|
Noord-Holland gekort
Hoe
ziet het financiële plaatje van de provincie de komende vier jaar
eruit? Het antwoord daarop is te vinden in de kaderbrief die 28 juni
werd vastgesteld. Tenminste, daarin wordt geprobeerd te voorspellen hoe
hoog het komende jaar de inkomsten zullen zijn. Provinciale Staten
stellen die kaderbrief elk voorjaar op als voorbereiding voor het maken
van de begroting. Hoeveel
krijgt de provincie van het Rijk via het provinciefonds? Hoe hoog is de
opbrengst van de motorrijtuigenbelasting? Hoeveel rente kunnen we
verwachten in 2014? En hoeveel winst keert het provinciaal waterbedrijf
de komende vier jaar uit? Al is het beantwoorden van die vragen niet
makkelijk, de afgelopen jaren waren de inkomsten redelijk goed te
voorspellen. De inkomstengroei was steeds voorspoedig. Dit
voorjaar loopt het echter anders. In de financiële wereld heerst grote
onzekerheid. De belastinginkomsten van het Rijk blijven flink achter
door de economische crisis. Alle politieke partijen hebben bij de
landelijke verkiezingen een bezuiniging op provincies op het
begrotingslijstje staan. Dat zal dus gevolgen hebben voor de provincie,
welke regering er ook komt. De inkomsten zullen zeker niet meer worden. De
komende vier jaar gaan die inkomsten zelfs omlaag. Door de crisis is
het rentepercentage lager dan ooit en lopen de renteopbrengsten nu al
fors terug. Daarbij groeit de opbrengst uit motorrijtuigenbelasting
niet meer door de economische crisis. De
zwaarste klap komt door de bezuinigingen op het provinciefonds, het
geld dat de provincies van het Rijk krijgen. Volgens een afspraak
tussen de provincies en de rijksoverheid, het bestuursakkoord
2008-2011, betaalde Noord-Holland al ieder jaar € 35 miljoen terug aan
het Rijk, zodat de rijksbegroting sluitend kon worden gemaakt. Die € 35
miljoen was wel in ruil voor drie Niet
alleen de economische crisis is de oorzaak van deze korting op het
provinciefonds. Het rommelt al een tijdje in overheidsland rondom het
bestaan, de rol en de taken van de ‘rijke provincies’. De flinke
terugval van de inkomsten in de rijksbegroting heeft deze discussie
versneld en zich meteen in de financiële verhoudingen tussen Rijk en
provincies vertaald. Hoe
dicht je een begrotingstekort van € 65 miljoen? Laat je de
Noord-Hollanders meer belasting betalen? Het antwoord daarop is nee.
Toen vorig jaar het college van Gedeputeerde Staten aantrad, was al
afgesproken dat een sluitende begroting bij voorkeur niet bij de
burgers van Noord-Holland vandaan gehaald zou worden. Kortom, geen
belastingverhoging, maar wat dan wel? Van alles een beetje minder
uitgeven, oftewel de kaasschaafmethode? Ook niet: door de bestuurlijke
discussie over de rol van de provincies De
provincies zijn daarom gezamenlijk met een beschrijving gekomen van de
taken die de provincies zouden moeten uitvoeren. Deze taken zijn
gebaseerd op een advies van de commissie Lodders: ruimtelijke ordening
en economie, verkeer en vervoer en cultuur. Cultuur in de betekenis van
cultuurhistorisch erfgoed, dat raakvlakken heeft met ruimtelijke
ordening, landschap en Alle
wettelijke taken (bijvoorbeeld afgeven van vergunningen, opstellen van
de structuurvisie) vallen sowieso onder de kerntaken. Alles wat niet
onder de kerntaken valt, kan theoretisch wegbezuinigd worden. Zorg en
welzijn is volgens de commissie Lodders primair een
verantwoordelijkheid voor de gemeenten en niet voor provincies.
Overigens is het niet alleen maar kommer en kwel: Gedeputeerde Staten
zien daarnaast kansen voor een heldere profilering van de provincie
Noord-Holland. De
taken die zijn benoemd tot kerntaken zijn niet vrijgesteld van
bezuinigingen. Naar alles wat de provincie doet, hebben Gedeputeerde
Staten in de voorbereiding van de kaderbrief kritisch gekeken: Kan het
beleid zakelijker worden, moet het opnieuw worden overwogen of kan het
budget worden ingekrompen? Waar zit nog financiële ruimte of waar kan
het efficiënter? Dus al Natuurlijk betekent het teruggaan naar de kerntaken iets voor de organisatie. Al is het nu nog te vroeg om daar iets concreets over te zeggen, veranderingen zijn onvermijdelijk. Bij gesprekken over eventuele personele consequenties is de Ondernemingsraad (OR) nauw betrokken. De OR maakt daarbij recht van haar adviesrecht. De directie gaat ervan uit dat eventuele gevolgen voor de formatie kunnen worden opgevangen door het natuurlijk verloop in de organisatie. Een rondgang leer dat er maar weinig collega’s zijn die zich afvragen of ze volgend jaar nog wel een baan hebben. Binnen de organisatie is vanaf 2011 een bezuiniging ingeboekt van € 2,5 miljoen, dit wordt nog concreet ingevuld. Noord-Holland
blijft er naast die kerntaken nog wat bij doen. In maart hebben
Provinciale Staten het takenpakket van Noord-Holland Gedeputeerde
Staten en de provinciale organisatie moeten aan de slag. De
bezuinigingsvoorstellen uit de kaderbrief worden in de zomermaanden
omgezet in concrete begrotingsvoorstellen en krijgen een plek in de
begroting 2011. Als Provinciale Staten de begroting 2011 op 8 november
vaststellen, zijn de bezuinigingen definitief. Intussen worden
afspraken gemaakt met instellingen waarvan de provinciale subsidie in
2011 stopt. In de kaderbrief is een tijdelijk budget van ongeveer € 10
miljoen voorzien voor Met
dit miljoenen-krimpscenario uit de kaderbrief hebben Provinciale Staten
het provinciaal huishoudboekje opnieuw op orde gebracht. Noord-Holland
behoudt een duurzaam financieel evenwicht. Desondanks blijven het voor
de provinciale financiën onzekere
Dit artikel stond in Op Dreef, het interne magazine van de provincie Noord-Holland, juli 2010 |