Kerk & IsraŽl Onderweg - november 2018

De laatste uitgave van het blad Kerk & IsraŽl onderweg vindt u hier.

Eerdere uitgaven zijn te vinden op de website van de PKN.



Kerkblad nr. 15 - 4 oktober 2018

Onopgeefbaar verbonden. Maar met wie?

Zondag is het IsraŽlzondag. Op deze dag staan we er weer eens nadrukkelijk bij stil dat de kerk Ďonopgeefbaar verbondení is met het volk IsraŽl. Toegegeven, de formulering verdient geen schoonheidsprijs. Het zou mooier zijn om iets wat zo wezenlijk is voor de identiteit van de kerk, met een positief (in plaats van een ontkennend) begrip te formuleren. En je zou kunnen denken: zijn andere punten dan wel opgeefbaar?

Afschaffen?
Met de term Ďonopgeefbare verbondenheidí drukte de kerk destijds stamelend uit dat haar omkeer in het nadenken over IsraŽl na de verschrikkingen van de Shoah niet louter een modeverschijnsel of een toevallige verandering van opinie kon zijn. Toen dominee Jan Offringa, als auteur en redacteur betrokken bij het boek Liberaal Christendom (2016), twee weken geleden door middel van een manifest aangaf dat dit artikel wat hem betreft uit de kerkorde kan worden geschrapt, kreeg hij uiteraard flink wat tegengas*). Maar Offringa heeft ook medestanders. Op het moment dat ik dit schrijf hebben al 136 mensen hun handtekening gezet op de website kairos-sabeel.nl, waar een groep van zeven predikanten de PKN (in de persoon van scriba dr. Renť de Reuver) oproept de discussie over de afschaffing van dit kerkordeartikel te openen.

Volk IsraŽl
Anders dan bij Offringa, vallen deze predikanten met name over de term Ďvolk IsraŽlí. Die is volgens hen zo vaag dat het zelfs de mogelijkheid open laat dat de kerk zich onopgeefbaar loyaal verklaart aan de staat IsraŽl. We zullen deze term dus eens nader bezien.

Geloofsgemeenschap
De onlangs overleden dominee Henri Veldhuis, die op dezelfde lijn zat als de zeven hierboven genoemde predikanten, schreef op zijn website dat het in de bijbel gaat om IsraŽl en het joodse volk als concrete geloofsgemeenschap en niet om een volk als etnische entiteit. Voor Veldhuis bestaat deze geloofsgemeenschap uit navolgers van Christus uit joden en heidenen: zij zijn het Nieuwe IsraŽl. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke formulering veel weg heeft van de oude vervangingstheologie.  Anderen passen de term Ďvolk IsraŽlí breder toe, namelijk op de gelovige Joden. Maar wanneer is iemand gelovig? Waarschijnlijk wel als je wekelijks naar de synagoge gaat, maar geldt dat ook voor de vele Joden die alleen maar gaan op Grote Verzoendag? Wie zijn wij om daarover te oordelen? En vallen binnen die geloofsgemeenschap ook de liberale Joden, die wel groot in getal zijn buiten IsraŽl, maar binnen IsraŽl niet geaccepteerd worden door het orthodoxe rabbinaat?

Etniciteit
Ook als we kijken naar etniciteit stapelen de vragen zich op. Een treffend voorbeeld is dat van immigranten die in IsraŽl willen trouwen. Volgens de in 1971 aangepaste ĎWet op Terugkeerí is iedereen die een Joodse grootouder heeft Joods. Wie wil trouwen is door de Status Quo (zie kerkblad nr. 13) verplicht om dat via een orthodoxe rabbijn te doen. Maar de rabbijn wil uitsluitend mensen in het huwelijk verbinden die volgens zijn definitie Joods zijn. En dat betekent: je bent Joods als je een Joodse moeder hebt, of als je je tot het jodendom bekeerd hebt onder een orthodoxe rabbijn. Zo kan het dus voorkomen dat iemand die volgens de wet als Jood naar IsraŽl is gekomen, daar vervolgens niet als Jood kan trouwen.
Naar schatting zijn er onder de ťťn miljoen Russische immigranten, die na het wegvallen van de Berlijnse muur in 1989 naar IsraŽl zijn gekomen, 400.000 niet-joden. Voelen we ons nu wel of niet met hen verbonden?

Nog maar net begonnen
Dr. Bart Wallet, historicus aan de Vrije Universiteit Amsterdam en docent joodse studies aan de Universiteit van Amsterdam, schrijft in het blad Wapenveld (december 2016) dat Ďwie zich afvraagt wat dat ĎIsraŽlí is, de gelaagdheid van het begrip recht zal moeten te doen. IsraŽl is een geloofsgemeenschap en daarom is er sprake van een religieus inhoudelijk gesprek met de synagoge; IsraŽl is een etnische volksgemeenschap, woonachtig in vele landen, en daarom is er sociaal en politiek contact met de joodse gemeenschap in Nederland. Het zelfverstaan van die religieuze en die volksgemeenschap maakt echter ook dat er direct een link is met de staat IsraŽl. Wie niet opnieuw in de valkuil wil trappen van een gesloten christelijke definitie van IsraŽl zonder ruimte voor wat joden er zelf van vinden, zal ook die band moeten honoreren.
Die staat IsraŽl is relatief nieuw en daarom is het niet verbazingwekkend dat het theologische gesprek binnen jodendom en christendom over de betekenis daarvan feitelijk nog maar net begonnen is en er Ė ook gezamenlijk Ė gezocht wordt hoe een moderne natiestaat zich nu precies verhoudt tot een etno-religieuze gemeenschap. Het is een serieus gevaar dat onder invloed van de vraag van het moment, het politieke debat over het Arabisch-IsraŽlisch conflict, die bezinning uit de weg wordt gegaan. De kerk is het aan haar stand verplicht daarin niet mee te gaan.í

*) Op deze pagina hebben wij alle reacties netjes op een rijtje gezet, zodat u dit rustig kunt nalezen.

Willem Stolk Ė Commissie Kerk & IsraŽl