|
|
||
|
DJEMBÉSPELEN Korte historie De djembé vind zijn oorsprong in Mali, het rijk dat werd gesticht rond de dertiende eeuw door het Malinkevolk(of Manding/Mandingue) . Het toenmalige Mali omvatte de landen die wij nu kennen als Mali, Guinee, Burkina Faso, Ivoorkust, Siërra Leone, Liberia, Gambia en Senegal. Djembés
werden gemaakt door het gilde van de smeden, een kaste met veel aanzien.
Zij hadden een belangrijke rol in het sociale leven omdat zij ook
gereedschappen, messen en maskers maakten. Het bespelen van de djembéDe djembé wordt met de handen bespeeld en heeft drie basisklanken namelijk: de slap, de open toon en de bas. De toon die je vormt is ook te variëren door de positie van je hand of je vingers ten opzichte van de trommel te veranderen. Als je met de vingertoppen speelt, dit noemen we tips, zal de trommel wéér anders gaan klinken. Omdat we spreken van drie basisklanken houdt dat niet in, dat we ook maar drie tonen hebben. Naast de handpositie en houding van de handen, kun je natuurlijk ook hard en zacht spelen, waarmee je meer kleur kunt geven aan de muziek. Je kunt op die manier ook accenten in de muziek aanbrengen. Elke djembé klinkt namelijk weer anders. Dat is ook niet zo vreemd, als je bedenkt dat de authentieke djembéketel met de hand wordt gesneden en het vel een geitenhuid is. Een djembé is overigens wel te stemmen middels de spankoorden waarmee het vel over de ketel wordt gespannen. Andere instrumenten Binnen
de West-Afrikaanse percussiemuziek worden naast djembés nog meer
instrumenten gebruikt. Belangrijk zijn de Douns, de bastrommels, vaak in combinatie met
een bel. Zij geven vorm aan het meest muzikale onderdeel van een ritme. Er zijn er drie, de kenkeni, de sangban en de doundounba. De doundounba is de grootste en
heeft een afmeting ter grootte van een flinke oliedrum. De sangban is
ongeveer half zo groot en de kenkeni is ongeveer de helft van een sangban.
De douns worden met een stok bespeeld.
|
![]() |
|