Als er één vogel is die je de beginner kunt aanraden dan is het wel de zebravink. Het is een relatief goedkoop vogeltje om aan te schaffen en het moet wel heel raar lopen als er geen jongen mee worden gekweekt

Geschiedenis
De eerste zebravinken werden al voor 1850 in Europa ingevoerd. In de eerste jaargang van het vogelblad 'Die gefiederte Welt' wordt reeds in 1872 melding gedaan van een succesvolle kweek met zebravinken. Helaas is niet meer te achterhalen waar zich de eerste succesvolle kweek heeft voorgedaan. Dit geldt niet voor de witte zebravink, deze werd in 1920 in Sydney (Australië) bij een zekere heer Woods gekweekt.
Dat de zebravink een altijd al een populaire vogels is geweest mag blijken uit het feit dat er reeds in 1952 in Engeland een speciaalclub voor zebravinken, de Zebrafinch Society, werd opgericht. Later werd dit voorbeeld gevolgd door Nederland (1968), België (1974) en Duitsland (1983).

Herkomst
De taeniopygia guttata castonotis, zoals de wetenschappelijke naam van de zebravink luidt, komt van oorsprong uit Australië en is ongeveer 10 - 12 cm. groot. Hij bewoont grote delen van het Australische vaste land, uitgezonderd het schiereiland van Kaap York en enige kustgebieden in het Oosten, Zuiden en Zuidwesten.
In Indonesië op de eilanden Flores, Soemba, Alor, Timor en de kleine Soenda-eilanden leeft de ondersoort Taeniopygia guttata guttata. Deze ondersoort is boven op de kop iets donkerder gekleurd, terwijl ook achter op de nek de kleur iets dieper bruin is. Het grootste onderscheid zit hem echter in het feit dat deze vogels op het midden van de keel- en kropomgeving geen zwarte, gegolfde dwarstekening bezitten. Volgens mijn (literatuur)gegevens is deze ondersoort zelden levend in Europa ingevoerd.

Levenswijze in het wild
Zebravinken leven in groepen in met struiken en bomen begroeide grassavannen. Verder zijn ze vaak te vinden in bewoonde en in cultuur gebrachte gebieden. Zebravinken hebben weinig vocht nodig zodat ze in droge streken makkelijk kunnen leven. In hun natuurlijke leefomgeving voeden ze zich in hoofdzaak met halfrijpe en rijpe gras- en onkruidzaden. Insecten worden vrij weinig genuttigd, echter in de broedtijd neemt de behoefte aan het nuttigen van insecten wel toe. Nesten worden over het algemeen in de vorken van takken gemaakt en in holen van bomen op een hoogte van 2 á 3 meter. Het nest wordt gemaakt van droge en groene grashalmen en bekleed met zacht gras, pluis en haren. De periode waarin de vogels gaan broeden wordt bepaald door de temperatuur en de neerslag.
In Australië komt alleen de grijze variëteit voor in de vrije natuur. De mannetjes bezitten een oranjebruine wangvlek die bij de popjes ontbreekt ( Bij witte zebravinken is het verschil tussen het mannetje en het popje te zien aan de snavel. De snavel van het mannetje is bloedrood, terwijl dat van het popje veel lichter rood van kleur is).

Karakter
Zebravinken zijn kleine, lieve vogeltjes die het goed met elkaar en met andere vogels kunnen vinden. Zoals reeds eerder opgemerkt is de soort vooral voor de pas beginnende liefhebber aan te raden. Omdat ze relatief klein zijn is het wel zaak om extra voorzorgen te nemen met betrekking tot het volièregaas. Ze kunnen namelijk door vrij kleine openingen. De zang van de zebravink heeft weinig te betekenen, het mannetje produceert een eentonig licht 'trompetachtig snorrend' geluid.

Huisvesting
Indien de vogels gehouden worden zonder er gericht mee te kweken is huisvesting  in een kooi in de woonkamer, kamervolière en buitenvolière prima mogelijk.
Indien u echter "serieus" wilt kweken met zebravinken en met de vogels naar de tentoonstelling wilt gaan, dan verdient de kweek in broedkooien de voorkeur. Wil men kwaliteit kweken en wil men zekerheid over de afstamming van zijn vogels, dan is er maar één weg, die naar dit doel kan voeren, namelijk broeden met één paartje per kooi! Naar mijn stellige overtuiging is en blijft dit de beste manier om tot goede resultaten te komen. Een geschikte broedkooi voor een koppel is 40 cm. lang, 40 cm. hoog en 40 cm. diep.
Veel kwekers plaatsen hun broedkooien in reeksen met zijpanelen die verwijderd kunnen worden. Het voordeel hiervan is dat de broedkooien dan ook voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld als vluchtje of om (jonge) vogels voor te bereiden op tentoonstellingen. De zijpanelen kunnen o.a. gemaakt zijn van multiplex, hardboard, glas of perspex. Beide laatste materialen hebben het voordeel dat ze het licht in de broedkooi beter doorlaten. Als voorzijde van de broedkooi kan het best gekozen worden voor een metalen voorfront.
Deze voorfronten zijn bij de vakhandel, in vrijwel alle gewenste maten, kant en klaar verkrijgbaar.
Ze zijn, al naar gelang de maat, voorzien van één of meerdere deurtjes en indien gewenst kunnen ze ook geleverd worden met te openen klepjes voor de nestkastjes.
Veel broedkooien zijn of worden voorzien van schuifladen. Ingeval schelpenzand gebruikt wordt hebben deze het nadeel dat ze, a.g.v. zand wat na verloop van tijd tussen de schuiflade en de bodem van de broedkooi gaat zitten, gaan vastzitten. Beter is het om beukensnippers en of kippengrit in de schuifladen aan te brengen.
In de broedkooi brengen we verder nog twee (stevig zittende) zitstokken aan.

Voeding
De voeding dient te bestaan uit een zaadmengsel voor tropische vogels (in elke dierenspeciaalzaak te koop). Daarnaast is het belangrijk dat de vogels de beschikking hebben over eivoer (met name in de kweekperiode), onkruidzaden en 'verse' onkruiden zoals vogelmuur. Indien er jongen zijn voeren de ouders hun jongen ook graag met oud, in melk gedoopt wittebrood. Verder kan nog appel, sla (niet teveel, per vogel ongeveer een stukje van ca.een rijksdaalder grootte) alsmede andere soorten fruit en groente gegeven worden. Grit en maagkiezel mogen in 'het voedselpakket' van de zebravink nooit ontbreken.

De kweek in gevangenschap
Zebravinken nemen vaak genoegen met alles wat hun als nestgelegenheid wordt aangeboden. Het maakt hun vaak niet uit of het een gesloten nestkastje, een half open nestkastje of open tralienestkastje is.  De hoogte, breedte en diepte van de nestgelegenheid dient ca. 10 - 15 cm. te zijn.  
Voor het bouwen van het nest gebruiken de vogels graag kort geknipte stukjes uitgeplozen sisaltouw, kokosvezel, stro of i.d. Het popje legt elke dag een ei tot een totaal van 4 - 6 eitjes. Het zijn over het algemeen verwoede nestbouwers en voor je het weet bouwen ze het ene nest over het andere nest heen. Met name wanneer de vogels in een gezelschapsvolière vertoeven is het zaak voldoende nestmateriaal te geven omdat ze anders de nesten van andere vogels beginnen af te breken om op die manier aan nestmateriaal te komen. Ze hebben graag dat de ingang van het nest wat onzichtbaar is. Het is dan ook belangrijk de nestgelegenheid zo op te hangen dat er aan de zijkant een ingang kan komen. De eitje zijn heel lichtgroen van kleur en worden 13 tot 14 dagen bebroed. Veelal begint het popje na het leggen van het 3e eitje te broeden. Het mannetje en popje broeden afwisselend, waarbij ze elkaar na 1 tot 2 uur aflossen. Als er eenmaal jongen zijn dan is het erg belangrijk dat er voldoende eivoer aanwezig is. In eivoer zitten namelijk dierlijke eiwitten die van levensbelang zijn voor de jongen. De jongen zijn vleeskleurig en met witte dons bedekt als ze geboren worden. Na een week is de huid zo donker geworden dat hij bijna zwart lijkt. De jongen worden ongeveer 6 dagen door de ouders warm gehouden, afhankelijk van het weer gaan de ouder vogels gedurende langere periodes van het nest af.  Op een leeftijd van 3 weken vliegen de jongen uit. Ze worden dan nog enkele weken door de ouders in afnemende mate gevoerd. Na 5 weken zijn de jongen zelfstandig. Een kweekstel dient niet meer dan  2, hooguit 3 broedsels per jaar groot te brengen.
Jonge vogels dienen niet eerder dan op een leeftijd van 10 maanden ingezet te worden voor de kweek.

Bijzonderheden
Zebravinken nemen graag een bad en het is daarom belangrijk dat hier in de kooi c.q. volière gelegenheid voor wordt geboden. Zebravinken behoren tot de zogenaamde 'nestslapers', hetgeen betekent dat ze niet op een stok of tak de nacht doorbrengen, maar in een nest(kastje). Zorg er daarom voor dat in de kooi en of volière nestkastjes zijn opgehangen.

Mutaties
Bij de zebravinken kennen we inmiddels een groot aantal mutaties. Naast de grijze wildkleur kennen we o.a. de volgende mutaties: bruin, bleekrug, masker, wit, bont en getekend, zwartborst, oranjeborst, blackface, zwartwang, pastel, witborst, wang, isabel, agaat, gekuifd en geelsnavel.
Al deze mutaties zijn onderling nog weer te combineren per twee, drie, vier enz.


De Zebravink
Zebravink pop
wildkleur
Zebravink man
wildkleur
Zebravink (pop) wildkleur
Zebravink (man) wildkleur