Het kan zijn dat niet bij iedereen de tekst en eventuele afbeeldingen goed over komen. Deze pagina’s zijn gemaakt met een beeldresolutie van 1680 x 1050 en een breedbeeldscherm van 21 inch. Hebt u op- of aanmerkingen betreffende deze pagina’s, dan horen wij dat graag van u.

Enige informatie betreffende de naam Alblas

De naam Alblas werd voor het eerst vermeldt op 5 november 1214 te Antwerpen, als ene Otto de Alblas getuige is bij het huwelijk van Floris IV, zoon van Graaf Willem I en Machteld, dochter van Hertog Hendrik van Brabant.

In Nederland wordt deze naam voor het eerst vermeld in 1219 te Utrecht, als Otto van Alblas en zijn vrouw Badeloge 2/3 tienden van de Dekenspolder in erfpacht krijgen van het Kapittel van St. Marie te Utrecht.

In de Beschrijvingen van Dordrecht door Matthijs van Balen, komt een Stamboom van Alblas voor die begint met de naam van Otto van Alblas en deze eindigt bij Jan van Alblas, die in 1541 burgemeester van Dordrecht is, gehuwd met Maria de Jode, uit dit huwelijk worden 4 dochters geboren, waardoor waarschijnlijk deze tak Alblas is uitgestorven.

Een andere tak van Alblas die ook uitgestorven schijnt te zijn, is die van Ocker Jansz., deze tak komt zo rond 1425 voor en gaat via Adriaen Ockersz., Cornelis Adriaan Ockers., naar Balthasar Cornelisz. en bij hem verschijnt de naam Alblas, als ambachtsheer van Oud Alblas. De laatst bekende van deze tak is Joost van Alblas, gedoopt te Brielle op 6-10-1591 als zoon van Mr. Joost van Alblas en Laurentia Matthijsdr. van Nijenstadt.

Naast de naam Alblas, komt ook nog de naam Alleblas voor, een tak van deze naam is ontstaan in Wateringen, waar op 16 oktober 1805 Cornelis Alblas wordt geboren als zoon van Jilles Alblas en Adriana Dijkshoorn. Cornelis Alblas wordt in het DTB-boek (W2-64) bij de geboorte ingeschreven als Alblas, maar in het DTB-boek (W3-54) bij de doop als Alleblas. Cornelis trouwt met Maartje van Driel en hun zoon Bastiaan die op 6 september 1837 in Monster wordt geboren krijgt ook de naam Alleblas.  

De informatie betreffende de Parentelen hebben wij niet alleen verzameld, velen hebben ons hun gegevens gestuurd en hebben wij mogen verwerken. Wij bedanken een ieder die ons hebben gesteund om dit voor elkaar te krijgen en hopen ook dat er nog steeds aanvullende informatie gestuurd zal worden en daar waar de informatie niet klopt, ook daarvan melding zullen doen.

 

INLEIDING

 

 

Voor zover ik heb kunnen nagaan, zijn er over de familienaam Alblas niet veel publikaties verschenen, de twee die ik heb gevonden komen uit het boek "Beschrijvingen van Dordrecht" door M.van Balen en uit "De Brielsche Vroedschap in de jaren 1618-1794".

Deze beide genealogien worden ook weergegeven in Ons Voorgeslacht, 32e jaargang, nr. 265 van september 1977. Het is mij niet bekend of deze twee families uit een zelfde voorgeslacht komen en ook niet of er nog een nageslacht van deze takken is.

 

Als je zo met de gegevens aan het werk bent, ga je je ook wel eens afvragen waar de naam Alblas vandaan komt en wanneer de naam is ontstaan. Echt duidelijkheid is daar niet over, al staat wel vast dat op 5 november 1214 ene Otto van Alblas getuige was bij het huwelijk tussen Floris IV, zoon van graaf Willem I en Machteld, dochter van hertog Hendrik van Brabant.

Voor alle duidelijkheid, er is geen enkel aanknopingspunt dat er van deze Otto van Alblas thans nog een nageslacht Alblas is.

 

Ook de betekenis van de naam Alblas is niet duidelijk, in het boek "De Alblasserwaard" schrijft de heer Schakel, de auteur van het boek, het volgende:

                 "In de binnenwaard komen we de Alblas tegen. Daar is al veel naar de afleiding van deze naam gezocht, maar tot nu toe met weinig resultaat. Mag ik eens een afleiding wagen? Mijns inziens staat de naam Alblas in verband met de in de eerste eeuwen veel voorkomende naam Albis, die we ook aantroffen voor de Rijn, beneden Utrecht. De stam is dezelfde als die van Elbe en van het Zweedse Elf of Noorse Alf en de grond betekenis is helder, wit. In dat geval zou Alblas dus betekenen een Heldere Stroom. Laten we hopen dat dit unieke riviertje ook in de toekomst deze naam waardig blijft."

 

De heer Peters uit Antwerpen heeft de volgende verklaring voor wat betreft het ontstaan en de betekenis van de familienaam Alblas:

                 "De familienaam Alblas behoort tot de groep van de geografische namen. Dit was de eenvoudigste naamgeving voor iemand die zich in een andere streek of plaats vestigde. Bij de naamgeving en inschrijving in de registers ontvingen zij de naam van de plaats van herkomst. Vermoedelijk is de voorvader die als eerste de naam Alblas ontving, afkomstig van het nu genaamde plaatsje Oud Alblas. De betekenis van deze naam is nog onzeker, het is samengesteld uit het Keltische "alb" (wit) en het lasche (geer), vrij vertaald "de schuine witte lap."

 

De Alblasserwaard

De Alblasserwaard is een landstreek gelegen in het zuiden van Zuid-Holland en ten oosten van Rotterdam. In het noorden wordt de Alblasserwaard begrensd door de rivier de Lek, in het zuiden door de rivier de Merwede en in het westen door de rivier de Noord. In het oosten vormen de Oude Zederik (in 1370 gegraven tussen Ameide en Meerkerk), het Merwedekanaal (een vergraving van het Zederikkanaal, dat een vergraving was van de rivier de Zederik) en de Linge de grens met de Vijfheerenlanden.Pas na de voltooiing van de Oude Zederik was het gebied geheel door waterlopen omringd en werd daardoor een waard. Kort daarna kwam de naam "Alblasserwaard" in zwang. Daarvoor werd het grootste deel van het gebied aangeduid als het "Land tussen Lek en Merwede".

 

De Alblasserwaard rond 1300

De geschiedenis van de Alblasserwaard begint na de laatste ijstijd zo'n 10.000 jaar geleden. Door de wind werden zandduinen opgeworpen die nu nog in het landschap zichtbaar zijn en donken worden genoemd. In het centrum van de Alblasserwaard zijn nog diverse donken zichtbaar. De Romeinse tijd was na de prehistorie de eerstvolgende periode waarin weer bewoning op vrij grote schaal in de Alblasserwaard voorkwam. Na de ontvolking rond het jaar 250 raakte de Alblasserwaard vanaf het jaar 1000 opnieuw permanent bewoond. De ontginning van de Alblasserwaard werd zeer waarschijnlijk voltooid in de vierde kwart van de 13e eeuw.

 

De Alblasserwaard omstreeks 1300

Bij de ontginning van het gebied rond de 12 en 13e eeuw is onder barre omstandigheden veel werk verzet. De grond die in eigendom was van met name de Hollandse adel werd uitgegeven in stukken van gelijke grootte, te beginnen vanuit een hoger gelegen strook. Op deze stroken werden de woningen en bedrijfsgebouwen opgetrokken. De uitgegeven stukken grond, ook wel slagen genoemd, werden omgeven door sloten om de ontwatering te bevorderen. Als de slagen te lang werden, groef men dwarsweteringen en zodra het aantal sloten heel groot werd, werden vlieten gegraven die ook evenwijdig met de percelen grond liepen. Het uitgeven van percelen van gelijke grootte gebeurde nauwgezet.Deze ontwikkeling van bedrijven met lange smalle percelen veroorzaakte een verschil in de bedrijfsvoering per perceel. De gedeelten grenzend aan de bedrijven werden intensiever bemest dan de verder gelegen gedeelten. Ook werden deze percelen intensiever beweid in verband met de gemakkelijke bereikbaarheid. Op deze verschillen in bedrijfsvoering reageerde ook de natuur. De ver van de bedrijven gelegen delen waren armer aan voedingsstoffen en werden vooral gehooid. Hierdoor ontstond er een levensgemeenschap die bij zonder soortenrijk was en daarom van grote natuurwaarde.

 
Oud-Alblas

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: plaatjeOud-Alblas, met een oppervlakte van 1314 hectare, is een der oudste dorpen van de Alblasserwaard. Oudheidkundigen zijn namelijk van mening dat (Oud) Alblas het Romeinse "Tablis" is, dat voorkomt op de Peutinger Kaart, stammende uit het begin van onze jaartelling.

Zeker is in ieder geval dat het in het jaar 700 een bewoond oord is geweest. De eerste bewoners stammen af van de Friezen en de Kaninefaten. In 1064 wordt het dorp genoemd in een open brief van Keizer Hendrik IV, terwijl in 1219 ene Onno (Otto) te Utrecht wordt ingeschreven als ridder. Hij trouwt met Badeloge en krijgt de opbrengst van alle tienden en visserijen van Alblas.
Deze Ridder Otto van Alblas voert als eerste in zijn geslacht het wapen met de 5 nagelkoppen (het wapen van de voormalige gemeente Oud-Alblas) op zijn schild als hij ten strijde trekt.

Het wapen werd door den Hoogen Raad van Adel bevestigd bij diploma van 24 juli 1816 en verleend bij Koninklijk Besluit van 3 januari 1818, nummer 91.
De beschrijving van het wapen luidt als volgt:
"Van goud, beladen met vijf ruiten van sabel, geplaatst drie en twee."

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: image test 1Vertaling

 

TABLAE. Deze plaats is in de Table Théodofienne gepositioneerd op een route die leidt van Lugunum des Batavi (bij Katwijk), of van Leyde (Leiden) naar Noviomagus, of Nimègue (Nijmegen). De afstand is aangegeven als XVIII vanaf Flenio (waarschijnlijk Vlaardingen), & XII tussen Tablis & Caspingio (waarschijnlijk Asperen). Ik herken deze positie in die van Alblas en van Alblasserdam. Een stukje boven de verbinding van de Lek met de Maas, en tegenover Dordrecht. De afstand van Flenio (Vlaardingen) lijkt correct te zijn, zoals men kan opmaken uit het artikel Flenium. Maar dat lijkt problematischer ten opzichte van Caspingium (Asperen). Want, tussen Asperen, dat is Caspingium, & Alblas, is de huidige afstand ongeveer 7800 verges (verges = eenheid met een meetlat) van de Rijn, dat zijn op zijn minst 15000 toises (oude Franse lengtemaat, ongeveer 1,80 meter), dus 20 Romeinse mijlen, die in het oude Holland zouden zijn vastgesteld als meer dan een uur gaans (4 km). Dus, er staat XII in de tabel in plaats van XX.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot zover de inleiding van deze genealogie.

 

Kees Alblas