Repertorium op de lenen van de Proostdij van Sint Marie te Utrecht, gelegen in de Alblasserwaard en de Vijf Heren Landen.

 

door

 

C.Hoek

 

 

Oud-Alblas en Alblasserdam

 

 

1.††††† De helft van de koren- en smaltienden te Alblas ten zuiden van de Alblas, genaamd Dekenspolre (1255: tussen de Merwede en Gravenlant en tot Papendrecht, 1311: van Papendrecht tot Leckerlant, in de heerschappij van Alblas, 1419: van Alblas en Alblasserdam, waarvan de andere helft door de deken en het kapittel in erfpacht is uitgegeven).

 

.-.-1219: Otto van Alblas, ridder, gehuwd met Badeloge, zij nemen in hetzelfde jaar tweederde deel in erfpacht tegen 8 pond per jaar, indien zij het derde deel verwerven, zal de pacht 10 pond bedragen (inv. nr. 920 en 1827:4, f.759).

.-.-1256: Henric van Alblas, knape, hij heeft op 23-8-1255 de andere helft in pacht genomen tegen 10 pond hollands (inv. nr. 919 en 1827:4, f.759).

.-.-1288: Johan van Alblas, ridder, zoon van Henric van Alblas, ridder; 27-7-1273: Jan van Abbenbroeck draagt de voogdij over Jan, zoon van wijlen heer Henric van Alblas, over aan diens oom (avanculus) Gerard van der Merwede, omdat hij deze niet voldoende kan waarnemen (inv. nr. 1. f.18): 21-1-1279: Jan, zoon van Wijlen heer, Henric van Alblas, ridder, neemt op gelijke wijze de andere helft in pacht, zoals zijn voorouders dit in 1219 deden (inv. nr. 920 en 1827: 4, f.759).


12-5-1280: Nicolaas van Subborgh, ridder, neemt in erfpacht de tiende van Blockwere, zonder het patronaatschap van de kerk en de tiende van de pastoor en de volgende dag die tussen de dijken van Alblas en Vinkenlant tegen 35 en 5 sc hollands per jaar, met zijn zegel: een kruis beladen met 5 Sint Jacobsschelpen 1, 3, 1, volgens het randschrift: van West Subborgh (inv. nr. 922 en 923).

14-9-1280: Jan, zoon van wijlen Henric van Alblas, ridder, belooft aan Nicolaes van Subborgh, ridder, om het kapittel van Sint Marie te bewegen aan deze in pacht te geven het derde noordelijke deel van de tiende, die hij in erfpacht houdt, genaamd Blockware en Nesse, behoudens de tiende van een hoeve, die DaniŽl van Alblas van hem in leen houdt. Dit geschiedt ten overstaan van zijn moeder Agnes, zijn stiefvader Jan van Wonne, zijn oom (avunculus) Gerard van der Merwede, Ghise Dukinc, Gerard van Scye, Jan van Almesvoete, Everdey en DaniŽl van Alblas, Jan Bavenz. en Willem Gerardsz. (inv. nr. 921).

9-10-1290: Jan van Alblaes, zoon van wijlen Henric van Alblaes, ridder, moet het deel van de tiende, die hij in erfpacht hield en dat hij vervreemd heeft, binnen 14 dagen weer terug winnen op straf van excommunicatie (inv. nr. 1, blz.64).

3-5-1305: Maria, dochter van wijlen heer Nicolaes van Subburgh, ridder, gehuwd met Johan van Berlere, ridder, neemt de tienden in pacht tegen 10 pond op gelijke wijze als haar vader en diens zoon Nicolaes, knape, deze hielden (inv. nr.1, blz. 63).


10-7-1311: Maria, vrouwe van Barlar, dochter van de heer Nicolaes van Subburgh, ridder, doet afstand van de erfpacht van de tienden van het Blokweer en de Nesse tegen 300 pond in 3 termijnen. Met haar zegel: 2 schilden, het eerste: een kruis, beladen met 5 Sint Jacobsschelpen 1, 3, 1, en het tweede: 3 palen, randschrift: vrouwe van Subburch en van Cruyningen (inv. nr. 1, blz. 64 en collectie Adriaen van Winssen, II, f.187).

17-7-1311: Heer Johan van Alblas, ridder, zoon van wijlen Hendric van Alblas, neemt de helft van de tienden van Alblas tussen Gravelant en de Merwede, en van Papendrecht tot aan Leckerlant in de heerschappij van Alblas, tegen 40 pond per jaar in pacht, mits het land niet inbreekt. Met zijn zegel: een dwarsbalk gevormd door 5 aanstotende spitsruiten; dat van zijn zwager Ghijsebrecht van Nijenrode: een dwarsbalk en een barensteel met 5 hangers; en dat van heer Hubrecht van Vianen: een schild met 3 zuilen 2, 1 en verzegeld van 2 kleine geschuinbalkte schildjes (Van Winssen II, f. 189).

3-1312: Maria, weduwe van Johan, heer van Berlaer, vrouwe van Cruningken, verklaart van de deken en het kapittel van Sint Marie bij hande van Henric van Borgh, knape, 100 pond te hebben ontvangen wegens de afstand van goederen en tienden in de parochie Alblas in Blockweer, met haar zegel a.v. (Van Winssen II, f. 116).

5-5-1329: Gijsbrecht van Alblas zoals zijn vader heer Johan van Alblas (inv. nr. 1, f.58 en 60) en neemt op 7-5-1329 de andere helft van de tienden in pacht (inv. nr. 1, f. 61).

.-.-1344: Egbrecht van den Bossche, knape en zusterszoon van Gijsbrecht van Alblas (inv. nr. 1827:4, f. 759).