2. Ze beloven 8-9 speelslagen 
met de geopende kleur als troefkleur.
De openingen zijn meestal gebaseerd op een zeskaart. Bij uitzondering is een goede vijfkaart mogelijk. 

De 2Sa opening  
De eenvoudigste 2-opening, 2Sa belooft 20-22 punten met een Sa verdeling.
Schematisch ziet het bieden  met Sa-verdelingen er zo uit:
1          12-14   :           open met één in een kleur en herbied 1Sa
2          15-17   :           open met 1Sa
3          18-19   :           open met één in een kleur en spring naar 2Sa
4          20-22   :           open met 2Sa
5          23-24   :           open met 2
en herbied 2Sa
6          25+      :           open met 2
en herbied 3Sa

3-openingen en hoger
Voor preëmptieve openingen geldt:
De regel van twee en drie, die zegt:
Niet kwetsbaar mag je drie slagen hoger mag bieden dan je in je handen hebt.
Kwetsbaar moet je iets voorzichtiger zijn en niet meer dan twee slagen hoger bieden.

Pluspunten van preëmpts
De preëmptieve opening is een tweesnijdend zwaard. Dit zijn de grote pluspunten:
1                    Partner weet precies wat je hebt
2                    
De tegenpartij wordt voor het blok gezet.

 4-openingen en hoger
Preëmptieve openingen op vierniveau worden meestal gedaan met achtkaarten of langer.
Zeer belangrijk is de regel van twee en drie toe te passen.

 De 3Sa opening
Open met een dichte 7 kaart laag 3Sa (Gambling) maximaal 10 punten en géén belangrijke plaatjes naast de dichte
zevenkaart (hoogstens een Vrouw).

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

Hoofdstuk 3: Verder bieden na een 1Sa opening

1Sa belooft 15-17 punten en een regelmatige verdeling.
 Een gouden regel in elk biedsysteem is :

 Als één van beide spelers zijn kaart nauwkeurig heeft omschreven bepaalt de ander het eindcontract

 Na een 1Sa opening doemen er voor de antwoordende hand dus twee mogelijkheden op:
1.      
Hij weet het juiste eindcontract en wil dat bieden.
2.      
Hij weet het juiste eindcontact nog niet en wil nadere informatie.
      Daarom zijn de antwoorden op 1Sa grotendeels conventioneel. 

De Stayman conventie
Één van de belangrijkste doelstellingen bij het bieden is het vinden van een achtkaart fit in een hoge kleur.
Na een 1Sa opening gebruiken we daarvoor een conventie Stayman.Deze conventie is feitelijk niet meer
dan een vraag- en antwoordspelletje.
De antwoorder vraagt met 2
naar het hoge kleurenbezit van de openaar. Die moet vervolgens braaf
antwoord geven volgens het volgende schema:

1Sa      -           2
2       -           geen vierkaart in harten of schoppen
2
       -           vierkaart in harten
2
       -           vierkaart in schoppen
2Sa      -           met vierkaart harten en vierkaart schoppen

Na het antwoord op 2 wordt vervolgens het eindcontract bepaald
De partner van de 1SA openaar kan na het antwoord op Stayman  nog steeds een limietbod doen.
Dit heet een uitgesteld limietbod.
Hoeveel punten moet de antwoordende hand hebben om de Stayman conventie te mogen gebruiken?
Normaliter zul je minstens een inviterend (8+) spel hebben.. Er zijn echter uitzonderingen denkbaar.

De Jacoby transfers
2 wordt dus gebruikt om een eventuele 4-4 fit hoog te ontdekken.
Maar wat als de antwoordende hand een vijfkaart hoog heeft?
Met Jacoby transfers bied  je niet de kleur die je hebt, maar de kleur daaronder.
De 1Sa openaar is vervolgens  verplicht om de opvolgende kleur te bieden.
Dus:
1Sa      -           2
     5+ kaart harten, verplicht partner tot het bieden van 2
1Sa    -        2     5+ kaart schoppen, verplicht partner tot het bieden van 2♠.

Na het verplichte opvolgende bod pas je met 0-7 punten.
Met sterkere handen ga je je kaart nader omschrijven. Wat je je daarbij moet realiseren is dat je de vijfkaart
harten al aangegeven hebt.
Het grote voordeel van deze methodiek is dat je als antwoorder automatisch nog een keer aan de beurt komt.

Verder na een transfer
Daarmee komen we aan een belangrijk punt: hoe bied je verder nadat de openaar het verplichte opvolgende bod heeft gedaan?
Normaliter moet de 1SA openaar na een transfer altijd braaf  de volgende kleur bieden. Er is één uitzondering.
Met een vierkaart steun en een maximale 1SA opening mag de openaar de transfer "breken"

♠  AV82                                    Dit toont een vierkaart schoppen met een mooie 1Sa opening.
♥  H6                    1SA    -    2
♦  AH76                3
 B87
naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

Hoofdstuk 4: antwoorden op 1-in-een-kleur

De one over one
Een nieuwe kleur op éénniveau is forcing; de openaar mag er niet op passen. Dat betekent dat er geen bovengrens zit 
aan het aantal punten dat de antwoordende hand kan hebben.

Van twee of meer vierkaarten bied je de goedkoopste.
Met twee vijfkaarten begin je met de hoogste.

 De two-over-one
Voor een antwoord in een nieuwe kleur op tweeniveau zijn minimaal 10 punten vereist.
Verder blijven de basisregels van kracht:
1          De laagste vierkaart eerst, bij drie of twee vierkaarten.
2          De hoogste vijfkaart eerst bij twee vijfkaarten.

1-2
Een nieuwe kleur belooft normaliter minstens een vierkaart. Er is één uitzondering: een 2
antwoord op 1
opening belooft een 5 kaart. Waarom?  Het ontdekken van een achtkaart fit in een hoge kleur behoort tot de 
hoofddoelen van het bieden. Het spreekt voor zich zelf dat een 5-3 fit moeilijker te ontdekken is dan een 4-4 fit. 

Het bieden wordt aanzienlijk vereenvoudigd als 1-2 een vijfkaart belooft.

Improviseren met de 3-4-3-3
Wanneer 1-2 een vijfkaart harten belooft, kunnen er problemen ontstaan met de 10+ hand met een 3-4-3-3
Hiermee moet wat anders verzonnen worden.
Bij een 4krt.
, géén bieden maar evt. 2. 10+ punten (improviseren).
Na 2
zal partner zijn kaart verder omschrijven.
Geef partner zoveel mogelijk ruimte om zijn kaart te omschrijven. Daarna bepaal jij het eindcontract!

Het 1Sa antwoord
Het 1Sa antwoord op een kleuropening is een vuilnisbakkenbod: het toont 6-9 pnt. en ontkent een 4krt in kleuren die 
op het éénniveau geboden hadden kunnen worden.
1Sa antwoord belooft geen Sa-verdeling en daarmee onderscheidt het zich van alle andere Sa-verdelingen.

 1-1Sa: het buitenbeentje
Na een 1 opening is het 1Sa antwoord geen vuilnisbakkenbod. Hiervoor is een eenvoudige reden: alle kleuren 
kunnen op éénniveau geboden worden! En met een 3-3-3-4 kun je partner steunen. Kortom, na een 1
 is 1Sa een 
vrijwillig bod. Dit betekent dat je graag Sa speelt.

2Sa e 3Sa
Ook 2Sa en 3Sa zijn vrijwillige Sa-biedingen. Ze beloven een Sa-verdeling.
2Sa is een limietbod. Het toont 10-11 punten met een verdeelde hand. Partner mag passen, maar zal met enige 
overwaarde doorgaan naar de manche.
Wat geldt voor 2Sa, geldt in versterkte mate voor het 3Sa antwoord, dat 12-15 punten aangeeft.
Gebruik het 3Sa bod spaarzaam. Langzaam opbouwen biedt nauwkeuriger en leidt vaak tot betere eindcontracten.

 
Fit biedverlopen

Een fit in een hoge kleur
Met een fit in een hoge kleur steun je altijd direct.
Een enkele verhoging geeft 6-9 punten aan.
Een dubbele verhoging is een limietbod en toont 10-11 punten.
Vanaf 12 punten kun je direct naar de manche gaan. Het maximum aantal punten voor dit bod ligt met het oog op een eventueel slem op 15.

Steunen op een driekaart?
Mag je partners 1/ opening wel eens steunen op een driekaart? Het antwoord luidt: ja.
Na 1Sch-opening mag er gesteund worden met een 3krt en evt. een singleton in andere kleur.
Want partner heeft negen van de tien keer een vijfkaart.

 Na 1/ mag je met 6-9 punten op een driekaart steunen als je ongebalanceerd bent  en het alternatief 1Sa heet.

Een fit in een lage kleur
Met een fit in een lage kleur, niet altijd meteen steunen er kán ook een fit in een (beter betalende) hoge kleur aanwezig zijn.

 Improviseren met de sterke lage kleur fit
Bij sterke handen met een lage-kleurenfit vanaf 12+ pnt: improviseren, springen naar 5-niveau is meestal niet goed.
Soms is 3Sa het beste bod dus ga op zoek. Aangezien 1
-2  6-9 belooft en 3 10-11, moet er geïmproviseerd worden. Met 1 bijvoorbeeld! 
Dit laat partner de meeste ruimte om zijn hand beter te omschrijven. Bij een
fit eerst 2 bieden, steunt partner met 3 kun je altijd nog 3 bieden.

 Sprongantwoorden

 Een sprongantwoord is altijd gebaseerd op een goed éénkleurenspel (of langer) met een goede opening 15-17.
Met een sprongantwoord vertel je aan partner: “De manche staat vast, het is mogelijk slem en ik weet voor 90% zeker wat de troefkleur moet worden”.

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

Hoofdstuk 5: De herbieding 

Verder na een one-over-one
De one-over-one is rondeforcing, de openaar mag dus niet passen. Er zijn twee mogelijkheden:
1                    Er is een fit ontdekt.
2                    Er is nog geen fit ontdekt.

 Sa-herbiedingen
Met een gebalanceerd spel zal de openaar gaan herbieden in Sa. 1Sa toont een Sa-verdeling met 12-14 punten, 
2Sa eentje met 18-19 punten.

De nieuwe kleur op éénniveau 
Er is een uitzondering op de regel dat de openaar met een Sa-patroon in zijn tweede biedbeurt Sa biedt, namelijk 
wanneer hij 12-14 punten heeft en een nieuwe kleur op het éénniveau kan bieden. 

Daarom de volgende gouden regel:
Kleuren die je op 1-niveau kunt bieden mag je nooit overslaan.

H6
9865            1-1            De kwaliteit van de kleur doet hier niet ter zake: een vierkaart is een vierkaart.
7                 1
AHV876

 Het sprongbod
Een sprong in een nieuwe kleur is mancheforcing. Aangezien de antwoorder voor zijn one-over-one slechts zes 
punten hoeft te hebben, belooft zo’n sprongherbieding 18-19 punten. Het garandeert tenminste een vijfkaart in de openingskleur.

 De lagere vierkaart
Een 5-4 waarbij de vijfkaart een hogere kleur is dan de vierkaart is gemakkelijk te bieden. Je begint met de vijfkaart 
en noemt in tweede instantie de vierkaart.
Een nieuwe kleur op tweeniveau belooft geen overwaarde. De puntenrange loopt van 11-17. Met 18-19 spring je.
Met een 6-4 verdeling heeft het bieden van de vierkaart normaliter de voorkeur boven het herhalen van de zeskaart.
De zeskaart herhalen komt alleen in aanmerking als je er een hele slechte vierkaart lang naast hebt.

De hogere vierkaart
Het bieden met een 5-4 is vrij eenvoudig als de vierkaart in een lagere kleur zit dan de vijfkaart. Met de vierkaart in 
een hogere kleur liggen de zaken minder simpel. We krijgen dan namelijk het volgende, oneconomische biedverloop:
1-1
2
West heeft een vijfkaart ruiten en een vierkaart harten. Wanneer de openaar zijn tweede kleur op het tweeniveau moet 
bieden en die tweede kleur een hogere is dan zijn eerste, biedt hij reverse. 

Een reversebod belooft minimaal 16 punten, tevens toont het een 5-kaart in de eerst geboden kleur.
Een reverse is 100% forcing; er mag niet op gepast worden. De range ligt tussen 16-19pnt.

De sprongreverse
Een sprong-reversebod is ook 100% forcing en belooft een 6-5 of langer.
Dus      1
-1           2 is al forcing, dus is 3 niet nodig om een 5-4 met 18-19 punten aan te geven.
             3
                 Het is eigenlijk een “overbodig”bod. Je kunt het daarom gebruiken voor iets speciaals.
                                   Het is een redelijke, maar niet al te sterke 6-5.
Met een echt sterke 6-5 bied je eerst reverse en daarna nogmaals harten om de 6-5 aan te geven.
Met een subminimale 6-5 is het beter om met de hogere vijfkaart te beginnen. Hierna bied en herbied je de lagere 
zeskaart om een 5-5 aan te geven.

De kleurherhaling
Wanneer je geen tweede kleur hebt en ook geen Sa-verdeling, dan valt je hand in de categorie éénkleurenspellen. 
Dit zijn handen met een zeskaart of langer.
Met een zeskaart of langer en geen tweede kleur, ga je je kleur herhalen.
Qua kracht kunnen we de handen grofweg onderverdelen in drie categorieën:
1.         11-14 punten
2.         15-17 punten
3.         18-19 punten
 De handen uit de eerste categorie worden aangegeven via een zo goedkoop mogelijke kleurherhaling.
Het éénkleurenspel met 15-17 punten wordt kenbaar gemaakt via een jump rebid.

   8
  AB6           1-1            Met 19 punten is deze kaart wat te sterk voor een non-forcing 3 bod.
  AV7           3Sa!!               Een nog grotere sprong gaat 3Sa voorbij, wat met een lange lage kleur
  AHB943                            zo ongeveer een doodzonde is. Nee, het meest praktische bod is ….3Sa!
                                               Deze dubbele jump in Sa heb je niet nodig om een Sa- verdeling met een bepaald aantal punten aan te geven; een jump naar 2Sa belooft 18-19 en met 20-22 open je 2Sa.
Een dubbele sprong naar 3Sa toont een sterk spel met een lange openingskleur. Je hoeft er niet gebalanceerd voor te zijn. Je zult soms 
moeten improviseren! Je kunt een singleton hebben en een 3-kaart in partners hoge kleur.
Het belooft 18-19 pnt.

 Kleurherhalingen op een vijfkaart
Een kleurherhaling kan op een 5-kaart gedaan worden als je een 5-4 verdeling hebt die te zwak is voor een reverse.
Een kleurherhaling met sprong is altijd gebaseerd op tenminste een 6-kaart. Tevens ontkent het een tweede kleur.

 Improviseren met de 4-4-4-1
Zoals gezegd is de 4-4-4-1 een beetje het zorgenkindje van het biedsysteem.
Na een one-over-one is er echter maar één situatie die rebidproblemen oplevert: de 1
-4-4-4 in combinatie met een biedverloop 
dat begint met 1
-1.
                                               Bij de 11-14 range is de herbieding makkelijk. Het enig mogelijke rebid is 1Sa.

 8                                        Hiermee kun je uiteraard geen 1Sa (of 2Sa) herbieden. Wat dan? Er zit niets anders
  AV76         1-1            op dan een reverse te geven. Dit belooft eigenlijk een 5-4, maar wederom verliest
  AV76         ??                    de keizer zijn recht. Je hebt trouwens nog een luxe probleem: je kunt zowel 2
  HV62                                als 2 bieden. 2 is het beste bod. De kans is groot dat je niet meer toe komt aan
                                               het vertellen van je derde vierkaart. Hoge kleuren zijn belangrijker dan lage kleuren, dus moet het noemen van
                                               de vierkaart harten prioriteit hebben.

Herbiedingen met fit
Tot nu toe is alleen aangegeven wat je moet herbieden als er nog geen fit gevonden is. Het komt natuurlijk ook voor
dat partner antwoordt in een kleur waarin je een vierkaart hebt. Dan zul je hem in de regel gaan steunen, zeker als 
het een hoge kleur is. Dit kan op drie manieren: 
1.                  
de enkelvoudige verhoging
2.                  
de verhoging met sprong
3.                  
de verhoging met dubbele sprong

 1      De enkelvoudige verhoging toont een niet al te sterke opening (11-14) met in principe een vierkaart steun.
 2      De verhoging met sprong toont een iets sterker spel dan minimale opening. Het toont 15-17 punten en is in hoge mate inviterend.
 3      De verhoging met dubbele sprong toont een kaart die sterk genoeg is om tegenover een partner met zes punten de manche te proberen. 
         Normaliter zal je dus 18-19 punten hebben.

 Herwaardering
Wanneer er een fit gevonden is mag je je kaart gaan herwaarderen.
1 punt voor dubbelton  2 voor singleton  3 voor een renonce.

Steunen op een driekaart
Steunen op een driekaart komt in aanmerking als er geen enkel ander bevredigend bod is.

Het steunen van partners lage kleur ontkent een 4-kaart hoog! 

een dubbele jump in een nieuwe kleur is een splinterbid. Het toont een sterk spel met fit in en een singleton of renonce in de
geboden kleur. Dus na 1
-1   is 3 een splinterbid en toont -fit.

 Verder na een two-over-one
Ook een two-over-one is rondeforcing; de openaar moet dus doorbieden.

Het 2Sa rebid
Het laagst mogelijke Sa-rebid toont een Sa-verdeling met 11-14 punten. 

Strijdpunt: hoeveel punten toont een sprong naar 3Sa?
Het meest voor de hand ligt natuurlijk: 18-19. Gewoon de lijn van de one-over-one doortrekken.
Toch is dat geen vanzelfspekendheid. Aangezien een antwoord op tweeniveau 10+ punten belooft valt er ook wat voor te
zeggen om de puntenvereisten voor 3Sa te verlagen tot 15.
Conclusie: de sprong naar 3Sa dient met beleid gebruikt te worden.

 Advies: Gebruik het 3Sa rebid om een hand van 15-17 met een vijfkaart in de geopende hoge kleur en dekkingen in de ongeboden kleuren aan te geven. Maak echter een uitzondering voor 1-2-3Sa: dat belooft 18-19 punten.

De lagere vierkaart
Het bieden van een lagere vierkaart belooft nog steeds een 5-4 verdeling met een vrij wijde range. Maar in tegenstelling tot een nieuwe 
kleur na een one-over-one is een nieuwe kleur na een two-over-one forcing.

 De nieuwe kleur op drieniveau
Een nieuwe kleur op 3-niveau is mancheforcing.

Na een two-over-one betekent dit dat je minstens 15 punten  (15+10=25) moet hebben om een nieuwe kleur op drie-niveau te mogen bieden.

De reverse
Ook na een two-over-one is het bieden van een hogere nieuwe kleur een reverse! Het belooft overwaarde en is mancheforcing. 
Maar aangezien je partner tenminste 10 punten belooft, ligt de ondergrens voor een reverse hier een tikkeltje lager: bij 15 punten.

De nieuwe kleur met sprong
Een nieuwe kleur met sprong belooft ruime overwaarde (17-19 punten) en is uiteraard mancheforcing.
In situaties waar een nieuwe kleur zonder sprong al overwaarde belooft – reverse, nieuwe kleur op drieniveau – is springen om een sterke hand aan te geven niet nodig. Aan zo’n sprong kan een andere betekenis gegeven worden.

                                                                      1        De 6-5

1     - 2♣  Deze sprong-reverse toont een redelijke, maar niet al te
3              sterke 6-5 (analoog aan 1-1-3). Iets als:

  6 
  AH765                   Met sterkere handen kun je eerst 2 (reverse) bieden en daarna de
  AV8765                 hartens herhalen. Met een zeer minimale 6-5 verdient het aanbeveling
  5                            om met de hoogste kleur te beginnen en je kaart te verkopen als een 5-5. 

                                2.      De controlebieding

1     -2     Een ongebruikelijke sprong naar het vierniveau (3 geeft al een sterk spel aan) kunnen we
4
                  heel goed gebruiken als een controlebieding.

  AH765
  AV65                    4 stelt harten vast als troef en toont een controle in klaveren.
 82
 AV

Kleurherhalingen
Ook na een two-over-one zijn éénkleurenspellen eenvoudig te bieden. Je herbiedt je kleur met of zonder sprong, al naar je 
gelang je overwaarde hebt of niet. Een simpele kleurherhaling is niet forcing. 

Kleurherhaling met sprong
Evenals na een one-over-one garandeert de kleurherhaling met sprong een zeskaart. Na een two-over-one is de kleurherhaling met
sprong echter mancheforcing. Dat is een groot voordeel want het betekent dat zeer sterke 
éénkleurenspellen geen akelige rebidproblemen opleveren. 

Improviseren met de 4-4-4-1
De enige 4-4-4-1 die na een two-over-one problemen kan opleveren, is die met een singleton klaveren.
 HB76                                  Met een hand van 11-14 punten ben je gedwongen
  AV83         1-2             om 2Sa te herbieden.
  H872          2Sa
  6
Met alle sterkere 4-4-4-1 verdelingen ga je uit nood reverse bieden.

Improviseren met de 18-19 Sa
Als we het 3Sa rebid na een two-over-one als 15-17 spelen zitten we in ons maag met de Sa-verdeling met 18-19 punten. Daarmee 
zullen we moeten improviseren. Gelukkig staan ons vele forcing biedingen ter beschikking. Dat moet ook wel, want er moet regelmatig 
gelaveerd worden om het goede contract in de goede handen te krijgen.

 Biedverlopen met fit
Het steunen van partners lage kleur na een two-over-one is forcing!
Het heeft als voordeel dat je nog flexibeler kunt bieden met handen waarmee geïmproviseerd moet worden.
Speel je een enkelvoudige steun als forcing, dan wordt de sprong naar het vier niveau gebruikt om een uitgesproken 
kleurenspel met fit aan te geven:
1
-2             Biedt direct 4 om je aspiratie kenbaar te maken voor slempotentieel.
1
-2            Het biedverloop is een buitenbeentje in de two-over-one. In de eerste plaats is een hoge kleur en in de tweede plaats belooft 2 een vijfkaart.                             Dit heeft twee konsekwenties:
                  1         3
is niet forcing. Met overwaarde springt openaar gewoon naar 4. Met een fit in een hoge kleur heb je geen angst om 3Sa
                             voorbij te gaan.
                  2         De openaar mag vrijelijk steunen op een driekaart.
Met nog sterkere fithanden kun je na 1
-2 springen naar 4 of 4. Dit zijn controlebiedingen. Ze beloven een 1e of 2e controle in de kleur die geboden is.

Verder na Sa-antwoorden
De herbieding na Sa-antwoorden wijken in de grond niet zoveel af van die na one-over-one  Toch is er een essentieel 
verschil: Sa-antwoorden zijn niet forcing. De openaar mag in zijn tweede biedbeurt dus passen.

Verder na 1Sa
Ook na een 1Sa antwoord vallen de handen voor de herbieding weer uiteen in de vertrouwde categorieën: gebalanceerde handen, 
éénkleurenspellen, de lagere tweede kleur en de hogere tweede kleur. 

Gebalanceerde handen
Het 1Sa antwoord toont 6-9 punten. Als de openaar geen verdere manche-aspiraties heeft, zal hij met een gebalanceerd spel passen. 

De lagere tweede kleur
Een lagere tweede kleur toont een 5-4 verdeling (of langer) met 11-17 punten. Het is niet forcing. 

De lagere tweede kleur met sprong
Een sprongbod in een nieuwe kleur is ook na een 1Sa antwoord mancheforcing. Een 5-4 met 18 punten is het minimum. 

De hogere tweede kleur
De reverse herbiedingen zijn nog steeds van kracht. Het bieden van een nieuwe hogere kleur op het tweeniveau is rondeforcing, 
toont forse overwaarde en belooft een vijfkaart in de openingskleur. 

De kleurherhaling
Een simpele kleurherhaling is na 1Sa altijd puur contractverbetering. Het is absoluut niet inviterend voor de manche.
Een kleurherhaling met sprong is inviterend voor de manche, maar niet forcing. Het toont een zeskaart met 15-17 punten. 

Verder na 2Sa
2Sa toont een Sa-verdeling met 10-11 punten. Meestal zal de openaar moeten passen of hij al dan niet op de mancheinvite ingaat. 

Verder na 3Sa
Wanneer partner op jouw opening 3Sa biedt is dat negen van de tien keer het einde van het biedverloop. Er kunnen slechts twee redenen zijn om door te bieden:

            1                    Je hebt een kaart die veel geschikter is voor een kleurcontract.
2                    
Er zijn slemperspectieven.

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

 
Verder bieden met fit

 Als de fit al na de eerste biedronde gevonden is, wordt het verdere bieden eenvoudig. Het enige wat je nog moet uitvinden is op welk niveau je thuishoort. Hoe je dat gaat uitzoeken hangt mede af van het niveau waarop partner gesteund heeft. Verder is er natuurlijk weer onderscheid tussen fit-biedverlopen en hoge kleuren en fit-biedverlopen in lage kleuren.

Verder na 1/ - 2/

1-2           Normaal wordt er met 3 nu gevraagd partner ben je max. of min. Bij max bied je 4 en bij
??                    min.  Pas.
De methode om er achter te komen of de handen goed of slecht fitten noemen we:

De long suit trial.
Met long suit trials vragen we niet alleen aan partner of hij max. of min. is, maar tevens of hij met extra aandacht wil kijken 
naar zijn bezit in de geboden kleur.
Dus      1-2
            3-3……    géén steun in harten
            3
-4……    wél steun in harten      (kan ook bij een singleton gedaan worden)
                                  Ook na reverse kan met long suit trial gevraagd worden naar de geboden kleur. 

Een nieuwe kleur na 1/ – 2/
Ook na een enkelvoudige verhoging in een lage kleur is een nieuwe kleur een manchepoging. De situatie ligt echter wezenlijk 
anders dan bij een fit in een hoge kleur. De meest waarschijnlijke manche is nu 3Sa. Voor dat contract is het belangrijk dat we 
voldoende punten samen hebben en dat alle zijkleuren gestopt zijn. 

1x - 2x – 3x
Na een biedserie 1x-2x-3x is 3x barrage. 

Een nieuwe kleur na 1/-3/
Een nieuwe kleur na 1/-3/ is een poging voor 3Sa.
De bedoeling is om uit te zoeken of alle zijkleuren gestopt zijn. 

Verder na 1/-3/.
Na 1-3 is er geen ruimte meer voor een manchepoging dus wordt het een slempoging.

1-3
4       is nu: partner ik heb interesse in 6 en een controle in Klaveren.

The principle of fast arrival

 Het “principle of fast arrival” geldt alleen in een mancheforcing situatie. Dus bijvoorbeeld in biedverlopen als:

            2-2                        1-1                        1-2
            2-3                        2-3                        3- 

In al deze situaties is 3 een sterker bod dan 4. Dat komt omdat het bieden mancheforcing is en 3 niet nodig is als invite voor 4.
3
stelt de troefkleur vast en nodigt uit tot controlebiedingen. Een direct 4 toont geen enkele sleminteresse.
Het principe geldt niet in situaties als: 

            1-3                        1-1                        1-1

                                               1-3                        2 –3 

Op basis van het “principle of fast arrival” bied je met een minimale hand direct de manche.

Bieden na een sprongantwoord in een lage kleur
Na een sprongantwoord in een lage kleur hebben alle biedingen op drie-niveau 3Sa als oogmerk.

Na       1-3
3                       Hier komt de reverse te vervallen. 3 toont waarden in schoppen en smeekt partner om met een ruitendekking 3Sa te bieden.
                            Wanneer je partner gaat steunen geldt het “principle of fast arrival” onverkort:
Na       1
-3     Je hebt sleminteresse en maakt dat bekend met 4
4
                   De 3-antwoorden op een opening beloven een éénkleurenspel.   
1 – 3
1 - 3 is het sprongbod dat de meeste biedruimte wegneemt. Het gebrek aan ruimte om een sterk steunbod  te doen lossen we 
            op met advanced cue bids.
Na 1
-3 is zowel 4 als 4 een sterke hand met hartensteun! Tevens belooft het een controle in de geboden kleur.

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

 Hoofdstuk 6: Het tweede bijbod 

Verder na een initiële one-over-one
Bij een nieuwe kleur op éénniveau is de range voor het eerste bijbod ontstellend groot: 6+ punten. In zijn tweede biedbeurt zal de antwoorder kenbaar 
maken in elke van de volgende drie ranges zijn hand valt:
           
de minimale range: 6-9 punten
2            
de inviterende range: 10-11 punten
      
  de mancheforcing range: 12+ punten.

Verder na een one-over-one
Na een herbiedings one-over-one, bijvoorbeeld 1-1-1, is de puntenrange van de openaar nog niet zo nauw begrensd: 11-17. 
Mede daarom heeft de antwoorder de taak om zijn kaart nu nauwkeurig mogelijk te limiteren. Als er een fit gevonden is dient hij dat
natuurlijk te melden.

Sa-biedingen
De Sa-biedingen hebben dezelfde puntenranges als bij een dirct Sa-antwoord, dus:
1Sa      6-9 punten
2Sa      10-11 punten
3Sa      12-15 punten
Voor 2Sa en 3Sa geldt dat een dekking in de ongeboden kleur noodzakelijk is. Ook voor 1Sa is een dekking aan te bevelen. 

Het steunen van partners kleuren
Ook hier gelden dezelfde regels als bij direct steunen: een enkelvoudige verhoging toont 6-9 punten en eentje met sprong 10-11 (limietbod).
Een steun met sprong belooft 100% zeker een vierkaart. 

Kleurherhalingen
Een kleurherhaling van de antwoordende hand belooft in principe een zeskaart in de geboden kleur en 6-9 punten. 

De vierde kleur
Als er drie kleuren geboden zijn, is het bieden van de vierde kleur conventioneel. Het toont manche-interesse en vraagt aan partner om
zijn kaart nader te omschrijven.

De vierde kleur is dus een mechanisme om partner aan de praat te houden. Je gebruikt het als je redelijk sterk bent en meer
informatie nodig hebt om het  juiste eindcontract te bepalen. Je kunt met het bieden van de vierde kleur meerdere oogmerken hebben:

1          Interesse in een driekaart steun voor je eerste kleur.
2          Interesse in een stopper voor Sa.

Er zijn echter nog twee situaties waarin we de vierde kleur gebruiken, ditmaal niet om informatie van partner te vergaren, maar puur 
om het bieden aan de gang te houden.
     1                 
Steun voor partner, maar geen forcing bod voorhanden.
               Als je de vierde kleur biedt en vervolgens partners kleur steunt, toon je een sterk spel met sleminteresse.
      2         
   Een lange eigen kleur, maar geen forcing bod voorhanden.
               Je hebt een éénkleurenspel een goede openingshand en de zeskaart is alleen met de V10xxxx.

Strijdpunt: is 1 ook de vierde kleur?
            Ja!! 1 is ook de vierde kleur. 

De vierde kleur met sprong
Een sprong in de vierde kleur toont een sterk spel met een vijfkaart;
                      
 6                De enige manier om je ruitenkleur nog uit de verf te laten komen.
1
– 1           AH762       Misschien is het wel 6!
1
♠ - 3          AVB82
                      
  B6

Verder bieden na de lagere vierkaart 

De fit voor partners eerste  kleur
1 – 1         Dankzij het 2 bod is bekend dat de openaar een vijfkaart harten heeft (met een 4-4 opent hij 1).
2
                  De antwoorder mag de hartens dus op een driekaart steunen.

De fit voor partners tweede kleur
Het steunen van de tweede kleur van partner geeft meer problemen. Er is immers slechts één steunbod beschikbaar onder de 3Sa. 
We spreken af dat 3Kl/Ru in dit biedverloop een vierkaart steun met 8-11 punten aangeeft.
Een fit in de tweede kleur van partner
/ wordt gedaan met 8-11 punten met 6-9 kun je passen. 

Het 2Sa bod
Wat moet de antwoordende hand doen als er geen fit voorhanden is? Het eerste waar je aan denkt is 1Sa. Na een lagere tweede 
kleur is 2Sa het goedkoopste Sa-bod 10-11 punten. Daar zijn verschillende redenen voor:
1                    De openaar kan nog steeds een minimale opening hebben en het verdient geen aanbeveling om met 19 à 20 punten samen zonder 
            fit in 2Sa te gaan spelen.
2                    De openaar moet het puntenaantal van de antwoordende hand vrij precies weten, anders kan hij niet beoordelen of
            hij moet verhogen naar 3Sa. Voor inviteren is geen ruimte meer. 

De zwakke handen zonder fit
    In de bieding: 1-1
                        2-3                     Mag je passen op 3 (In standaard Acol) 

Sterke handen zonder fit
Het bieden met sterke fitloze handen is in principe geen probleem. Je biedt 3Sa, en als je kaart daar niet geschikt voor is gebruik je de
vierde kleur om het bieden aan de gang te houden.
Overigens is het bieden van de vierde kleur op 3 niveau mancheforcing.

 Verder na een reverse
Nadat de openaar in zijn tweede biedbeurt een hogere tweede kleur heeft geboden (reverse), bijvoorbeeld 1-1-2, gelden voor het verdere bieden andere regels dan voor het bieden na de one-over-one en de lagere tweede kleur. Dat komt omdat de openaar een sterk bod heeft gedaan waarop de antwoorder niet mag passen. Een reverse belooft 16-19 punten en is rondeforcing.

De zwakke handen
Met zwakke handen staan de antwoorder enkele non-forcing biedingen ter beschikking. Eén daarvan is 2Sa:

Het toont een hand die tegenover een minimale reverse niet sterk genoeg is om 3Sa te spelen. Vanaf negen punten springt de antwoordende hand naar 3Sa. Partner heeft immers minimaal 16 punten.
Ook biedingen waarmee zonder sprong wordt teruggekeerd naar een eerder geboden kleur, zijn zwak en non-forcing.

Strijdpunt: het steunen van partners tweede kleur
Als we de Acol-lijn van limietbiedingen doortrekken, zou ook het steunen van de tweede kleur van partner niet forcing moeten zijn.
Nog sterkere handen met troefsteun zul je dus via de vierde kleur moeten bieden.
Het nadeel van deze aanpak is dat steunbiedverlopen via de vierde kleur na een reverse niet erg soepel lopen:
                        Pas op vierniveau wordt duidelijk dat de antwoordende hand hartensteun met een sterk spel heeft.
1-1                        Voor slemonderzoek is nu bijna geen ruimte meer. Het is om die reden dat veel goede paren het
2-3                        steunen van partners tweede kleur na een reverse als forcing spelen. Dit heeft als voordeel dat de
3Sa- 4                      troefkleur al op drieniveau vast staat.
                        AH876
1
-1               HV43
2
-3               92
                       
  86
Hartensteun met een sterk spel. Er kan begonnen worden met het slemonderzoek.
De konsekwentie van deze afspraak is dat er niet meer in 3
kan worden afgestopt.
Als 3
forcing is, zul je met zwakkere fithanden 4 moeten bieden. 

 Speel het steunen van partners tweede kleur na een reverse als forcing. (Bij B.Westra) 

Sprongherbiedingen
Biedingen waarmee met sprong wordt teruggekeerd naar een eerder geboden kleur, zijn na een reverse mancheforcing.
                        AHB765
1
-1               82
2
-3             V93             Dit belooft uiteraard een zeskaart schoppen
                       
  83 

De vierde kleur
Met sterke handen zonder fit of herbiedbare eigen kleur moet direct 3Sa worden geboden of de vierde kleur van stal worden gehaald.
Aangezien de openaar met zijn reverse 16+ punten heeft beloofd, mag de vierde kleur al vanaf een punt of negen worden geboden.
Na een reverse is de vierde kleur overigens mancheforcing.

Verder na een sprongherbieding
Naast de one-over-one, de lagere tweede kleur en de hogere tweede kleur is er nog een vierde en laatste categorie biedverlopen, waarbij 
er in de eerste drie biedingen door openaar en antwoorder drie kleuren geboden zijn, namelijk wanneer de openaar een sprongherbieding in een
nieuwe kleur heeft gedaan, bijvoorbeeld 1Kl-1Ru-2Ha. In dat geval is de situatie mancheforcing. De antwoordende hand hoeft  zich dus niet 
langer zorgen te maken dat het bieden plotseling “doodvalt”.
Bij het steunen van de hoge kleuren geldt het “principle of fast arrival”.

In een mancheforcing situatie belooft het hanteren van de vierde kleur geen overwaarde. 

Verder na kleurherhalingen
Het bieden na een kleurherhaling verschilt enigszins van het verder bieden na een nieuwe kleur.
Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste heeft de openaar zijn kaart scherper gelimiteerd en ten tweede is er geen vierde kleur
beschikbaar; er zijn immers pas twee kleuren geboden! 

Verder na een enkelvoudige kleurherhaling
Een enkelvoudige kleurherhaling, zoals 1-1-2, toont een minimale opening met een lange kleur. Als de antwoordende hand 
minimaal is zal hij er in de regel het passen toe doen.
 

 Na een kleurherhaling is een nieuwe kleur forcing voor een ronde. 

 Een reverse van de antwoordende hand is mancheforcing
 

                          HB5                       Merk tevens op dat het bieden van de driekaart (improviseren) “veilig“ is:
1
-1               AVB76                   partner heeft reeds een vierkaart in de betreffende kleur ontkend.
2
-2               V54
                       
  87 

Verder na een kleurherhaling met sprong
Een kleurherhaling met sprong is een veel omschrijvender bod dan een enlelvoudige kleurherhaling: het belooft overwaarde en garandeert een éénkleurenspel met een zeskaart. De antwoordende hand kan dus meestal het eindbod bieden.

Verder na een 1Sa-rebid
Het verdere bieden na een 1Sa rebid is vrij eenvoudig. De openaar heeft zijn kaart nauwkeurig omschreven: 11-14 met een Sa-verdeling.
De antwoordende hand is nu de baas van de bieding. 

De zwakke handen
Met een evenwichtige hand en 6-10 punten zul je in de regel passen op 1Sa. Er zijn te weing punten voor een manche en Sa bevalt uitstekend 
als speelsoort.
Met ongebalanceerde zwakke handen zul je in de regel weglopen uit 1Sa ten faveure van een kleurcontract. 
Alle kleuren die je op het tweeniveau biedt, zijn niet forcing.

De sterke handen
Met een sterke kaart zal de antwoorder in tweede instantie een manche bieden of een mancheforcing bod doen.
Het bieden mancheforcing maken kun je doen via het bieden van een nieuwe kleur op drieniveau. 

Improviseren met de vijfkaart hoog
Sterke verdeelde handen met een vijfkaart hoog vormen een probleem na 1x-1y-1Sa. Het is immers nog niet bekend of partner
een doubleton of een driekaart mee heeft.
Ga hier dus improviseren en een nieuwe kleur op drieniveau bieden. Het is 100% forcing. 

Limietbiedingen
Ook na een 1Sa rebid zijn er limietbiedingen Ze zijn inviterend voor de manche, maar niet forcing. Ze beloven derhalve 11 punten. 

Strijdpunt: steunen met sprong, limiet of forcing?
In ouderwets Acol was het steunen met sprong te alle tijden een limietverhoging.
In dit biedverloop is 3 een uitgesteld limietbod. Sterkere handen met ruitensteun worden via de
1
-1                        vierde kleur geboden: je biedt eerst 2 en gaat daarna de ruitens steunen om het bieden
1
-3                        mancheforcing te maken.
                                    Het ligt natuurlijk voor de hand om deze lijn door te trekken naar het biedverloop: 

1-1                        Er doet zich echter een probleem voor: na het 1Sa rebid heb je geen “vierde kleur” tot je
1Sa-3
                       beschikking! Hierdoor kunnen grote problemen ontstaan voor de sterke handen met fit: 

            1-1                         HV82 
           
1Sa-??                           8
                                              
  AV832
                                              
  HB7 

Wat moet je in vredesnaam bieden als 3 niet forcing is? 3Sa gokken lijkt nog het meest praktische. Maar wat als je nog sterker bent? 
Knal je dan 6
? Of begin je met 3 om daarna de ruitens te steunen?
Wat je ook doet, je kaart zal nooit echt uit de verf komen.
Daarom is het beter om na 1
-1-1Sa het steunen van partners kleur op drieniveau als forcing te spelen. Je kunt vervolgens rustig onderzoeken 
of het 3Sa, 5
of 6 moet worden.
Advies: speel het steunen van partners kleur op drieniveau na 1x-1y-1Sa als mancheforcing. 

Verder na een 2Sa rebid
Een sprongherbieding naar 2Sa belooft 18-19 punten. Het zal na dit begin zelden voorkomen dat er geen manche gespeeld wordt
Alleen met een subminimaal antwoord zul je wel eens in een deelscore willen afstoppen. Dat kan slechts op twee manieren: passen op 2Sa 
of je eigen kleur herhalen.
Alle andere biedingen zijn mancheforcing. Met een Sa-verdeling ga je meestal naar 3Sa.

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

Verder na een Initiële two-over-one 

Wanneer de antwoordende hand begonnen is met een antwoord op het tweeniveau ligt de situatie anders dan na een initieel antwoord op
het éénniveau. Hij heeft in zijn eerste biedbeurt immers al 10+ punten beloofd 

Verder na een lagere kleur op tweeniveau
Als partner een lagere tweede kleur op het tweeniveau geboden heeft, is het steunen van die kleur niet forcing:
Partners eerste kleur kan op meerdere manieren “gesteund” worden. Op tweeniveau kan er sprake zijn van preferentie geven. 

Strijdpunt: het steunen met sprong
In standaard Acol is het steunen met sprong van partners kleur sterk inviterend maar niet forcing.
Het Acol-systeem zit echter al barstensvol limietbiedingen. Dit betekent dat heel veel sterke handen via de vierde kleur geboden moeten worden. 
Om de vierde kleur enigszins te ontlasten spelen veel paren na een two-over-one een sprong in partners eeste kleur als sterk en forcing.
Speel het met sprong steunen van partners eerste kleur na een two-over-one als forcing. 

                        H76
1
-2               A7              Sterk met een driekaart steun. Er kan begonnen worden
2
-3               B43             met slemonderzoek.
                       
AHB82 

Verder na een reverse
Wanner partner reverse geboden heeft, is de situatie na een two-over-one mancheforcing.
Elke kleur kan dus forcing gesteund worden, hetgeen een geweldige ontlasting van de vierde kleur betekent; die kan nu worden
gereserveerd voor fitloze handen zonder dekking in de ongeboden kleur. 

Verder na een nieuwe kleur op drieniveau
Ook na een nieuwe kleur op drieniveau is de situatie mancheforcing. Nu staat de vijfkaart in partners eerste kleur echter 100% zeker vast.
In deze situatie geldt weer “principle of fast arrival”. 

Verder na een kleurherhaling
Ook na een two-over-one is een kleurherhaling door de openaar niet forcing. Met een minimaal spel mag de antwoorder passen.
Non-forcing biedingen zijn 2Sa, drie in de eigen kleur en het steunen van partners kleur.
Voor een reverse van de antwoordende hand moet je dus een punt of 12 hebben. 

Verder na 2Sa
Een 2Sa-rebid van de openaar geeft 11-14 punten aan met een Sa-verdeling. De antwoordende hand heeft hierop naast pas maar 
één non-forcing bod: de kleurherhaling.
Het bieden van een nieuwe kleur is uiteraard forcing.
Ook het steunen van partners kleur is forcing 

Verder na een initieel 1Sa antwoord

 Wanner de antwoordende hand begonnen is met een 1Sa antwoord ligt de situatie wezenlijk anders dan na een antwoord in een kleur. 
Met de 1Sa heeft hij zijn kaart immers gelimiteerd tot maximaal 9 punten. 

Verder na een lagere tweede kleur
Na een lagere tweede kleur, heeft de 1Sa bieder de keus uit vier biedingen:

1                    pas
2                    het steunen van de eerste kleur
3                    het steunen van de tweede kleur
4                    en het bieden van een eigen kleur

The impossible positie
In een aantal biedsituaties heeft de 1Sa antwoorder de mogelijkheid om een kleur die hij reeds ontkend heeft op het twee-niveau te bieden. 

1-1Sa                       1Sa onkent een vierkaart schoppen. 2 kan dus niet echt zijn en komt daardoor vrij voor een
2
-2                        andere betekenis. Je geeft er het volgende mee aan: Partner, ik heb een hand die door jouw
                                    laatste bod enorm in waarde is gestegen.
                        
82
1
-1Sa              7                Op 1 was 1Sa het aangewezen antwoord. Na 2 stijgt je kaart gigantisch in
2
-??               ♦  AV987       waarde. 3 voelt wat slap aan; dat bied je ook op een verdeelde kaart met negen
                    ♣  H10543       punten. Tijd voor de  “impossible positive”: 2! Je toont daarmee een maximaal 1Sa antwoord met een 
                                                superfit voor partners tweede kleur. 

Verder na een reverse
Ook na een reverse is een nieuwe kleur non-forcing met een zeskaart.
                          ♠  84
1
-1Sa                92
2
-3                 H76            Een minimale kaart met een lange kleur
                          
  VB9843

Andere non-forcing biedingen na een reverse zijn 2Sa en het steunen van partners eerste kleur.
Partners tweede kleur zul je vrijwel nooit steunen: je kunt immers geen vierkaart mee hebben. Bij hoge uitzondering mag je wel eens op
een driekaart verhogen.

Verder na een kleurherhaling
Na een enkelvoudige kleurherhaling zul je negen van de tien keer passen. Partner zegt dat hij geen manche ziet zitten en het liefst in zijn eigen 
kleur speelt. Je moet wel een heel goede reden hebben om daar nog wat aan toe te voegen. 

Verder na 2Sa
Als partner 2Sa biedt over 1Sa is dat een invite voor de manche. Het toont 16-17 punten. Normaliter zul je passen of 3Sa bieden.

Verder nadat de fit is vastgesteld

 Wanneer de openaar nadat de kleur van de antwoorder gesteund heeft, staat de troefkleur in principe vast. De antwoorder heeft dan de
keus uit drie opties:
1                    passen
2                    
de manche bieden
3                    
of een manchepoging doen. 

Verder nadat partner een hoge kleur heeft gesteund
Als partner je hoge kleur heeft gesteund, staat de speelsoort voor 95% vast. Jij zult vervolgens moeten gaan beoordelen of er al dan niet 
manchekansen zijn.
Ook het bieden van partners eerste kleur is een long suit trial 
                   ♠ H982 
1
-    1         82              Het scheelt een slok op een borrel of partner HV-vierde of vier kleintjes heeft.
2
-    3         B65
                       
  AH76 

Verder nadat partner een lage kleur heeft gesteund
Na het vaststellen van een fit in een lage kleur staat de speelsoort nog allerminst vast. Wanneer de gezamenlijke handen sterk genoeg zijn om 
een manche te proberen, zal het vaak 3Sa worden. Daar zal het onderzoek dus in eerste instantie op gericht zijn.
Na een two-over-one gelden dezelfde principes.    

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 8
Hoofdstuk 7

Het verdere bieden 

In de vier biedingen hebben beide spelers hun kaart binnen redelijke grenzen gelimiteerd. Stilaan wordt duidelijk wat het gezamenlijke 
potentieel van de handen is en vaak zal nu het eindcontract bepaald worden. 

De biedverlopen vallen grofweg uiteen in vier categorieën:
1                    contractverbetering
2                    
inviterende biedverlopen
3                    
onderzoek naar de juiste manche
4                    
slemonderzoek 

Contractverbetering
In zwakke biedverlopen wordt louter doorgeboden voor contractverbetering. We willen tenslotte in onze beste speelsoort eindigen. 

Inviterende biedverlopen
Wanneer een manche mogelijk maar niet zeker is, zal er doorgaans geïnviteerd worden. 

Verder na preferentie
In principe belooft de openaar met doorbieden een hand van circa 16-17 punten. Met minder sterke handen zal hij passen. 
Partner heeft met het geven van preferentie zijn kaart tot maximaal 9 punten gelimiteerd 

Wanneer ingaan op een invite?
Voor het al dan niet ingaan op een invite zijn niet alleen je punten van belang. Kaartwaardering speelt eveneens een rol. 

Onderzoek naar de juiste manche: verder na de vierde kleur
In zijn antwoord op de vierde kleur gaat de openaar zijn kaart nader omschrijven.
1                    De driekaart steun voor partners eerste kleur heeft bij het antwoord op de vierde kleur eerste prioriteit. Heel vaak zit de vierde
            kleurbieder daar om te springen!
2                    
De vierde kleur kan ook een stop in de geboden kleur vragen. Indien een stop in die kleur: biedt Sa
3                    
Geen dekking in de vierde kleur: herbiedt je eigen kleur.
4                    
Het uitbieden van de distributie gaat overigens voor het aangeven van een stop voor Sa. 

Antwoorden met sprong
Indien er ruimte voor is kan de openaar met een sprong overwaarde aangeven. 

Het steunen van de vierde kleur
Het steunen van de vierde kleur betekent normaliter dat de openaar een vierkaart in die kleur heeft. Het is tenslotte niet uitgesloten dat
onze beste fit in die vierde kleur zit
Het steunen van de vierde kleur belooft overigens wel enige overwaarde. 

Wanneer is de vierde kleur mancheforcing?
Omdat de vierde kleur niet per definitie mancheforcing is, kan hij ook gebruikt worden in inviterende biedverlopen. Voor het bieden 
na de vierde kleur is het essentieel om af te spreken op welk niveau het biedverloop mancheforcing is. We hanteren het volgende axioma: 

Wanneer de vierde kleur of het antwoord op de vierde kleur op het drie-niveau uitkomt is de situatie mancheforcing 

De vierde kleur in een later stadium
De vierde kleur kan ook in een later stadium van het biedverloop voorkomen 

Slemonderzoek

 Met een troeffit en ruim voldoende punten voor de manche gloort er iets moois aan de horizon: slem!
Er staan forse premies op, vandaar dat het de moeite loont om slemcontracten uit te bieden. Je zet met het bieden van een slem echter ook iets op het
spel: als je down gaat scoor je niet alleen min, maar je verliest ook de gemakkelijk op te strijken manchepremie.Het verdient dus aanbeveling grondig te onderzoeken of slem al dan niet een haalbare kaart is. Dat gaan we stapsgewijs doen.

1                    de troefkleur vaststellen
2                    
uitvinden of alle zijkleuren gecontroleerd zijn
3                    
checken of er genoeg azen aanwezig zijn. 

Het vaststellen van de troefkleur
Vaak is vrij snel bekend of er voldoende gezamenlijke kracht is om slem te overwegen. Als er eenmaal een fit is gevonden, is het zaak om de troefkleur
op een zo laag mogelijk niveau vast te stellen; des te meer ruimte heb je immers voor onderzoek. Je moet echter wel te allen tijde in de gaten houden
of het biedverloop forcing is. Het is vrij frusterend om partner te zien passen op een bod terwijl jij slemvisioenen hebt! Daarom zullen we eerst op
een zo laag mogelijk niveau forcing kunnen vastleggen. 

1                    Steunen
            Dit is natuurlijk de gemakkelijkste manier. Als slempoging kan die echter alleen gebruikt worden in mancheforcing situaties.
2                    
De vierde kleur
            Als er in non-forcing situaties reeds drie kleuren geboden zijn, kun je een sterke hand met troefsteun via een
            “omweg” kenbaar maken. Je biedt eerst de vierde kleur om daarna pas te steunen.
            De vierde kleur is een oplossing voor het forcing steunen van een kleur in alle non-forcing situaties waarin
            drie kleuren geboden zijn.
3a        De ongebruikelijke sprong naar het vierniveau
            Met de ongebruikelijke sprong naar het vierniveau stellen we de troefkleur vast door middel van een
            controlebieding.

                        A76
1
-2               76
2
-  ??              AHV82
                       
A93

            3 zou inviterend voor de manche zijn, en een vierde kleur is niet beschikbaar. Om de schoppenkleur toch forcing als troefkleur vast te stellen, 
            spring je naar 4
. Dit is een zogenaamde advanced cue: het stelt de laatst geboden kleur vast als troefkleur, toont sleminteresse en belooft 
            een controle in klaveren. 4
hebben we niet nodig als natuurlijk bod omdat 3 al forcing is. 

3b        De dubbele jump na 1/ 

Na een opening in een lage kleur belooft een dubbele sprong in een nieuwe kleur een fit voor de kleur van partner en een singleton 
of renonce in de geboden kleur. We noemen dit een splinterbod.
 

4                    Het bieden van een nieuwe kleur op vierniveau zonder sprong
            Een enkele keer komt het voor dat partner al dermate hoog heeft geboden dat er geen ruimte meer is voor een ongebruikelijke sprong naar het 
            vierniveau om de troefkleur vast te stellen en sleminteresse te tonen.
            Bijvoorbeeld:
            1
-2     Schoppensteun met sleminteresse kun je heel moeilijk kenbaar maken. Om dit te ondervangen
            3
           gebruiken we ook in deze situatie een nieuwe kleur op vierniveau als advanced cue;
                            4
of 4 stelt schoppen vast als de troefkleur en toont sleminteresse. 
Controlebiedingen
Na het vast stellen van de troefkleur moet worden uitgevonden of alle zijkleuren gecontroleerd zijn.
Het mag niet zo zijn dat de tegenstanders in een bepaalde kleur twee slagen kunnen oprapen.
Controles zijn dus: azen, heren, renonces, singletons.
Een aas of een renonce noemen we eerste controle, een singleton of een heer een tweede controle. 

Controlebiedingen worden zo goedkoop mogelijk gedaan. Zodra een kleur wordt overgeslagen, ontkent dat een controle in die kleur.

Wanneer één van beide spelers weet dat een kleur niet gecontroleerd is, houdt hij onmiddellijk op met het slemonderzoek. Hij zwaait af naar de manche in de troefkleur.

 Avarelli

Als alle zijkleuren gecontroleerd worden kan er nog niet linea recta naar slem gegaan worden.
Eerst moet nog gecontroleerd worden naar het azenbezit van partner. Dit wordt gedaan met de Avarelli conventie.
De antwoorden zijn als volgt:
5       0 of 3 azen
5
       1 of 4 azen
5
       2 azen
5
       2 azen + troefheer 

Slem in Sa
Uiteraard is slem ook mogelijk als er geen troeffit voorradig is. Met twee gebalanceerde handen tegenover elkaar heb je een aanzienlijke hoeveelheid 
punten samen nodig om een goede kans van slagen te hebben.
           
6Sa      33 punten
            7Sa      37 punten
Dit zijn uiteraard weer richtlijnen. Als er goede tot dichte lange kleuren in het spel zijn, kun je ook in Sa met veel minder punten slem maken. 

Het kwantitatieve 4Sa bod
Met twee gebalanceerde handen zijn er dus pas tenminste 33 punten nodig voor slem. Maar hoe vaak weet je nu precies hoeveel punten partner heeft?
Hier kun je naar informeren met een kwantitatief 4Sa bod; dit vraagt om naar slem te gaan met een maximum.
4Sa kan natuurlijk niet én Avarelli én kwantitatief zijn. We moeten dus afspreken in welke situatie het kwantitatieve 4Sa bod geldt. Dit is de regel:
 

4Sa is geen Avarelli als het laatste bod van partner in Sa is geweest. Sa over Sa is kwantitatief. In alle andere gevallen is 4Sa azen vragen.

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7

 Hoofdstuk 8: Verder bieden na 2-openingen en hoger

 De eerste afspraak die we maken omtrent 2-openingen is dat er niet gepast mag worden. Deze regel krijgt direct een uitzondering: 
de opening van 2Sa is niet forcing.
 

Verder na 2
De 2 opening is mancheforcing. 

Strijdpunt: de antwoorden op 2
2 wordt gebruikt als afwachtbod. “Partner, vertel maar waar je 2 opening op gebaseerd is."

Je mag ook een eigen kleur bieden. Dat doe je pas als die kleur van een zodanige kwaliteit is dat hij met enige steun van partner geschikt is om 
te dienen als troefkleur. Dit zijn de vereisten voor het bieden van een eigen kleur na een 2
 opening:

1                    een goede vijfkaart of langer
2                    
acht of meer punten
Wat is een goede vijfkaart? Als richtlijn kun je aanhouden dat de kleur twee tophonneurs (aas, heer of vrouw) moet bevatten. 
Dit is natuurlijk geen wet van Meden en Perzen.

Behalve een eigen kleur kan de antwoordende hand na 2 ook nog 2Sa bieden. We spreken af dat je met gebalanceerde handen vanaf 
10 punten 2Sa mag antwoorden. 

De herbieding
De 2 openaar gaat in zijn rebid vertellen waar zijn mancheforcing op gebaseerd is.
Na 2
-2Sa zal de openaar eveneens zijn kaart nader omschrijven.
De 23-24 Sa geeft de openaar aan door Sa te bieden. 

Verder na 2-2-2Sa
2
-2-2Sa is het sterke equivalent van een 2Sa opening. De antwoorden zijn dan ook identiek.

Op 2Sa mag gepast worden met 0-2 punten. 

Verder na een semi-forcing 2//
2// zijn semi-forcing openingen; ze beloven acht à negen speelslagen met de geboden kleur als troef.
De antwoorden op een semi-forcing lijken sterk op die na een 2 opening. Zonder fit bied je 2Sa of een nieuwe kleur. Het laatste belooft wederom 
een vijfkaart met minstens 8 punten. Met fit is “principle of fast arrival” weer van kracht. 

Verder na preëmpts
Het is de preëmpter absoluut verboden om zelf door te bieden wanneer de tegenpartij er nog inkomt.
Na  een preëmpt in een lage kleur is het bieden van een nieuwe kleur echt en ronde forcing. Het is een constructief bod.

Bied na een preëmptieve opening geen 3Sa zonder fit voor partners kleur. 

Het bieden van een nieuwe kleur
3-3   Partner mag 4 bieden met een schoppenfitje zonder schoppen aansluiting zal hij moeten kiezen
uit 3Sa of 4
.
Na een preëmpt in een hoge kleur maken we onderscheid tussen het bieden van een nieuwe major en het bieden van een nieuwe minor.
3
-4 Het is uiterst zeldzaam dat je hier 4 als echt en forcing wilt bieden. We kunnen het bod veel beter gebruiken als advanced cuebid.
Het enige wat je nodig hebt voor slem is een ruitencontrole bij partner. 4
stelt schoppen vast als troefkleur en toont een controle in klaveren. Als de
openaar 4
kan bieden, ligt de weg naar slem open. Een nieuwe hoge kleur blijft echter natuurlijk.
Na een preëmpt in een lage kleur liggen de zaken in principe hetzelfde. Een steun naar 4
of 4 is barrage en niet inviterend voor de manche. Het is zuiver bedoeld om het de tegenpartij lastig te maken. 

Een verfijnde methode om achter de controle van de troefkleur te komen is de gestroomlijnde Grand Slam Force.
Met deze conventie kun je na het azen vragen informeren naar partners troefbezit. Je doet dat met het opvolgende bod, mits dat niet de troefkleur is. 
De antwoorden zijn: 

1e stap:            geen troefvrouw of troefheer             Voorbeeld:
2e stap:            troefvrouw                                         1
– 4
3e stap:            troefheer                                             4Sa – 5
4e stap:            troefvrouw + troefheer                         5 – 6  (troefheer) 

5 toont één aas en 5 vraagt vervolgens naar partners schoppenbezit. Troefaas wordt bij het antwoord geven niet meer meegeteld omdat via Avarelli al duidelijk is geworden hoeveel azen er ontbreken.

Met harten troef zou 5 een eindbod zijn: -“we hebben te weinig azen, maat”- en 5  vragen naar het troefbezit van partner.

naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8

Namen der spelers: W.v.Doorn - Gast
Basis-systeem: Acol + LTC
 
      Openingen:                                                              Speciale antwoorden:
1                11-19 pnt             2krt+                   1afw- géén 5krt /Sch. kan wel een 4krt zijn of echt- 1/5+krt- Montréal
1
                11-19 pnt              4krt+                    Limiet antwoorden
1
    /       11-19 pnt              5krt+                                "
1    Sa           15-17pnt.                                        Stayman - Jacobi- Transfer 2=    3=
2    Sa           20-22pnt.                                        Niemeijer
2              Mf.  23+- Sa. 23/24- Zw..             2= afw- 2/= echt Nf- 3=om te spelen
2
        zw /- Sa 25+- Smf///♠         2=afw. 2Sa=forcing
2
    /     Muiderb.6-11 pnt.                              2Sa=vraagb.
3
  ///    6-11 pnt. 7krt                              3Sa= Sign off
3     Sa            Gambling                                       4
= afw.
4
   ///     6-11 pnt.                                    8krt
4    Sa=Avarelli- azen vragen
                                 5       = 0 of 3 azen
                                                                            5       = 1 of 4 azen
                                                                            5       = 2 azen
                                                                            5       = 2 azen met troef-heer
                                     Reverse bieden= 16/19 pnt. 


Conventies bij het verdere bieden:
Neg. Doublet t/m 2, Compt. doublet, Vierde kleur,  Sprongvolgbiedingen (zwak 6-12),  Dopi/Ropi, Dont na 1Sa opps.
Slam-conventies: Cuebids 1e contr., Splinterbids.
Conventies na opening door tegenpartij:Unusual Sa
                            Doublet=13-15     bieden= 16+           Na.preëmptief = Marmic

Uitkomsten:       AHX             HVX             XXX          Laag = aanmoedigend
                              *                 *                      *             Hoog = afwijzend 

Signaleren:         Rom. Lavinthal        Oneven= aanm.        Even= afw.
Signalen:            Hoog/Laag= even (afw.)
                           Laag/Hoog= oneven (aanm.)


Niemeijer

2Sa
3                                                                                                                                                       3           :       één of twee vierkaarten hoog
                                                                                                                    3/      :        vijfkaart
                                                                                                                                    3Sa        :     geen vier- of  vijfkaart hoog

                                                                                               2Sa
                                       3                                                                                                                  3            :   één  of twee vierkaarten hoog
                                                            3       :    vierkaart in schoppen niet in harten
                                                           3       :    vierkaart in harten niet in schoppen
                                                    3Sa      :      géén vierkaart hoge kleur
                                                   4      :     "lage kleuren vraag" géén vierkaart hoge kleur, wèl interesse in een  of -slem
                                                  4      :     vierkaart in harten èn schoppen. Hierna bepaalt de openaar het eindbod.


2Sa
                                        3♦          :                         Transfer voor harten
                                        3♥          :                         Transfer voor schoppen
                                       3♠          :                        Transfer voor klaveren
                              4♣         :                         Transfer voor ruiten
2Sa
                              3Sa        :            precies vijf en vier , niet forcing     4    :     stelt hartenkleur vast   (manche interesse)
                                                                      4    :     stelt schoppenkleur vast (manche interesse)
                                        4          :           zeskaart harten sleminteresse.
                              4         :           zeskaart schoppen sleminteresse
                              4♠          :           azenvraag
                              4Sa            :           precies vijf en vier  niet forcing maar sterker dan 3Sa.

naar top


Bieden na 2-openingen van Partner.

 Na 2 (Zwak in ruiten of sterk) 

2-2
pas              zwak in ruiten
2
              echt en sterk                  -  2/3                        5+krt, 6+ pnt.
                                                            2Sa                              positief
                                                            3
                              negatief, 0-5
                                                                           
   3                              sterker dan 4
                                                            3/4/4♦                 splinter
                                                            4
                              sign-off
2
           echt en sterk                      -  als na 2
2Sa             23-24 balanced                -  als na 2Sa opening
3
            echt en sterk                     -  3                              echt of waiting
                                                            3
/                          5+krt
                                                            4
//                     splinter
 3
             echt en sterk                  -  3/                          echt of waarden

(1)  2Sa als afwijsbod heeft als nadeel dat een eventuele 3Sa in de zwakke hand komt. 

2-2/
pas                zwakke twee in ruiten
2Sa               23-24 balanced                 -  als na 2Sa opening
3
                max.zwakke twee in + fitje
3
                invite
rest                sterk 

2-2Sa
3                 minimale zwakke twee
3
//Sch     maximale zwakke twee + plaatje in geboden kleur
3Sa                 dichte ruitens
rest                 sterk

naar top


Bieden na Multi 2

2-2
pas              zwakke twee in
2             zwakke twee in           -  2Sa                               manchepoging
                                                            3
//                      om te spelen
                                                           
                              barrage
2Sa             25-26 balanced              -  als na 2Sa opening
3Sa             29-30 balanced              -  4
                                  Stayman
                                                       -  4
/                             transfer
                                                       -  
                                lage kleuren 
2-2 
pas              zwakke twee in 
2Sa             25-26 balanced              -  als na 2Sa opening
3
/        zwakke twee in , manchepoging
           zwakke twee in , minimum
4
            transfer naar 4
4
            wil zelf spelen 

2-2Sa
3               zwak in , min. of med  -  3                             relay
                                                         - 
                             min.
                                                         -  3
                            med. unbal.
                                                            3Sa                             med. bal.
                                                            4
/                        4krt
                                                           
                            sign-off
                                                           
                            echt en forcing
                                                            3Sa                             to play
3
             zwak in , min. of med -  zie boven
             zwak in , maximaal                                   N.F.
                                                          
4/                       slempoging 
                                                                                      to play
            zwak in  maximaal      -  3Sa                            to play
                                                        
4/                         slempoging 
3Sa             dichte zeskaart of ♠  -  /♠                      to play 

2-3/
           maximale zwakke twee + fit
3Sa                25-26 balanced 

2-3
pas             zwakke twee in 
3             zwakke twee in 
3Sa            25-26 balanced

naar top


Na Muiderberg  2 /

2-2Sa
             -    /♠                     echt en forcing
                         3
                        invite
                       
                          slempoging, troef
                       
                          slempoging,  troef
                       
♠                          to play
             -                              slempoging,  troef
                       
                          slempoging, troef
3
              5 + 6    -                 zie na 3 
             5 + 6    -                 zie na 3  

-2Sa
Zie na 2
- 2Sa

naar top


De verdediging tegen de Muiderbergse twee

Doublet
Na een Muiderberg is elk doublet informatief zolang partner nog geen ander bod dan PAS heeft gedaan. Twee vereisten:
Het doublet belooft een hand met openingswaarden (13 punten of meer). Op de laatste hand is wat minder honneurkracht toegestaan, 
maar zeker een hand met maximaal 8 losers.

Het doublet belooft een hand die kort is in de geopende kleur met, liefst, een vierkaart in de andere hoge kleur

De antwoorden op het doublet zijn natuurlijk. Je kan evenwel gebruik maken van een handige conventie die tegenwoordig vaak wordt gebruikt: de negatieve 2SA.
Dat werkt bijvoorbeeld zo (na bijvoorbeeld (2 
)-dbl-(pas): Pas: Strafpas
2SA Zwakke hand, maximaal 10 punten, minimaal 8 losers; verplicht partner (tweede hand) met een "normaal" informatiedoublet tot 3 

Daarna pas je met klaveren of biedt je je eigen kleur bij wijze van verbetering. Is partner (tweede hand) veel sterker (6 losers of minder),
dan moet hij in plaats van 3 
zijn eigen kleur bieden.
/♦/♥ : Eigen kleur, inviterend (goede 5+ kaart en maximaal 8 losers)
Sterk, manche forcing
3SA Om te spelen.
: Eigen kleur, forcing
Om te spelen
Volgbod van 2SA
Op de tweede hand beloof je met 2SA tussen de 15+ en 18 punten. Op de vierde hand (alleen in de uitpas-situatie) wordt de range verlaagd tot 14-17 punten. 
Dit ontkent geen 5-kaart hoog, dus na het 2SA volgbod is het handig om Niemeyer of Puppet-Stayman te gaan spelen.

Volgbod in een kleur
Dit doe je alleen met een degelijke hand: je hebt iets te zoeken in de bieding. Als je nu niet biedt, loop je het risico dat partner dat ook niet meer kan 
zodat mogelijk een manche gemist gaat worden. Deze gedachte geldt, in wat mindere mate, ook voor de uitpas-situatie.

naar top


Zwak Sprongvolgbod

Een zwak sprongvolgbod geeft alleen aan, dat de bieder een 6+ kaart heeft in de geboden kleur en zwak is: minder punten dan een opening.
In de meeste gevallen is een manche uit beeld en zal partner passen of, min of meer preëmptief, het bod met 1 verhogen.
Dat wordt uitsluitend gedaan om het de tegenstanders moeilijk te maken een fit te vinden en de kracht af te stemmen.
Doel van een zwak sprongvolgbod is de tegenstanders uit de manche of zelfs uit slem te houden.
Meestal wordt er door de partner gepast. Als het contract vervolgens 1 of 2 down gaat (meestal ongedoubleerd),
dan is dat vaak een betere score dan dat je de openaar op zoek laat gaan naar hun beste contract.

naar top


Romeins signaleren

Bij deze methode van signaleren is een oneven kaart (3,7, 9) een aansignaal (‘on = aan’), een even kaart (2, 4, 6, 8, 10) een afsignaal in de kleur van de gespeelde kaart. Een plaatje (boer of hoger) is nooit een Romeins signaal.

Gewoonlijk past men Romeins signaleren alleen toe bij de eerste afgooi. Elke volgende afgooi – voor zover überhaupt nog een signaal – geeft de verdeling in de afgegooide kleur aan (op dezelfde wijze als in het bijspelen). Sommigen signaleren ook Romeins op partner's uitkomst of voorspelen (in het afspreeklijstje aangegeven als ‘oneven’ bij ‘Signaleren’); de meeste spelers echter verstaan onder ‘Romeins’ alleen de conventie bij het afgooien.

Gebruikers van Romeins signaleren zijn het niet eens over de volgorde van de kaarten naar ‘afnemende mate van aanmoediging’, maar een veel gebruikt schema en waarschijnlijk het beste is: 3, 5, 7, 9, 10, 8, 6, 4, 2. Dus de 3 is de ‘meest aanmoedigende’ kaart, de 2 de ‘meest afwijzende’. Dit betekent:

Het spelen van een even kaart kan tevens een Lavinthal-betekenis hebben: een hoge even kaart is dan een aansignaal in de hoogste overgebleven kleur, een lage even kaart een aansignaal in de laagste overgebleven kleur. In het licht van het bovenstaande echter geldt dit alleen als signaleerder voldoende kaarten in de signaalkleur blijkt te hebben, namelijk twee of meer even kaarten (anders is de enige even kaart alleen een afsignaal, maar geen Lavinthal) plus een oneven kaart (anders dient een hoge even kaart als aansignaal). Daardoor is deze Lavinthal-betekenis in de praktijk niet zo vaak ondubbelzinnig van toepassing.

naar top


Negatief doublet

Stel partner opent met 1 ♣. Je hebt 8 punten en een vierkaart . Je bent dus van plan om 1 te bieden, maar rechts van je wordt gevolgd met 1 ♠. Wat nu?
Als je past, vertel je niet aan je partner dat je wat hebt in en je vertelt je 8 punten niet. Als je 2 biedt, verwacht partner minimaal 10 punten en als je 1SA biedt, geef je wel je 8 punten aan, maar vertel je nog steeds niet dat je een vierkaart in ♥ hebt. Bovendien geef je aan mogelijk een stop in ♠. te hebben (kleur van de tegenpartij).
Om dit probleem op te lossen werd het negatief doublet uitgevonden. Het meest praktisch kan het als volgt worden gehanteerd:
Een negatief doublet belooft minimaal een vierkaart in de hoogste van de overgebleven kleuren en het belooft minimaal 7 punten. Het maakt in dit geval niet uit wie de kleuren heeft geboden (partner of tegenstander(s)). Als beide hoge kleuren reeds geboden werden, belooft een negatief doublet een verdeelde kaart en vraagt partner "iets" te bieden.
In het voorbeeld in de eerste alinea zou je dus doublet hebben gezegd.
Als je negatief doublet speelt, kan je meteen gebruik maken van het tussenbod van de tegenpartij om je lengte aan te geven: als je de overgebleven hoogste kleur noemt (in plaats van een doublet) beloof je een vijfkaart. Dat is handig om een 5-3 fit te vinden.

naar top


Het competitieve doublet

Partner opent en er wordt tussengeboden
Stel, het bieden gaat als volgt:
Partner     Rechts     Jij       Links
1
             pas          1      2
pas           pas            ….

Daar zit je dan. Je hebt wel de meerderheid van de punten en je wilt de tegenpartij niet zonder meer 2 harten laten spelen. Voor 3 heb je een vierkaart Klaveren nodig, 2 belooft een zeskaart of een heel goede vijfkaart schoppen en 3 is een reverse-bod en is manche forcing. Voor 2SA heb je een stop in Harten nodig. Door nu Doublet te geven, zeg je tegen partner precies zoals het ervoor staat. Partner heeft nu een aantal keuzes. Hij kan passen (en maakt er een strafdoublet van), hij kan jouw schoppen bieden, desnoods op een driekaart, hij kan SA bieden of 3 herbieden. Meestal eindigt de bieding dan.
Dit doublet is een competitief doublet en gebeurt dus altijd in de tweede biedbeurt van de partner van de openaar. Het is een zgn. Optioneel doublet: partner mag passen en er een strafdoublet van maken of partner mag nogmaals bieden (en dan wellicht niet aan alle biedvoorwaarden voldoen).
Wanneer hanteer je een Competitief doublet:
Als de tegenpartij tussenbiedt en de strijd dreigt te eindigen in een deelscore (onder het motto: bied nog eens wat)
Als de tegenpartij tussenbiedt en een fit heeft gevonden (we geven ons niet te snel gewonnen).
Onderstaande situatie is een illustratie van de laatste regel:
Partner       Rechts     Jij           Links
1              pas           1         1
pas             2            dbl
In dit geval is doublet competitief. Je vraagt partner nog een keer te bieden. Op elk bod pas je. Partner kan nu zelfs 3  bieden, terwijl dat zonder jouw doublet overwaarde moet beloven en minstens ronde forcing is. Nu dus niet.
Partner doet een volgbod
Links       Partner       Rechts       Jij
1
            1♥               2♦          …

Je weet eigenlijk heel weinig van partner, maar je hebt zelf een goede, verdeelde, kaart. Als je nu een doublet geeft vraag je partner zijn beste (ongeboden) kleur te bieden of zijn eigen kleur te herhalen. In deze situatie (partner volgt en jij geeft een doublet) heb je een minimale steun in partners kleur nodig (2-kaart) om in het geval van een kleur-herhaling in een maakbaar contract te komen.
Uiteraard bied je iets anders als je wel steun in partners kleur hebt of als je voldoende punten en/of lengte hebt om zelf een nieuwe kleur te introduceren.
Uitzondering op de regel
Er zijn twee uitzonderingen:
Partner       Rechts       Jij           Links
1               1            pas         2
pas             pas             dbl
Als de partner van de openaar eerst past op het volgbod en daarna doubleert, is het doublet voor straf. In eerste instantie werd namelijk gepast (strafpas) omdat dit ook de kleur van partner is en daarna wordt voor straf gedoubleerd.
Als de tegenpartij SA biedt en er wordt een doublet gegeven, dan is dit voor straf. De doubleerder gaat ervan uit, dat de tegenpartij down gaat.

naar top


Vierde kleur

 Over het bieden van de vierde kleur is al veel geschreven. In de kern van de zaak komt het er op neer dat je (meer) informatie van je partner wilt. Omdat het je partner dwingt om nogmaals te bieden (forcing), moet je natuurlijk wel wat punten hebben. Veel ervaren bridgers gebruiken de vierde kleur conventie om aan te geven: Partner, ik wil de manche spelen (manche forcing), maar ik weet nog niet welke, geef extra informatie.

In mijn systeem spelen we de vierde kleur vooral wanneer we willen achterhalen of onze partner dekking heeft in de vierde kleur. Is dat het geval, dan wordt SA geboden. In de overige gevallen zal onze partner proberen de hand zo goed mogelijk te omschrijven. Bijvoorbeeld door extra lengte aan te geven in een geboden kleur. Passen mag niet!

naar top


DONT

Als de tegenpartij een sterke Sans Atout opent (15-17 punten), zijn er allerlei mogelijkheden om een zo goed mogelijk contract te bereiken. Denk daarbij aan de Stayman varianten, Jacobi en Niemeijer. Veel tegenstanders houden echter geen rekening met tussenbiedingen en weten niet goed hoe daarmee om te gaan.

Tegelijk is het als tegenstander een frustrerende zaak als blijkt, dat de 1 SA openaar zijn contract precies kon maken, terwijl er voor ons ook een (deel)contract in zat, want we hebben een fit in een kleur. De Amerikaanse topspeler Mike Lawrence heeft hiervoor een conventie uitgevonden met als titel "Disturbing Opponents No Trump" (Het verstoren van de Sans van de tegenstander, afgekort DONT) en heeft een aantal uitgangspunten:

- We laten de tegenstander niet op een goedkope manier zijn punten verdienen
- Als wij een fit hebben, kunnen we net zo goed spelen
- Voor ons is een manche onbereikbaar

Om een fit te kunnen vinden, moet je als tegenstander over minimaal twee vierkaarten (liefst 4- kaart en 5- kaart) beschikken. Daarnaast gelden dezelfde criteria voor wat betreft het aantal losers als elk ander volgbod op 2-hoogte: maximaal 8 losers niet kwetsbaar en maximaal 7 losers kwetsbaar. Partner kan dan, als er een fit gevonden is (een 4-3 fit op twee hoogte is ook een fit) aan de hand van zijn eigen losers het maximum haalbare bod bedenken.

Om het een en ander "in kaart" te brengen, onderstaand schema, uitgaande van een 1SA opening (15-17) van de tegenpartij:

Bod

Betekenis

Antwoord

Opmerking

Doublet

6 kaart

2 = relay voor kleur

Ieder ander bod belooft 6+ kaart

2

4 kaart  en een vierkaart in een hogere kleur

2 =relay voor tweede kleur, 2SA is forcing (15+ punten)

Ieder ander bod belooft een 6 kaart

2

4 kaart  en een vierkaart in een hogere kleur

2 =relay voor 2e kleur, 2SA is forcing (15+ punten)

Ieder ander bod belooft een 6 kaart

2

4 kaart en vierkaart

Ieder kleurbod is om te spelen, 2SA is forcing (15+ punten)

Bod in de lage kleuren belooft 6+ kaart

2

6 kaart  , zwakker dan eerst doublet

2SA is forcing (15+ punten)

Ander bod belooft 6+ kaart

2SA

Vijfkaart  en vijfkaart 

3=relay
3 =relay, wil geen klaveren

 


Houd er dus rekening mee, dat uw partner op elk willekeurig moment kan passen. Vandaar dat er een 2SA forcing bod tussen zit dat ook tegelijk vraagt om de tweede kleur.

Larry Cohen heeft nog een bijkomstigheid bedacht::
Als de tegenstander opent met 1SA (15-17 punten) dan is het totaal aantal slagen volgens de LAW gelijk aan het aantal kaarten in uw langste fit + 7 (vast getal).
Dit betekent, dat wanneer u samen met uw partner 8 hartens heeft, er 15 slagen in het spel zitten. Dus als 1SA precies gemaakt wordt, wordt ook 2 harten gemaakt. Gaat 2 harten 1 down, dan wordt 1 SA met een overslag gemaakt. Voor een deelscore kan het een verschil tussen een top of een (gedeelde) nul betekenen.
Het risico is natuurlijk, dat u te hoog biedt en twee of drie (gedoubleerd) down gaat waar de tegenstander ternauwernood 1SA kon maken. Vandaar de vereiste, dat u een maximaal aantal losers moet hebben om tussen te bieden, ook bij DONT.
Mocht u toevallig een hele sterke kaart hebben met slechts 1 vierkaart, dan is het in eerste instantie een kwestie van afwachten en kijken wat partner biedt. Als partner niets biedt, kan u altijd de 1SA nog tegenspelen

naar top


MARMIC

Verdediging tegen zwakke twee, muiderberg, preëmptieve openingen met minimaal een goede eigen opening, maakt het bieden mancheforcing. 

®     X : voor straf

®    bieden van een eigen kleur:
                - kies uit de twee over gebleven kleuren
                - 6-kaart in deze kleur 
                Door deze kleur te herhalen na partners antwoord wordt de 6-kaart variant aangegeven.

 ®    3SA: kies uit de 3 overgebleven kleuren

naar top


Cuebid 

– Een bod in de kleur van de tegenpartij.     ,,,   

De betekenis van een cuebid is afhankelijk van het moment waarop deze gegeven wordt, maar heeft veelal ten doel
de bieding op gang te houden. 

Een algemene veel toegepaste betekenis is:
Partner heb je een stop in de geboden kleur? Zo ja, bied SA en anders bied een eigen kleur. Een cuebid is forcing voor één ronde.

 


Unusual 2SA

– Na een één opening in een kleur door de tegenpartij toont een 2SA volgbod een 5/5 kaart of langer in de twee laagste 
ongeboden kleuren - min 10 pnt in de lange kleuren.
 


 Gerber
Sinds jaren spelen velen de Gerber conventie: met 4vragen we de azen van partner.
Antwoord volgens een simpel schema:
4: 0 of 4;        4: 1;        4: 2;        4SA: 3.

Daarna kan je ook de heren gaan vragen met antwoorden volgens hetzelfde schema. Dat heren vragen kan je weer op twee verschillende manieren doen: "traditioneel": je biedt 5 en partner antwoordt analoog aan de 4 vraag, of "geleidend": je biedt de kleur volgend op het antwoord van partner (waarbij je de troefkleur natuurlijk overslaat) en partner biedt de opvolgende kleuren volgens voorgaand schema (0 of 4, 1, 2, 3). Voordeel van geleidend vragen is dat je vaak nog op 5 hoogte kan eindigen als het antwoord van partner tegenvalt. 
Stel, je hebt twee azen en twee heren. Je wilt naar slem en je vraagt de azen aan je partner. Hij heeft 1 aas en op de vraag om de heren krijg je 1 heer als antwoord. Je kan nu op een snit gokken en 6 bieden
, al weet je vaak niet welke aas c.q. heer partner heeft. Als de tegenpartij dan met aas en heer start, ben je down voordat je aan de beurt kwam. 


 
DOPI-ROPI  

Methode om tussenbieden na azenvragen op te vangen. 

Doublet toont 0 of 3 azen
Pas toont 1 of 4 azen
Eerstvolgende bod toont 2 azen 
Redoublet toont 0 of 3 azen
Pas toont 1 of 4 azen


Montreal Relays

De 'Montreal relay' is een zeer eenvoudige afspraak na een 1
-opening van partner die op een 2-kaart kan zijn gebaseerd.
Een bod van 1
/1 belooft nu een 5-kaart. 1 is de 'Montreal relay', die een 5-kaart hoog ontkent.

Volledige biedschema's zijn overbodig, want meer dan dit is het niet.

naar top



 De LTC-formule

 Gesteld dat gebruik wordt gemaakt van 18 als LTC - constante;
dat  troef is;
dat opener 7 verliezers heeft;
dat de antwoorder 8 verliezers heeft;
dan luidt de LTC formule;
18 - ( 7 + 8 ) = 3  

Herwaarderingen 

De toepassing van de LTC levert het meeste profijt op wanneer een troefaansluiting is gevonden.
Op dat moment kunnen niet alleen correcties worden aangebracht op het aantal verliezers in de troefkleur, maar kan ook door beide partners met een verrassend grote mate van nauwkeurigheid worden begroot wat het aantal is van de gezamenlijke verliezers, en dus worden bepaald wat de hoogte moet zijn van het te spelen contract.
Een correctie van kleiner belang is de herwaardering van vrouw x x  in de troefkleur; moet dit bezit in vrij veel handen als 3 verliezers worden geteld, in de troefkleur zijn het er maximaal twee. 

De waarde van de vrouw 

Het is duidelijk dat aas x x  beter 2 verliezers bezit is dan vrouw x x .
Er zijn verschillende manieren om hiermee rekening te houden.
Vrouw xx ( x en langer ) telt als 3 verliezers, tenzij;
1 - het de voorgestelde troefkleur betreft;
2 - de kleur door partner is geboden;
3 - de vrouw wordt gesteund door de boer ( vrouw boer x );
4 - de vrouw wordt gecompenseerd door een aas in een andere kleur.

Aangezien meetellende vrouwen in de basistelling gelijk worden beoordeeld als azen en heren, dient daar correctie op te komen:
1 - positief voor meer azen dan meetellende vrouwen
2 - negatief voor meer meetellende vrouwen dan azen.
3 - de vrouw in combinaties als vrouw boer x is dus ook een meetellende vrouw.
4 - Niet meetellende vrouwen worden alleen opgewaardeerd als het troefvrouw of een andere belangrijke vrouw is
    ( in door partner geboden kleur ) 

voorbeeld: 

  A V 9 4
   V 7 3
   H V 8 2
   A B 

In de basis telling telt deze hand 6 verliezers: 1 in   - 3 in   - 1  en 1 .
. en vrouw zijn meetellende vrouwen, aangezien ze respectievelijk voorkomen in combinatie met een aas en een heer.
 vrouw is een niet meetellende vrouw.( 3 verliezers). 

Stel nu dat er met deze hand 1  wordt geopend en dat partner 1  antwoordt en later nog een   herbiedt.
Er is dan sprake van een  fit ( 5 - 3 ) en  vrouw promoveert van niet meetellende vrouw naar meetellende vrouw.

Troefcorrectie regel 

Op grond van ervaring wordt aangenomen dat het bezit van een 9de en 10de troef doorgaans leidt tot een extra slag en dus moet worden gehonoreerd door aftrek van een verliezer, terwijl het ontbreken van een 8ste troef doorgaans leidt tot het verlies van een slag, en dus moet worden herleid tot het bijtellen van 1 verliezer.
Indien de antwoorder 5 troeven bezit, en dus weet dat er tenminste 9 troeven in beide handen aanwezig zijn, trekt hij 1 verliezer van zijn verliezers af.
Men doet hetzelfde ingeval men over een sterke troefkleur beschikt. bv A H B x of A V B 10. 

De correctieregel voor ( het ontbreken van ) eerste controles en sleutelkaarten 

De aanwezigheid van eerste controles en sleutelkaarten, zoals gunstig geplaatste heren of een singleton in een door de tegenpartij geboden kleur, resp. de afwezigheid hiervan, leidt tot een correctie op de telling der verliezers.

Iedere partner trekt een verliezer af wanneer;
- het aantal azen en renonces dat hij bezit, groter is dan zijn bieding tot dusverre heeft aangegeven;
- de heer of heren die hij bezit, gezien het bieden van de tegenpartij, gunstig geplaatst lijkt ( lijken );
- men  een singleton bezit in de kleur van de tegenpartij, hetgeen nog niet eerder in zijn bieden tot uitdrukking is gebracht.
- opmerking; er moet voor worden gewaakt dat er geen dubbel telling optreedt; 

Iedere partner trekt een verliezer bij wanneer;
- men geen azen bezit of minder dan de bieding suggereert;
- men geen renonce of singletons bezit in de kleur(en) van de tegenpartij;
- de heer of heren die men bezit, gezien het bieden der tegenpartij, ongunstig zijn geplaatst.   

De telling voor de eerste biedronde 

De vereisten voor een openingsbod en voor het antwoord op het openingsbod worden onder enkele beperkende  voorwaarden uitgedrukt in verliezers.
A. Vereisten voor een openingsbod van 1 in een kleur;
-  niet meer dan 7 verliezers;
- voldoende kracht in hoge kaarten, waaronder tenminste 2 vaste slagen;
- een verantwoorden herbieding. 
Uitzonderingen;
- een hand met 8 verliezers maar met goede controles ( 3 of meer vaste slagen );
- een hand met een SA patroon en 13 of meer punten;
- in de derde hand kan een openingsbod om tactische redenen worden gedaan, ook als er meer dan 7 verliezers of minder dan 2 vaste slagen  zijn. 
Opmerkingen:
De bovengrens voor een opening van 1 in een kleur hangt af van het biedsysteem.
In de sterke klaveren systemen ligt dat uiteraard anders dan in natuurlijke systemen.
In Acol is de bovengrens 5 verliezers; met 4 verliezers wordt een Acol-twee geopend. 
voorbeeld: 

 A B 10 7  = 1 verliezer ( 2 van de 3 tophonneurs )
  A V 10 4  = 1 verliezer
  B 9 7        = 3 verliezer
  V B          = 2
                    ----------  
                     
= 7  Correctieregel; 2 azen tegenover 1 meetellende vrouw, een ½ verliezer minder; 6 ½  

voorbeeld: 

 H 7          = 1 De vrouwen in de lage kleuren gelden als verliezers.
  H V 2      = 1 De hand is geen openingsbod waard.
 V 6 5 4    = 3 Volgens de correctieregels komt er zelfs nog een ½ verliezer bij ( 1 meetellende vrouw 
   V 8 7 3   = 3 tegenover 0 azen ).
                     ----------  
verliezers       = 8 
na correctie   = 8 ½ 

voorbeeld: 

  H 9 8 7 5 3   = 2 Geen openingsbod omdat er geen twee vaste slagen zijn.
  9 8 7 6 2     = 3   
   6                 = 1
   4                 = 1   
                       
----------    
                        
= 7      

B. Vereisten voor een antwoordbod;
- op een hoogte; niet meer dan 9 verliezers, soms echter met 10 verliezers als de hand compenserende waarden bevat;
- nieuwe kleur op tweehoogte; niet meer dan 8 verliezers soms echter met 9 verliezers als de hand compenserende waarden bevat;
- verhoging van partners kleur; 9 (soms 10) verliezers;
- dubbele verhoging van partners kleur 8 verliezers;
- driedubbele verhoging van partners kleur 7 verliezers.
 

A. Vereisten voor een herbieding van de opener.
- voor een herbieding in SA gelden de punten die het biedsysteem voorschrijft;
- voor een herbieding in de geopende kleur; 7 verliezers
- voor een verhoging van antwoorders kleur; 7 verliezers;
- voor een herbieding in een nieuwe kleur lager dan de openingskleur; 7 verliezers
- voor een herbieding met een sprong; 6 verliezers.
- voor een herbieding met een dubbele sprong; 5 verliezers 

naar top


Splinters. 

Met behulp van "Splinters" kun je na een opening van partner in één klap sleminteresse met een korte kleur aangeven. Een dubbel of onnodig sprongbod of in een nieuwe kleur belooft minstens een vierkaart steun en een singleton of renonce in de geboden kleur, met in elk geval genoeg punten voor de Manche, ook na evt. herwaardering. 

Opening     Splinter  

1           3    =  singleton/renonce   en een 5+  (ontkent 4-kaart /)
                3     =  singleton/renonce  en een 4+  (ontkent 4-kaart /)
                3   =   singleton/renonce  en een 4+  (ontkent 4-kaart /)
1          3   =   singleton/renonce  en een 4+  (ontkent 4-kaart /)
                 3  =   singleton/renonce  en een 4+ (ontkent 4-kaart /)
                 4   =   singleton/renonce  en een 4+  (ontkent 4-kaart /)
          3 =   singleton/renonce  en een 4+
                 4  =    singleton/renonce  en een 4+
                 4   =   singleton/renonce  en een 4+
1           4   =    singleton/renonce  en een 4+ 
                 4 =    singleton/renonce  en een 4+
                 4 =    singleton/renonce  en een 4+

 Na een Splinter van de antwoordende hand is slechts een een bod in de openingskleur niet forcing. Welke betekenis een bod in een nieuwe kleur heeft is afhankelijk van de afspraken (controlebod of echt), maar het toont in ieder geval sleminteresse. Als de openaar een mooie hand heeft kan hij azen vragen of controles in de zijkleuren aangeven. Met een zwakkere hand biedt hij direct de manche.


naar topnaar hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 3naar hoofdstuk 4naar hoofdstuk 5naar hoofdstuk 6naar hoofdstuk 7naar hoofdstuk 8


Einde Bedrijf Deel 1

 

home