DE VAN DUSSELDORPSTRAAT  IN  GOES



Van 1991 tot 2018 woonde ik in Goes in de toenmalige pastorie aan de Van Dusseldorpstraat - met veel genoegen! Reden om mij eens te verdiepen in deze straat.

A. DE BURGEMEESTER

In de lijst van burgemeesters van Goes sinds 1831 tref ik er twee aan naar wie een straat is vernoemd: de Blaaubeenstraat is vernoemd naar Martinus Pieter Blaaubeen, burgemeester van Goes van 1852 tot 1879 - en de Van Dusseldorpstraat is vernoemd naar Rudolf Mari van Dusseldorp, burgemeester van Goes van 1934 tot 1940. Beide straten liggen vlak bij elkaar, dicht bij de spoorlijn door Goes.

Wie was Rudolf Mari van Dusseldorp? (de voornaam Mari is zeldzaam, maar de bronnen vermelden hem zo - het is dus geen schrijffout).
Rudolf Mari van Dusseldorp was een zoon van Pieter van Dusseldorp en Catharina Elisabeth Mees. Hij was getrouwd met Carolina Anna Kern.

Burgemeester Van Dusseldorp

Over burgemeester Van Dusseldorp vond ik enkele artikelen in de Vlissingse Courant, die een beeld geven van zijn leven.

In de Vlissingse Courant van 6 november 1934 lezen we, ter gelegenheid van zijn benoeming als burgemeester van Goes:

GOES

De nieuwe burgemeester van Goes.

    De heer mr. R. M. van Dusseldorp, lid van Ged. Staten, die benoemd is tot burgemeester van Goes, is 11 November 1889 te Vlaardingen geboren, en promoveerde op 4 Juli 1919 te Leiden tot meester in de rechten. Na werkzaam te zijn geweest op de secretarie te Katwijk, werd hij tegen 16 Januari 1921 benoemd tot burgemeester van Westkapelle en deed dus toen zijn intrede in Zeeland. Op 4 Juli 1923 deed hij voor de chr.-hist. partij zijn intrede in de Provinciale Staten en deze kozen hem direct tot lid van Ged. Staten welke functie hij thans nog bekleedt. In 1932 is hij benoemd tot ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw.

    De heer Van Dusseldorp is o.a. kringcommissaris van het Ned. Roode Kruis en voorzitter van de afdeeling Middelburg; lid van het bestuur van het Zeeuwsch Watersnood-comité en van dat van de Prov. Zeeuwsche vereeniging tot bestrijding der T.B.C., terwijl hij plaatselijk in vele vereenigingen werkzaam is op kerkelijk en sociaal terrein. Zoo is hij lid van het college van notabelen der Ned. Herv. kerk en van dat van regenten van het huis van bewaring.
    In de Chr. Hist. Unie is de heer Van Dusseldorp lid van het hoofdbestuur, voorzitter van den Kamerkring en van de plaatselijke afdeeling.
    De nieuwe burgemeester heeft het voornemen zich uit de practische politiek terug te trekken, al zal hij voor de loopende periode lid van de Prov. Staten blijven.

Van Dusseldorp is maar ruim vijf jaar burgemeester van Goes geweest. Op 7 februari 1940 overleed hij.

Nog diezelfde dag (7 februari 1940) schreef de Vlissingse Courant:

De burgemeester van Goes overleden.

    Vanochtend is in de Sint Ursula-kliniek te Wassenaar, waar hij sinds enkele dagen werd verpleegd, op 50-jarigen leeftijd overleden mr. R. M. van Dusseldorp, burgemeester van Goes.

    De thans overledene was 11 November 1889 te Vlaardingen geboren, studeerde aan de Universiteit te Leiden en promoveerde aldaar op 4 Juli 1919 tot meester in de rechten. Hierna werkte hij ter secretarie te Katwijk. Toen de heer J. D. Viruly het ambt van burgemeester van Westkapelle neerlegde, werd de heer van Dusseldorp daarvoor aangewezen en zoo deed hij met zijn echtgenoote op 18 Januari 1921 zijn intrede in Zeeland en wel als burgemeester van Westkapelle. Hij was maar betrekkelijk kort in deze functie werkzaam, want bij de verkiezingen van leden voor de Provinciale Staten werd hij voor de Chr. Hist. Unie afgevaardigd. Op 4 Juli 1923 kozen de Staten hem tot lid van Ged. Staten. In die functie heeft hij gedurende meer dan 11 jaar met groote toewijding de belangen van de provincie, haar gemeenten en haar inwoners bevorderd.
    Tegen het einde van 1934 bleek de heer van Dusseldorp naar iets anders te zoeken en hij vond dit toen hij benoemd werd tot burgemeester van Goes met ingang van 1 December van dat jaar. Hij liet het werk als Gedeputeerde over aan den heer v. d. Wart en zelf vertrok hij van Middelburg naar Goes. Daar heeft hij zich ruim 5 jaar gegeven voor de belangen van de grootste gemeente van Zuid-Beveland.
    De heer van Dusseldorp was een zeer voorkomende persoon. Zijn heengaan op nog slechts 50-jarigen leeftijd, wordt dan ook terecht als een groote slag voor Goes in het bijzonder en ook voor de geheele provincie gevoeld.
    Op verschillend ander terrein des levens heeft de heer van Dusseldorp zich doen kennen als een rechtschapen man, die als waar Christen wilde leven.
    Hij was o.m. kringcommissaris en lid van het hoofdbestuur van het Nederlandsche Roode Kruis, lid van den raad van beheer van de P.Z.E.M., lid van het hoofdbestuur van de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten, voorzitter van den Provincialen Brandweerbond, lid van den raad van toezicht van de N.V Waterleidingmaatschappij Zuid-Beveland, president-kerkvoogd van de Ned. Hervormde gemeente.
    De begrafenis zal Zaterdag a.s. om 3 uur op Oud Eik en Duinen te 's-Gravenhage plaats vinden.
    In verband met het overlijden van den burgemeester zal morgenavond om 8 uur een spoedeischende speciale vergadering van den gemeenteraad worden gehouden.

Op 12 februari 1940 volgde een uitvoerig artikel over de begrafenis. Ons als moderne lezers vallen hierin op het streven naar volledigheid bij de opsomming van de aanwezigen en de vele bestuurders van adel.

Goes' burgemeester ten grave gedragen.

ZEER GROOTE BELANGSTELLING

    Onder zeer groote belangstelling is Zaterdagmiddag op de begraafplaats Oud Eik en Duinen te 's-Gravenhage het stoffelijk overschot ter aarde besteld van wijlen mr R. M. van Dusseldorp, in leven burgemeester van Goes.
    Onder de velen, die den ontslapene naar zijn laatste rustplaats geleidden, bevonden zich de Commissaris van de Koningin in de provincie Zeeland, jhr. mr. J. W. Quarles van Ufford, vele burgemeesters, waaronder de heeren C. A. van Woelderen, burgemeester van Vlissingen, mr. dr. J. van Walré de Bordes, burgemeester van Middelburg, jhr. mr. W. C. Sandberg tot Essenburg, burgemeester van Krabbendijke, jhr. mr. A. F. C. de Casembroot, burgemeester van Westkapelle, M. Fernhout, burgemeester van Bussum, oud-burgemeester van Middelburg en mr. H. N. baron Schimmelpenninck van der Oye, burgemeester van Kloetinge. Voorts waren aanwezig de gemeentesecretaris, de heer J. I. van Ballegoyen de Jong, de waarnemend burgemeester wethouder H. de Roo, de gemeente-ontvanger van Goes, de heer H. Koops, de ontvanger der registratie en domeinen te Goes, de heer G. N. Neelemans, een deputatie van het hoofdbestuur van het Nederlandsche Roode Kruis, bestaande uit de heeren mr. dr. F. Donker Curtius, secretaris-generaal, J. J. M. de Waal, penningmeester. Voorts waren vertegenwoordigd kerkvoogdij en kerkeraad der Ned. Herv. Kerk te Goes, de plaatselijke commissie voor bijzondere nooden, het Oranjecomité, de economische spijsuitdeeling, alle hoofdambtenaren waren aanwezig, zoomede deputaties van de gemeente-secretarie, van de Goesche brandweer en de politie, vertegenwoordigers van alle gemeentebedrijven en -diensten, alle hoofden van de openbare scholen te Goes, een deputatie van het Leger des Heils aldaar, vertegenwoordigers van de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten en van de fraude-risico-onderlinge der gemeenten en een deputatie van de Goessche padvinders. Voors gaven van hun belangstelling blijk de heeren dr. C. van den Berg, directeur-generaal van de volksgezondheid, G. A. Hajenius, oud-burgemeester van Goes, mr. F. A. Deelen, officier van justitie te Breda, mr. J. Moolenburgh, kantonrechter te Middelburg, E. C. Wierts van Coehoorn, oud-commissarie van politie, mr. W. F. E. baron van der Feltz, officier van justitie te Middelburg, jhr. ir. J. de Ranitz namens het bestuur van het Roode Kruis te Middelburg, enkele leden van den Goesschen gemeenteraad, kolonel G. Berghuijs, inspecteur van de militaire administratie, een deputatie van de vereeniging van kerkvoogdijen in de Ned. Herv. Kerk, bestaande uit de heeren mr. A. de Jong uit Mijnsheerenland en C. van Harderwijk uit Tilburg, mr. A. Mes, voorzitter van de vereeniging van burgemeesters en wethouders in Zuid- en Noord-Bevelend, mede namens de waterleidingmaatschappij Zuid-Beveland, waarvan de waarnemend voorzitter, de heer A. van der Poest Clement, eveneens aanwezig was, H. B. Pilaar, namens het plaatselijke Roode Kruis en de Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer, de heer J. Slooves, directeur van de P.Z.E.M. en vele anderen.

In de aula.

    In afwijking van het oorspronkelijke plan werd in de aula door enkele sprekers het woord gevoerd.
    Als eerste spreker voerde een broeder van den overledene, de heer G. van Dusseldorp, het woord. Spr. begon met er op te wijzen, dat hij geen gemakkelijke taak had om mede namens den hoogbejaarden vader een laatsten afscheidsgroet te brengen. Ook in naam van de broers en zusters voerde spreker het woord. Hij wees op den hechten familieband en op het gelukkige gezinsleven, dat den slag voor de echtgenoote en kinderen zoo zwaar doet zijn.

De Commissaris der Koningin spreekt.

    Vervolgens voerde het woord de Commissaris van de Koningin in Zeeland, jhr. mr. J. W. Quarles van Ufford. Met groote ontsteltenis en diep leedwezen is in geheel Zeeland het overlijden van burgemeester van Dusseldorp vernomen, aldus spr. Voorts gaf hij mede namens het provinciaal bestuur, de oud-collega's in het college van Gedeputeerde Staten en den griffier der Staten, uiting aan de deelneming in het verlies, dat de familie, de provincie Zeeland en Goes in het bijzonder getroffen heeft. In de eerste plaats ging spr.'s deernis uit naar de echtgenote, de kinderen en den hoogbejaarden vader van den overledene. Het moge eenigermate een troost zijn, dat hij in de volle glorie van zijn  leven is heengegaan en dat zoovele blijken van sympathie zijn ontvangen. Daar in het huisgezin van den overledene een oprechte christelijke sfeer heerschte, zei spr. overtuigd te zijn, dat mevrouw van Dusseldorp en de kinderen eerst het oog naar boven zullen wenden.
    Spr. schetste den levensloop van den ontslapene van 1921 af, toen hij tot burgemeester van Westkapelle werd benoemd. In de twee jaren, dat hij deze functie bekleedde, heeft hij met groote toewijding en ijver het belang dier gemeente behartigd; in de harten der Westkapellers heeft hij zich een ruime plaats veroverd. In 1923 werd mr. van Dusseldorp lid van de Provinciale Staten en nog hetzelfde jaar van Gedeputeerden. Hij heeft een groot aandeel in de werkzaamheden van dat college gehad. Spr. bracht de groote voorliefde en zijn goede zorgen van den overledene in herinnering voor het beheer der provinciale geldmiddelen en zijn belangstelling voor de communicatiemiddelen over de breede Zeeuwsche wateren. In 1934 werd mr. van Dusseldorp benoemd tot burgemeester van Goes. Hij toonde daarvoor uitnemende eigenschappen en hoedanigheden te bezitten. Menig werk van openbaar nut is tot stand gekomen en vele zegenrijke maatregelen zijn onder zijn leiding genomen. Doch nog veel hooger zijn op prijs gesteld de gaven van hart; hij was vriendelijk, minzaam en medelevend in het lot van anderen. Hij heeft zich een uitgebreiden kring van vrienden verworven en in Goes was hij alom geliefd en bemind. Hij heeft zich steeds laten leiden door de christelijke beginselen; daarvoor wilde hij strijden, doch als burgemeester heeft hij de meest strikte onpartijdigheid in acht weten te nemen. Zijn nagedachtenis zal in Zeeland in hooge eere blijven, aldus besloot spr.

Waarnemend burgemeester van Goes voert het woord.

    De volgende spreker was de heer H de Roo, waarnemend burgemeester van Goes. Twee dagen geleden reeds had spr. in den Goesschen gemeenteraad gememoreerd, hoe mr. van Dusseldorp van Goes hield en Goes van haar burgemeester. Niet alleen voor Goes echter, ook voor de menschen heeft hij veel goeds gedaan. Spr. zei blij te zijn, dat juist hij, die zoo veel goeds had ondervonden, het mocht zijn, die woorden van afscheid namens de gemeente zou spreken. Tot mevrouw van Dusseldorp en de kinderen zei spr., dat zij zich verzekerd kunnen houden van de vriendschap der burgerij.

Woorden van deelneming.

    Namens de studiegenooten voerde mr. H. M. de Vries het woord. Mr. van Dusseldorp is de eerste van de jaarclub, die is heengegaan. Hij had vele vrienden en geen vijanden. Spr. uitte zijn deelneming met de echtgenote, de kinderen en den vader van den overledene. Tot slot sprak ds. P. J. Stein uit naam van de kerkvoogdij en de kerkelijke gemeente. Bij bracht den overledene hartelijk dank voor al hetgeen hij geweest is op het terein [!] van de kerkelijke gemeente. Hij heeft al zijn werk gedaan, daar hij zich op die plaats door God geroepen wist. Met woorden van troost richtte de predikant zich tot de echtgenoote en de kinderen: er is hier een schoons herinnering, die vertroosting geeft. Zijn voorbeeld van trouw en toewijding en liefde voor zijn werk zal hen sterken. Doch de ware troost, aldus spr., komt als Jezus Christus komt in de kringen der bedroefden. Hij wi1 ons troosten met de eeuwige vertroosting.
    Tot slot las spr. enkele verzen uit de  openbaring van Johannes.
    Aan de groeve dankte ds. de Vries  voor de betoonde belangstelling.

Op 3 maart 1940 vermeldde de Vlissingse Courant:

GOES

Een Burgemeester Van Dusseldorp-school.

B. en W. stellen voor aan de onlangs geopende openbare U.L.O.-school den naam "Burgemeester Van Dusseldorp-school" te geven.

NB: Dit gebouw staat er nog steeds: op de hoek van de Voorstad en de later aangelegde Van Dusseldorpstraat. Momenteel (2016) staat het leeg. Het is nog niet duidelijk wat er mee gaat gebeuren.

Burgemeester Van Dusseldorp werd opgevolgd door Warner Cornelis ten Kate, burgemeester van Goes van 1940 tot 1941 en van 1946 tot 1958. Tijdens de bezetting was de NSB-er Cornelis Egbert Petrus Lenshoek burgemeester van Goes (1941-1944).

B. DE VOORGESCHIEDENIS

De Van Dusseldorpstraat loopt door het zuidelijke gedeelte van de woonwijk Goes Oost. Het kost enige fantasie om ons voor te stellen hoe dit gebied er honderd jaar geleden uitzag. Een woonwijk was het bepaald nog niet. Het land tussen Goes en Kloetinge stond bekend als "de weitjes". In droge zomers kon je er door lopen, langs paadjes en over slootplanken. 's Winters was het een drassig gebied, moeilijk begaanbaar. Wegen waren er niet, ook de Patijnweg langs de spoorlijn bestond nog niet; de officiële weg van Goes naar Kloetinge was de route Voorstad - over de spoorlijn - Kloetingseweg - Buijs Ballotstraat - weer over de spoorlijn - Lewestraat.
Eeuwenlang liep er tussen Kloetinge en Goes wel een schuitvaart, van 't Ouwe Veeruus aan het Noordeinde van Kloetinge naar ongeveer de plaats waar de Van Dusseldorpstraat aansluit op de Voorstad. Deze schuitvaart is aangelegd tussen 1564 en 1567 (De Klerk / Moerland: Van gesloten bolwerk tot open stad, pag. 9). Zo konden bijvoorbeeld landbouwproducten met schuiten van Kloetinge naar Goes worden vervoerd.
Dit gebied behoorde grotendeels tot de toenmalige gemeente Kloetinge. De grens tussen Goes en Kloetinge was nog de middeleeuwse grens van 1444 en 1472 (zie DEKKER, Een schamele landstede, pag. 179-182). Goes had behoefte aan uitbreiding, maar werd beperkt door de grens met Kloetinge. In de periode waarin Rudolf Mari van Dusseldorp burgemeester van Goes was, was Cornelis Zandee (1874-1956) burgemeester van Kloetinge, om precies te zijn van 1922 tot 1940.


In die jaren bevonden zich ten noorden van spoorlijn de hofstede Welgelegen en de buitenplaats Ma Retraite met bijbehorende gronden, deels op Kloetings gebied.

De oude hofstede Welgelegen, gelegen aan de Voorstad (ongeveer op de plek van het huidige centrum De Pijlers), was in bezit van achtereenvolgende generaties van de invloedrijke familie Kakebeeke. In de jaren '30 woont ir. A.M. Peman Kakebeeke op Welgelegen; hij overlijdt plotseling op 30 januari 1947 (overlijdensadvertentie in de PZC). Inmiddels heeft Welgelegen dan al een maatschappelijke bestemming gekregen. Na de oorlog wordt het gebouw gebruikt door de Bijz. Kerkelijke Gezinszorg. De PZC van 5 juni 1945 vertelt ons hoe de 20 meisjes, die in het huis "Welgelegen"  aan de Voorstad te Goes ... zijn opgeleid, met 2 leidsters en 2 verpleegsters per truck uit Goes vertrokken, om te Amsterdam te worden ingezet bij het werk in gezinnen, die daaraan behoefte hebben. Vol goede moed en opgewekt vertrokken de meisjes. Daarna neemt de Vereeniging Kinderzorg Welgelegen in gebruik als hulppaviljoen voor kinderen; op maandagmiddag 16 juli 1945 vindt de opening plaats (PZC van 5 juli 1945 en 17 juli 1945). Over dit Noodkindertehuis schrijft de PZC op 25 januari 1946: Thans is dit huis bevolkt met 11 jongens en 13 meisjes. Maar op 28 juni 1946 schrijft de PZC: het zit nu al zoo goed als vol. Het Bestuur besloot onlangs in een slaapkamer voor babies geen schoorsteen te laten aanbrengen om toch maar niet de ruimte voor een paar kinderledikanten te laten verloren gaan. In één woord: het is woekeren met de ruimte. Daarom zoekt Kinderzorg naar een betere locatie en vindt die in Serooskerke (Walcheren). Dinsdag zijn de kinderen uit het tehuis "Welgelegen" van Kinderzorg te Goes, verhuisd naar Serooskerke, waar de vereniging Kinderzorg, zoals bekend, het landgoed "Vrederust" heeft laten verbouwen tot gerieflijk kindertehuis dat thans eveneens "Welgelegen" heet (PZC van 30 juni 1948). In de tijd nadien (de preciese datum heb ik niet kunnen achterhalen) is Welgelegen afgebroken.

Ongeveer op de plaats waar nu de Bergweg uitkomt op de Patijnweg, lag de buitenplaats Ma Retraite. Deze fraaie woning was in de tweede helft van de negentiende eeuw gebouwd door notaris Adriaan Kakebeeke (1803-1889). Na hem werd Ma Retraite bewoond door zijn nakomelingen, als laatsten het echtpaar Claus-Peman Kakebeeke. Als op dinsdag 28 april 1931 notaris Jonkers namens de heer Ph.R. Claus Ma Retraite publiek verkoopt (De Zeeuw van 13 april 1931), ziet de gemeente Goes haar kans schoon en koopt Ma Retraite. Waar deze villa met tuin aansluit aan Bouwplan III, valt het toe te juichen, dat dit mooie terrein ook in handen der gemeente is gekomen, schrijft De Zeeuw op 30 april 1931 goedkeurend. Maar hoe nu verder? Naar de Goessche Courant verneemt, zal de ville "Ma Retraite" aan den Patijnweg te Goes binnen korten tijd worden gesloopt, schrijft de Middelburgsche Courant op 21 mei 1931. Als reactie op dit bericht deelt de burgemeester van Goes ons mede, dat daarvan bij het gemeentebestuur van Goes, niets bekend is en het nieuwtje geheel komt voor rekening van de Goessche Courant (Middelburgsche Courant van 22 mei 1931). Het pand wordt tijdelijk verhuurd aan de Zeeuwsche Confectie Fabriek (Middelburgsche Courant van 3 september 1931).
In zijn nieuwjaarstoespraak van 1932 zegt burgemeester Hajenius van Goes (de voorganger van burgemeester Van Dusseldorp), terugblikkend op 1931: Buitengewoon belangrijk was de aankoop van "Ma Retraite" (woonhuis van de familie Claus), gedeeltelijk gelegen in de gemeente Kloetinge, met de bijbehoorende gronden, groot ongeveer 1.20 Hectare. De raad van Goes heeft daarmede goed werk verricht  (Goessche Courant van 22 januari 1932). Het lot van Ma Retraite blijft nog even ongewis. Het gerucht ging dat "Ma Retraite" gesloopt zou worden, omdat op dien mooien stadshoek een blok huizen zou verrijzen. Het Dagbl. v. Zeel. meldt, dat dit gelukkig niet juist is. Bij gemeentewerken zijn aanvragen binnengekomen voor den bouw van een villa en twee dubbele heerenhuizen. Meer niet. Komt men tot een accoord, zoover is het echter nog niet, dan pas gaat "Ma Retraite" tegen den grond (De Zeeuw van 10 september 1935). Nog geen maand later (9 october 1935) moet dezelfde krant echter melden: Het is thans zeker, dat het heerenhuis Ma Retraite aan den Patijnweg alhier, wordt afgebroken. In een advertentie in de Zeeuw van 14 october 1935 bieden B&W van Goes de afbraak van het groote heerenhuis "MA RETRAITE" aan den Patijnweg te Kloetinge bij Goes te koop aan.

Maar daarmee was Goes er nog niet.

In 1934 kwamen Gedeputeerde Staten van Zeeland met een plan om de grenzen van enkele Zuid-Bevelandse gemeenten te wijzigen. De grens tussen Goes en Kloetinge zou een stukje naar het oosten opschuiven, zodat Goes meer ruimte zou krijgen. De huizen aan Vogelzangsweg en Heernisseweg komen ook bij Goes. Wat de Patijnweg betreft, hier komt de grens ongeveer achter den eersten boomgaard achter Ma Retraite, welke boomgaard de gemeente Goes reeds in eigendom heeft. De Patijnweg blijft dus voor het grootste deel tot Kloetinge behooren (De Zeeuw van 13 november 1934). Deze plannen stuitten echter op ernstige bezwaren van de gemeenteraad van Kloetinge. Kloetinge wilde geen gebied afstaan (De Zeeuw van 16 october 1935). In 1938 ligt er een nieuw plan op tafel: de grens zou nog verder naar het oosten verschuiven: tot aan de Lewestraat, zodat de hele Patijnweg zou toevallen aan Goes (Middelburgsche Courant van 7 maart 1938). Groote uitbreiding van Goes ten koste van Kloetinge- schrijft De Zeeuw (8 maart 1938). Deze uitbreiding omvatte ook gebied ten zuiden van de spoorlijn (omgeving Buys Ballotstraat) - vooral die grenswijziging lag gevoelig. De gemeenteraad van Kloetinge, onder voorzitterschap van burgemeester Zandee, wijst de voorgestelde grenswijziging met algemene stemmen af (Middelburgsche Courant van 22 april 1938). Burgemeester Zandee brengt de Kloetingse bezwaren te berde in een openbare vergadering van Gedeputeerde Staten (Middelburgsche Courant van 26 juni 1938). Aan het eind van 1939 is er aan de lijdensweg ... van de uitbreiding in de richting Kloetinge ... nog steeds geen einde te zien  (Middelburgsche Courant van 30 december 1939). In maart 1940 hakt de minister de knoop door: ten zuiden van de spoorlijn behoudt Kloetinge de omgeving Buys Ballotstraat - ten noorden van de spoorlijn verschuift de grens naar het oosten tot aan de Lewestraat, zodat vrijwel de hele Patijnweg zal gaan behoren tot Goes. Het is dus te verwachten, dat het wetsontwerp, zoo gewijzigd, thans eindelijk binnenkort in de Kamer zal komen (Middelburgsche Courant van 4 maart 1940). Ruim twee maanden later breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Daarmee komt de uitbreiding van Goes voor jaren stil te liggen.

C. DE STRAAT

Van dhr. M.L. Zandee, achterneef van bovengenoemde burgemeester Zandee van Kloetinge en evenals ik woonachtig in de Van Dusseldorpstraat, kreeg ik de volgende interessante foto's.


Deze luchtopnames zijn gemaakt door de geallieerden in 1944. Ze waren geïnteresseerd in de spoorlijn met het oog op de troepentransporten. De spoorlijn is te zien als de ongeveer horizontale baan midden over de linker foto en onderaan de rechter foto; direct langs de spoorlijn zien we de woningen van de Patijnweg. De licht gebogen weg die de spoorlijn kruist is de Voorstad / Kloetingseweg. Het grote gebouw met het lichte dak is de Van Dusseldorpschool. Op de rechter foto zien we daarboven de Geraniumstraat, evenwijdig aan elkaar noordwaarts de Leliestraat en de Tulpstraat, en haaks daarop de Vogelzangsweg. Maar de Van Dusseldorpstraat, evenwijdig aan spoorlijn en Patijnweg, was er toen (1944) nog niet. Vergelijk de rechter foto met de huidige plattegrond van dezelfde omgeving:


Na de oorlog had de gemeente Goes grote plannen: er zou een nieuwe wijk Oost verrwijzen, ontsloten door onder andere een straat vernoemd naar de betreurde burgemeester Van Dusseldorp. Het moest een straat met allure worden. Helaas - zoals wel vaker - moest de begroting worden bijgesteld. In de PZC van 22 november 1949 lezen we:

De uiteindelijke vergoeding voor onteigening in het bouwplan Oost zal belangrijk hoger komen dan verwacht werd, daarom is gezocht naar een weg tot verlaging van de kosten voor de grond. De Dusseldorpstraat is enkelbanig geworden en de middenbeplanting vereenvoudigd.

Daar staat tegenover dat de nieuwe Van Dusseldorpstraat een primeur krijgt: de eerste hoogbouw van Goes! Op 30 mei 1952 schrijft de PZC:

Dan willen B. en W. meewerken aan de financiering van een flatgebouw, het eerste flatgebouw, dat in Goes zal verrijzen. Een aannemersfirma wil dit gebouw. dat in drie woonlagen twaalf woningen zal bevatten - met daarbij vier garages - bouwen aan de Burgemeester Dusseldorpstraat - hoek Bergweg.

En de bouw verloopt voorspoedig, want op 5 januari 1953 schrijft de PZC al:

EEN FRAAI COMPLEX.
EERSTE FLATGEBOUW TE GOES NADERT ZIJN VOLTOOIING
Wellicht einde Februari voor bewoning gereed.
    Wanneer door vorst of andere tegenslagen geen stagnatie optreedt, zal over een paar maanden het eerste flatgebouw in Goes betrokken kunnen worden. In de gemeenteraad werd in het nabije verleden reeds enkele malen gewezen op de wenselijkheid van verdiepingsbouw en in de zomer van 1952 deelden B. en W. aan de raad mede, dat in verband met de inkrimping van de beschikbare bouwgrond aan étagebouw niet viel te ontkomen. De fa. Heijkamp II nam het initiatief tot de bouw van de eerste flat op de hoek Burgemeester Van Dusseldorpstraat-Bergweg. Nu dit drie verdiepingen hoge gebouw zijn voltooiing nadert, mag zeker reeds geconstateerd worden, dat dit complex van twaalf woningen, mede door het geslaagde exterieur, in deze omgeving geenszins zal detoneren.
    Hoewel het gebouw op het ogenblik nog in de steigers staat en binnen in de kale kamers en gangen voor de leek nog een grote chaos heerst, kan toch reeds een idee worden gevormd hoe een en ander er zal komen uit te zien. De twaalf woningen (in drie woonlagen) krijgen zes bij zes een gezamenlijke ingang. Een ruime trap, welke eveneens gezamenlijk door de bewoners zal worden gebruikt, leidt naar de twee bovenverdiepingen. Voor het overige zijn de woningen alle afzonderlijk ingericht, dus zonder centrale verwarming, bergruimten e.d., zoals in een flatgebouw wel plegen voor te komen.
    De zes buitenste woonlagen zijn het grootst. Behalve een grote woonkamer bevat daar iedere verdieping drie slaapkamers, een ruime keuken, een douchecel en een toilet. De woonlagen in het midden, zijn over het geheel iets kleiner en tellen behalve een woonkamer, twee kleine slaapkamers, en eveneens een douchecel met toilet. Voorts krijgen de bovenbewoners 'n balcon, terwijl aan de achterzijde van het complex voor alle twaalf woningen een schuurtje is gebouwd met daarnaast nog vier garages.
    Wanneer straks alles gereed zal zijn, zal Goes met deze eerste flat ongetwijfeld een aantrekkelijk bouwwerk rijker zijn.
    Zoals bekend heeft de gemeente Goes van dit complex negen woningen in drie woonlagen alsmede drie garages aangekocht. Het resterende deel blijft het eigendom van de aannemersfirma. De huren zullen van ca. f 53.50 - f 65 per maand variëren.
    Binnenkort zal worden voortgegaan met verdiepingsbouw, door de bouw van 8 beneden- en 16 bovenwoningen aan de C. de Graaffstraat.

En het blijft niet bij één flatgebouw; op 22 augustus 1953 lezen we in de PZC:

Tweede flatgebouw in Goes.
Extra bouwvolume voor personeel Herverkavelingsdienst.
    B. en W. van Goes stellen aan de raad voor, een tweede flatgebouw aan de Van Dusseldorpstraat - hoek Bergweg te doen bouwen. In verband met de vorming van een dienst herverkaveling voor de gehele provincie, met standplaats Goes, zullen namelijk een 7-tal ambtenaren hier gehuisvest moeten worden. Hiervoor werd een extra-bouwvolume toegekend.
    Met een klein gedeelte van de onlangs toegewezen bouwvolume van 20 woningen, is het mogelijk 12 woningen te bouwen. B. en W. zijn van oordeel, dat een goede oplossing hiervoor gevonden kan worden door het bouwen van een tweede flat, als pedant [bedoeld waarschijnlijk: pendant] van de aldaar reeds aanwezige flat. Daardoor zou ter plaatse een zeer goede bebouwing worden verkregen. In tegenstelling met de eerste flat is het de bedoeling deze te doen bestaan uit twee typen woningen en wel met resp. zes en zeven slaapplaatsen. Eveneens dienen aldaar vier garages te worden gebouwd.
    Voor deze bouw zal een architect worden ingeschakeld, terwijl een openbare aanbesteding zal plaats vinden.

Deze flatgebouwen staan er nog steeds. De gevel-ornamenten tonen dat men "iets bijzonders" wilde bouwen.

D. DE SCHOLEN

Hierboven noemde ik al de Van Dusseldorpschool, die er al zo'n 10 jaar eerder was dan de Van Dusseldorpstraat. Toen ik zelf in de jaren '60 op het toenmalige Christelijk Lyceum aan de Bergweg zat, hadden we af en toe gymnastiek in de gymzaal van de Van Dusseldorpschool (omdat het Christelijk Luceum gymruimte te kort kwam).

Aan de Van Dusseldorpschool was vastgebouwd het indrukwekkende Goes Lyceum. Op 9 october 1958 schrijft de PZC over de uitbreiding van verschillende Goese scholen.
Ook het Goese Lyceum is uit het gebouw aan de Alb. Joachim-kade gegroeid. De schetsplannen voor de bouw van een nieuwe school, die op een terrein aan de Vogelzangsweg, de Bergweg en de Van Dusseldorpstraat zal verrijzen, zijn in een vergevorderd stadium. Het gebouw werd ontworpen door het architektenbureau Rothuizen- 't Hooft en telde in eerste opzet 24 lokalen, waaronder een gymnastieklokaal (PZC van 4 februari 1960). Tijdens de bouw overleed een timmerman aan een hartverlamming (PZC van 31 januari 1961). De PZC spreekt van een kolossaal complex en van een gigantisch bouwwerk, met kolossale afmetingen. Zo heeft het gevelfront met de hoofdingang aan de Van Dusseldorpstraat een lengte van 91 meter, de gevellengte langs de Irenestraat [thans: Fransen v. d. Puttestraat] bedraagt 89 meter. ... Enorme hoeveelheden bouwmaterialen zijn nodig om een dergelijk complex tot stand te brengen. In totaal is er in het gebouw zeven kilometer elektrische buis verwerkt, hetgeen neerkomt op maar liefst 21 kilometer draad. Verder is er o.m. gebruikt 1780 kubieke meter beton met 200 ton betonstaal. Respectabele aantallen. Het is dan ook een imposant complex dat straks ongetwijfeld als een nieuwe parel gevoegd kan worden bij de reeks van fraaie schoolgebouwen in Goes (PZC van 16 augustus 1961). - De Van Dusseldorp-MULO/MAVO en het Goese Lyceum maakten later deel uit van de Pontes Scholengemeenschap. Het Goese Lyceum werd voortdurend uitgebreid met extra (nood)lokalen en zelfs met een extra verdieping. Maar verbouwen en uitbreiden heeft z'n grens. In de zomer van 2014 is het Goese Lyceum verhuisd naar een fraai nieuw gebouw aan de andere kant van de Oranjeweg. Het grote gebouw aan de Van Dusseldorpstraat is in de winter 2014/5 afgebroken. Wat er met de lege kavel - momenteel een enorm grasveld - gaat gebeuren, is onduidelijk.

Ook aan het eind van de Van Dusseldorpstraat staat een schoolgebouw. Deze locatie heeft een boeiende onderwijsgeschiedenis. Tot begin jaren '80 stond daar de Voetius-school: school voor ULO, later MAVO op reformatorische grondslag. Vanaf begin jaren '80 was de Christelijke Scholengemeenschap Ter Welle er gevestigd met de opleidingen MDGO (Middelbaar Dienstverlenend en Gezondheids Onderwijs: een opleiding tot apothekers-, dokters- of tandarts-assistente en tot bejaarden-, gezins-, kraam-, of lichamelijk gehandicaptenverzorgende) en MHNO (Middelbaar Huishoud- en Nijverheids Onderwijs). Deze informatie ontleen ik aan een artikel in de PZC van 13 januari 1986 over de jaarlijkse Open Dag. Eind jaren '80 gingen het Christelijk Lyceum, de De Casembroot-mavo en Ter Welle samenwerken in één brede christelijke scholengemeenschap: het Buys Ballot College. Daardoor zou de locatie aan de Van Dusseldorpstraat vrij komen. Er is sprake van geweest dat Groot Stelle (de vroege ambachtsschool aan de Bergweg) dit zo dichtbij gelegen schoolgebouw zou kunnen gebruiken (PZC van 18 maart 1988). Maar toen in 1992 het Christelijk Lyceum zijn oude schoolgebouw (waarin ik zelf les heb gehad) verving door een nieuw, was de school aan de Van Dusseldorpstraat hard nodig als tijdelijke lesruimte (PZC van 15 april 1992). Nadat de lyceïsten weer waren vertrokken, onderzocht de gemeente Goes de mogelijkheid om het vrijgekomen pand te gebruiken voor de openbare basisschool De Zuidwesthoek (PZC van 24 juni 1997). Uiteindelijk betrok het Hoornbeeck College (reformatorische school voor middelbaar beroepsonderwijs) het gebouw. Omdat het te klein en verouderd was, verrees in 2003 op dezelfde plaats een gloednieuw Hoornbeeck College (PZC van 29 augustus 2002) - een gebouw dat enkele jaren later ook al weer te klein bleek te zijn (PZC van 7 december 2007).

Tenslotte nog dit. Naast de genoemde scholen aan de Van Dusseldorpstraat zelf zijn er in deze buurt nog tal van andere lagere en middelbare scholen gevestigd. Tijdens het schooljaar komen er elke dag vele honderden kinderen en jongeren door de straat. Denkend aan barre verhalen over "de jeugd van tegenwoordig" (verhalen die overigens van alle tijden zijn) zou je wel enige overlast verwachten. Het tegendeel is het geval. In meer dan 20 jaar heb ik van al deze schooljeugd in de buurt nooit enige hinder ondervonden. Waarvan acte! - En tijdens de schoolvacanties? dan is het gewoon stil in de Van Dusseldorpstraat.

E. HET GEREFORMEERDE BEJAARDENTEHUIS SCHILD EN HOF.

Ongeveer op de plek van de vroegere hofstede Welgelegen, dicht bij de Voorstad, bevond zich van 1960 tot 1988 het gereformeerde bejaardentehuis Schild en Hof. Over de opening schrijft de PZC op 30 december 1960:

Mijlpaal in historie van Geref. Kerk
Gereformeerd bejaardentehuis te Goes officieel geopend.
Burgem. dr. J.W. Noteboom ontsloot toegangsdeur

    GOES - "U heilig, Gods lam loven wij" [!]. Met het staande zingen van dit vers hebben de aanwezigen aan het slot van de stijlvolle bijeenkomst in de Oosterkerk ter gelegenheid van de officiële opening van het nieuwe gereformeerde bejaardentehuis "Schild en hof" spontaan uiting gegeven aan hun blijdschap en dankbaarheid over hetgeen tot stand is gekomen. Dat gebeurde gistermiddag; luttele ogenblikken later ontsloot de burgemeester van Goes, dr. J.W. Noteboom de toegangsdeur van het riante en uiterst moderne bejaardentehuis. Tevoren had de burgemeester in een sympathieke toespraak het bejaardenvraagstuk uitvoerig belicht. Het was een groots moment voor gereformeerd Goes, voor kerkeraad, voor stichtingsbestuur, voor de gemeente en, niet in de laatste plaats, voor de bejaarden. Zij vinden immers op hun levensavond in dit tehuis een schild en een hof, In een goede christelijke sfeer.
    Ook betekende de opening van dit tehuis, dat verrezen is op de hoek Voorstad-Patijnweg een grote mijlpaal in de historie van de Gereformeerde Kerk van Goes. Geen wonder, dat tijdens de bijeenkomst in de stemmig versierde Oosterkerk de dank en de blijdschap de boventoon voerde. Een select gezelschap genodigden was daar bijeen. Nadat ds. E. Jansen een korte meditatie had uitgesproken n.a.v. Ps 146 van Mattheus 6 vers 1 tot 4 [!] kon hij o.m. verwelkomen: burgemeester Noteboom en zijn echtgenote, twee van de drie wethouders, enkele raadsleden,  afgevaardigden van de classis Goes der Geref. Kerken, van de Ned. Herv. en de Vrij [!] Evangelische Gemeente ter plaatse en van het hervormde rusthuis "Randwijk", (aanvankelijk zou dr. C. Stam de bijeenkomst leiden, maar door ziekte kon hij niet aanwezig zijn. Besloten werd, als blijk van medeleven hem een fruitmand te zenden.)

Verleden - heden

    Burgemeester Noteboom trok in zijn betoog een lijn van het verleden naar het heden met betrekking tot de bejaardenzorg. "In het Frans Halsmuseum te Haarlem, welk gebouw in de tijd van de republiek een bejaardentehuis was, zijn twee regentenstukken te zien", zo begon de burgemeester. "Zij worden het beste werk van de schilder genoemd. Toch zijn de stukken afschuwelijk. In alle schrielheid wordt de bejaardenzorg uitgebeeld". Verder noemde dr. Noteboom een boek over de kerkhistorie uit die tijd van een Duitse schrijver waarin andere opvattingen staan opgetekend. Twee gedachten, die lijnrecht tegenover elkaar staan. Wat de huidige tijd betreft, is er veel in gunstige zin veranderd. Maar toch ook in ongunstige zin. De Goese burgemeester noemde enkele voorbeelden. Als gunstig betitelde hij het hoger worden van de gemiddelde leeftijdsopbouw der bejaarden. "De keerzijde is: Het vraagstuk van bejaardenzorg is groter geworden." Een ander aspect noemde spreker de ouderdomsvoorzieningen e.d. onmiddellijk gevolgd door de schaduwzijde: in vele gevallen worden de bejaarden meer vereenzaamd dan vroeger. Als een derde, gunstig facet stipte de burgemeester de enorme belangstelling van het bejaardenprobleem aan. "Maar", zo zei de burgemeester, "aan de andere kant is de behoefte veel groter geworden." Nog een voorbeeld noemde de burgemeester: Het woord tehuis roept vaak een schrikbeeld op. Naast dit contra is er ook een pro: In alle nieuwe bejaarden-tehuizen zijn de plaatsen volgeboekt. Hoe komt dat nu? Dr. Noteboom meende, dat de feitelijke behoefte veel groter is dan valt af te leiden uit de algemene gezindheid. Ten slotte sprak de burgemeester namens het gemeentebestuur zijn grote blijdschap uit over de totstandkoming van dit complex, een aanwinst voor de Geref. Kerk en voor de stad Goes en omgeving.

Historie

    Het was daarna ds. E. Jansen, die in de historie dook. Hij riep de datum van 28 december 1947 in herinnering, toen het rusthuis aan de Westwal werd gesticht. En noemde in dit verband enkele namen: W.J. van Doeselaar en B.P. Davidse. "Een stukje eenvoudig werk is uitgegroeid tot zaad,  tot vruchtbaar werk", aldus ds. Jansen, die verder het kerkeraadsbesluit van 16 december 1958 memoreerde: De bouw van een nieuw bejaardentehuis. Bergen werk zijn hierna verzet. Hij betitelde de heer J.J. van Antwerpen, voorzitter van de bouwcommissie en thans van het stichtingsbestuur als de grote "voorwerker" en de heer J. Oranje, die geheel pro deo het ontwerp voor dit tehuis maakte (dat zelfs buiten onze provincie de aandacht heeft getrokken) deelde eveneens in de hulde. Ds. Jansen vergat ook de dames niet, met een joviaal gebaar bood de predikant zowel mevr. Van Antwerpen als mevr. Oranje een fraai bouket aan.
    Verder dankte ds. Jansen allen, die aan de bouw een steentje hadden bijgedragen. Voor de toekomst gaf hij de beste wensen mee voor mej. Ketel, de directrice met haar acht assistentes en home (hof) zullen vinden [!].
    Toen was het woord en de daad aan de gemeente zelf. Spontaan waren gelden ingezameld voor enkele geschenken. Het verbluffende resultaat: Een televisietoestel, een bandrecorder en een tuinameublement. Met een ovationeel applaus werden deze cadeaus door de aanwezigen "begroet".

Felicitaties

    Gelukwensen werden uitgesproken door ds. C. Metselaar, namens de Ned. Herv. en Vrij Evang. Gemeente, door de heer Van de Vrede, namens het bestuur van "Randwijk" en door de heer J. v.d. Linde uit Kloetinge, de hoofdaannemer, die nog enkele stoelen aanbood. De heer M.D.A. Glerum, hoofdingenieur-directeur van de dienst Bouwnijverheid en Volkshuisvesting, sprak in zijn felicitatiestoespraak van een wonder. "Twee jaar na het besluit de opening. Dat komt zelden voor." Intussen was de heer Glerum trots op het feit dat in Zeeland zoveel initiatieven op het gebied van de bejaardenzorg worden ontwikkeld. Hij vertelde, dat er in de laatste twee jaar 6 nieuwe rusthuizen zijn gebouwd, twee werden uitgebreid en drie ingrijpende verbouwingen kwamen tot stand.
    De heer Van Antwerpen deelde mee, dat de bouw in totaal rond zeven ton heeft gekost, dit is f 5000 hoger dan de begroting die anderhalf jaar geleden was opgesteld. Ook hij bracht hulde aan de heer Oranje. "U heeft de gemeente een onschatbare dienst bewezen." Voorts zei de heer Van Antwerpen, dat het aantal gegadigden voor huisvesting de stoutste verwachtingen had overtroffen. Het tehuis is volgeboekt en er is zelfs een wachtlijst. En ten slotte bracht hij namens het bestuur dank voor de geschenken die reeds eerder waren ontvangen; hij noemde o.a. een huisorgel, servies, spelen, gebakstel en voorts op alle kamers een bloemstukje bezorgd [!].
    Na de bijeenkomst begaf het gezelschap zich naar het tehuis, waarin plaats is voor 50 bejaarden. De burgemeester kreeg de sleutel van Babje Oranje en mevr. Noteboom ontving een bouket bloemen. Tegelijkertijd ging de Nederlandse driekleur fier in top, naast de provinciale en Goese vlag. Het bejaardentehuis was nu inderdaad officieel geopend.
    Het gezelschap heeft daarna met blikken vol bewondering het gebouw bekeken. En des avonds maakten de gemeenteleden ruimschoots van de gelegenheid gebruik om het prachtige complex te bekijken.

Ondanks de stijlbloempjes van de verslaggever vallen mij in dit artikel twee dingen op: het gereformeerde leven dat in deze vorm niet meer bestaat, en het "bejaardenprobleem" dat  tegenwoordig niet meer zo genoemd wordt maar nu vele malen groter is dan in 1960. Het gereformeerde bejaardentehuis Schild en Hof stond op de hoek Patijnweg - Voorstad - Van Dusseldorpstraat. Op 30 april 1988 werd het getroffen door een brand (PZC van 2 mei 1988). Schild en Hof had op dat moment zelf al z'n levensavond bereikt. Op 25 october 1985 had de PZC al gemeld dat het hervormde Randwijck en het gereformeerde Schild en Hof gingen fuseren tot het nieuwe protestants-christelijke Randhof. Hoe het einde van Randwijck in hervormde kring werd beleefd weet ik niet, maar het einde van het eigen gereformeerde Schild en Hof riep in gereformeerde kring hevige emoties op (begrijpelijk gezien het hierboven geciteerde artikel). Het gezamenlijke Randhof werd gebouwd naast Randwijck, op de hoek 's-Heer Elsdorpweg - Oranjeweg. Na voltooiing van Randhof werd Randwijck afgebroken; op die plaats verrees later het complex senioren-appartementen Nassauhof. Op woensdag 21 september 1988 namen de bewoners van Randwijck en van Schild en Hof hun intrek in Randhof. Daarmee behoorde Schild en Hof aan de Van Dusseldorpstraat tot het verleden.

F. MEDISCH CENTRUM DE PIJLERS

Op de plek waar lang geleden de hofstede Welgelegen en daarna het bejaardentehuis Schild en Hof zich bevonden, staat sinds 1993 het Medisch Centrum De Pijlers. Om iets van het verleden te bewaren, werd in de hal van De Pijlers een glas-in-lood-raam van Schild en Hof geplaatst. In De Pijlers zijn diverse (para)medische disciplines te vinden. Soms treedt er enige wisseling op, maar door de jaren heen kunnen we er terecht bij: de apotheek, een groep huisartsen, een groep tandartsen en orthodontisten, en een maatschap van fysiotherapeuten. Alles bij elkaar onder één dak - heel handig.

Ik veroorloof mij tot slot een persoonlijke opmerking. In 1965, toen ik 12 jaar oud was, ging ik in Goes naar het Christelijk Lyceum. Het was wel handig om dan ook in Goes naar de tandarts te gaan; dat werd de legendarische tandarts Klinkert op de Grote Markt, later op de Turfkaai. Bij Klinkert kon je 's morgens vroeg al terecht, dus voor schooltijd. Toen ik in 1971 in Kampen ging studeren, bleef ik bij deze praktijk (al moest ik daarvoor met eventuele kiespijn 300 kilometer reizen). Tandarts Klinkert werd opgevolgd door tandarts De Wit. Ik bleef patiënt bij tandarts De Wit toen ik
in 1983 dominee in Scharendijke werd (toen moest ik dus 35 kilometer vice versa reizen voor de halfjaarlijkse controle en eventuele reparaties). Toen ik in 1991 predikant in Goes werd, kon ik op de fiets naar de tandarts, toen nog steeds op de Turfkaai. Sinds 1993 kan ik lopend naar tandarts De Wit, die praktijk houdt in De Pijlers, op 200 meter van mijn pastorie.

G. DE FRANSEN VAN DE PUTTESTRAAT

Een zijstraat van de Van Dusseldorpstraat is de Fransen van de Puttestraat: een straat zonder huisnummers (de flats naast deze straat worden gerekend tot de Bergweg en de Vogelzangsweg). De Goesenaar Isaäc Dignus Fransen van de Putte (1822-1902) was de eerste Zeeuwse minister-president (Jan Peter Balkenende zou de tweede worden). Aanvankelijk wilde hij marine-officier worden, maar hij werd - naar verluidt wegens wangedrag - van de opleiding gestuurd. Daarom ging hij varen als lichtmatroos. Tussen 1848 en 1858 deed hij zeer goede zaken in Nederlands Indië. In 1862 werd hij voor de liberale richting lid van de Tweede Kamer; dat zou hij blijven tot 1880 (onderbroken door zijn perioden als minister). In 1863 werd hij minister van koloniën en in 1866 minister-president, maar binnen vier maanden bracht zijn partijgenoot Thorbecke zijn kabinet ten val. Van 1872 tot 1874 was hij opnieuw minister-president. In deze kabinetsperiode brak de Atjehoorlog uit. Van 1880 tot 1902 was hij lid van de Eerste Kamer. Fransen van de Putte
was een scherp en levendig debater, van het type "ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg". Minder lovend was Multatuli: Nooit openbaarde zich de Nederlandse geldaanbidding op brutaler wijs. ... Het Nederlandse volk wist van de heer Van de Putte alleen, dat hij in Indië rijk was geworden nog spoediger dan vele anderen ...

H. DE VREDESKERK AAN HET DS. W.H. VAN DER VEGTPLEIN

Op de hoek Bergweg - Van Dusseldorpstraat - Van Mellestraat bouwde de Gereformeerde Kerk van Goes in 1956 een tweede kerkgebouw. Omdat de bestaande kerk aan de Westwal stond en de nieuwe kerk in Goes Oost, kregen de twee kerken de nuchtere maar duidelijke namen Westerkerk en Oosterkerk. De Oosterkerk werd neergezet als een zakelijk vierkant gebouw, met de mogelijkheid van verdere uitbreiding naar de kant van de Bergweg. De kerk heeft fraaie ramen: het gekleurde raam dat Christus in Gethsemane verbeeldt, en de gezandstraalde ramen met christelijke symbolen zoals de vier dieren uit Openbaring 1 die de vier evangelisten symboliseren. Op 1 november 1956 vond de feestelijke opening van de Oosterkerk plaats. Een jaar later werd het Flaes-orgel, oorspronkelijk gebouwd voor de Oudezijdskapel in Amsterdam, in gebruik genomen. Sindsdien is de kerk steeds intensief gebruikt. Aan de goede sfeer in de Oosterkerk hebben de achtereenvolgende kosters een belangrijke bijdrage geleverd: tot 1980 koster Willem Wagenaar, van 1980 tot 2005 koster Warner Elema en sinds 2005 koster Simon van Keulen.

In 2000 gingen hervormden en gereformeerden in Goes Samen-op-Weg. De Oosterkerk werd één van de drie kerkgebouwen van de Protestantse gemeente (naast de Grote of Maria Magdalenakerk en De Hoogte). Maar het aantal kerkgangers nam met de jaren iets af en gebouwen kosten veel geld. Bovendien en vooral groeide het verlangen om als één gemeente te kerken. In 2014 werd besloten om de Oosterkerk te maken tot de thuisbasis van de Protestantse gemeente, zowel voor de kerkdiensten als voor alle doordeweekse activiteiten. Maar in de stookloze maanden juni tot en met september plus op feestdagen zijn de kerkdiensten in de Grote Kerk. In 2014/5 werd de Oosterkerk - onder de bezielende leiding van kerkeraadsvoorzitter Harry van Waveren - ingrijpend gerenoveerd en uitgebreid met één (jeugd)zaal - overigens niet aan de kant van de Bergweg, maar aan de Van Mellestraat. Het resultaat van de renovatie overtreft alle verwachtingen! Op 18 april 2015 werd de vernieuwde kerk feestelijk in gebruik genomen.



Bij een nieuwe start van de gemeente in een vernieuwd kerkgebouw hoort een nieuwe naam. Zonder veel discussie koos de kerkeraad voor de naam Vredeskerk. Voor die naam kunnen we denken aan drie motieven:
a) De aangrenzende straten zijn vernoemd naar Goese verzetsstrijders die tijdens de bezetting hun leven gaven voor vrijheid en vrede: Job Daniël van Melle (1897-1945), Jacobus Klaaysen (1899-1945), Marinus Dignus de Groot (1900-1944), Cornelis de Graaff (1914-1944) en Pieter Cornelis Quant (1902-1944). Ook Nicolaas Corstanje (1919-1944) werd door de Duitsers gefusilleerd; maar na de oorlog wilde zijn familie niet dat naar hem een straat zou worden vernoemd, omdat enkel God alle eer toekomt.
b) In de maanden dat een naam voor de vernieuwde kerk werd gekozen, bepaalde oorlogsgeweld het nieuws. In Oekraïne werd vlucht MH17 neergeschoten. In het Midden-Oosten voerde Islamitische Staat oorlog in Syrië en Irak. In Gaza stonden Israëli's en Palestijnen tegenover elkaar.
Nederlandse militairen vochten in Mali. Al dit oorlogsnieuws versterkte het verlangen naar vrede.
c) De Bijbel belooft ons een toekomst van vrede. Het laatste woord van de zegen is vrede: en geve u vrede. De profeten beloven een wereld waarin zwaarden tot ploegscharen zijn omgesmeed. In de Vredeskerk klinkt in vele toonaarden die belofte van vrede.

Bij de opening van de Vredeskerk kreeg ook het pleintje vóór de Vredeskerk, tot die dag een naamloos stukje Van Dusseldorpstraat, een eigen naam. Voor voorstel van de Protestantse gemeente stelde de burgerlijke gemeente Goes de naam Ds.W.H. van de Vegtplein vast. Willem Hendrik van der Vegt (1895-1944) was sinds 1931 predikant van de Gereformeerde Kerk van Goes (de kerk op de Westwal dus). Vanwege zijn houding tegenover de bezetter werd hij gezocht door de SD. Op 17 september 1943 raakte hij gewond toen de trein waarin hij reisde als zich verplaatsend onderduiker, bij Vlake door de Engelsen werd gebombardeerd. Ten gevolge van zijn verwonding (er waren toen nog geen antibiotica) overleed hij op 10 februari 1944. In die zin was ook ds. Van der Vegt een slachtoffer van het oorlogsgeweld en een getuige van vrede. Zijn dochter Hettie Jiskoot-Van der Vegt onthulde op 18 april 2015 het nieuwe straatnaambord.
    
terug naar diversen

    TERUG NAAR INDEX