|
Het Friese Heidendom
Het geloof van de Friese heidenen (deel 1)
Inleiding
In deel 1, 2 en 3 probeer ik een reconstructie te geven van de godsdienst
van de Friese heidenen. Onder de Friese heidenen versta ik:
a.) de bewoners van het Friese kerngebied tot en met de Romeinse tijd
(van ~700 v.o.j. tot ~400 n.o.j.) en,
b.) de sprekers van de Friese taal tot aan hun bekering door de Christenen
(van ~500 n.o.j. tot ~800 n.o.j.).
Onder het begrip "heidendom" versta ik het geloof en de bijbehorende
gebruiken van de Friezen voor de komst van het christendom. Het begrip
wordt in dit artikel niet neerbuigend gebruikt, en heeft ook geen andere
negatieve ladingen.
Jan de Vries schrijft in zijn Etymologisch woordenboek het volgende
over het begrip "heiden": Algemeen Germaans woord, van heide afgeleid;
reeds Gotisch kent haithnô 'heidense vrouw'. Het woord zou dus eigenlijk
betekenen 'de heidebewoner', dus 'de barbaar', 'nog niet bekeerde'. Misschien
afgeleid van heide 'gemene mark' en dan kan het oorspronkelijk geweest
zijn 'man van de eigen geloofsgemeenschap', en dus allerminst geringschattend.
Dan zou het juist een afweerwoord der 'heidenen' tegen de christenen geweest
zijn.
Er zijn bijna geen bronnen bewaard gebleven die een inzicht geven in
het heidense geloof van de oude Friezen. Om toch een indruk te geven van
dit geloof, volgt een algemene beschrijving van het Germaanse heidendom.
Deze beschrijving wordt aangevuld met de spaarzaam overgeleverde gegevens
over het Friese heidendom.
Een beschrijving van het Germaanse heidendom geeft een goede impressie
van het Friese heidendom. Er is namelijk geen reden om aan te nemen dat
het geloofsstelsel van de Friezen erg afweek van die van de andere Germaanse
volken.[1] [2] [3]
De Germanen hadden een religie waarin een veelvoud aan goden, godinnen
en andere machten voorkwamen. Daarnaast vereerde men de natuur en de krachten
van de natuur. Vooral de krachten die met voortplanting en genezing te
maken hadden. Bovennatuurlijke krachten konden door een speciaal offer
tevreden gesteld worden, en zouden door dat offer iets voor de gemeenschap
terug doen. Naast het brengen van een offer waren er ook religieuze specialisten
(priesters e.d.) die, door gebruik te maken van (runen)magie, de mogelijkheid
hadden om bovennatuurlijke krachten te beïnvloeden.[4] [5]
Door het heidendom konden de Friezen communiceren met krachten die ze
niet beheersten. Dit communiceren kan gebeuren met behulp van religie
en magie. Religie is het vereren van een hogere macht, en magie
is het dwingen van die hogere macht naar eigen wil en volgens eigen
wensen. Een grotere tegenstelling kan niet bestaan. Wel kan bij mensen
de verering van een hogere macht omslaan in de zucht om te beheersen.
Religie en magie zijn als tegenstrijdige tweelingbroers. De magiër is
degene die dwang op bovennatuurlijke wezens uitoefen kan. Hij geniet daardoor
een buitengewone verering in zijn gemeenschap. In veel gevallen zijn priester
en magiër één en dezelfde persoon. Zij weten hoe de bovennatuurlijke wezens
op de juiste wijze te dwingen en te vereren. [6]
Het vragen van hulp aan een macht gebeurt door het uitvoeren van een
aantal vastgelegde handelingen. Deze vastgelegde handelingen noemen we
riten. We kunnen drie typen riten onderscheiden:
- Overgangsriten (voor het symboliseren van overgangen in het leven van
een mens zoals geboorte, volwassenheid en dood);
- vruchtbaarheidsriten (voor een betere voedselproductie);
- en riten die het lot van een persoon zelf verbeteren. [7]
De mythe is niet van de rite te scheiden. De rite stelt een bepaalde
gebeurtenis voor, en de mythe vertelt daarvan. Voor de gelovige die het
offer verricht is de betekenis van de handelingen en van het offer zelf
pas te begrijpen als ze in de mythe met woorden verklaard worden. [8]
De Germanen vereerden hun goden in tempels, maar het zwaartepunt van
de religieuze beleving lag in de verering van goddelijke krachten in de
directe omgeving. [9]
Ook vereerden ze hun overleden voorouders. De heidenen dachten dat die
voorouders, over de dood heen, een speciale band met hen onderhielden.[10]
Op een hoog abstractieniveau kunnen we in het Germaanse heidendom drie
lagen onderscheiden. Eén die te maken heeft met de leefwijze van jager-verzamelaar
(sjamanisme en totemisme), één die te maken heeft met de leefwijze van
akkerbouwer (jaar- en vruchtbaarheidscyclus) en één die te maken heeft
met de leefwijze van veeteelt (krijgergoden). [11]
Indo-europese (Indogermaanse-) mythologie
Vroegere onderzoekers beweerden dat de Germaanse goden een uitleg waren
voor onverklaarbare natuurverschijnselen (een mening die men tegenwoordig
nog wel eens bij leken hoort). Er waren hemelgoden, vuurgoden, regengoden,
vruchtbaarheidsgoden, maan- en zonnegoden, etc. Vergoddelijkte natuurkrachten
dus. Ongetwijfeld hebben de goden ook betrekking op natuurverschijnselen,
zoals bijvoorbeeld Mjollnir de hamer van Thor als symbool van de bliksem.
Echter in de religieuze voorstellingen van de heidenen, werd naast het
communiceren met onbeheersbare krachten (door verering en magie) ook de
sociale en culturele verhoudingen in de heidense samenleving verklaard
en gelegitimeerd. De verschillenden standen in de volksgemeenschap worden
in het godensystem weerspiegeld. Door mythologieën te vergelijken heeft
men kunnen aantonen dat al bij de Indo- europeanen de sociale en culturele
verhoudingen in de heidense samenleving verklaard werden De Franse geleerde
Georges Dumezil heeft op dit gebied baanbrekend werk verricht. [12] [13]
[14]
De wetenschappers die zich bezig houden met het vergelijken van de godsdiensten
van de Indo- europeanen (Indogermanen), hebben een aantal proto-Indo-europese
mythen gereconstrueerd. Elementen uit deze gereconstrueerde mythen zijn
terug te vinden in de Germaanse mythen en in de Germaanse samenleving.
De belangrijkste elementen in de Indo-europese mythen zijn de driedeling
en het dualisme.
De driedeling
Er is een sociale driedeling van de gemeenschap in: priesters, krijgers
en de landbouwers en veetelers. De drie functies die bij deze sociale
driedeling horen zijn de:
1. De soevereine functie (magisch/juridisch),
2. De krijgsfunctie
3. De vruchtbaarheidsfunctie
De drie functies worden vertegenwoordigd door drie groepen Goden. Bij
de Germanen zijn dat Wodan en Tiu, Donar, Frô. [15]
Het dualisme
In de driedelige structuur van de Indo-europeanen zit ook een aantal dualistische
aspecten. Zo wordt de soevereine functie vertegenwoordigd door een god
met een magische macht (Wodan, Varuna) én een met een juridische macht
(Tiu, Mitra). Het dualisme komt ook weer terug in de scheppings- en stichtingsmythen
waarin een goddelijke tweeling een hoofdrol speelt. Twee voorbeelden van
deze scheppingsmythenzijn:
1) In Noordse mythologie wordt de mensheid gevormd uit de reus Ymir. Het
woord "Ymir" stamt af van het proto-Indo-europese woord *yem dat tweeling
betekent.
2) Volgens de Romeinse schrijver Tacitus stammen de Germanen af van Mannus
(man) die op zijn beurt weer van Tuisto stamt (Tuisto betekent ook tweeling).
[16]
De overeenkomsten tussen Germaanse, Romeinse, Griekse en Indische goden
bewijst echter ook dat een aantal Germaanse goden reeds uit de Indo-europese
tijd stammen. Hieruit volgt dat de Germanen al voor de komst van de Romeinen
antropomorfe goden als Tiu, Wodan en Donar kenden. [17]
[1] Halbertsma, H., Het heidendom waar Luidger onder de Friezen mee te
maken kreeg, in: Sierksma, Kl. (red.), Liudger 742-809, Muiderberg 1984
[2] Bos, J. M., Archeologie van Friesland, Stichting Matrijs, Utrecht,
1995
[3] Döring, J., e.a., Friezen, Saksen en Denen, Culturen aan de Noordzee,
400 tot 1000 n. Chr., Van Wijnen, Franeker, 1996
[4] Schuyf, J., Heidens Nederland, Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk
verleden, Stichting Matrijs, Utrecht, 1995
[5] Noort, G., Germaanse Cultuur en Christianisatie van Noordwest-Europa,
Utrecht-Leiden, 1993
[6] Vries, J. de, Godsdienstgeschiedenis in Vogelvlucht, 1961
[7] Schuyf, J., Heidens Nederland, Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk
verleden, Stichting Matrijs, Utrecht, 1995
[8] Vries, J. de, Heldenlied en Heldensage, Aula, 1959
[9] Noort, G., Germaanse Cultuur en Christianisatie van Noordwest-Europa,
Utrecht-Leiden, 1993
[10] Schuyf, J., Heidens Nederland, Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk
verleden, Stichting Matrijs, Utrecht, 1995
[11] Schuyf, J., Heidens Nederland, Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk
verleden, Stichting Matrijs, Utrecht, 1995
[12] Vries, J. de, De Goden der Germanen, Hamer, Amsterdam, 1944
[13] Noort, G., Germaanse Cultuur en Christianisatie van Noordwest-Europa,
Utrecht-Leiden, 1993
[14] Vries, J. de, Godsdienstgeschiedenis in Vogelvlucht, 1961
[15] Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, Language, Archaeology
and Myth, Thames and Hudson, London, 1989
[16] Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, Language, Archaeology
and Myth, Thames and Hudson, London, 1989
[17] Derolez, R.L.M., De Godsdienst der Germanen, Roermond, 1959
|
|