AMBACHT VAN ALBLAS

 

 

3.       Alle ambacht van Alblas (1408: in de schouw van de Alblasserwaard, groot 350 en 400 morgen, in Alblas en Alblasserdam met tollen, veren en vervallen en de Dijkpolder; 1346: zijnde de ambachten Alblas, Blokweer en Donkersloot en het huis te Alblas, genaamd Souburg), tot buiten de zijdwinde, die opgaat tot Schonenberg en een hoeve ten oosten daarvan en als de ree komt, gaande van die hoeven in de Matena tot de achterdijk en de achterdijksloot van Papendrecht en vandaar tot de Merwede zoals de ree komt, gaande tussen Alblas en Papendrecht aan de zuidzijde van Dirk Zues achterdijksloot en de Merwede op tot Vriesenpolre en Donkersloot uit tot de oude Vervliet en vandaar de dijksloot op tussen het Vrieland en Lekkerland en de scheiding door van Blokweer en Alblas tegen Lekkerland tot Streeflands achterdijk, zoals leenheer houdt van Holland.

 

24-9-1290: Nikolaas van Souburg, ridder, bij koop voor 800 ponds hollands en een vat wijn, nadat Dirk, heer van Teilingen, ridder, leenheer, aankwam van Hendrik van Alblas en Gijsbert, diens zoon, vidimus 27-10-1319 van Govert, abt van St. Michiels te Antwerpen.

LRK 22 fo. 7v-8 nr. 43.

 

3 a.    De ambachtsheerlijkheid Oud-Alblas met tijns, renten, gerecht en toebehoren, 23 morgen in de Grote Nes en 15 morgen in de Matena.

 

8-7-1454: Okker Jansz. (Alblas) bij kaveling van het goed van de kinderen van Giessen bij overdracht door Reinout van Brederode en heer Jan van Vianen, heer van Nieuwkoop, voor heer Gijsbert, heer van Noordeloos, diens zoon, die van de heerlijkheid Ameide, Meerkerk en Noordeloos toegekaveld was van het goed van de kinderen van Giessen in de Alblasserwaard en wanneer hij nalaat de dijk te maken, zal hij Brederode c.s. Fl. 250,- gelders geven.


LRK 116 c. Zd.Holland fo. 44v-45.

 

16-10-1463: Adriaan Okkersz. (Alblas)  bij dode van Okker Jansz. (Alblas), zijn vader.

LRK 123 c. Zd.Holland fo. 14.

 

4-10-1506: Cornelis Adriaan Okkersz. (Alblas), bij dode van zijn vader.

LRK 123 c. Zd.Holland fo. 2v

Het leen 3 A gesplitst in 3 C, 3 D, 3 E, en 3 F.

 

3 C.   14˝ morgen uit 17˝ morgen in Alblasserdam in het Blokweer met griend en toebehoren.

 

14-3-1567: Hans Sloetgens van Keulen, voor Klara van Alblas, zijn vrouw, bij dode van haar vader.

LRK 131 c. Zd.Holland fo. 6v-9.

21-12-1567: Hans Sloetgens voor Klara, zijn vrouw, bij overdracht door Balthasar van Alblas, ambachtsheer van Alblas, haar broer.

LRK 131 c. Zd.Holland fo. 14-15

30-4-1585: Hugo Pietersz. te Alblasserdam bij overdracht door Klara, dochter van Cornelis van Alblas.

LRK fo. 28v-29.

 

3 G.   De helft van het leen 3 C.

 

8-9-1617: Cornelis Adriaansz. Gullicken voor Jannetje Meeusd., zijn moeder, zoals Adriaan Cornelisz. Caeyken, haar man, in 1584 kocht van Klara van Alblas, bij overdracht door Pieter Hugenz. te Alblasserdam, op wiens naam was gesteld.

LRK 142 c. Zd.Holland fo. 11.

 

3 J.    Oud-Alblas met 7˝morgen in de Matena, (1597: gebruikt door Sebastiaan Maartensz. Molenaar), en 5 morgen in de Grote Nes, (1618: verminderd met nrs. 3 V en 3 W).

 


23-12-1593: Belast door Reiner Jacobsz. van Hogerstein, zoon van wijlen Marietje, dochter van Cornelis van Alblas, met Fl. 42,- karolus 2 duit door Cornelis van Alblas, te lossen met Fl. 672,- 10st.

LRK 138 fo. 217v.

 

3 K.   3 morgen uit 23 morgen in de Grote Nes.

22-1-1594: Jan Cornelisz., vleeshouwer te Dordrecht, bij overdracht door Cornelis van Alblas, ambachtsheer van Alblas.

LRK 138 fo. 222v-223.

 

3 O.   3 morgen aan de vliet en 2 morgen 5 hont gemeen in een kamp van 5 morgen 4 hont, genaamd Hoge Kamp, waar de watermolen staat, uit 23 morgen, genaamd Grote Nes.

 

16-6-1598: Adriaan Spranger voor Janneke Balthasarsd. van Alblas, zijn vrouw, bij dode van haar vader, ambachtsheer van Alblas na kaveling, waarna overdracht aan Maarten Cornelisz. de Biuffkens.

LRK 139 fo. 148v-150.