VOOR ONS GESTORVEN

1. Een ontwikkeling van 50 jaar.

1.1. Een kinderlied.

In het kruis zal 'k eeuwig roemen!
En geen wet zal mij verdoemen;
Christus droeg de vloek voor mij!
Christus is voor mij gestorven,
heeft genâ voor mij verworven!
'k Ben van dood en zonde vrij!


Dit lied (Gz 15 uit de Eenige Gezangen) was mijn favoriete gezang toen ik zo'n jaar of acht was; ik vond het helemaal geweldig. Daarom verwonder ik me over de kinderachtigheid van veel kinder-kerkliederen van tegenwoordig; maar dit terzijde. Het lied verwoordt het kerkelijke klimaat waarin ik ben opgegroeid, in de Gereformeerde Kerken van de jaren '50 en '60. Christus is voor mij gestorven - dat is de kern van het geloof. Er waren nuance-verschillen tussen de meer dogmatisch-voorwerpelijke variant: dat Christus voor mij gestorven is - en de meer bevindelijk-onderwerpelijke variant: Dat Christus voor mij gestorven is. Maar de hoofdzaak stond vast: Christus heeft de vloek voor ons gedragen, en ons daarmee bevrijd van zonde en dood.

Gereformeerde predikanten werden in die tijd geacht christocentrisch te preken. In elke tekst, van Jozua tot Prediker en van Kronieken tot Jacobus, moest het offer van Christus ter verzoening van onze zonden worden gevonden. Dat kostte soms kunst- en vliegwerk.

1.2. Verscheidenheid en verlegenheid.

Inmiddels ben ik zelf al vele jaren en met veel vreugde predikant in een gemiddelde gemeente (Goes) in het midden van de Protestantse Kerk. De gevoelens in onze gemeente rond deze centrale geloofsuitspraak (het offer van Christus voor ons) typeer ik met: verscheidenheid en verlegenheid.
- Voor veel (hoeveel?) gemeenteleden is het offer van Christus voor ons het hart van hun geloof. Ik denk aan gemeenteleden die zich sterk verbonden voelen met het reformatorische belijden en ook aan gemeenteleden met een evangelische geloofsbeleving. In onze maandelijkse Open Kerkdiensten zingen we uit Opwekking. Veel Opwekkingsliederen danken God voor het bloed van het Lam (= Jezus) dat ons verlost. Soms wordt mij de vraag gesteld waarom het offer van Jezus voor onze zonden niet veel meer centraal staat in onze preken en kerkdiensten.
- Er zijn ook veel gemeenteleden die het offer van Christus voor ons niet graag zouden ontkennen of betwijfelen. Maar het is niet helemaal duidelijk hoe die waarheid in hun geloofsleven functioneert: niet voor mij wanneer ik als predikant met hen spreek en misschien ook niet voor henzelf. Ik zeg daar niets negatiefs over. De bibliotheek van het geloof telt vele boeken. Je kunt niet op ieder moment alles tegelijk lezen. Een boek dat jaren ongelezen in de kast stond, kan je op enig moment in je leven opeens (weer) aanspreken.
- Er zijn gemeenteleden die mij eerlijk zeggen dat ze met het offer van Christus voor ons niets kunnen beginnen. Waarschijnlijk zijn er nog veel meer gemeenteleden die datzelfde gevoel hebben maar er niet met mij over praten: hetzij om zelf niet uit de toon te vallen (voor hun gevoel), hetzij om mij niet te kwetsen (opnieuw: voor hun gevoel), hetzij omdat het onderwerp voor hun gevoel überhaupt geen rol speelt.

1.3. Een klein verschil.

Een illustratie van de bedoelde ontwikkeling vind ik in de berijming van het lijdenslied O Haupt voll Blut und Wunden in het Liedboek van 1973 en het Liedboek van 2013. De laatste vier regels van het oorspronkelijke 9e vers van dit lied luiden:

Wenn mir am allerbängsten
Wird um das Herze sein,
So reiß mich aus den Ängsten
Kraft deiner Angst und Pein!

In het Liedboek van 1973 luidde de vertaling in Gz 183: 6:

Wees in mijn laatste lijden,
mijn doodsangst, mij nabij.
O God, sta mij terzijde,
die lijdt en sterft voor mij.

In het Liedboek van 2013 is de vertaling van Gz 183 ongewijzigd overgenomen (alle 7 strofen), op één woordje na in dit zesde vers:

Wees in mijn laatste lijden,
mijn doodsangst, mij nabij.
O God, sta mij terzijde,
die lijdt en sterft met mij.

Die lijdt en sterft voor mij is geworden: Die lijdt en sterft met mij. Er valt over te twisten wat de beste weergave is van Kraft deiner Angst und Pein. Maar dit kleine verschil (één woordje) klinkt veelbetekenend: Christus Die voor ons (= in onze plaats) lijdt en sterft is geworden tot Christus Die deelt in ons lijden en sterven.

2.  Moest Christus voor ons sterven?

"Dominee, moest Christus sterven voor onze zonden?" - die vraag wordt me herhaaldelijk gesteld. Vaak heeft de vraagsteller moeite met dat "moeten". Heeft God de kruisdood van Jezus nodig om ons te kunnen vergeven? God kan toch wel "zomaar" vergeven? en: Kan een mens enkel voor eeuwig behouden worden door te geloven in het offer van Christus? Ik noem enkele motieven die samenhangen met deze vragen.

2.1. De Bergrede.

Tijdens Zijn leven op aarde verkondigde Jezus de boodschap: Het Koninkijk van God is nabij gekomen. Bekeert u en gelooft het Evangelie! (Marcus 1:15).
De evangelisten Mattheus en Lucas werken deze  boodschap van Jezus uit in de Bergrede (Mattheus 5 - 7 en Lucas 6). Op de berg preekte Jezus niet: "Ik ben de Zoon van God, gekomen om te sterven voor de zonden der wereld". Maar Jezus belooft Gods Koninkrijk aan armen van geld en armen van geest; en Hij waarschuwt succesvolle en rijke mensen indringend. Hij roept ons op om oprecht te zijn in onze godsdienst, om te geven en te vergeven. Vergeef ons onze schulden, zoals wij vergeven onze schuldenaren; of liever (met de Nieuwe Bijbel Vertaling): zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig zijn - volgens het Onze Vader berust de vergeving van onze zonden niet op het offer van Jezus, maar op onze vergeving aan onze medemensen! De bede om vergeving is overigens slechts één van de zes beden van het Onze Vader. Zó als je zelf behandeld wilt worden, zó moet je andere mensen behandelen - dat is de gulden regel volgens Jezus. Dat kunnen we natuurlijk opvatten als (enkel) een waardevolle (zij het niet originele) oproep tot handelen vanuit inleving in de ander. Maar Jezus voegt er nog iets aan toe: Want zó als je andere mensen  behandelt, zó zal eenmaal God jou behandelen - zij het op godddelijk-royale manier: met een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat. Jezus besluit de Bergrede met: Niet wie tot Mij zegt: Heer! Heer! zal het Koninkrijk van God binnengaan, maar wie de wil van Mijn Vader doet. - Veel van de Bergrede komt terug in de brief van Jacobus. Geen wonder, want Jacobus was een broer van Jezus. Een mens wordt rechtvaardig verklaard om wat hij doet, en niet alleen om zijn geloof (Jacobus 2:24). In Jacobus lezen we niets over behouden worden door te geloven in het offer van Christus voor onze zonden. Daarom noemde Luther Jacobus "een strooien brief". Maar de praktische boodschap van Jezus en Jacobus spreekt veel christenen juist aan (ook mij, zeg ik erbij).

2.2. Hét kriterium: barmhartigheid.


Wat moeten we doen om behouden te worden? Het klassieke kerkelijke antwoord luidt: geloven dat Jezus voor onze zonden is gestorven. Dat antwoord levert het enorme probleem op dat dan talloze mensen voor eeuwig verloren gaan, omdat ze van het offer van Jezus geen weet hebben. Afgezien daarvan: het is ook niet hét exclusieve Bijbelse antwoord. Wanneer aan Jezus gevraagd wordt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven? zegt Jezus niet dat we iets moeten geloven, maar Hij vertelt de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Die man geloofde verkeerd (althans volgens Jezus' Joodse toehoorders), maar hij liet zijn hart spreken en hielp een arme stakker. Wat moeten we doen om behouden te worden? - Wees barmhartig voor wie jou nodig heeft, zegt Jezus (Lucas 10:25-37). Het kriterium voor behouden worden of verloren gaan is barmhartigheid. Kriterium hangt samen met het Griekse woord krisis = oordeel. Waar het op aan komt in Gods oordeel: of we wel of niet barmhartig zijn. Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid overwint het oordeel, schrijft de al eerder genoemde Jacobus (Jacobus 2:13). Volgens Mattheus is dit de klimax van de boodschap van Jezus. Wanneer de Mensenzoon komt om te oordelen, vraagt Hij niet naar geloofsopvattingen of geloofsbeleving, godsdienst of kerkelijkheid. Alles hangt af van de vraag: wat heb je gedaan voor mensen die honger of dorst leden, vreemdeling of naakt of ziek waren, of in de gevangenis zaten? (Mattheus 25:31-46). Hét kriterium is barmhartigheid. Dat kunnen we niet afkopen met het geloof dat Christus voor onze zonden is gestorven.

2.3. De spirituele Christus.

Ik beschouw hem (= Christus) als mijn innerlijke meester, de ware gids van mijn spirituele leven, schrijft de Franse filosoof en godsdienstwetenschapper Frédéric Lenoir (Frédéric Lenoir, God?, pag. 216). Lenoir doelt dan niet alleen op Jezus, zoals we Hem kennen uit de Evangelieverhalen; maar tegelijk op de Levende Christus, met wiens Geest we in contact kunnen treden. Tijdens een mystieke ervaring ontving Lenoir van Christus het inzicht: alle religies kunnen tot de waarheid leiden, maar geen enkele bezit de hele waarheid, en de ware tempel is de menselijke geest (pag. 216). Lenoir noemt Jezus dan ook een spirituele Messias (pag. 59). Ik denk dat veel mensen zich in deze benadering herkennen. Jezus leert ons God dieper en geestelijker kennen. Om het samen te vatten met de drie omschrijvingen van God die Johannes geeft: God is licht (1Johannes 1: 5), God is liefde (1Johannes 4: 8) en God is Geest (Johannes 4:24 - een tekst die ook voor Lenoir heel belangrijk is). Die drie omschrijvingen samen noem ik wel eens de Drieëenheid van Johannes. Zó leert Jezus ons God kennen: door Zijn woorden (in de Evangeliën) en door Zijn Geest (als de Levende). Wat Jezus heeft gedaan en ook de lijdensweg die Jezus is gegaan, is dan van minder belang. Daarbij past de hernieuwde aandacht voor geschriften als het Evangelie van Thomas, een verzameling van spirituele uitspraken van Jezus, door sommigen beschouwd als het meest oorspronkelijke Evangelie.

2.4. Vergeving uit liefde.

Voor mij is de gelijkenis van de verloren zoon (Lucas 15: 11-32) misschien wel het mooiste verhaal uit de Bijbel. Ik denk dat Lucas dit verhaal bedoelt als dé samenvatting van de boodschap van Jezus: het Evangelie in het Evangelie. De jongste zoon uit het verhaal kwetst zijn vader diep in twee opzichten. Hij onttrekt de helft van het kapitaal aan het familiebedrijf; en hij laat blijken dat hij zonder zijn vader gelukkiger is dan bij zijn vader. Achteraf vat hij zijn gedrag terecht samen met "Ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden". Maar al is de zoon niet meer waard om zoon te heten - de vader blijft altijd vader: uitziend naar de terugkeer van zijn zoon. En als de jongen eindelijk met hangende pootjes thuiskomt, valt zijn vader hem om de hals en kust hem, geeft hem nieuwe kleren en organiseert voor zijn thuiskomst een groot feest. Van genoegdoening (behandel me als één van uw dagloners, Lucas 15:19) wil deze vader niet weten. Hij vergeeft alles wat zijn zoon hem heeft aangedaan uit onvoorwaardelijke liefde. Zo is God, bedoelt Jezus met dit verhaal. Wie bij God thuis komen (de tollenaars en zondaars uit Lucas 15: 1), zijn bij Hem onvoorwaardelijk welkom. Voor mensen (de oudste zoon in het verhaal!) kan het moeilijk zijn om over aangedaan onrecht heen te stappen, maar voor deze Vader geldt enkel: We moeten feestvieren en blij zijn, want mijn kind was verloren en is teruggevonden! (Lucas 15:32). Maar als God zó onvoorwaardelijk liefheeft en vergeeft, waarom zou Jezus dan nog moeten sterven "voor onze zonden"?

2.5. Welk "moeten"?

Moest Jezus sterven voor onze zonden? Zou God anders niet kunnen vergeven? - Zó gesteld lijkt het antwoord duidelijk. Wie zijn wij om te zeggen dat God iets niet kan? Natuurlijk kan God "zomaar" vergeven. Zeker als we denken aan de vader van de verloren zoon (zie hiervoor). Het probleem zit in dat "moeten". Wat ons parten speelt is het logische "moeten" van de Heidelbergse Catechismus (zondag 5 en 6). De Heidelbergse Catechismus beredeneert de verzoening door Jezus logisch. Het risico van die redenering is dat God verstrikt raakt in het net van onze logika: dat God ons enkel kan vergeven nadat er genoegdoening is gegeven door een Middelaar die tegelijk waarachtig en rechtvaardig mens én waarachtig God is. Met alle respect voor de Heidelbergse Catechismus: met dit logische "moeten" komen we er niet uit. - Dat Jezus moest sterven, komt uit de lijdensaankondigingen in de eerste drie Evangeliën: Mattheus 16:21 // Marcus 8:31 // Lucas 9:22; Mattheus 17:22-23 // Marcus 9:31 // Lucas 9:44; Mattheus 20:18-19 // Marcus 10:33 // Lucas 18:32-33. Ik citeer de eerste voluit: ... dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden (Mattheus 16:21). Daarin staat het woord moest (in het Grieks: dei). Dat is niet het moeten van de logica van de Heidelbergse Catechismus. Het is ook niet het moeten van "gezien Zijn provocerende optreden moest het met Jezus wel verkeerd aflopen". Het is - naar mijn overtuiging - het moeten van de gehoorzaamheid. Jezus Zelf voelt Zich geroepen om deze weg te gaan. Hij leest die weg in de Schriften (zie hieronder) als de Wil van Zijn Vader, en zoals Hij later in Gethsemane bidt: Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede! (Lucas 22:42). In de lijdensaankondigingen staat overigens enkel dat Jezus moest lijden, sterven en opstaan - maar niet waarom. In het algemeen: in de eerste drie Evangeliën wordt tot aan de lijdensgeschiedenis nauwelijks gesproken over de betekenis van Jezus' komende dood.

3. De betekenis van de dood van Jezus.

3.1. Niet zinloos.

Moest Jezus sterven voor onze zonden? Had het niet anders gekund? - In feite is die vraag theorie achteraf. Want Jezus is gestorven. Dat is een feit, een gegeven, dat in het Nieuwe Testament alle aandacht krijgt. Anders dan bijvoorbeeld het Evangelie van Thomas dat enkel bestaat uit uitspraken van Jezus, verhalen de vier Bijbelse Evangeliën uitvoerig over de lijdensweg en kruisdood van Jezus. Zelfs zo uitvoerig dat men de vier Bijbelse Evangeliën wel heeft getypeerd als lijdensgeschiedenissen met een lange inleiding. Jezus is gestorven, op vrij jonge leeftijd (begin 30), een gruwelijke en vernederende marteldood (de Romeinse doodstraf door kruisiging). Ná het sterven van Jezus bleef de vraag: waarom is dit gebeurd? of misschien liever: waartoe is dit gebeurd? (volgens Mattheus 27:46 // Marcus 15:34 roept Jezus aan het kruis uit: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? - maar in het Grieks staat er letterlijk: waartoe?). Uit heel het Nieuwe Testament spreekt de overtuiging dat Jezus niet voor niets, niet zinloos is gestorven.

3.2. Naar de Schriften.


In 1Corinthe 15: 3vv geeft Paulus een korte samenvatting van het christelijk geloof, zoals ik het zelf heb ontvangen. Deze samenvatting van het geloof begint met: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften. In deze korte zin worden over de dood van Jezus twee dingen gezegd:
(1) Jezus is niet zomaar zinloos gestorven, maar Hij is gestorven "voor onze zonden". Dat heeft Paulus niet zelf bedacht, hij heeft het ontvangen: van anderen geleerd. Het was een bestaande formulering van het christelijk geloof. Nu zijn de brieven van Paulus de oudste teksten van het Nieuwe Testament. De formulering dat Christus is gestorven "voor onze zonden" is dus nóg ouder: ze gaat terug tot het allereerste begin van de christelijke kerk. Dat Christus "voor ons" gestorven is, gaat volgens Paulus terug op Christus Zelf (1Corinthe 11:24). De vaak gehoorde bewering dat het offer van Christus is uitgevonden door Paulus, is dus onjuist!
(2) Dat Jezus is gestorven "voor onze zonden", stemt overeen met de Schriften, dus met wat wij noemen het Oude Testament. Aan welke passage(s) uit het Oude Testament denkt Paulus? Volgens veel uitleggers met name aan Jesaja 53, het vierde Lied over de Knecht des HEREN. Ik citeer een paar verzen uit Jesaja 53 (NBG):
3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte,
ja, als
iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.
4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen;  
wij echter hielden hem 
voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld;
de straf die
ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.
6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg,
maar de Here heeft ons
aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen.
7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open;
als een lam dat ter
slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.
De Joodse (!) kenner van het Nieuwe Testament Pinchas Lapide toont uitvoerig aan dat in het Nieuwe Testament op geen andere perikoop uit de Hebreeuwse bijbel zo vaak en zo nadrukkelijk gezinspeeld wordt om de heilsbetekenis van het lijden van Jezus schriftuurlijk te funderen (Pinchas Lapide, Geen nieuw gebod, pag. 108). Niet in de zin van: "Zie je wel, Jesaja had het allemaal al voorspeld en het is precies zó uitgekomen". Maar om vanuit de Schriften aan het raadsel van Jezus' marteldood betekenis te geven: om onze overtredingen werd Hij doorboord...De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem ...

3.3. Verschillende schrijvers - verschillende beelden.

Volgens de meeste schrijvers van het Nieuwe Testament heeft het lijden en sterven van Jezus voor ons verlossende betekenis, toegespitst op "voor onze zonden". Ik kan in de verste verte niet volledig zijn, maar geef een globaal overzicht.
Eén mogelijk misverstand wil ik wegnemen: dat God vertoornd is over onze zonden en dat vervolgens Jezus God tot vriendelijker gedachten brengt. Dat is een karikatuur. Volgens het Nieuwe Testament is de dood van Jezus voor ons hét bewijs bij uitstek van Gods liefde. Zó lief had God de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven ... (Johannes 3:16).

De verschillende schrijvers van het Nieuwe Testament gebruiken allerlei verschillende termen en beelden: vrijgesproken door de dood van Christus, verzoening voor onze zonden, heiliging door het bloed van Christus, door Christus gekocht voor God met Zijn bloed, met God verzoend door de dood van Zijn Zoon, reiniging door het bloed van Jezus, enz. Die verschillende begrippen en beelden doelen op hetzelfde: door het lijden en sterven van Jezus heeft God ons bevrijd van het kwaad. Die boodschap kun je met geen mogelijkheid uit het Nieuwe Testament wegpoetsen.

3.4. De voorbede van de rechtvaardige.

Die inzet van Jezus voor ons is geen op zichzelf staand en afgesloten incident, maar blijft doorgaan. Dat drukken de verschillende nieuwtestamentische schrijvers uit door de voorbede van Jezus voor ons: Jezus Christus, die gestorven is, meer nog: die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons (Romeinen 8:34). Jezus kan volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten (Hebreeën 7:25). Als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak (= pleiter, advocaat) bij de Vader: Jezus Christus de Rechtvaardige (1Johannes 2: 1). De dood van Jezus voor ons en de voorbede van Christus voor ons liggen in elkaars verlengde. - In het laatste citaat, 1Johannes 2:1, wordt Jezus genoemd de Rechtvaardige. Enerzijds schrijft Johannes daarmee in dezelfde geest als de Hebreeënbrief: Jezus kan voor ons pleiten bij God (Hebreeën 7:25) omdat Hij Zelf rechtvaardig is: heilig, zonder schuld of smet (Hebreeën 7:26). Anderzijds doet de Rechtvaardige denken aan een veel oudere gedachte. In de tijd van de Makkabeeën (tweede eeuw vóór Christus) stond het Joodse volk onder de invloed van de verderfelijke Griekse cultuur. Een klein aantal radicale Joodse gelovigen koos ervoor om trouw te blijven aan de Wet van de HEER (besnijdenis en sabbat, reinheidswetten en spijswetten). Zij werden zwaar vervolgd en gruwelijk ter dood gebracht. Deze rechtvaardigen zagen hun marteldood als verzoening voor de zonden van hun afvallige volksgenoten. Ik citeer één voorbeeld. De oude priester Eleazar wordt doodgemarteld door de heidense koning Antiochus, omdat Eleazar weigert varkensvlees te eten. Zijn laatste woorden zijn: Gij weet, o God: hoewel ik had kunnen ontkomen [door varkensvlees te eten], sterf ik door de vurige martelingen omwille van de Wet [van God]. Wees Uw volk genadig door genoegen te nemen met de straf die wij [= de martelaren] voor hen dragen. Maak mijn bloed tot hun reiniging en neem mijn leven (ziel) in plaats van hun leven (ziel) (4Makkebeeën 6:28-30). De rechtvaardige die pleit voor en sterft voor zijn volk - het is een gedachte die al eeuwen voor Christus bestond.

3.5. De macht van het kwaad.

Gestorven voor onze zonden
- welke zonden dan? Wij zijn over het algemeen nette mensen. Nette mensen begaan doorgaans onbenullige zonden. Ik zal u de voorbeelden besparen. Moest Jezus dáárvoor sterven? Dat lijkt met een kanon schieten op een mug. Dat gevoel draagt - denk ik - bij tot onze moeite met "gestorven voor onze zonden". Maar dan onderschatten we de ernst van het kwaad. De liefdeloosheid en onverschilligheid van nette mensen kunnen dodelijker zijn dan al hun onbenullige zonden bij elkaar. Mede daardoor vormt het kwaad een vreselijke macht in onze wereld. Het boek Openbaring verbeeldt de strijd tussen God en het kwaad. Het kwaad in de wereld is monsterlijk: een draak (Openbaring 12), monsters uit de zee en uit de aarde (Openbaring 13). In de geschiedenis en in het nieuws van vandaag herkennen we de trekken van dit monsterlijke kwaad. Tegenover de monsters staat het geslachte Lam: Jezus Die Zijn leven heeft opgeofferd. De monsterlijke macht van het kwaad in onze wereld wordt enkel overwonnen door het offer van de liefde. 

4. Jezus en het Avondmaal.

4.1. De boodschap van Jezus.

Tijdens Zijn leven op aarde verkondigt Jezus de komst van Gods Koninkrijk en roept Hij op tot barmhartigheid (zie boven). Die boodschap brengt Hij aan de mensenmassa's die naar Hem komen luisteren. -  Volgens Mattheus, Marcus en Lucas voorzegt Jezus driemaal Zijn komende marteldood (zie boven). Maar dat vertelt Hij enkel aan Zijn leerlingen (Mattheus 16:21), aan de Twaalf (Mattheus 20:17); het is duidelijk vertrouwelijke inside information. Maar ook aan Zijn naaste vertrouwelingen vertelt Jezus er niet bij waarom Hij moet lijden en sterven. Of Jezus Zelf Zich heeft gezien als de lijdende Knecht van de HEER uit Jesaja 53 (zie boven), is volgens Lapide nu achteraf niet meer uit te maken (Pinchas Lapide, Geen nieuw gebod, pag. 108). Eén van Jezus' weinige uitspraken over de betekenis van Zijn komende dood is Marcus 10:45: De Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen. Deze tekst is vaak opgevat als een bewijsplaats voor de leer van de verzoening. Maar gezien het verband gaat het Jezus hier vooral om een oproep aan ons om dienstbaar te leven. Samenvattend: tot Zijn laatste dagen spreekt Jezus niet of enkel terughoudend over de betekenis van Zijn dood.

4.2. De instelling van het Avondmaal.


Alle vier de Evangeliën vertellen hoe Jezus 's avonds voor Zijn arrestatie samen met Zijn volgelingen heeft gegeten; volgens Mattheus, Marcus en Lucas het Pesachmaal. Jezus is hier dus in een kleine kring van volgelingen. Volgens de traditionele voorstelling (Leonardo da Vinci) zit Hij aan tafel met Zijn twaalf leerlingen. Als die hun gezin en vrienden bij zich hadden (Pesach vier je samen met familie en vrienden!), komen we aan de 120 mannen en vrouwen die we na Jezus' opstanding aantreffen in deze zelfde bovenzaal (Handelingen 1:15). In elk geval was het een besloten gezelschap. En in deze besloten kring, aan de vooravond van Zijn marteldood, geeft Jezus aan Zijn aanstaande dood betekenis door bij het uitdelen van het brood te zeggen: Dit is Mijn Lichaam voor jullie (1Corinthe 11:23 en Lucas 22:19); en bij de beker: Dit is Mijn verbondsbloed dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden (Mattheus 25:28). Tussen Mattheus, Marcus, Lucas en 1Corinthe 11 zijn er verschillen in formulering. Johannes vertelt wel over de maaltijd, maar niet over de instelling van het Avondmaal. In plaats daarvan bidt Jezus volgens Johannes aan de maaltijd: Ik heilig Mijzelf voor hen (Johannes 17:19): Hij wijdt Zichzelf tot offer voor de Zijnen. En al eerder had Johannes verteld, hoe Jezus na de wonderbare broodvermenigvuldiging had gezegd: Ik ben het brood des levens. ... Het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, voor het leven der wereld (Johannes 6:48-51).

4.3. Het geheimenis van het Avondmaal.

Aan het begin van dit artikel vermeldde ik de vraag die mij soms wordt gesteld: Moet het offer van Christus voor onze zonden niet veel meer centraal staan in onze kerkdiensten en preken? - Ik ben genezen van de dwangmatigheid dat elke preek moet gaan over het offer van Christus voor ons. Het thema van de preek hangt nauw samen met het thema van de lezing / preektekst. In de meeste nieuwtestamentische brieven staat de boodschap centraal dat Christus voor ons is gestorven (zie boven). Die boodschap komt vanzelf naar voren als we preken uit de brieven.
Dan moeten onze leesroosters de apostolische brieven wel regelmatig aan de orde stellen, om ons zicht te geven op de betekenis van de dood van Jezus., waarschuwt Van Kooten terecht.   Maar in de prediking van Jezus Zelf gaat het vooral over andere dingen: barmhartigheid, oprechtheid, vertrouwen, Gods Rijk (zie boven). En in grote delen van het Oude Testament gaat het om nog weer andere onderwerpen: de schepping, de gerechtigheid, de toekomst van Israël, de lofprijzing, enz. - Dat Jezus Zichzelf voor ons gegeven heeft, is te kostbaar en te intiem om er voortdurend over te praten. En alsmaar uit volle borst zingen over "het bloed van Jezus" gaat op den duur tegenstaan. Maar met Calvijn zou ik graag elke zondag Avondmaal vieren. Het Avondmaal is bij uitstek de plek om het geheimenis van Christus met elkaar te delen: Zijn lichaam - voor ons gegeven. Zijn bloed - voor ons vergoten. Ik maak dat expliciet met het zogenaamde Londense toevoegsel (teruggaand op de reformator à Lasco circa 1555): Neem, eet, gedenk en geloof, dat het Lichaam van onze Heiland is gegeven tot volkomen verzoening van al onze zonden.

4.4. Goede Vrijdag.


Indrukwekkend vind ik elk jaar opnieuw om op Goede Vrijdag het lijdensevangelie te lezen. En om daaruit te preken - daar ben ik erg aan gehecht. Wat mij betreft hoeft de kruisdood van Jezus niet ter sprake te komen in elke preek op elke zondag het hele jaar door. Maar Goede Vrijdag is voor mij bij uitstek de dag om over het lijden en sterven van Jezus tekst en uitleg te geven - zeker dan, juist dan. En in elke Goede Vrijdag-dienst laat ik het lied zingen dat mij als kind al zo lief was, maar dan in een berijming die veel dichter staat bij het origineel: het Middeleeuwse Latijnse kruislied Recordare sanctae crucis van de grote franciscaanse theoloog Bonaventura (1221-1274):

Neem ter harte 't kruis des Heren,
gij die leeft naar uw begeren,
laat de hele wereld gaan,
om het kruis te overdenken,
al uw liefde het te schenken,
want het gaat uw leven aan.

terug naar diversen

TERUG NAAR INDEX