Reisverhaal 2007

Speurend door Noorwegen

vrijdag 13 juli 2007

Vertrek rond 9.00 uur. Via Arnhem, Apeldoorn, Enschede rijden we Noord-Duitsland in. De reis gaat voorspoedig, alleen tussen Bremen en Hamburg wat drukker verkeer. We vinden onderdak in Molfsee in hotel Bärenkrug, zo’n 10 kilometer voor Kiel. Een sjiek hotel, ‘Kost zeker wel veel pap?’, ‘Eh…… ja, ondanks 10 euro korting’, maar dan heb je ook wat. Twee kamers naast elkaar met één ingang, TV’s mét tv-gids. "Police Academy" in het Duits. (Klingeltoon = ringtone). Chocolaatjes op het kussen, doucheschuim en bronwater inclusief. Prima bedden.

zaterdag 14 juli 2007

Goed uitgerust. ‘s Morgens ontbijtbuffet in de ontbijtkamer. We vallen op, als ‘keine-Mercedes-familie’ tussen de andere gasten. We zeggen niet dat we gisteravond de inhoud van de koelbox in onze kamers hebben verorberd. Desondanks laten we het ontbijt goed smaken, trekken de creditcard en stappen weer in de auto.

Rond 9.30 zijn we onderweg naar de haven van Kiel. Even zoeken, maar rond 10.00 zien we de ‘Kronprins Harald’ liggen. (hij was nog geen koning toen het schip werd gedoopt, blijkbaar) We checken in, parkeren de auto in rij 2 en gaan het schip van dichtbij bekijken. Conclusie: groot!!. Ook nog even over de ophaalbrug heen gekuierd, het centrum in. Een bezoekje aan MacDonald gebracht en weer teruggeslenterd naar de terminal van de Color Line.

Nog eventjes wachten en dan mogen we rond 12.30 uur gaan inschepen. Na een indeling bij de ‘hoge auto’s’ rijden we binnen, omhoog de oprijlaan op, een ererondje op het parkeerdek en we staan op ons plek in het ruim. Voor, achter en links op 20 cm ingesloten door medepassagiers. Rechts niet, we staan tegen de rand. In hoog tempo haalt iedereen de benodigde bagage eruit en volgt de meute de trap op. Op dek 6 ligt hut 155, ons nachtonderkomen. Een ruimte zo groot als onze badkamer, met daarin ’n sofa, kapstok, tafeltje, doucheruimte en opklapbedden (A,B,C en D genummerd, evenals de handdoeken). Terwijl we de ruimte bezichtigen, vertelt de scheepsradio-omroepster ons wat er zoal te doen (=te kopen) is op het schip. We hebben de hut zo bekeken, verdelen de letters, eten wat en snellen ‘hup’ naar boven en naar buiten om de afvaart goed te kunnen zien. Dat gaat heel gesmeerd. We zien de kust bij Kiel voorbij komen, met het van verre zichtbare 85m hoge Marine-Ehrenmal te Laboe. Na ’n uurtje of 1,5 varen we op zee langs de Deense kust. De brandweerboot "Kiel" doet ons uitgeleide. Na alle dekken gezien te hebben, gaat het regenen. We zoeken ’n plekje binnen, bij het raam. Koen en Jolande bezoeken de tax-free-shop, waar hele rijen klanten sigaretten en drank inslaan of het niks is en de flessen staan te rammelen op de maat van de motortrilling. Wij eerst ‘kijken-niks kopen’ maar in de hal toch gezwicht voor een echte ‘Norway’-pet voor Koen. (We zijn de zonnepetten vergeten mee te nemen) Na nog wat rondhangen is het tijd voor het Indigo-familie-buffet. We zijn niet de enigen die zo de lege maag vullen, maar zoals het hoort bij een buffet is er eten in overvloed. Tijdens het eten varen we onder de Størebæltsbroen door, die Fynn met de rest van Denemarken verbindt. De jongens proberen ondertussen uit welke smaak ijs het lekkerst is, voorafgegaan door friet met pizza en dat terwijl de garnalen en vele soorten vis zo lekker zijn. Een heerlijk choco-toetje na en we zijn weer wat dichter bij Noorwegen. We lopen het dek nog maar ‘ns op-en-neer, zien hoe de wimpels waaien, maken schaduwbeelden op de schoorsteen in het laagstaande zonnetje, bekijken een meeliftende postduif en gaan dan met natte schoenen terug naar de hut, ons opklapbed in. Slapen is geen probleem, alleen rond 4.00 uur zijn we allemaal wakker, door de flinke deining. Vermoedelijk varen we, niet meer beschermd door de Deense kust, in het open water. We slapen toch snel weer in.

zondag 15 juli 2007

Om 7.00 uur wakker, snelt Jolande met bril nog op (geen tijd te verliezen!), het dek op, om een eerste blik op Noorwegen te werpen. We varen al in het Oslofjord en worden achtervolgd door twee andere ferry’s. Het is een prachtig gezicht, zo in het morgenlicht onder de strakblauwe lucht, bijna niemand aan dek. De scheepsradio laat kort daarna heel stemmig ‘Morgenstimmung’ van Grieg klinken, bij wijze van wekker en aankondiging voor de zoveelste Color-line-commercial. We wisselen elkaar af tussen dek, douche en hut, zodat iedereen alles ziet en we elkaar in de kleine ruimte niet in de weg lopen. Teruggekomen in de hut, eten we ons ontbijt en zetten alles klaar voor het vertrek. Met zijn vieren zien we vanaf het dek Oslo dichterbij komen. Tijdens het aanleggen halen we onze spullen uit de hut en gaan, net als iedereen, gepakt en gezakt de trap af naar het parkeerruim. In de auto wachten we vol verwachting tot we eruit mogen rijden en zo belanden we via de voorkant van het schip op Noorse grond. We nemen de ‘groene’ straat van ‘niets aan te geven’, lachen vriendelijk naar de douane-speurhond (die niet op al onze meegebrachte etenswaren reageert) en daar rijden we dan, in Oslo!

Eerst denken we nog dat Noorwegen onder de grond is gebouwd, zoveel tunnels als we meteen al doorgaan in deze stad. Het is even wennen aan de wegen en de lage maximum snelheden, maar het ademt al meteen een enorme rust uit, zo op zondagochtend. Oslo lijkt meer op een heel uitgebreide villawijk dan je zou verwachten van de hoofdstad van het land.

We dwalen even rond, maar na geholpen te zijn door twee vriendelijk dames, komen we aan aan de achterkant van het Frogner-park, waarin Vigeland zijn levenswerk heeft weggezet. Een van de dames waarschuwt ons meteen dat, tot haar grote spijt, de parkeerplaats bij het park niet veilig is voor autoinbraken. We nemen onze maatregelen en lopen door het park. Het is er best druk, anders dan de wegen in de stad doen vermoeden. Het lijkt erop dat de toeristen aan de voorkant uit de bus worden gezet, erdoorheen mogen lopen en aan de achterzijde weer ingeladen worden. Een foto maken van de kenmerkende Vigeland mens-beelden, zonder dat er echte mensen in beeld staan is bijna ondoenlijk. De monoliet met 121 ineengestrengelde mensfiguren, steekt overal bovenuit. Alle levensfasen zie je terug in de omringende beelden, van baby’s, kleuters, opgroeiende pubers tot aan ouders en stervenden toe. De brug met de ouders met kinderen in allerlei houdingen springt er ook uit. Je ziet heel wat ouders de beelden nabootsen om zo een ‘unieke’ foto te maken. We lopen terug naar de auto en gaan op zoek naar het schiereiland Bygdoy. Met de behulpzame aanwijzingen van een tolweg-lokettiste vinden we dat bijna moeiteloos.

Het Vikingskiphuset is onze bestemming. Het gebouw lijkt een kruisvormige kerk, maar is in werkelijkheid een museum, waarin drie opgegraven vikingschepen zijn tentoongesteld, in verschillende staat van restauratie. Het zijn schepen die zijn meegegeven in het graf aan belangrijke personen, samen met allerlei gebruiksvoorwerpen die de overledene, zodra die terugkomt in het leven, goed zal kunnen gebruiken. Toch maken vooral de schepen zelf grote indruk. Zo groot, zo knap ambachtelijk in elkaar gezet, dat kun je je niet voorstellen als je het vikingschip uit de geschiedenisboekjes voor de geest haalt.

Buiten is het prima weer, dus we genieten van koffie met ’n donut en ijsjes op de picknickplaats We leren dat ‘ute natdrift’ betekent dat de parkeerautomaat kapot is. Zoetjes aan is het dan tijd om Noorwegen verder in te rijden.

Via het Mjosameer, langs Hamar, komen we in Lillehammer. Daar huren we op ’n camping een hytte, ’n gebouwtje dat doet denken aan een tuinhuisje, maar dan iets groter én voorzien van keuken, slaapkamer en TV. We eten spaghetti en brengen onze eerste nacht op Noors grondgebied door.

maandag 16 juli 2007

Het is zulk goed weer dat we buiten kunnen ontbijten aan de picknicktafel, die we verhuizen naar ’n plekje in de schaduw. We poetsen het hutje op, zoals gebruikelijk is in dit land, en rijden naar de andere kant van Lillehammer naar het openluchtmuseum Maihaugen. Na enig gedoe met de parkeermeter, waarop alleen in het Noors aanwijzingen staan, worden we heel vriendelijk te woord gestaan bij de ontvangst en speciaal gewezen op de verschillende demonstraties die er in het park te zien zijn. De jongens hebben in de folder konijnen op de foto gezien, dus daar gaan we zeker ook naar op zoek. Tijdens die zoektocht maken we stevig kennis met verschillende oude gebouwen uit het Gudbrandsdal. De eerste Staafkerk zien we hier, en heel veel houten woningen, boerderijen, winkels, de bakkerij, vissershutten. Het postkantoor, ’n station en een huis van de toekomst zijn ook aanwezig. In de oude telefooncel blijkt een modern telefoontoestel te hangen. Verder zien we slapende varkens, geiten en bonte kraaien, maar helaas, nog geen konijn. Een van de ‘entertainers’, zoals de jongens ze noemen (Roller-coaster-term), is boter aan het karnen. Buiten hoor je al van verre het bonk-bonk-bonk geluid dat ze daarbij maakt. Een halve dag stampen en je hebt een pakje boter bij elkaar gekarnd(!). Een ander meisje laat een prachtige houtgesneden mangel zien, ’n ouderwets strijkijzer zou je dat kunnen noemen. Als een jongen avances maakte, gaf hij zijn beoogde bruid een zelfbewerkte mangel kado, om haar gunstig te stemmen. Is weer eens wat anders dan ’n bos rode rozen. Sommige gewilde meisjes, hadden een hele verzameling mangels. Tegenwoordig is er in Noorwegen nog de uitspraak, dat ’n meisje dat ongehuwd wil blijven, zegt dat ze al ’n mangel heeft aangeschaft. Verder blijkt dat de bedden niet naar de maat van de mens werden gemaakt, maar heel praktisch, naar de maat van de ruimte waarin ze staan. Als je 2 meter bent en klein behuisd, heb je dus gewoon pech. In een boerderij-nederzetting heeft Koen nog flink de klok laten luiden. Het ene aanwezige konijn hebben we nog gevonden, een dik exemplaar, type Vlaamse Reus, dat in zijn hokje lag te suffen. Gelukkig was ernaast een pleintje waar met behulp van stelten, zelf enige activiteit kon worden ondernomen.

Na dit bezoek, rijden we door naar Gålå, naar onze eerste echt hytte. Eerst nog langs het Kjöpecenter om flink dure boodschappen in te slaan. De hytte ligt vrij hoog in de bergen, bij Harpefoss. Onderweg rijden we bijna over ’n stel schapen heen die op hun gemak aan bermtoerisme doen. We weten nog niet dat dat hier langs de weg net zo gewoon is als praatpalen bij ons. Hut nummer 9, aan het eind van het pad, is voor ons. Een mooi huisje, van alles voorzien, zelfs een grote diepvrieskast is aanwezig. Het is een echt wintersport-gebied, vandaar ook ’n speciale droogkast om je skikleding in te hangen. Deze komt nog goed van pas om de was te laten drogen. We hebben uitzicht op het diepergelegen meer en in de verte op de besneeuwde toppen van de Jotunheimen. Ook hier kuieren de schapen rond. Nieuwsgierige schapen, die tijdens het uitladen met z’n allen in onze achterbak staan te koekeloeren en er bijna inklimmen. We begrijpen nu waar het hek voor de veranda voor is bedoeld. Koen neemt de kamer op de vide, Sjors de knusse stapelbed-slaapkamer, wij de andere. ’S avonds eten we echte Noorse ‘nasi-goreng’, die goed smaakt, klaargemaakt in een gietijzeren ‘jerngryte’, de bijna niet te tillen braadpan, daarna lekker moe het bed in.

dinsdag 17 juli 2007

Rustig dagje doorgebracht, uitrusten van de vier volle reisdagen, genieten van het begin van de vakantie. Het regent en er is veel bewolking, dus we hebben weinig zin om er op uit te gaan. We lezen wat, kijken folders en TV en spelen met de game-boys. De was krijgt wat aandacht en we maken plannen. Morgen zoeken we de Peer Gynt-weg op.

woensdag 18 juli 2007

Op deze wat regenachtig begonnen dag rijden we over de weg van Noorwegens beroemde legende-figuur Peer Gynt. De man die voor hem model heeft gestaan, schijnt afkomstig te zijn uit het Gudbrandsdal, vandaar dat deze toeristische autoroute naar hem is genoemd. We volgen het deel van dit zandpad van Gålå tot Skei, maken dan een slinger, om langs een parallel-lopende weg weer terug te keren. Door de regen in combinatie met het zandpad hebben we binnen de kortste keren een flinke modderauto. Het landschap op de hoogvlakte waar de weg doorheen voert, is heel onwerkelijk. We hebben zoiets nog nooit ergens anders gezien. Een beetje maanlandschap-achtig zou je zeggen, maar toch begroeid met lage struikjes en veel, heel veel rendiermos. Je kan er duizenden kerststukjes mee bekleden als je zou willen. Een heel aparte ervaring, deze weg.

We gaan aan het eind rechtsom en komen langs de Helvete. We weten niet precies wat dat is, dus op de gok kopen we een entreekaartje en gaan erin, het weer is inmiddels heel goed opgeklaard, dus het nodigt wel uit voor een wandeling. Het lijkt zoiets als een ‘klamm’ te zijn, zoals je veel in Oostenrijk ziet. Een afdalend paadje door het bos, gevolgd door houten vlonders en trapjes, nog meer trapjes en veel rotsen en water. Op een gegeven moment houden de trapjes echter op, en daarmee ook de vergelijking met een klamm. Zelfs met wandelstok wordt het mij te gortig, dus ik besluit het voor gezien te houden en zoek een plekje op een houten balkon. De mannen gaan wel door naar beneden. Na ’n 3 kwartier komen ze hijgend weer boven. Hun verhalen gehoord en de foto’s gezien hebbend, ben ik heel blij dat ik niet verder ben gegaan. Het pad was op een gegeven moment niet meer dan rotsen en glibberende waterstroompjes, natuurlijk wel heel avontuurlijk en mooi. Ze zijn tot in de diepte van deze jette-grytter gegaan, daar waar het riviertje stroomt dat de rotsen door het kolken heeft uitgesleten tot een diepe heksen-ketel.

Terug boven gekomen rijden we verder, langs het witte kerkje van Svatsum en de plaatsjes Skabu en Fefor. Onderweg hebben we fraai uitzicht op de Jotunheimen met de besneeuwde toppen. ’s Avonds in de hytte, doen de jongens pogingen om de houtkachel aan te steken, om een of andere reden wil die niet goed trekken, ondanks (of dankzij?) de inzet van een stapel afgedankte toeristen-folders. De rest van de avond jokerend doorgebracht.

donderdag 19 juli 2007

Het is alweer tijd om naar het volgende huisje te vertrekken. Rond 10.30 gaan we. Vlak bij stoppen we nog even om die besneeuwde toppen, die we in de verte zien, op de foto te zetten, want die zien we vast niet meer terug in deze vakantie, denken we dan. Halverwege stoppen we in het plaatsje Lom. Hier is een prachtige staafkerk, die met veel houtsnijwerk is opgesierd. We bezichtigen de binnenkant, en uit de uitgereikte handleiding komen we te weten dat de rune-tekens bovenin de kerk, een voorloper van graffiti zijn. Een of andere antieke belhamel is tegen de houten wand opgeklommen en heeft erop geschreven: ‘Ik ben helemaal tot bovenin gekomen, zover als je maar kan komen’. We doen nog ’n boodschapje in het dorpje, eten onze kaneelboller op, naast het snelstromende riviertje en gaan verder op weg.

En wat een weg!! De Sognefjell-veien voert ons verder van Lom naar het Sognedal, over de Jotunheimen heen. Het begin vinden we al zo mooi, een breed dal, rotsen, lage begroeiing, snelstromend water, prachtige watervallen overal om je heen. Vlakbij Elveseter staat Sagasøyla, een 33 m hoog monument dat versierd is met motieven uit de Noorse geschiedenis en waarop Harald Schoonhaar als ruiter staat. Op bijna elke parkeerplaats stoppen we om de omgeving goed in ons op te nemen. We stijgen, dus op een gegeven moment, rijden we langs een sneeuwveldje, waar we natuurlijk ook even van moeten genieten, zoiets zien we vast niet meer(!). Maar, Noorwegen heeft nog veel meer te bieden, het wordt steeds mooier, hoe verder we komen. Meer watervallen, meer sneeuw, prachtige berglandschappen.

Bovenin rijden we over een hoogvlakte die nog grotendeels is bedekt met sneeuw. Met het zonnige licht daaroverheen ziet het er heel flitsend uit. De Grossglockner van eerdere vakanties verdwijnt hiermee in het niet, hoe mooi die ook is. Stenenstapeltjes en sneeuwpopjes zien we staan, terwijl we over de golvende weg verder rijden. Via een haarspeldbochtenweg dalen we weer af tot in Sognedal, daar de brug over, en zo staan we aan de haven in Kaupanger. Dat was iets te ver, dus effe terug naar onze bestemming ‘Vesterland feriepark’.

We krijgen de eerste hut die je tegenkomt in het park, ter beschikking. Het is even wennen aan deze nieuwe hut, we waren eigenlijk al gewend aan die in aan de Peer Gyntweg. Het is ´n beetje donker omdat het middenin de bossen ligt, maar het went snel en is ook een prima verblijfplaats. Als diner dit keer Hamburgers vanaf servies dat rechtstreeks van de kringloper lijkt te komen, geen bord of kopje is van dezelfde serie en ons meegebrachte basiskeukengerei komt goed van pas.

vrijdag 20 juli 2007

We staan rustig op en maken op ons gemak toilet. Sjors probeert diverse kapsels uit, Koen houdt een one-man-show in de badkamer en vraagt en krijgt applaus. Bij de receptie op internet het weer opgezocht en door Koen eventjes gerun-escaped. Het weer bij ons is stukken beter dan in Nederland. We luisteren naar de plaatselijke gids, die vertelt wat er zoal te doen is in de omgeving, heel modern doet ie dat, compleet met powerpoint-presentatie. ’s Middags gaan we naar de Sogndal Flughavner. Die ligt boven op een berg, da’s makkelijk voor de vliegtuigen waarschijnlijk. Het is zoiets als Roosendaal-Airport Seppe.

Onderweg zijn er mooie uitzichten op het fjord. Sjors en Koen vermaken zich met het fototoestel, het resultaat: maffe zelfportretten, het dak, ’n boom en ’n hand. Helemaal in vakantiesferen verkerend, zijn we al onze officiële papieren vergeten mee te nemen, dus toch maar effe terug naar de hut en vervolgens naar de plaatselijke staafkerk, de veerhaven van Kaupanger en het Sognefjord bootmuseum. We zien de veerboot aankomen en ontmoeten daar toevallig hetzelfde gezin dat we gisteren op de Sognefjell-veien ook al tegenkwamen. Zij ervaren Noorwegen net zoals wij dat doen: geweldig! We karren nog even naar Sogndal om de enige bezienswaardigheid daar, een runesteen, te zien staan en keren dan weer naar de hut. Met bami-goreng en jokeren met teveel jokers (blijkt later) brengen we de avond door.

zaterdag 21 juli 2007

We maken een fjord-cruise! Vanuit Kaupanger over de Sognefjord, door de Naeroyfjord naar Gudvangen en weer terug. Dat betekent vroeg op, want om 9.30 uur vertrekt de boot.

Het is heerlijk zonnig weer, dus we zoeken ’n plekje aan dek. Daar belanden we temidden van een Spaans reisgezelschap, dat vermoedelijk ’n koor vormt, want ze zingen en kletsen heel onderweg. (wat ’n herrie!) Dat maakt de reis nog unieker dan die al is. De meevliegende meeuwen stellen het gezang niet zo op prijs, en laten dat aan een Spaanse dame merken met het enige wapen dat ze hebben. (blèèh). De cruise voert eerst door het brede deel van de Sognefjord, maar in een zijtak ervan wordt het steeds smaller, het heet er niet voor niets Naeroyfjord (narrow-smal).

Er is een plaats die Solaløysa heet, de zon schijnt daar nooit omdat er altijd schaduw is. Het verschil tussen in en uit de zon varen is ook goed merkbaar in de buitenlucht. We hebben schitterend uitzicht op de bergen, watervallen (o.a. de Kjelsfoss) en het water onderweg. We zien zelfs bruinvissen zwemmen. De 2,5 uur naar Gudvangen zijn eigenlijk te snel om.

Gudvangen zelf is ’n klein veerhaven-plaatsje, dat door de bouw van de Laerdal-tunnel minder belangrijk is geworden voor de doorreis van Oslo naar Bergen. Voorheen moest alle verkeer vanaf de veerboot uit Laerdal, hier verder de bergweg op naar Bergen. Nu is het vooral een pleisterplaats in de reis ‘Norway in a nutshell’, die veel snel-toeristen als een ´must´ zien.

Op de dag dat wij er zijn, is er toevallig een Viking-markt gaande. Uit het hele land zijn liefhebbers hierheen gekomen om ‘Vikingkje’ te spelen. Ze wonen ’n paar dagen in tenten, dragen Viking-kleding en doen alsof ze in die tijd leven. Zelfs het drakenschip met echte ‘Vikingen’ (met hedendaagse dikke buik) is aanwezig.

Als je een van de `Vikingen´ aanspreekt, vertellen ze heel veel over de leefwijzen van hun voorvaderen. Er is zelfs ’n ´oude wijze vrouw´, die niet meer te stoppen is met vertellen. De Noorse bezoekers hebben pech, want zij wil eerst haar Engelse verhaal aan ons afmaken. Ook ’n klein babytje ligt in een van de tenten, in Viking-kledij, maar wel met Pampers aan, ook Vikingmoeders spoelen liever niet de luiers.

Sjors en Koen krijgen nog boogschiet-les en na enig oefenen lukt het ze om de pijl in de rieten mat te schieten. Een klein Vikingmeisje doet ook dappere pogingen, maar wordt daarmee bijna een bedreiging voor de omstanders. Opvallend is het vertrouwen en de behulpzaamheid van de mensen hier. Briefkaarten worden niet nageteld in de winkel, de bestelde lunch wordt op het terras afgeleverd, ook al is het een zelfbedieningsrestaurant, kaarten worden bij het weer inschepen, niet eens meer gecontroleerd. Ze lijken het heel vanzelfsprekend te vinden dat de ander zich netjes gedraagt.

De terugreis is ook weer prachtig, ’n stuk rustiger zonder het spaanse zangkoor, en met ’n heel andere lichtval. In Kaupanger rijden we weer langs het bord ‘Sleppe Køen forbi’, maar we slepen Koen niet voorbij, maar gewoon weer mee naar de hut. Daar aangekomen, maken we met vereende krachten het eten klaar. Voor het bereiden van de chocolademousse uit een pakje, schakelen we de vertaalhulp van de receptie in, die dat met enige verbazing geven. De briefkaarten geschreven, nog wat gejokerd en het is weer laat voor je het weet. Om 22.30 uur is het dan ook nog gewoon licht buiten.

zondag 22 juli 2007

Gisteren laag op het water, vandaag hoog in de bergen op weg naar de oorsprong van al dat water: de Jostedalsbreen, een geweldig grote gletsjer. We rijden naar Fjaerland over de duurste bomweg van Noorwegen (NOK 150). Maar duur of niet, de schapen laten zich er niet van weerhouden om onder de vangrail te bivakkeren. Door diverse lange donkere tunnels bereiken we het Bremuseum. De noren vinden blijkbaar tunnels zo gewoon, dat je ze op de wegenkaart niet terugziet, net zo min als dat er speciaal voor gewaarschuwd wordt met verkeersborden. Het museum is gehuisvest in een modern betonnen gebouw, dat al veel architecten-prijzen heeft gewonnen, zo apart is het. Wij vinden het niet echt mooi. Binnenin wordt alles over gletsjers toegelicht. Je kunt er ijs persen, door ’n gletsjergang lopen, energie-fietsen, Otzi de Oostenrijks/Italiaanse ijsmens bewonderen en ’n film bekijken alsof je in een helikopter over de gletsjers vliegt. We doen het allemaal. Er is sinds twee dagen ’n tentoonstelling geopend door Walter Mondale, over 'Our Fragile Climate'. Beetje deprimerend geheel is dat wel, maar omdat we net "An Inconvenient Truth" van Al Gore hebben gezien, wel aansprekend.

Na het museumbezoek, gaan we op weg naar ’n uitloper van de echte gletsjer. Bij de Brevasshytte parkeren we en lopen langs het gletsjermeer, tot we niet verder kunnen/mogen. De jongens maken dammen, spelen met stenen en bekijken de ijsmassa, die boven tegen de berg aanhangt. Vele beekjes stromen overal om ons heen en ’n prachtig uitzicht is er ook hier weer.

Teruggekomen bij onze hytte, stoken we de haard, bij gebrek aan hout, met gesprokkelde takken en dennenappels, en poetsen de boel weer op. Morgen naar de volgende bestemming.

maandag 23 juli 2007

Verhuisdag. Alles is weer ingepakt, rond 9.00 uur verlaten we de hut, om 7 kilometer verderop halt te houden voor de pont. Meteen uit ’n tunnel, sta je plotsklaps bij de veer-haven. We staan helemaal vooraan op de boot, een heel andere ervaring dan op de ferry uit Kiel. Na zo‘n 20 minuutjes varen zijn we aan de overkant van de Sognefjord, in Laerdalsoye.

Iets verderop in Laerdal, ligt het Norske Villakssenteret, een centrum, waar van alles over zalm te bekijken is. Het ligt aan de rivier, die voor zalmvissers het mekka heet te zijn. Ook Koning Harald schijnt hier te hobby-vissen, dus wie weet is die man in dat waadpak aan de overkant hem wel. We starten met een zielige film over ‘blub’ de zalm, die met zijn 7000-den begint en eindigt met z’n 4-en. Verder is er ’n aftakking van de rivier, als zijnde een aquarium via een glaswand te bekijken. Een stuk of 6 ‘blubs’ zwemmen er tegen de stroom in, en laten zich bekijken. Flinke jongens zijn het. De tentoonstelling laat verder zien hoe zalm gevangen werd en wordt en hoe het leven van de zalm verloopt. Na al die zielige verhalen over de bedreigde zalm, hebben we honger gekregen dus we eten in het restaurant een toast met..., jawel: zalm. Deze was gekweekt en is geen wilde-zalm, hopen we dan maar. Het smaakt overigens prima.

We vervolgen de reis over de E16, een van de weinige snelwegen van Noorwegen. Onderweg zien we ’n stuk of 30 watervallen, het gaat bijna normaal worden om die te zien. De E16 is onderweg opgebroken, maar toch gewoon open voor alle verkeer, ook al rijd je dwars door de zand en grinthopen over de snelweg, een vreemde gewaarwording. Het is niet zo verwonderlijk dat je hier bijna 3 uur doet over zo’n 200 kilometer. Het is wat regenachtig onderweg als we het hooggebergte weer inrijden, langs meren en hoogvlaktes. Bij de afslag naar Beitostolen, halen we boodschappen in ’n plaatselijke supermarkt. We gaan verder over ’n smal bergweggetje, dat vol gaten zit en zijn blij als we Beitostolen bereiken.

De sleutel halen we af bij het Leiligheter Hjotell en we gaan op zoek naar ons volgende hutje. In eerste instantie lijkt die hut niks, van buitenaf bekeken, maar van binnen is het ’n paleis, zo groot. Het is berekend op 8 personen, dus 3 slaapkamers, 2 badkamers, ’n groot balkon, 3 schapen voor de deur. Heel prettig vooruitzicht om hier de tijd door te gaan brengen, omdat het weer even wat minder is, en we hier rustig aan willen doen. Bij gebrek aan kip, eten we worst-tandoori, wat ook prima smaakt.

dinsdag 24 juli 2007

We slapen uit, lezen en spelen wat. Hangen en liggen. Aan het eind van de middag trotseren we de miezerregen en lopen het dorpje door naar de toeristeninfo. Beitostolen is niet echt een bewoond dorp, maar meer een wintersport-nederzetting, vol hutten, hotels en ’n camping. Alles is gericht op de (wintersport-)toerist. De toeristeninformateur doet verwoede pogingen om ons te leren hoe je Valdresflye fatsoenlijk op z’n Noors uitspreekt: ‘Waaldresfluuiiaa’ zoiets. Hij heeft er in elk geval voor gezorgd, dat we dat woord nog vele malen zullen uitspreken. We maken plannen om die hoogvlakte te gaan bezoeken. De rendieren in de Apen Stol, zijn al naar hun nachtverblijf als wij er komen, dus morgen gaan we terug. ’s Avonds fusilli met worst, bij gebrek aan rundergehakt. We raken al gewend aan al die worstjes die zich vermommen als diverse vleeswaren. De sjokolade pudding die Koen en ik in de supermarkt hadden ontdekt, blijkt iets anders te smaken dan we hadden verwacht, het is meer gelei dan pudding. Tot onze verbazing vinden we in de kast een Nederlandstalig boek. Het is al aardig versleten, dus vermoedelijk al door heel wat gasten verslonden.

woensdag 25 juli 2007

Ook vandaag kalm aan gedaan. Terwijl de buren inpakken, onder het toeziend oog van een stel bemoeizuchtige schapen, eten wij ons ontbijtje en gaan het dorp in. De rendieren in de apen stol zijn nu wel aanwezig. Drie liggen er buiten, een witte zoekt schaduw in ´n tent en komt er alleen af en toe uit voor ´n hapje rendiermos. Hier hebben we ook een eerste korte kennismaking met de Samische kunstnijverheid, levenswijze, kleding en bouwtraditie.

Na de apen stol, gaan we op zoek naar de lysetkapelle, oftewel de lichtkapel. We vinden die ´n eindje voor het dorp, langs de weg. Het is een moderne kapel, heel verrassend blauw opgeschilderd van binnen, met gouden bloemenranken op de balken. Vooral de glas in lood ramen zijn prachtig gemaakt. In de kapel is het een oase van rust, wat zelfs bij Koen een ´heel speciaal gevoel´ oproept. Die rust is buiten snel weg: de jongens ontdekken een mierenhoop, die onderzocht moet worden. Teruggewandeld naar het dorp, plunderen we de ´kiwi mini pris´nog even. Met veel bombarie wordt ook een zak brandhout ingeslagen, `die sjouwen wij wel´. Met vereende krachten wordt ie 10 meter verderop getild, dan neemt Ad hem op de schouders voor de rest van de etappe naar de hut terug. Terug bij de hut, geeft de thermometer 30 graden aan, dus we nemen het terras in gebruik en bekijken de schapen. ´s Avonds brandt het hout goed in de kachel. Morgen gaan we op zoek naar de 3000 rendieren die los lopen op de ´Waaldresfluuiiaa´.

donderdag 26 juli 2007

We rijden Beitostolen uit naar het Noorden. Daar komen we meteen in een toendra-achtig landschap terecht, geen bomen, alleen struikjes en rotsen, moeras en meren. We zien geiten, koeien, paarden, maar geen enkel rendier, zelfs geen kleintje! Het landschap is hier weer verrassend anders dan we al gezien hebben. Een hardlopende geit, laat zich al schuddend van haar mooiste kant zien, we wijzen de jongens erop en dat lokt daarmee op de achterbank uit: "Hé ja", als alles duidelijk bekeken is. Het landschap nodigt uit tot het maken van weer ‘n stenen-mannetje, dat uitkijkt over het meer. We rijden tussen de meren Bygdin en Vinstervatnet door en verder omhoog tussen rotsen en sneeuw. Steeds weer mooie vergezichten over die meren.

Boven op de Valdresflye stoppen we bij de jeugdherberg ‘Vandrerhjern’. De sneeuwvlakte nodigt uit tot sneeuwballengooien, ook al is Sjors heel zomers gekleed. De wafels met room en jam smaken ons daarna prima. Tot het meer Gjende rijden we nog door. Bij de Gjundesheim parkeerplaats keren we, tot verbazing van de parkeerwacht die ons net wilde uitleggen dat de parkeerplaats verderop vol is.

Terug door het maanlandschap nemen we nu de afslag naar de Jotunheimvegen, ‘n bomweg met een heus administratiesysteem. Bij de boom neem je een bankoverschrijfformulier, druk je op ‘n knopje en de boom gaat open, het lijkt allemaal heel primitief. Maar tegelijkertijd neemt een camera wel je kenteken op, zodat je de rekening altijd nog gepresenteerd kunt krijgen. Een eind verderop betaal je met dat formulier de tol, bij de fjellstube Haugeseter, of je kunt het thuisgekomen opsturen en via de bank betalen. Net als weg 51 over de Valdresflye al deed, golft deze weg door het landschap en schokt ook nog door de vele gaten in de weg. Hier zie je vooral veel koeien op de weg.

Peer Gynt zou in het meer waar je langs rijdt gesprongen zijn, gezeten op de rug van een rendier, zal wel frisjes geweest zijn.

De koeien zijn hier overigens heel goed in binnensluipen, want ondanks een wildrooster, doen ze zich tegoed aan het gras in de omheinde tuin van de Fjellstube. Een strookje van 20 cm breed, naast het wildrooster is genoeg voor ze, om erlangs te wringen. We kijken er nog wat rond en keren dan weer terug naar weg 51.

Bij de Bitihorn nog ‘n stop, om daar een rondwandeling te maken op de berghelling. De jongens maken er ‘n sport van om alle merktekens voor de wandelroute te verstoppen achter losse stenen, op de terugweg blijken die tekens toch hard nodig om de weg te kunnen vinden terug naar de parkeerplek, maar het pad is gelukkig veelbelopen en zo nog herkenbaar.

Bij die parkeerplaats zien we toch nog 2 rendieren, die als reclame dienen voor ‘n souvenirwinkel in Samische producten, gevestigd in een lavvo. (zomertent) Helaas geen wilde, maar gewoon achter ‘n hek en met leidsels om. De andere 2998 hebben we niet meer gezien. Na de afdaling van de Bitihorn begint het toch weer te regenen, maar bij onze hut is het gek genoeg nog droog. Bij ‘n kopje bouillon bekijken we de foto’s die we tot nog toe al genomen hebben, het zijn er veel, heel veel aan het worden.

vrijdag 27 juli 2007

De laatste dag in Beitostolen al weer. De rodelbaan lonkt, dus ondanks de grijze lucht lopen we erheen. Deze rodelbaan is voor Noorwegen uniek en de eerste in het hele land, dus daar kunnen we echt niet aan voorbij gaan. Helaas gaat het als we er net aankomen, toch regenen. We wachten nog ´n kwartiertje, maar krijgen dan van de lokettist, die met krantlezen de tijd doodt, te horen dat de baan niet open is in verband met het weer. Jammer voor de jongens, die er zich al op hadden verheugd. Als alternatief (en om te schuilen), vermaken we ons met winkeltjes kijken. Het trollenbeeldje dat we eigenlijk nog wilden aanschaffen, blijkt € 25 euro te kosten, dat hebben we echt er niet voor over, hij kijkt nog lelijk bovendien! Een paar sieraden gemaakt uit hematit gaan wel mee, iets dergelijks hebben we jaren geleden in de Dordogne ook al eens aangeschaft. Later vinden we uit dat hematit ‘n ijzerhoudend mineraal is, vandaar de staalblauwgrijze kleur. Ter compensatie voor de gemiste rodelbaan, kopen we bij de Spar nog wat extra lekkere dingen in.

 

Teruggekomen in ons huisje, zien we ineens een eekhoorntje over het hek heenlopen en de boom insprinten, natuurlijk zijn ook de park-schapen weer van de partij met hun klingelbel. Na de koffie maken we een begin met schoonmaken, wat door de grootte van het huisje wel even wat tijd kost. We verdenken er onze voorgangers van, dat ze de kleden nog nooit zo goed hebben schoongemaakt, getuige de stofwolken die eruitkomen. Vervolgens ge-risk-ed, waarbij we, zoals altijd, weer flink overwonnen worden door Sjors. De laatste restjes hout gaan de open haard in, onze uitgelezen tijdschriften laten we achter bij het versleten boek, en zo zijn we weer helemaal gereed voor de volgende etappe.

zaterdag 28 juli 2007

Inpakdag. Dat gaat ons steeds gemakkelijker af. Zou het de ervaring zijn, of is de verminderde hoeveelheid etenswaren hiervan de oorzaak? Even tanken en geldtrekken en we laten Beitostolen achter ons. Even buiten het dorp zien we warempel onze parkschapen rond kuieren in de berm, het zijn dus blijkbaar dorpsschapen! We rijden tot in Fagerness, waar we in het Kjopesenter onze voedselvoorraad gaan aanvullen, voordat de winkels wegens de zaterdag gesloten zijn. Je kunt zien dat Fagerness echt het regiocentrum van Valdres is, want deze supermarkt is goed gesorteerd, er is zelf vrij veel keus in het vlees. Met fiskekaker en wat blikvoer gaan we weer naar buiten. Een krantje hebben we toch maar niet gedaan, het lijken iets te veel roddelbladen te zijn met grote foto’s van het kroonprinselijk paar op de voorkant. Vanuit Fagerness nemen we een binnendoorweg naar Gol, waarna we uitkijken naar ‘n stopplaats voor de middagpauze.

Een bord met ‘meteorietkrater’ trekt onze aandacht, dus we slaan dat bergweggetje in, in de verwachting en parkeerplaatsje bij ‘n kuiltje in het land te gaan vinden. Zoals veel bezienswaardigheden hier, is ook deze goed verstopt en alleen bereikbaar over lastige weggetjes. Maar het blijkt veel meer te zijn dan ‘n parkeerplaatsje. Hier in Gardnos is een natuurpark waar allerlei geologische verschijnselen, die het gevolg zijn van een meteorietinslag van duizenden jaren geleden, te bekijken zijn. Het hele dal, zover je kunt zien, is dé meteorietkrater. Een enthousiaste geoloog ontvangt ons en is onze gids in 3 talen. Hij laat op aansprekende wijze ons van alles zien, van elandkeutels tot heksenketels (jettegrytter) Dat er zoveel te ontdekken is op een beboste heuvel die vol ligt met stenen, hadden we niet verwacht. Het begrip meteorietinslag betekent vanaf nu, voor ons veel meer dan voorheen.

Na het hapje van de middagpauze rijden we verder. Rond half vier komen we in Norefjell, waar we uitgebreid worden ontvangen door de man aan de receptie. Het halve folderrek krijgen we mee, terwijl we hier toch echt ook maar ‘n dag de kans hebben om iets te gaan zien. Hij blijkt, naast receptionist, ook ‘just the cook’ te zijn van het aanpalende restaurant en tevens fietsreparateur en klusjesman en stuurman van de barbeque-boot. Ook hier treffen we weer ‘n prima appartement. Het is vrij nieuw, heeft een hoog IKEA-gehalte aangevuld met de overbodige artikelen uit het echte huis van de eigenaren. Blijkbaar besteden die hun verblijf hier met het nog ophangen van allerlei artikelen, want we vinden hamer, rolmaat en spijkers in de keukenla en nog op te hangen haken in de badkamerkast. Lampen ontbraken hier en daar nog evenals de helft van de buitenthermometer. De jongens reorganiseren de mand onder de salontafel, en komen er zo achter dat dit ‘n stel Noorse bordspellen zijn, die ze direct gaan spelen, met spelregels naar eigen inzicht.

Vanaf het balkon is het ‘n mooi uitzicht compleet met regenboog, over het Kroderenfjord, we zitten dan ook tot laat in de avond op het balkon. Ondanks de weinig zenders op de tv, (bij de traditionele binnenkomstcontrole door Sjors en Koen vastgesteld) ontdekken we toch nog ‘n misdaadfilm die ons boeien kan: "Blood Work" van en met Clint Eastwood met Noorse ondertiteling! Zo leren we nog wat interessante Engels-Noorse vertalingen. (bullshit=pissprat) Daarna ons 5e bed in Noorwegen opgezocht en Koen na enig gestrubbel in hun slaapkamer, de slaapbank.

zondag 29 juli 2007

Zo’n 30 kilometer verderop, in Modum, liggen ‘n Koboltgruvene en blaafarvevaerket (kobalt-groeve en blauwverf-fabriek) die we vandaag gaan bezoeken. Over ‘n smalle steile weg, vol met gaten en opgehouden door ‘n kudde koeien die op hun gemak voor onze auto er hun gemak van nemen en waar we gelukkig geen tegenliggers hebben, bereiken we de groeve. Je snapt niet hoe ze hier vroeger de vrachtwagens overheen hebben gekregen! Veel buitenlandse nummerplaten zien we niet, wel veel Noorse bezoekers. Deze bezienswaardigheid is ook weer heel goed weggestopt in de bergen. Na de gebouwtjes bekeken te hebben, komt de gids eraan. Omdat wij, met één Franse dame, de enige buitenlanders zijn, krijgen we ‘n voorkeursbehandeling op aangeven van de receptioniste. We mogen voorop lopen bij de gids, zodat hij eerst in het Engels de uitleg kan geven en pas later in het Noors aan zijn landgenoten.

Na een vlotte afdaling van de heuvel, komen we bij de ingang van de mijn. Heel charmant, krijgen we allemaal een groenige wollen poncho en een veiligheidshelm aangemeten. Die helm blijkt helemaal terecht, want in de mijn is het ‘tok’ ‘tok’ niet te tellen, als er weer iemand tegen ‘n steen aanloopt. De mijntunnels zijn met behulp van felle vuren uitgegraven, toen ‘n slimme ingenieur doorkreeg dat je beter gericht naar de kobalt kunt graven dan zomaar, zoals voorheen, de hele berg af te graven. Zeker als je weet dat tonnen steen slechts enkele grammen kobalt opleveren.

Deze mijn heeft lange tijd ‘n groot deel van Europa van kobalt voorzien. Kobalt is vooral gebruikt als blauwe kleurstof voor serviesgoed. Zo’n zuivere vorm als hier is aangetroffen is erg zeldzaam, dus kostbaar en daardoor is deze mijn lange tijd winstgevend geweest. En als je ziet hoe arbeidsintensief de winning geweest moet zijn, moet dat wel heel winstgevend geweest zijn. De olielampjes die als werkverlichting dienden, hangen er nog, om te laten zien, hoe lastig werken het hier was. De kobalt is er nu grotendeels uit, maar hier en daar zie je nog roze stukken steen, wat duidt op kobalt wat met zuurstof heeft gereageerd. In de mijn valt de veiligheid op en de kunstige manier van water omleiden. Duitse ingenieurs, die gewend waren aan minder stevig gesteente dan het Noors graniet, hebben de mijn extra stevig gestut. Al met al is het ‘n interessante excursie.

Terug buiten gekomen, wordt er natuurlijk menig steentje meegenomen, stel je voor dat er nog iets kostbaars inzit! Graniet, kwarts en mica wordt meegesjouwd de auto in. Buiten is het prima weer, dus we nemen nog maar ‘ns een wafel, dit keer met geitost, de nationale lekkernij. (als je ervan houdt dan) Koen gaat, bij gebrek aan echte, maar ‘n stenen konijntje kopen in het winkeltje.

Terug in ons appartement wordt de meegebrachte steen flink bewerkt met ‘n hamer, maar helaas, geen kostbare inhoud aangetroffen.

‘s Avonds pannenkoeken en fiskekaker als avondeten en een komedie "The Full Monty" als afsluitende film op tv.

maandag 30 juli 2007

De hele vakantie hebben we wel de waarschuwingsborden voor overstekende elanden gezien, maar nog geen ene eland! Noorwegen zien zonder eland kan natuurlijk niet, dus we gaan vandaag op zoek. In Flå is ‘n berenpark, dus daar beproeven we ons geluk. Op de parkeerplaats staat toevallig een zelfde auto als de onze, ook al met dakbak erbovenop. We parkeren er gebroederlijk achter. In het dierenpark vinden we eindelijk ook de konijntjes, die we elders steeds niet troffen. Daarnaast zijn er ook reeën, geiten, varkens, auerhanen en meer van dat klein spul. Natuurlijk ook beren, het heet niet voor niets het berenpark hier.

En ja hoor, achter ‘n heuvel vinden we ook eindelijk de echte wilde elanden. Erg wild zijn ze niet, eigenlijk zijn het gewoon ‘n stel luie donders, die zich laten bekijken. Het park is wel mooi ingericht, het is heel natuurlijk gelaten met veel plaats voor de dieren. De bezoekers hebben zich aan te passen aan de natuur, dus een flinke bergwandeling hoort er ook bij. Dat waren dan de elanden. Op de terugweg in de supermarkt nog wat ‘onderweg-eten’ ingeslagen voor de terugreis.

dinsdag 31 juli 2007

Deze laatste dag willen we onze sleutel inleveren, maar kunnen die niet kwijt: de receptie is niet open. Vermoedelijk is ie nu even ‘de stuurman’. Uiteindelijk het ding maar in de brievenbus gedeponeerd, want we willen toch wel verder. Het laatste stukje Noorwegen tot in Oslo, heeft volgens Koen wel wat weg van Zuid-Limburg (!).

Mooi op tijd zien we de ‘Kronprins Harald’ weer. Met ‘n ijsje brengen we de wachttijd op de parkeerplaats door, want, anders dan in Kiel, is hier geen echte wachtruimte. Voor ons staat ‘n Frans stel met ‘n jeep, voorzien van flinke antennes. Ad vindt uit dat de eigenaar ook radioamateur is, die terugkeert van de Noordkaaprally. Als ervaren ferry-passagiers gaan we vervolgens aan boord en zien korte tijd later de Noorse kust langs ons heen gaan.

Opvallend in de Oslofjord ligt het eilandje Dyna Fyr, met slechts één gebouwtje dat het hele eiland bedekt: een restaurant met terras. Onze hut heeft dit keer ‘n nepraam met permanent uitzicht op de ‘Færder Fyr’.

Enige uren later zien we deze vuurtoren als het laatste wat we nog van Noorwegen zien. De tijd aan boord brengen we door met dek-kuieren, maar dat valt wat tegen omdat het behoorlijk hard waait en best koud is. Binnen is het beter, dus daar hangen we ook wat rond. Tot onze verrassing komen we Ria, ‘n oud-collega tegen. Zij blijkt met haar man op de motor Noorwegen te hebben bekeken. Net als wij, vonden zij het een prachtland. En zo is het weer tijd voor het dinerbuffet. Dit heeft ook wel wat weg van een diner-dansant, want de deining is behoorlijk dit keer. Aan de inhoud van de glazen kun je de stand van het schip afmeten. Om ons muntgeld op te maken, kopen we in de tax-freeshop, heel origineel, elandenstickers, chocola en zoute snoepjes, die we ‘elandenkeutels’ gaan noemen. De pot is ‘n maand later pas op, zo groot is ie. En dan is het weer bedtijd. We doen nog ‘n poging om te jokeren, maar zijn allevier zo moe dat we het na één potje wel voor gezien houden.

woensdag 1 augustus 2007

Ook deze ochtend worden we gewekt met Grieg’s ‘Morgenstimmung’, maar het uitzicht is ‘n stuk minder dan op de heenreis. Kiel is in zicht, en het is tijd om te ontschepen, voor we het weten. Direct valt ons de enorme drukte en gejaagdheid in het verkeer op, wat een verschil met Noorwegen! De heimwee slaat nu al toe. Sjors en Koen nemen waar als kaartlezer, waarbij Koen als ‘Tom-Tom’ niet zou misstaan: "bij knooppunt Weerterbergen rechtsaf" en "pas op, we zijn van de kaart afgereden". Ondanks de ruime rustpauzes, zijn we toch heel snel thuis. Rond 6 uur draaien we onze straat weer in, het einde van ‘n prachtige vakantie waar we nog lang van nagenieten.

Landeninformatie Noorwegen & Meer informatie over Noorwegen

Andere reisverslagen uit Noorwegen

Volksverhalen uit Noorwegen

Feestdagen in Noorwegen

Homepage / Feedback/Guestbook

www.HILDERS.tk

Copyright A en J Hilders - Rijsdijk
datum van laatste update: september 05, 2008 .