NEDERLAND-BELGIË!!!!!

Na zestig minuten zuivere speeltijd weerklonk het eindsignaal. Een gejuig en gejubel steeg op in het Belgische kamp. En de Belgische spelers vierden een feestje op het ijs. Letterlijk en figuurlijk verslagen sloegen de Nederlandse spelers de taferelen gade.

Het was op 30 december 1994. Plaats van handeling was de tweede ijshal van de Uithof in Den Haag. Eerst was er een interland Nederland-België gespeeld tussen de selecties van c-junioren. Nederland won glansrijk met 14-1. De selecties van b-junioren waren meer aan elkaar gewaagd. Overigens staat die avond Lode Roelofs, een Belgische Nederlander die toentertijd voor HYC Herentals acteerde, voor Nederland in het doel. Na een uiterst spannende wedstrijd trokken de Belgen met 4-6 aan het langste eind. Met name door toedoen van Joris Peussens (Smoke Eaters Geleen) en Jesse Raekelboom, destijds van Phantoms Deurne en tegenwoordig in de Nederlandse Eredivisie schaatsend voor Tilburg Trappers.

De uitzinnige taferelen die zich na de wedstrijd afspeelden geven goed de relatie weer tussen de Belgische ijshockey scene en het in hun ogen machtige ijshockeyland Nederland. David versus Goliath.

De 'hit' Nederland versus België

Maar de verhoudingen waren vroeger wel anders. België behoorde tot de oprichters van de Ligue International de Hockey sur Glâce (LIHG), of zoals nu de benaming is International Ice Hockey Federation (IIHF). Dat was al in 1908. Onze zuiderburen mochten zichzelf zelfs Europees kampioen noemen na de titelstrijd in 1913. In München lieten zij Bohemen en Duitsland achter zich. Ook hadden zij gedurende twee perioden de hoogste positie binnen de IIHF in handen. Eerst was Adrien van den Bulcke voorzitter van 1912 tot 1920. Paul Loicq (phonetisch 'lwak') was de leidende man gedurende een zeer lange tijd. Hij bekleedde het ambt van 1922-1947. En het waren dan ook Belgen, onder aanvoering van de secretaris van de LIHG André Poplimont, die naar ontwikkelingsland Nederland kwamen om ons het ijshockey te demonstreren. Dat was in het jaar 1929. De eerste interland Nederland-België volgde in 1935. En wel op 5 januari, voor meer dan duizend bezoekers, op de ijsbaan aan de Linnaeusweg in Amsterdam. De eerste (onoverdekte) kunstijsbaan in Nederland, waarvan op 24 november 1934 de opening plaatsvond. Natuurlijk stapten de Belgen, na 0-2, 0-1 en 0-1, met een duidelijke 0-4 overwinning van het ijs. Zelfs crack als Bob van der Stok (HHIJC) en doelman Jan Gerritsen (Amsterdam) konden niet op tegen het ijshockeygeweld van de mannen 'uit het zuiden'. Vooral met Jean de Beukelaer van UPA (Union des Patineurs Anversois) Antwerpen hadden onze landgenoten het moeilijk. Jean scoorde een hattrick.

Zo eind zestiger jaren kwam er een kentering in de machtsverhoudingen. Nederland streefde België voorbij. In eerste instantie door toedoen van de Nederlandse Canadezen, later ook zonder inbreng van buitenaf. Inmiddels is het alweer meer dan achttien jaar geleden dat de laatste interland Nederland- België plaatsvond. Dat was op 10 maart 1978 in het kader van de Wereldkampioenschappen Poule C. Op Gran Canaria in Las Palmas, Spanje. Nederland won toen met 18-3. Jan Janssen van Feenstra Flyers Heerenveen was topschutter met drie doelpunten. Vreemd genoeg was dat seizoen een Nederlander bondscoach bij de Belgen. Zijn naam is Peter Hubregtse. Hubregtse was vrijwel onbekend in Nederland. Maar hij kon bogen op zes jaar ervaring bij HYC Herentals. Peter Hubregtse trok de vermaarde Alex Andjelic, Nederlandse Joegoslaaf (nu Nederlandse Serviër), aan als zijn assistent. Andjelic is de grote man achter de successen van Nijmegen. Hij was in het buitenland onder andere actief als coach bij het Zwitserse EHC Chur en SC Rapperswil-Jona en het Duitse EHC Essen. Nu, in seizoen 1996/97, is hij weer terug in de hoogste Nederlandse divisie als coach van Utrecht. Toen het echter op de WK in Spanje erop aankwam had Alex Andjelic het voor het zeggen. Zijn team had echter geen enkel verweer tegen Nederland zoals uit de eindstand blijkt. Voor België scoorden achtereenvolgens Jos Lejeune, Alain Zwikel (een Belgische Canadees) en Thierry Balasse van Brussel.

Interlands Nederland versus België zullen er momenteel niet zo snel komen. Het krachtsverschil is te groot. IJshockey in België is puur amateurisme (in de goede zin van het woord). In Nederland gaat het er veel professioneler aan toe. De status is in Nederland ook hoger, dus vloeien er ook meer sponsorgelden dan in België. Zoals bekend speelt het Nederlands team in de B-poule en is België een D-poule land. Ik voorzie echter toch een geleidelijke nivellering, voor wat betreft het niveauverschil. De Belgen zijn met het nationale team, onder de met een 'carte blanche' van de Koninklijke Belgische IJshockey Federatie opererende coach Jos Lejeune (tevens coach van Phantoms Deurne 1), op de goede weg om een topper te worden in de D-poule. Het meespelen van Phantoms in de Eredivisie en het groeiende aantal internationals bij Nederlandse Eredivisie-clubs helpt daar zeker in mee.

Het Bosman-oordeel

In het verband van de Europese Unie (EU) is afgesproken dat er vrij verkeer van personen en goederen moet zijn tussen de lidstaten. Dit houdt onder andere in dat inwoners van de EU de vrijheid hebben om zich niet alleen in welk land van de EU dan ook te vestigen, maar ook te werken. Bij het Bosman-oordeel is nu bepaald dat allerlei restricties van sportbonden om het aantal buitenlanders te beperken voor EU-spelers niet wettelijk is. De meeste bonden hebben hun reglementering op dit gebied aangepast. Dit heeft er toe geleid dat de mobiliteit van de EU-spelers behoorlijk is verhoogd. Het Bosman-oordeel maakt de weg vrij voor Belgen om in Nederland te spelen. En dus ook voor Nederlanders in België. De meest prominente Nederlanders zijn voor seizoen 1996/97 ex-international John Paans speler-coach van de Eerste Divisie ploeg White Caps Turnhout, dat van oudsher een hoog Nederlandergehalte kent, en Joep Franke. Dit seizoen spelen voor Buffalos Liège in de Belgische Eredivisie een kwintet Nederlanders.

Maar zij zijn niet de enigen. In heden en verleden hebben heel wat Nederlanders in België geacteerd. Drie seizoenen achtereen, van 1974/75 tot en met 1976/77, acteerde Toon van Gool voor Tweededivisionair Olympia-Antwerp. In zijn eerste seizoen had hij gezelschap van nog een andere Nederlander. Die luistert naar de naam Theo Douwes. Een naam met een bekende klank als het om 'zebra's' gaat. De van Eindhoven afkomstige verdediger Roel Bannenberg speelde voor drie seizoenen voor Olympia-Heist-op-den-Berg, te weten 1988/89, 1989/90 en 1990/91. Geleen liet daarna een oogje op hem vallen en lijfde hem in. Waarna hij het zelfs tot international bracht. Als coach aktief voor Olympia was daar Wil Swinkels. Wil Swinkels vertelde:"Mijn schoonzoon, Roger Provencher, speelde al voor Olympia. En ik heb het team in de seizoenen 1987/88 en 1988/89 gecoachd. Het eerste seizoen werden we kampioen." Later coachte Wil Swinkels Kemphanen Eindhoven in de tijd dat dat team in de Tweede Divisie acteerde.

Nu we het toch over Nederlandse coaches hebben. Eén van de meest vooraanstaande coaches, George Peternousek, acteerde als noodhelper bij Buffalos Liège in het seizoen 1993/94. Nadat een Kroatische oefenmeester de laan was uitgestuurd mocht de ex-international, ex-speler van Tilburg Trappers en ex-coach van HIJS Den Haag, Smoke Eaters Geleen, Premier Division team Durham Wasps en de latere bondscoach van Groot-Brittannië proberen de 'winning spirit' terug in het team te brengen. George trok de touwtjes wat strakker aan en gaandeweg bespeurde men de positieve invloed die deze nieuwe oefenmeester op het spel van zijn team had. Zijn motivatie zette Peternousek als volgt uiteen:"Och, het gaat eigenlijk om een vriendendienst. Bovendien is Luik niet zo ver van Tilburg en heb ik momenteel tijd om dit te kunnen doen. Natuurlijk is het zo dat ik op deze manier aan de bak blijf. En zin om thuis naast de telefoon te zitten wachten op een aanbieding van een topclub heb ik niet." Zoals bekend heeft George in het aktuele seizoen de Kemphanen uit Eindhoven onder zijn hoede.

Voor Phantoms Deurne acteerden meedere Nederlanders. In de hoofdmacht kwamen bijvoorbeeld Carlo Smits, Berry Swinkels (ex-Kemphanen) en de in Tilburg en Dordrecht bekende aanvaller Paul Hendriks uit. Bart Vorster kwam, tot het vorig seizoen, vele seizoenen achtereen uit voor het reserve-team van de Phantoms.

Buiten John Paans spelen ook nog Maarten Smulders en tweede doelman Niek Groen dit seizoen in de hoofdmacht van White Caps Turnhout. In het verleden waren ook Berry van Rijsewijk, Mark de Lepper, Jean-Philippe Esser en Jurgen van der Laar van de partij in Turnhout 1. Mark de Lepper speelde voor Tilburg Trappers 3 voordat hij naar België kwam. Jurgen van der Laar nam vorig seizoen Mark's plaats in. Jurgen van der Laar kwam eerder uit voor Tilburg Trappers 2. En haalde zelfs eenmaal Trappers 1. Terwijl Hans Eussen, een voormalige speler van Geleen, een tweetal seizoenen zijn schaatsen onderbond voor Luik. Hans zou later, in 1991, een Euregio ijshockeyschool oprichten. Niet om een eigen club te beginnen, maar om ijshockeytalenten in Duitsland, bij Geleen en ook bij de Belgische clubs Hasselt en Luik onder te brengen.

Natuurlijk kan ik niet voorbij gaan aan de Nederlander Paul Kila. Paultje, de goaltjesdief, viel aan voor Phantoms Deurne. Van Phantoms maakte hij de overstap naar Smoke Eaters Geleen. Hij keerde echter weer terug naar België en speelde de afgelopen seizoenen achtereenvolgens voor Olympia Heist-op-den-Berg, Griffoens Geel en Phantoms Deurne.

Van de andere kant is er dan de Belg Philippe Boelen. Hij speelde als junior voor Smoke Eaters Geleen. Hij is nu één van de belangrijkste spelers van Haskey Hasselt, dat dit seizoen in de Belgische Eerste Divisie zijn comeback viert in het senioren ijshockey.

In de tachtiger jaren waren er incidenteel Belgische spelers die de stap naar de noorderburen waagden. Zoals doelman Yannick Verstappen, die in 1988/89 het doel hoedde van IJHC Triantha Assen (27 wedstrijden in de reguliere competitie van de Eerste Divisie (destijds hoogste divisie) met een GTW score van 9.51 en 6 wedstrijden in de Promotie/Degradatie-competitie met een GTW van 7.33) en ook nog voor Black Falcons Valkenburg tussen de pijpen stond. Bob Moris Jr, die voor korte tijd, in seizoen 1986/87, de kleuren van Kemphanen Eindhoven droeg. Dat was geen prettig avontuur voor Bob. Hij was als vijfde buitenlander aangetrokken, de oudere Nederlandse spelers zochten problemen met de toen 20-jarige Belg en de club kwam ook nog eens in financiële moeilijkheden. "Daarom ben ik teruggekeerd naar Phantoms Deurne, zei Bob Jr. Ondanks dat heb ik echter wel veel geleerd. Mijn tactisch inzicht is toegenomen. Het spel is ginder harder en sneller. Daardoor overzie je een situatie ook sneller."

Uiteraard mogen we hierbij Sven Bergman, die onder andere het doel hoedde van Phantoms Deurne, Olympia Heist-op-den-Berg en Tilburg Trappers, niet over het hoofd zien. Sven maakt momenteel furore als arbiter in binnenland (België) en buitenland. Dit laatste in het kader van Europa Cup-wedstrijden en Wereldkampioenschappen.

Kemphanen Eindhoven had begin jaren negentig ontdekt dat het spelerspotentiaal met Belgen kon worden aangevuld. Meerdere spelers kwamen van Griffoens Geel over, met name Kris van Bael, Thomas Szarzynski en de tweeling Ward en Sjef Szarzynski. Kwamen Kris, Thomas en Sjef niet verder dan de juniorenteams c.q. het tweede seniorenteam de meest getalenteerde uit de Szarzynski familie, Ward, haalde wel de hoofdmacht. Echter halverwege het seizoen 1994/95 transfereerde CP&A Eindhoven hem naar Jordens Lions Dordrecht, waar hij nu (1996/97) nog steeds deel uitmaakt van de hoofdmacht.

In 1992/93 haalde Gunco Panda's Rotterdam de aktuele Belgische international Kristoff van den Broeck naar Nederland. Daarover later meer. Overigens nam Kristoff meteen zijn jongere broer Dieter van den Broeck mee. Dieter speelde zowel voor IJHC Rotterdam C als twee wedstrijden voor Gunco Panda's Rotterdam 2. Dieter van den Broeck stapte voor 1993/94 over naar Tilburg Trappers B. Waarna hij naar Tsjechië verdween.

Voor wat betreft de echte invasie van Belgische spelers in de Nederlandse competitie begon het allemaal met de nul-optie, waarbij spelers geen salaris mochten ontvangen maar slechts een onkostenvergoeding kregen. Deze maatregel, uitgevaardigd door de Nederlandse IJshockey Bond, was in het seizoen 1995/96 van kracht. Vooral Smoke Eaters Geleen deed van zich spreken, waar het ging om 'shoppen' bij de zuiderburen. De snelschaatsende Koen Hermans, die al eens eerder voor Geleen was uitgekomen, keerde terug naar Nederlands Limburg. In zijn kielzog bereikte de eveneens van Griffoens Geel afkomstige junior Joris Peussens ook de hoofdmacht van de Limburgers. Terwijl na zijn tijd als blauwhelm in voormalig Joegoslavië international en verdediger Tim Vos zich eind 1995 bij die club aansloot. Maar ook CP&A Eindhoven haalde een international uit het zuiden. Marktkoopman Luc van Walle vormde de laatste lijn van defensie voor de Noord-Brabanders. Van de Belgische topclub HYC Herentals haalde men aanvaller Hes Roelofs. Een Belgische Nederlander, die regelmatig deel uitmaakte van het Nationaal Nederlands team junioren a en b. Hes is overigens de oudere broer van Lode Roelofs, die dit seizoen (1996/97) het doel hoedt van Phantoms Deurne 2. Dat team is één van de Belgische deelnemers aan de Coupe der Lage Landen.

Doelman Luc van Walle bleef echter slechts één seizoen in Eindhoven. Een andere (jonge) Belg nam zijn plaats in. De eerste doelman van Griffoens Geel, Bjorn Steylen, mocht het karwei klaren. Ook Bjorn is Belgisch international. Bjorn's tweede maal overigens dat hij voor Eindhoven uitkomt. Want in 1993/94 was hij eerste doelman van het b-junioren team van Kemphanen Eindhoven.

Met Koen Hermans, Joris Peussens en Tim Vos schaatsend voor Geleen, Ward Szarzynski voor Dordrecht, Bjorn Steylen voor Eindhoven, Kristoff van den Broeck voor Heerenveen en Jesse Raekelboom voor Tilburg zijn Nijmegen en Utrecht de enige twee Nederlandse Eredivisie teams die anno nu (1996/97) niet op één of meer Belgische krachten vertrouwen.

Overigens scoorde Jesse Raekelboom in de 23ste minuut het enige Tilburgse doelpunt in en tegen Geleen. Dat was op 24 november 1996 tijdens het tweede reguliere Eredivisie competitieduel van de Trappers.

Joep in België

De op 26 maart 1965 geboren Groninger Joep Franke ontwikkelde zich in Nederland tot een kei van een speler. In de Eerste Divisie schaatste de aanvaller voor Groningen, Heerenveen, Amsterdam en Geleen. Hij speelde maar liefst 334 reguliere competitie- en play offwedstrijden in de hoogste Nederlandse divisie. Bovendien kan Joep Franke wijzen op zestien inzetten voor het Nederlandse nationale team en nam hij aan één Wereldkampioenschap, 1987 Poule B in Italië, deel. De nu in Beek (Limburg) woonachtige ex-international speelde in 95/96 voor Eerstedivisionair Buffalos Luik. Overigens hoop ik dat de door de ministerraad besloten nachtvluchten (op beperkte schaal) op vliegveld Beek geen inbreuk doen op de nachtrust van Joep. De coach van Luik Zlatko Hrelja, een Nederlandse Kroaat, had hem gevraagd om het shirt van de Buffalos om te stropen. "Ik had enkele jaren gesukkeld met een hernia. Die periode had ik gelukkig achter me gelaten en ik wilde wel weer eens 'echt' het ijs op, zei Joep. Het ging bij Luik heel goed en ik heb met veel plezier dat seizoen geijshockeyd. In de december transferperiode benaderde Geleen mij om voor hen te komen spelen. Ik trainde een paar keer mee. Echter, gezien het feit dat werk en gezin nu bij mij op de eerste plaats komen heb ik niet de stap terug naar Geleen gemaakt. Zij eisten overigens alles van mij zonder daar ook maar iets behoorlijks tegenover te stellen. Tot dat seizoen was ik bij de Smoke Eaters overigens jeugdtrainer met Zlatko. Coach Hrelja verkaste dit seizoen naar Eredivisionair HYC Herentals. Van Luik hoorde ik niets en toen Zlatko mij belde heb ik voor Herentals een proefwedstrijd gespeeld en mij meteen daarna bij de club aangesloten. Zij vergoeden mijn uitrusting en bieden mij een onkostenvergoeding. Ik train één maal in de week in Herentals en speel de matches in het weekend. En dat is mooi te combineren met gezin en werk. Op het ijs ben ik zo ongeveer de verlengde arm van de coach en met mijn routine kan ik rust brengen in het spel van HYC. Het was trouwens een hele schok voor de Herentalse selectie om Zlatko Hrelja als coach te hebben. Het team heeft eigenlijk nu pas voor het eerst een echte coach. Technisch zijn de Belgen sterk, maar wat tactisch inzicht betreft moeten zij nog wat bijles van Zlatko krijgen, aldus Joep Franke. Zelfs een speler van het kaliber van Tom Matthé kan nog heel wat van Zlatko en mij leren. En dat komt HYC Herentals alleen maar te goede."

HYC Herentals is overigens het enige team in de Belgische hoogste divisie met een open ijsbaan. Een enkele keer betekent dat dat de scheidsrechter een wedstrijd voortijdig moet staken of dat een duel helemaal niet door kan gaan, indien de regen met bakken uit de hemel valt. Heel mooi is echter de ligging van het complex in een welriekend dennenbos.

Het 'Bosman kwintet'

Het 'Bosman kwintet' van Buffalos Liège bestaat uit Peter Verburgt, Marco van der Wal, Cyril Walenciak, Harold Meeks en Martin Nohlmans.

Peter Verburgt speelde in Nederland zowel voor de reserves als de hoofdmacht van de Smoke Eaters Geleen. In 1988/89 was hij aanvaller voor de hoofdmacht van Kemphanen Eindhoven, dat toentertijd op het tweede echelon acteerde. Marco van der Wal is eveneens van Smoke Eaters Geleen afkomstig. Tot en met het seizoen 1994/95 kwam hij voornamelijk uit voor het b-junioren team van Geleen. Hoewel hij ook enkele duels voor het reserve team van de Limburgers speelde in die tijd. In seizoen 1994/95 haalde hij eenmaal de hoofdmacht van de Smoke Eaters. Afgelopen seizoen haalde hij Geleen 1 niet. Cyril Walenciak stond in 1979/80 op het punt de hoofdmacht van Geleen te halen. Door omstandigheden lukte dit niet. Harold Meeks is in Limburg en met name in Geleen een zeer bekende naam. Hoewel hij de laatste jaren sporadisch in competitieverband zijn schaatsen aantrok voor Geleen 1 of Geleen 2. Zijn grote tijd was in de tweede helft van de tachtiger jaren. Steevast was hij toen vaste keus voor de hoofdmacht van Geleen. Het kwintet compleet maakt Martin Nohlmans. Martin was al eens topscorer van Geleen. Dat was in de tijd dat het team onder de naam Zuid-Limburg uitkwam. In seizoen 1978/79 verzamelde hij de meeste punten van het d-junioren team van Zuid-Limburg.

Met uitzondering van Marco van der Wal spelen deze ijshockeyers al zeven jaar samen in het recreatieteam van Smoke Eaters Geleen. Cyril Walenciak kan dat nauwelijks geloven:"Goh, spelen wij alweer zolang samen?" En ook het feit dat Peter 'Pépé' Verburgt bij Eindhoven onder coach Zlatko Hrelja heeft gespeeld ontlukt aan de andere vier verbaasde reacties.

Het is 0.15 uur in de morgen -van de 23ste november 1996- als ik in de kantine van de ijsbaan "Die Swaene" in Heist-op-den-Berg het kwintet te spreken krijg.

Geïntroduceerd door de administratrice van Buffalos, de charmante Anne-Marie Dans, loop ik op het Nederlandse contingent af. "Als het maar niet in het Frans moet", klinkt het uit vijf kelen. Het team heeft dan net op elegante wijze de eerste winst van het seizoen binnen gehaald. Buffalos won van gastheer Olympia met 1-8. "Die zege was ook bijzonder nodig", vertelde Martin 'Tino' Nohlmans. "Iedereen was zeer geladen en gemotiveerd vanavond en voor het eerst hebben we als team gespeeld", aldus Harold Meeks. "Dat was ook hard nodig, want sponsoren en bestuur begonnen ongeduldig te worden", meldde Marco van der Wal. Op mijn opmerking dat hij tweemaal het net had gevonden reageerde Walenciak met:"Dat is toch helemaal niet belangrijk." Maar hij beaamde wel dat het 'gewoon' leuk is. "Ja, die Wallonen hebben toch een hele andere mentaliteit. Ze zijn veel emotioneler. Bij verlies zitten ze in zak en as. Maar pakken zij de volle winst, dan moet en zal de hele wereld het weten", merkte Cyril op. Dat merkte Pépé aan den lijve mee. Eén van de begeleiders van het team ontdekte dat de verjaardag van Peter 25 minuten oud was. Meteen hieven zij een schoon lied aan om zijn 32ste verjaardag te vieren te vieren.

Op de vraag hoe het nu allemaal zo gekomen was dat zij voor Luik de schaatsen onderbinden gaf Harold het antwoord:"De Amerikaan Gary Fairley, die in België heeft gespeeld hoorde dat de Buffalos op zoek waren naar een aantal spelers. Gary heeft hen naar Geleen verwezen om daar eens hun licht op te steken. Uiteindelijk hebben wij vijfen de overstap naar Buffalos gemaakt." "Het ging bij Luik er allemaal professioneel aan toe. Een persconferentie voorafgaand aan het seizoen voor radioverslaggevers en de schrijvende pers. Het voorstellen van de spelers met spotlights. Maar ook de compensatie is redelijk. De onkosten krijgen wij allen vergoed", zei Cyril. En passant vertelt hij ook nog even dat de secretaris van de club, mevrouw Louisette Poulakis, van kleur verschoot toen zij merkte hoeveel buitenlanders het team had aangetrokken. Maar dat was geen reden tot paniek. Want ook de Koninklijke Belgische IJshockey Federatie paste haar regelgeving aan naar aanleiding van het Bosman-arrest.

?"Na zoveel jaar recreatie-ijshockey waren we toe aan een sportieve uitdaging. Smoke Eaters bracht geen tweede team op de been vanwege gebrek aan ijstijd. Dus het verzoek van Luik paste precies in ons straatje. We hebben wel gemerkt dat we toch een flinke stap hebben moeten nemen, want competitie is qua niveau toch heel iets anders dan recreatie", liet Martin weten. "Om in België te spelen is eigenlijk niets nieuws voor ons. Zowel bij de junioren als bij de senioren hebben we zeer vaak in België gespeeld. Alleen in Leuven was ik nog niet eerder geweest", lichtte Harold toe. En Marco doet nog een duit in het zakje door te zeggen dat de verste uitwedstrijd voor hen Nijmegen is! "De Franse taal was voor de meesten van ons wel even wennen. En het heeft dan ook even geduurd voordat de Luikenaren ons als Hollanders hebben geaccepteerd. In het begin was het een apart sfeertje. Nu we sinds kort een nieuwe trainer hebben en de groepsvorming binnen het team doorbroken is gaat het prima met de ploeg. Om nog even heel iets anders te melden. In Nederland wordt er oudsher veel fysieker gespeeld. De Belgen hebben meer de Oosteuropese speelstijl geadopteerd. Neem nou Christophe Koch. Een technisch geweldige speler en een schoolvoorbeeld van een Belgische ijshockeyer. Maar dat hij zo voorzichtig speelde de afgelopen wedstrijden heeft ook zeker te maken met blessure. Ik merkte dat hij vanavond met veel meer zelfvertrouwen acteerde. Overigens merk ikzelf ook dat ik 35 ben. Na zo'n inspannende match voel ik mijn linkerknie.

Over het algemeen gaat het de Belgen teveel om technische hoogstandjes en solistische acties. 'Moet je mij eens zien hoe ik hier mooi rondschaats'. Daarom is onze nieuwe coach, de Canadees Gatien Dumoulin, druk doende om iedereen het belang van het team te laten inzien", zei Cyril.

"Maar natuurlijk zijn er ook Belgische ijshockeyers die uit ander hout zijn gesneden, zoals Kristoff van den Broeck en Mike Pellegrims", voegde hij er snel aan toe.

Hoewel zij driemaal per week kunnen trainen maken zij éénmaal per week van die mogelijkheid gebruik. Het instuderen van patronen is moeilijk. Op geen enkele training zijn dezelfde spelers aanwezig. En soms komt het zelfs voor dat een speler die niet getraind heeft opeens voor een wedstrijd opduikt. Maar dat zijn zo de problemen die in de amateursport aan de orde zijn. School, werk en gezin zijn belangrijker. "Maar ijshockey is wel een heel mooi tijdverdrijf", zegt Peter Verbrugt tot slot.

Het Nederlandse kwintet is na enige opstart problemen goed terecht gekomen bij Buffalos. En zij beoefenen hun favoriete sport met veel plezier in de Luikse kleuren. Zij hebben het zo naar hun zin dat één van hen al voorzichtig aan het seizoen 1997/98 denkt, als Buffalo wel te verstaan.

Gezamenlijke Nederlands-Belgische competities

Ik hoor de Belgen vaak klagen over het feit dat de Nederlanders te hard en te unfair spelen. Sommige spelers zijn niet altijd even opgetogen over de lange reizen naar bijvoorbeeld Friesland of Drenthe. Maar het is natuurlijk wel een verrijking van de competitie. En daarom is er qua competitie een innige relatie tussen de Nederlandse - en Belgische ijshockeybond. Bob Moris Sr. zei hierover:"Na een breuk van enkele jaren hebben de beide bonden elkaar in het seizoen 1995/96 opnieuw gevonden. Meteen bleek het een schot in de roos. De publieke belangstelling nam toe. In de toekomst moet de samenwerking zich echter niet beperken tot de senioren. Belgische clubs zouden ook moeten deelnemen aan de zuidelijke juniorencompetities van Nederland."

In het seizoen 1965/66 was Olympia-Antwerp de enige Belgische vertegenwoordiging in de strijd om de Coupe der Lage Landen. Het seizoen daarna was CPL Luik oppermachtig in de Cup International. Zij mochten de Cup in ontvangst nemen en lieten Den Bosch, Den Haag, Tilburg en Olympia-Antwerp achter zich. Brussel vergrootte in 67/68 het zuidelijk contingent. Daarop volgde een titelstrijd in de Tweede Divisie waarin Olympia als tweede uit de bus kwam.

In 1969/70 deed RIHSC Brussel het in die divisie beter. Zij grepen de macht. Twee speeltijden volgden met Belgische deelname op het tweede echelon. Maar in 1971/72 waren in de Eerste Divisie zowel Olympia-Antwerp (voorlaatste), CPL Luik (laatste) en Brussel present. De volgende speelperiode waren alleen nog Luik en Brussel over. Maar laatstgenoemde leverde wel een speler, Bob Moris Sr., voor het All-star team.

In mijn herinnering speelde het toenmalige Raak IJshockey in het seizoen 1973/74 om de veertien dagen tegen Super Nendaz CPL (Cercle de Patineurs Liègeois). Luik had in die dagen een zeer competitieve ploeg met aardig wat buitenlanders. Toch waren enkele echte Belgen in de hoofdmacht te vinden, zoals ex-internationals Tony Delrez en José Hanrez. In de Tweede Divisie streed Olympia-Antwerp met de Nederlanders Toon van Gool en Theo Douwes om een ereplaats. Overigens evenals de reserves van CPL Luik.

Brussel met de schotvaardige import Luc Tardif en Luik dingen -1974/75- mee naar de Coupe Nationale Nederlanden (CNN). Zonder succes overigens. Op het tweede plan acteren Olympia, Deurne en HYC.

Brussel bleef de vinger aan de pols houden in de Nederlandse Eerste Divisie (1975/76) en Coupe Nationale Nederlanden (1976/77). In dat laatstgenoemde seizoen was Jacques Dauphinais (Olympia-Antwerp) in de Tweede Divisie Zuid

de absolute topscorer, 70 doelpunten in 22 wedstrijden. In de b-junioren competitie Zuid speelde Brussel mee. In die ploeg stond topscorer Patrick Hartmeyer als enige Belg in de toptien. Na uitstapjes naar Luik en Doornik speelt Patrick dit seizoen weer voor de opnieuw bij de KBIJF aangesloten Brussels Tigers. De Tigers komen in de Eerste Belgische Divisie (tweede echelon) uit.

In seizoen 1997/78 komt het tot een heus conflict Nederland-België. Aan de Coupe der Lage Landen nemen van Belgische zijde Olympia-Antwerp (met Jacques Dauphinais, die ditmaal 71 doelpunten in 22 wedstrijden scoort), Disc Phantoms Deurne, RIHSC Brussel en HYC Herentals deel. De inmiddels ter ziele gegane Haagse krant "Het Vaderland" verscheen op 24 januari 1978 met vette koppen over de Belgisch-Nederlandse kwestie. "Olympia: 33 punten in mindering" en "Belgen lapten ijshockeyregels aan hun laars", luidden de koppen van het artikel. Alle vijf deelnemende Belgische teams kregen van de NIJB een korting op hun puntensaldo gepresenteerd. De grootste klap moest Olympia-Antwerp verwerken. Van eerste in het klassement met 39 uit 22 duikelden zij naar de negende plaats met 6 uit 22. HYC Herentals moest alle twaalf veroverde punten inleveren en degradeerde tot rodelantaarn-drager. Bij Brussel en Disc Phantoms Deurne was de schade wat minder groot. Deze hele kwestie zette natuurlijk kwaad bloed bij onze zuiderburen. Maar desondanks was Olympia-Antwerp het seizoen erna

(1978/79) zelfs in de Eerste Divisie present.

In dat team behoorden Jos Lejeune samen met Jan van Beveren tot de weinige echte Belgen. Guy Losier kroonde zichzelf tot topscorer van Coupe Nationale Nederlanden (18 27 39 65 57). In de Eerste Divisie competitie eindigde de Belgische ploeg op een zesde plaats in een veld van tien.

Datzelfde seizoen kaapte Brussel de Coupe der Lage Landen voor de Nederlandse concurrentie weg! Topscorer was Jacques Dauphinais, die inmiddels een transfer naar Brussel had gemaakt (14 41 22 63 29). De reserves van Brussel acteerden toen overigens in de Derde Divisie.

In 1979/80 eindigde Olympia, dat in het Nederlandse bouwbedrijf Nederhorst

een 'dikke' sponsor had, in de CNN als voorlaatste. In de competitie (Eerste Divisie) deden zij het iets beter. Zij belegden de zevende plaats in een veld van tien.

Tot 1980 speelden Belgische ploegen min of meer regelmatig in hoogste Nederlandse Divisie. Daarna is er slechts interactie op het op één na hoogste echelon. De Coupe der Lage Landen.

Dit werd voor 1996/97 doorbroken door Phantoms Deurne. Maar daarover straks meer.

In de tachtiger jaren is er dus slechts een gezamenlijke competitie (Coupe der Lage Landen en soms Tweede Divisie) op het (Nederlandse) tweede niveau. Wel weten drie verschillende Belgische ploegen zich te kronen. Zo pakt in 1980/81 HYC Herentals het kampioenschap. Het jaar daarop is Brussel heer en meester. Gevolgd door een Tweede Divisie kampioenschap van Olympia Heist-op-den-Berg, dat in de finale van de Play Offs SIJC Utrecht tweemaal bedwingt. In datzelfde seizoen neemt Phantoms Deurne deel aan de Junioren A Divisie Zuid. De latere Belgische speler van het jaar Walter Stappaerts avanceert tot topscorer vóór de Nederlandse concurrenten.

In Play Offs is het de Belgische Marokkaan Mensour el Mahjoub (nu aanvallend voor Griffoens Geel) die de meeste punten verzamelt.

Voor de laatste maal in die tijdspanne weet Olympia in 1984/85 de Coupe te veroveren, door eenvoudig de reserves van Amsterdam in twee wedstrijden opzij te schuiven. In seizoen 1989/90 weet de hoofdmacht van Amsterdam Olympia slechts met de grootste inspanning in de finale te bedwingen.

In de seizoenen 1990/91 tot en met 1994/95 was er geen interactie in competitie verband tussen Belgische en Nederlandse teams. In die periode namen alleen Phantoms Deurne C (met Jesse Raekelboom) en Phantoms Deurne E in seizoen 1993/94 deel aan de Nederlandse competitie. Dit alleen maar bij gebrek aan een junioren c - en een junioren e divisie in België.

Afgelopen seizoen was dan de comeback van de Coupe der Lage Landen. Van Nederlandse zijde namen teams van het tweede echelon deel. Van Belgische zijde gooide men de crême de la crême in de strijd, namelijk Phantoms Deurne, HYC Herentals, Griffoens Geel en Leuven Chiefs. Met overmacht haalde het Phantoms van coach Bob Moris Sr. de Coupe naar Deurne. In de wedstrijd Amstel Tijgers Amsterdam versus HYC Herentals van 25 november 1995 vond het volgende voorval plaats. Grote jolijt was er op het ijs en op de tribune nadat HYC'er Danny Lievens van de strafbank af kwam. Wat was namelijk het geval. Een paar kwajongens hadden een inlegkruisje tegen de achterkant van de helm van de nietsvermoedende aanvoerder van HYC geplakt. Overigens haalde Herentals in die match wel de zege binnen, 3-5.

Deze ronde wagen maar liefst zes Belgische teams een gokje in de strijd om de Coupe der Lage Landen. En daar is zelfs een reserveteam bij. Namelijk Phantoms Deurne 2, dat de Nederlandse doelman Lode Roelofs meestenstijds tussen de pijpen heeft. En dat coaching krijgt van Domin van der Locht. Belgisch kampioen HYC Herentals, met het Nederlandse duo Hrelja-Franke, zal het ver brengen in deze competitie, waaraan naast Griffoens Geel (met ex-Yale University Bulldogs verdediger Curtis Millen, speler-coach Benoit Quesnel en het aanstormende talent Jan op de Beeck) en Leuven Chiefs (inclusief "mr. everything" Gilbert Paelinck) ook Buffalos Liège (in de aanval voorgegaan door Christophe Koch en met verdediger Patric Latapie als rots in de branding) en Olympia Heist-op-den-Berg (met supertalent Wesley Serneels en de routiniers Stefan Casteels en Steve Wijns) deelnemen.

Michel Pellegrims en Kristoff van den Broeck

Iedereen noemt hem Mike. Maar zijn eigenlijke naam is Michel Pellegrims. Ongetwijfeld omdat hij ijshockey speelt op het niveau van een zeer sterke buitenlander. De voormalige Nederlandse bondscoach Larry van Wieren had hem maar wat graag het oranje-shirt zien aantrekken. Maar de op 1 april 1968 geboren Antwerpenaar, die op zevenjarige leeftijd in contact kwam met ijshockey, had toen al een indrukwekkende loopbaan als Belgisch international achter zich. Phantoms Deurne was zijn eerste club. Hij ontwikkelde zich daar tot een veelbelovende junior, maar wisselde toch op dertienjarige leeftijd van club om op een hoger niveau te kunnen ageren. Drie seizoenen lang speelde hij in de junioren afdeling van de Tilburg Trappers. Na zijn Tilburgse tijd keerde hij terug naar Phantoms Deurne en verdedigde later de kleuren van Olympia Heist-op-den-Berg. Na drie jaar kwam hij weer naar Nederland. Ditmaal monsterde hij aan bij Smoke Eaters Geleen uit de Nederlandse Eerste Divisie. Na drie sterke seizoenen bij de Eaters ging Mike een overeenkomst aan met Langhout Reizen Utrecht. Prompt werd Utrecht met hem kampioen in dat seizoen (1990/91). Na dit bekroonde jaar bij Utrecht was de drang om naar het zuiden te gaan groter dan om prolongatie van het kampioenschap te bewerkstelligen bij Utrecht en keerde Pellegrims naar Geleen terug.

Het voordeel voor de Nederlandse clubs was dat Mike niet als buitenlander werd aangemerkt, omdat hij als junior drie seizoenen in Nederland speelde.

Ook buiten de Nederlandse en Belgische grenzen werd men opmerkzaam op zijn kwaliteiten. De ambitieuze Franse ploeg Les Albatros uit Brest lijfde hem in voor twee seizoenen. Het Bosman-oordeel pakte goed uit voor Mike. Van drie teams, te weten EV Landshut, Eisbären Berlin en Mannheimer Adler, uit de Duitse profliga (Deutsche Eishockey Liga) kreeg hij een aanbieding voor seizoen 1996/97. Hij koos voor het team van manager Marcus Kuhl en verdedigt nu de kleuren van Mannheim. En dan zijn er nog Belgen die de kwaliteit en prestaties van Mike Pellegrims bagatelliseren! Iedere Belg zou trots moeten zijn op een speler van zo'n formaat. Mede dankzij Tilburg, Geleen en Utrecht heeft hij nu een mooi contract in één van de aantrekkelijkste en sterkste ijshockey-liga's van Europa.

Seizoen 1993/94 was de laatste voor Michel in de Nederlandse competitie. Het seizoen daarvoor was voor Kristoff van den Broeck zijn eerste bij Gunco Panda's Rotterdam. In het begin van de competitie in de Nederlandse Eredivisie kwam Kristoff van den Broeck meteen al een aantal malen in actie. Het ging om invalbeurten voor de tijdelijke niet inzetbare buitenlanders Andy Otto (twee wedstrijden) en Dale Henry (drie wedstrijden). Het hoogtepunt voor Kristoff was ongetwijfeld de match van 9 oktober 1992 tegen Assen. Gunco Panda's Rotterdam, veel sterker dan Assen, bouwde aan een comfortabele voorsprong, die op een gegeven moment 9-1 bedroeg. En toen kwam het gouden moment voor de jonge Belg. Samen met de Nederlandse Canadees Ralph Vos manoeuvreerde Kristoff zich in een twee tegen één situatie. Met een goede voorzet speelde Vos hem aan en met een "one-timer" werkte Kristoff het stuk rubber achter de Asser doelman, 10-1. Zijn eerste doelpunt in de Eredivisie. Teamgenoot Eric Lambooy overhandigde hem de puck.

De eerste schreden op de smalle ijzers zette Kristoff op zes-jarige leeftijd in Deurne. Zijn schaatscapaciteiten maakten op het jeugdbestuur van de Phantoms zoveel indruk dat hij alras het Phantomsshirt ging dragen. Snel maakte hij vorderingen op ijshockey gebied en doorliep in Deurne de verschillende leeftijdsgroepen tot en met de C-junioren. Na zijn laatste C-juniorenseizoen, waarin de Phantoms overigens ook aan de Nederlandse competitie deelnamen, moest Van den Broeck de keus maken tussen het spelen bij de B-junioren van Phantoms of ingaan op een aanbod van Olympia Heist-op-den-Berg om in hun eerste seniorenteam te ageren. Omdat de B-junioren niet meer aan de Nederlandse competitie konden deelnemen en omdat spelen in het eerste van Olympia, dat overigens wel in de Nederlandse competitie mocht uitkomen, natuurlijke een geweldige uitdaging was, koos hij voor Heist.

Een aantal jaren met evenzovele nationale kampioenschappen later besliste Kristoff dat verandering van omgeving hem en zijn carriere nieuwe impulsen kon geven. Het opkomende Brussels Tigers was in hem geïnteresseerd. "Ik wilde wel eens bij een "underdog" aan de slag", zei Kristoff over de wissel. Overigens ontpopte het danig versterkte Tigers zich in dat seizoen (1991/1992) eerder als een kampioenskandidaat dan als een underdog. Zeker niet in de laatste plaats door Kristoff's kwaliteiten.

Brussels Tigers trok zich terug uit de Eerste Divisie voor het seizoen 1992/93. Dit was voor Kristoff een mooie gelegenheid om een nieuwe weg in te slaan.

Contacten, gelegd tijdens een jeugdtoernooi in het seizoen 1991/92, met het Nederlandse Gunco Panda's Rotterdam leidde ertoe dat Kristoff, voor het seizoen 1992/1993, aanmonsterde bij dit team uit de havenstad. Als Belg viel hij in Nederland onder het contingent buitenlanders, waaraan een maximum van drie was gesteld. Drie duur betaalde buitenlanders, Dale Henry (ex-New York Islanders (NHL)), Andy Otto en Jaroslav Sevcik, gingen hem in anciënniteit voor, zodat hij als vierde buitenlander pas aan de bak kon komen bij een schorsing of blessure van één van de drie genoemde spelers. In de december-transferperiode kwam daar nog een import bij, namelijk Wayne Gagné, zodat hij de vijfde buitenlander werd. Zijn optredens in Gunco Panda's 1 bleven dan ook beperkt tot de vijf wedstrijden in het begin van de competitie en de warming-ups. Maar gelukkig kon hij in Panda's 2 zijn kwaliteiten tonen. Aanvankelijk speelde hij als linksback, maar later als aanvaller. "En daar komen mijn kwaliteiten ook het best tot zijn recht", aldus Kristoff. "Want ik ben op mijn best als ik een rol krijg toebedeeld als verdedigende aanvaller."

Kristoff, voor geen kleintje vervaard met zijn 1,78 m en 76 kg, wilde graag in Nederland blijven spelen. En hij mocht blijven bij Rotterdam. Niet als vijfde buitenlander. Maar één van de drie startende buitenlanders. Zijn tweede en derde seizoen was hij dus vaste keus voor Rotterdam 1. Zijn ster begon te stralen in Nederland. Zo zelfs dat na het verdwijnen van Rotterdam van het hoogste echelon hij onderdak vond bij Pelgrim Flyers Heerenveen. Prompt verkoos men hem daar in het seizoen 1995/96 tot meest waardevolle speler. Na Mike Pellegrims draagt de Belgische vaandeldrager in het Nederlandse ijshockey nu de naam Kristoff van den Broeck.

Kristoff heeft over vele zaken een mening. "Ik heb nergens zo de pest aan als aan het leveren van ondermaatse prestaties", deelde hij mede. "Een voorbeeld heb ik niet gehad als jeugdspeler. Maar van de andere kant wil ik sporters wel tot 'voorbeeld' zijn, maar dan als sport-instructeur." Buiten ijshockey en studie heeft hij zelfs nog vrije tijd om zich aan andere takken van sport te wijden, onder andere fitness.

Gunco Panda's Rotterdam coach Doug McKay gaf (in 1993) onomwonden zijn mening over Kristoff. Doug roemde met name de toewijding en attitude, alsmede de werklust van zijn speler. "Zijn speltechniek, schaatstechniek en positioneel spel zijn bijzonder goed ontwikkeld", zei McKay. "Al met al is Kristoff een waardevol teamspeler", aldus McKay.

Uitwisseling buitenlandse krachten

'Opvallend weinig interactie was er wat betreft buitenlanders. Toch zijn er een aantal spelers geweest die zowel voor een Belgische als voor een Nederlandse ploeg hebben gespeeld.' Zo had ik mij ongeveer de openingszinnen van dit gedeelte voorgesteld. Maar toen ik eens echt goed in mijn geheugen en in mijn archief ging graven bleek alras dat er nogal wat 'imports' zowel voor een Belgische als voor een Nederlandse club hebben gespeeld. Voor het seizoen 1974/75 stapte de Tsjech Jan Benda over van Phantoms Deurne naar de Eerstedivisionair Grasso Eagles Den Bosch. Eerder speelde hij voor Olympia-Antwerp. Jan Benda zou later een succesvol coach in Duitsland worden. Zijn zoon, ook een Jan, is zelfs een Duits international. In 1974/75 stond de Canadees Guy Hildebrand op de loonlijst van CPL Luik. Guy, die daar ook nog de trainingen verzorgde, dook twee seizoenen later op bij Tilburg Trappers. Overigens hield hij het in het Noordbrabantse maar een half seizoen vol. Roger Provencher kwam vanaf seizoen 1980/81 voor Kemphanen Eindhoven uit. Hij wisselde later naar HYC Herentals (1985/86) en Olympia Heist-op-den Berg (1986/87 en 1987/88). In dat laatste seizoen speelde hij voor zijn schoonvader Wil Swinkels. Nadat hij de jeugd van Kemphanen had getraind keerde hij in de hoofdmacht van Kemphanen terug in het seizoen 1990/91. Eenmaal raden wie als coach de touwtjes in handen had. Juist schoonpapa. Een belangrijke exponent die van België naar Nederland wisselde is Guy Losier. Guy, de menselijke doelpunten-machine, wisselde van Olympia Nederhorst Heist-op-den-Berg (seizoen 1978/79), dat toen in de Nederlandse Eerste Divisie meedraaide, naar GIJS '78 (seizoen 1979/80). Datzelfde deed overigens Louis Chiasson. Met dit verschil dat hij niet in Groningen terecht kwam, maar bij de Tilburg Trappers. Verschillende jaren was de Amerikaanse doelman Gary Fairley actief voor Griffoens Geel, voordat hij, in de negentiger jaren, een enkele maal voor Den Bosch en Geleen in actie kwam. Mario Pugliese ging de omgekeerde weg. In het seizoen 1979/80 was hij een topschutter bij Rheem Racers Utrecht. In seizoen 1981/82 viel hij aan voor HYC Herentals. Net zo Steve Thornton. Hij was door Geleen in het seizoen 1988/89 geëngageerd maar werd, letterlijk en figuurlijk te licht bevonden. Daarop wisselde Steve tijdens het seizoen naar Griffoens Geel.

De Canadese aanvaller Mike Kolodziejczyk speelde in seizoen 1989/90 tijdens de seizoenvoorbereiding en in een tweetal competitiewedstrijden voor Red Eagles Den Bosch. Waarna hij spoorslags naar de Belgische hoogste divisie verkaste. Hij kwam daar uit voor Liège Buffalos. Het team waar hij na uitstapjes naar Griffoens Geel en Olympia Heist-op-den-Berg in 1995 terugkeerde.

Ook de huidige coach van Olympia Heist-op-den-Berg, René Labonté, schaatste voor een Nederlandse club. Dat was Geleen in seizoen 1970/71. Maar zijn glorietijd lag toch in België bij Luik, Herentals en Heist-op-den-Berg.

Al met al een behoorlijk aantal imports die voor een team uit beide landen hebben geschaatst. En daar komt bij dat ik er vast nog wel een paar ben vergeten. Bij deze mijn excuses daarvoor. Overigens meen ik mij vaag te herinneren dat Gordon MacDonald -of was het een andere speler uit het Friese Haagje?- na de glorietijd van Heerenveen naar België afzakte.

Phantoms Deurne in de Nederlandse Eredivisie

Nu, in 1996/97, is er voor het eerst weer een Belgische ploeg in de Nederlandse Eredivisie. Vorig seizoen was al sprake van deelname. Maar toen kwam hetn niet zover. Eindelijk kan Phantoms dan zijn grenzen verleggen. En dat met een groot aantal Belgisch internationals, een ex-Spaanse international, maar zonder top-buitenlanders. Dit laatste omdat het budget beperkt is. De firma Saab, naast zo'n negentien kleinere sponsoren, verhoogde voor dit seizoen weliswaar de bijdrage. Maar het totaal is niet te vergelijken met de financiële middelen van de Nederlandse teams.

Van het team dat in 1979/80 met Disc Phantoms Deurne aan de Nederlandse Tweede Divisie deelnam zijn alleen nog over tweede doelman Johan de Dijcker en verdediger Danny Geysbreghs. Op uitleenbasis komt de oudere broer van de Eindhovense doelman Bjorn, Yourie Steylen, uit voor de Phantoms. Waarvan het buitenlandse contingent bestaat uit de van Leuven Chiefs overgekomen Juan Izquierdo. Een voormalige Spaanse international, die nu al zo'n vier jaar in Brussel verblijft als werknemer bij de Madrileense Kamer van Koophandel. De Amerikaanse verdediger David Woodward die, via een door spelersagentschap SCI samengesteld team, zich bij Deurne in de kijker speelde. Zo ook de Canadees Jason Kerr, eveneens een speler van het defensie-gilde. David Woodward was, behalve in het seizoen 1993/94, vier seizoenen (van 1991/92 tot en met 1995/96) actief bij de Babson College. Zowel als student mamnagement als als ijshockeyer voor de ECAC East Division Beavers. Jason Kerr speelde junior A voor de Estevan Bruins van de Saskatchewan Junior Hockey League. Vervolgens vier seizoenen voor Concordia College Cobbers in Moorhead, Minnesota en afgelopen sezioen als back voor de Cupar Canucks van de Saskatchewan Senior Hockey League (Triple A). Dan is daar nog de kleine, maar watervlugge, Nederlander Paul Kila en 'last-but-not-least' Daniel Hjortelius, een Zweed die als c-junior in het seizoen 1990/91 de hoofdmacht van Olympic Heist-op-den-Berg binnenstapte. De zoon van diamantair Karsten Hjortelius, die voor zaken zich in België vestigde, was op zoek gegaan naar een club in België. En had na een uitgebreid onderzoek voor Olympic gekozen. Na vorig seizoen in Zweden te hebben gespeeld keerde hij toch weer terug naar België. Alleen kwam hij bij Phantoms terecht en niet bij Griffoens Geel, waarvoor hij officieel stond ingeschreven in 1995/96.

Aan het roer bij Phantoms Deurne staat voor het eerste seizoen Jos Lejeune. Hij volgde Henri (Bob Sr.) Moris op. Bob Sr. was in zijn tijd de beste Belgische speler, die zijn glorietijd had bij RIHSC Brussels. Dat toentertijd zijn ploeg bijna volledige uit buitenlanders samenstelde. Voor het seizoen 1969/70 kreeg hij een aanbieding van Tilburg Trappers. Na secuur beraad ging Bob Sr. niet op het aanbod in. In de jaren negentig was hij meerdere seizoenen bondscoach en coach van Phantoms Deurne. Vorig seizoen loste Jos Lejeune hem af als bondscoach. En dit seizoen dus als coach van Phantoms 1. Overigens combineerde Jos Lejeune zijn taken als bondscoach vorig seizoen met het spelen voor de reserves van Deurne. In Nederland kent men Jos ook. Hij speelde vele jaren voor Olympia Heist-op-den-Berg in de tijd dat de ploeg maar enkele Belgen opstelde en een karrevracht Canadezen het ijs op stuurde.

Dat de Belgische spelers heel wat over hebben voor een avontuur in de Nederlandse Eredivisie bewijst het volgende. Aanvoerder Danny Geysbreghs vertelde:"Ik vind het fantastisch dat we in Nederland meespelen. Ik ben inmiddels 34 jaar. Maar afgelopen zomer heb ik tegen het bestuur gezegd. Of we spelen bij onze noorderburen mee of ik hang mijn schaatsen aan de wilgen. Gelukkig vond ik een gewillig oor bij het bestuur. De Belgische spelers hebben daar wel offers voor moeten brengen. Zo hebben wij allemaal moeten inleveren, qua geld. Ik persoonlijk ook qua nachtrust. Na een zondagavond-match zijn we vaak pas na twee uur thuis. Op zich is dat niet erg. Maar mijn wekker gaat wel om 5.15 uur! Maar ja, alles went.

Ten opzichte van de tegenstander zijn wij in Deurne op de Ruggeveldijsbaan dubbel in het voordeel. Ten eerste beschikken wij over een gigantische ijsoppervlak en ten tweede is de kwaliteit van het ijs ronduit slecht. Dit laatste heeft voor onze uitwedstrijden ook nog een voordeel. Op de superbe Nederlandse ijspistes vliegen we over de baan!

Bij ons komt niet zo verschrikkelijk veel volk. Op enkele Nederlandse banen is dat anders. Hoewel ik toch wel iets gewend ben schrok ik gewoon van de 1200 toeschouwers die voor ons duel in Heerenveen op de tribune zaten! Tot besluit wil ik nog even zeggen dat ik vind dat het niveau van zowel het Nederlandse als het Belgische ijshockey, vergeleken met pakweg tien jaar geleden, er flink op vooruit is gegaan", aldus Danny Geysbreghs.

Assistent-coach Eddy de Clerck was in hoge mate verbaasd over de belangstelling van de Nederlandse schrijvende pers voor Deurne:"Wat is dat toch bij jullie? We worden bijna 'achtervolgd' door de media. Journalisten van alle Nederlandse kranten heb ik geloof ik al gesproken. Gaat het ze om het België-Nederland 'gevoel'?"

Voorzitter Eddy Flebus vertelde over de stap naar de Nederlandse competitie:"De spelers verloren vorig seizoen meer en meer de motivatie. Steeds weer tegen de drie andere topclubs in België te moeten spelen gaat vervelen. We zochten de uitdaging van de betere, snellere en hardere Nederlandse Eredivisie. Er is maar één negatief puntje dat ik kan noemen. En dat zijn de enorme kosten die we moeten maken voor de verre busreizen. Voor de rest is alles uiterst plezant."

Eddy Flebus verklaarde ook waarom een Finse a-junior was ingelijfd:"Aan het begin van het seizoen hadden we twee stakers. De geroutineerde verdedigers Ivan Reyntjens en Frank Smet. Beiden waren het niet eens met de hen geboden

financiën. Daarop heb ik snel gereageerd en via een Finse spelersagent Mikka Kurkela geëngageerd. Een goede speler, maar geen absolute topspeler. Daarvoor hebben wij gewoon geen geld. Ook al gaan hier en daar geruchten als zouden wij een miljoen Belgische Frank ondersteuning van de gemeente krijgen en wij buiten de eer van het binnenslepen van twee bekers (voor de voorbeeldige jeugdopleiding, van de schepen van Antwerpen en voor het winnen van de beker vorig seizoen, van de stad Deurne) ook de zilvervloot hebben binnengehaald. Was dat allemaal maar waar. Uiteindelijk beëindigden de spelers Frank Smet en Ivan Reyntjens hun staking, maar we besloten Mikka Kurkela te houden. Overigens, even heel iets anders. Wat zijn jullie keepers allemaal goed!"

Het aanpassen aan het niveau in de Nederlandse Eredivisie ging van "au" voor de Belgen. Zij moesten acht nederlagen op rij incasseren. In de achtste match was Paul Kila flink op dreef. Mede door zijn twee doelpunten was het na de reguliere speeltijd 4-4. Helaas verloren Buck Rombouts en de zijnen in de verlenging. Maar in de negende match had de equipe van Jos Lejeune succes. Op eigen ijs, overigens voor een luttel aantal bezoekers, zegevierden zij over Jordens Lions Dordrecht met 5-1. Dat was net de opsteker die de Antwerpenaren nodig hadden. In de resterende wedstrijden voor de Bekercompetitie behaalden zij uit vijf wedstrijden vier punten. En gaven zij de rode lantaarn over aan Dordrecht.

De reguliere Eredivisie competitie, die op 22 november 1996 van start ging, kreeg met een ontketend Phantoms Deurne te maken. De ban was gebroken of zoals de Duitsers dat zo treffend zeggen:"Der Knoten war geplatzt". "We zijn iets defensiever gaan spelen en daarmee kwam het succes", vertelde coach Jos Lejeune. "Bovendien kunnen we achterin vertrouwen op onze nationale trots doelman Luc van Walle. En ook een Walter Stappaerts zie ik dit seizoen weer helemaal opbloeien. Het gaat momenteel allemaal zo goed, misschien kunnen we zelfs wel de play offs halen".

Eerst zetten de Belgen onder leiding van aanvoerder Danny Geysbreghs Utrecht, op de eigen Vechtsebanen nota bene, met 1-6 schaakmat. En vervolgens lieten zij opnieuw Dordrecht hun hielen zien. Nadat de match in Deurne na 40 minuten zuivere speeltijd een 4-4 stand kende demarreerden Walter Stappaerts en de zijnen in het slotdeel. Dat tandje meer was goed voor een 8-4 zege. Ook thuis was Deurne Utrecht te slim af. Nipt wonnen de Phantoms met 3-2, waarbij goal nummer twee van de stick kwam van Mikka Kurkela en Yourie Steylen de winnende treffer tegen de touwen joeg. Daags daarop was er weer een thriller in en tegen Dordrecht. De ploeg van coach Jos Lejeune had een licht veldoverwicht, maar keek toch op een gegeven moment tegen een 3-2 achterstand aan. Aan het begin van het slotdeel maakt Jason Kerr gelijk, 3-3. In een zinderende finale geeft de Nederlander Paul Kila met een goed geplaatst polsschot Jordens Lions de genadeklap, 3-4. En daarmee stond Phantoms Deurne op een gedeelde eerste plaats, samen met Nijmegen en Heerenveen, met acht punten uit vier wedstrijden. De dag nadien (2-12-1996) kopte de Volkskrant als volgt:"Om de ijshockeyers van Deurne wordt niet meer gelachen."

Tot slot

De bekende ijshockeyer Dummy Smit, toch een Nederlander van top tot teen, was in het seizoen 1955/56 import bij de Belgische club Antwerp IHC. In dat seizoen was dat eigenlijk ook de enige club van onze zuiderburen. Toen bij de Koninklijke Belgische IJshockey Federatie een verzoek binnenkwam om met het nationale team aan een toernooi in de DDR deel te nemen stuurden zij het clubteam Antwerp IHC. Inclusief Dummy nam Antwerp de handschoen op en kwam in Oost-Duitsland in actie. Maanden later bestempelde de IIHF dit toernooi als de Wereldkampioenschappen Poule B. En daarmee was de Nederlander Dummy Smit dus met terugwerkende kracht Belgisch international geworden. Later was Dummy een succesvol coach in de Duitse Bundesliga (Landshut, Berlin en Köln) en bracht hij het zelfs nog tot Zwitserse bondscoach.

De Eerste Divisie fungeerde ook een aantal malen als uitzendbureau. Aan het einde van het seizoen 1986/87 stonden in de Belgische competitie nog twee wedstrijden op het programma, namelijk Phantoms Deurne-Olympia Heist-op-den-Berg en Olympia versus Phantoms. Beide ploegen konden nog het kampioenschap binnenhalen. En beide clubs haalden versterking uit Nederland. Phantoms Deurne lijfde Dave Russell van Tilburg Trappers in en Olympia bracht de aktuele Heerenveense international Risto Mollen voor de dubbel op het ijs. Uiteindelijk kroonden Risto en zijn ploegmaten zich tot kampioen van België.

In het daaropvolgende seizoen herhaalde deze "Zwitserse praktijk" zich. In 1987/88 speelde Mike Pellegrims in Geleen. De halve finale van de Play Offs was het Waterloo voor de Eaters. Olympia Heist-op-den-Berg schakelde snel en engageerde Mike voor de rest van het seizoen. Prompt pakte Olympia het kampioenschap.

Op het bestuurlijke vlak waren ook Nederlanders actief in België. Frits Batavier was een gedreven bestuurder van Antwerp IHC in de zestiger jaren. Hij zou het zelfs nog tot voorzitter van Olympia Antwerp brengen.

Jan Bergman was jarenlang verbonden als trainer aan Turnhout, Herentals en Heist-op-den-Berg. Tevens fungeerde hij als scheidsrechter. Daarna bekleedde hij enkele jaren het ambt van Secretaris-Generaal van de Koninklijke Belgische IJshockey Federatie (KBIJF).

En, last-but-not-least, de aktuele voorzitter van de jeugdcommissie van de KBIJF is niemand minder dan Frans Vorster.

Sinds 1995/96 bestaat er ook een regulier speelverkeer in competitieverband tussen Belgische en Nederlandse ploegen. België gooide Super Nana's Liège, Leuven Chiefs, Puck Killers Gullegem en de speelgemeenschap van Phantoms Deurne en White Caps Turnhout, gedoopt WhitePhantoms, in de strijd. Luik, met aanvalsleidster Nancy Godinas, en WhitePhantoms (Belgisch kampioen) zijn het meest competitief van dit kwartet. Hetzelfde viertal, waarbij WhitePhantoms versterking heeft gekregen van een derde club namelijk HYC Herentals, is ook dit seizoen in CLL verband in de race. Eén van de twee Herentalse dames is Sofie Geudens, die voorheen met de jongens meespeelde. Bijzonder is dat de verdediging van de WhitePhantoms dit seizoen versterking heeft gekregen van de Nederlandse international Ilse Robben. Die voorheen één van de leidende dames was van het damesteam van Kemphanen Eindhoven. Daarentegen verdedigde de Belgische Ilse van Geel het doel van de Falcon Girls Valkenburg. Dit seizoen echter speelt Ilse bij Olympia Heist-op-den-Berg 2 mee in de mannencompetitie in de Belgische Eerste Divisie.

Als afronding van dit hoofdstuk wil ik nog even aandacht vragen voor Bill Morgan, de Gordie Howe van de Belgische Eredivisie. Ik zag hem voor het eerst spelen met zijn Canadese universiteitsteam de Guelph University Gryphons. Een team uit de Ontario Universities Athletic Association. De gebeurtenis was in een vriendschappelijke wedstrijd tegen HIJS Intervam Den Haag op 2 januari 1977. Wat mij vooral bij is gebleven van zijn team was de felgroene kleur van de shirt en broeken. Het deed gewoon pijn aan je ogen. Hij speelde ook tegen HYC in Herentals. Daar was men danig onder de indruk van zijn capaciteiten. HYC riep en Bill Morgan kwam voor het seizoen 1977/78. En hij zou voorgoed in Herentals blijven. Dat wil zeggen, hij permitteerde zich één uitstapje naar Phantoms Deurne, waarvoor hij het seizoen daarna zijn schaatsen onderbond. Na deze 'dwaling' keerde hij terug naar Herentals. Sindsdien is hij niet meer weg te slaan uit HYC 1. Met zijn veertig jaar (geboren 22 oktober 1956) is hij nog steeds één van de spelbepalende acteurs van zijn team.

Meer over Belgisch ijshockey

90 jaar ijshockey in België / Jan Casteels. - Itegem : Jan Casteels, 1995. - 130 p. . - ISBN 9080233013

Knapp Olympia / Jan Casteels. - Itegem : Jan Casteels, 1995. - 142 p. . - ISBN 9080233021

(Jan Casteels, Anjerstraat 18, 2222 Itegem, België)


IJshockey in België 19../19.. / Hans P. Eeuwes. - Rijkevorsel/Tremelo : KBIJF, 19.. .

Verschenen 1992/93, 1993/94, 1994/95 en 1995/96.

Terug naar IJshockey in België