|
GRONDWERK:
Wijken voor druk: opzij, omlaag, vooruit, achteruit
De helft van het grondwerk komt in feite neer op het paard leren
wijken voor druk. Van nature zullen paarden tegen de druk in
gaan, als je bijv. op z'n schouder duwt met de bedoeling hem
zijwaarts te laten gaan, zal hij meestal niet opzij gaan en
integendeel hard tegen je hand gaan aanleunen. Als we beginnen
met grondwerk, gaan we er dan ook van uit dat paarden niet weten
wat ze met de druk van bijv. een halster of leidtouw aan moeten.
Het is voor een paard helemaal niet logisch dat hij naar voor
stapt als jij daar aan een touw staat te trekken. We beginnen
dus met hele kleine oefeningetjes om het paard te leren hoe het
aan die vervelende druk kan ontsnappen, namelijk door het gevoel
dat je presenteert, te volgen.
Dat gevoel kan een paard op verschillende manieren volgen:
opzij, omhoog, omlaag, vooruit (leiden) en achteruit.
Basisprincipes: zet het op, en wacht + beloon de kleinste poging.
1. Zijwaarts
We willen bijvoorbeeld het paard leren om z'n hoofd zijwaarts te
buigen. Dit is ondermeer de voorbereiding voor de one rein stop.

We nemen langzaam het leidtouw vast en houden dit met een lichte
druk zijwaarts.
Het paard zal misschien proberen om in de tegenovergestelde
richting te trekken, of hij doet helemaal niets. Trekt hij de
andere kant op, dan trekken we niet tegen maar volgen we z'n
beweging met dezelfde gelijke druk op het touw. Het paard wordt
dus niet beloond voor z'n trekken.
Als je druk voelt op het touw, is hetde druk van het paard, niet
de jouwe.

Krijgen we uiteindelijk toch een kleine beweging in de goede
richting, al zijn het maar een paar mm of cm, dan lossen we
onmiddellijk alle druk en belonen we het paard met een aai over
z'n neusrug.
Bij een paard dat tegentrekt is het gewoon ophouden met trekken
ook al een poging die we belonen!
Het zou ook kunnen dat het paard niet alleen z'n hoofd gaat,
maar helemaal mee begint te draaien. Ook dan volg je gewoon die
beweging (loop gewoon met 'm mee), zonder de druk los te laten
of te verhogen.
Als het paard na een paar keren ontdekt heeft wat de bedoeling
is van die druk op het touw, dan kunnen we al wat meer vragen. 5
cm, 10 cm, daarna misschien wel al 30 cm, en zo verder, tot het
paard z'n hoofd helemaal zijwaarts plooit aan een loshangend
touw!
Oefen dit aan beide kanten, en niet alleen zijwaarts.
2. Omlaag
Vraag bijvoorbeeld je paard ook om z'n hoofd naar beneden te
brengen, tot je het hoofd helemaal tot op de grond kan brengen.
Ode gaat hier makkelijk mee naar beneden.



Als je paard het in het begin niet zo goed begrijpt en gaat
'zoeken' in andere richtingen, verander dan je handgreep op het
touw - dit maakt het gemakkelijker om de druk constant te
houden.

3. Voorwaarts
Vraag je paard ook om voorwaarts te stappen door een lichte druk
op het leidtouw. Als je zelf voorwaarts zou stappen, zou hij
misschien alleen daardoor al achter je aan gaan, maar hij moet
ook leren dat de druk van het halster achter z'n oren voorwaarts
bewegen betekent. Beloon ook hier de kleinste poging in de goede
richting, al is het maar een verleggen van z'n gewicht naar voor
zonder dat hij effectief een stapje voorwaarts gaat.

4. Achterwaarts
Ook achterwaarts gaan leren we met dezelfde principes aan.
Sta naast het hoofd van je paard, neem het leidtouw vlak onder
de kin vast, met je duim richting paard en oefen een lichte druk
uit. Zodra het paard z'n gewicht naar achter verlegt, laat je
los en herbegin je. Zo krijg je vervolgens misschien 1 stapje
achteruit, dan twee enz.
Gaat je paard niet achteruit maar probeert hij aan de druk van
het halster op z'n neusrug te ontsnappen door zijn hoofd in
allerlei richtingen te bewegen, ga dan geen gevecht met hem aan
maar ga met dezelfde spanning op het halster mee met al z'n
bewegingen. Zo leert hij dat hij niet van die spanning verlost
wordt zolang hij niet in de goede richting beweegt.



Bron: www.wilderingzadels.nl |