Pieter Honkoop

* 17 juli 1920 - † 12 maart 1945

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: PhonkoopTijdens de Tweede Wereldoorlog werden er door de Duitsers veel, vooral jonge mannen, naar Duitsland gestuurd om daar als dwangarbeider tewerk gesteld te worden. Zo moest ook Pieter Honkoop, die toen werkzaam was bij de Firma Stolker in Waddinxveen, zich naar Duitsland begeven, waar hij tewerk gesteld werd bij de Scheepswerf E.Burmeister te Ostwine. (Het adres van Pieter Honkoop was, Heim I, Stube VII, Gem.lager D.A.F., Ostwine bei Swinemünde) 

Tijdens het zware bombardement op 12 maart 1945, waarbij 671 vliegtuigen betrokken waren en er 1609 ton bommen werden afgeworpen, is hij omgekomen en op 17 maart 1945 begraven op het Stadtfriedhof in Swinemünde. Zijn graf is inmiddels geruimd en in 2001 is zijn naam bijgeschreven op een gedenksteen op het Kerkhof  “Der Golm”.

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: OOMPIETPieter Honkoop werd op 17 juli 1920 te Gouderak geboren. Hij was de jongste zoon van Cornelis Honkoop en Bastiaantje Kok. Het gezin telde 8 kinderen -4 jongens en 4 meisjes-. Het jongste kind, mevrouw Adri de Vos-Honkoop, woonachtig aan de Kerkweg in Waddinxveen, overleden in 2009 en 5 jaar jonger dan haar broer Piet vertelde mij het volgende: 

Onze familie verhuisde in 1927 naar Waddinxveen, Brugweg 195 (nu 139). Vader werkte bij houtzagerij Alblas en moest een bedrijfshuis huren aan de Burgemeester Trooststraat. Toen het gezin echter een door meubelfabriek Van der Loo gebouwde woning aan de Brugweg betrok, werd vader ontslagen en werd hij los werkman. Pieter werkte als houtbewerker bij de fa. Stolker.

Verdere informatie over haar broer schrijft mevrouw de Vos in een brief van 22 februari 1999:

Na in mei 1940 aan de Grebbelinie gelegerd te zijn geweest en na gedwongen arbeid in Duitsland, is hij bij een bombardement op 12 maart 1945 in Ostswine bij Swinemünde omgekomen, Heim I Stuben III Gem Lager D.A.F. Ik heb nog 2 brieven aan mij persoonlijk geadresseerd, geschreven in 1943 uit Duitsland, 25-2 en 24-3. Ik ben er heel zuinig op.
Zelf heb ik altijd moeite gehad met de dodenherdenking op 4 mei, ga er ook bijna nooit heen, omdat de meeste aandacht is voor de verzetsbeweging en er maar weinig aandacht was en is voor al die mensen die er ook een vreselijke tijd hebben doorgemaakt, met alle ontberingen en honger.

De officiële verklaring luidt, dat Pieter Honkoop -Holzarbeiter- op 12 maart 1945 is omgekomen bij een Bombenangriff; beerdigt 17.3.1945 Stadtfriedhof Swinemünde. Over de toedracht van het bombardement op Ostswine/Swinemünde ,op 12 maart 1945, zijn mij twee getuigenissen overgeleverd: één van de heer Cor Bakker, meubelmaker bij de firma Matze aan de Noordkade, thans wonend aan de Prins Bernhardlaan, en één van de heer Albert de Bruin, werkzaam bij de houthandel Alblas, woonachtig aan de Zuidkade en thans te Gouda. Zij waren allebei dwangarbeider in Swinemünde. 

Cor Bakker herinnert zich:

De gebeurtenissen van de 12e maart '45 zal ik nooit vergeten. De haven van Swinemünde lag vol kruisers, torpedojagers en onderzeeërs. 't Was tussen de middag. Ik zat in m'n barak koude bruine bonen te eten, toen het luchtalarm kwam, gevolgd door het bombardement. Mijn eerste gedachten waren: mijn broer ophalen en zo snel mogelijk naar de schuilkelder. Om dit stuk te overbruggen, lieten wij ons regelmatig plat op de grond vallen door het geluid van de bommen, die vlak bij ons insloegen. In ons gezelschap was ook Piet Honkoop, een Waddinxvener die aan de Brugweg woonde en houtbewerker bij de firma Stolker aan de Wilhelminakade was geweest. De schuilkelder had een s-vorm, was manshoog, stak iets boven de grond uit en was geheel in zand uitgegraven en met stutten ondersteund. Mijn broer Pleun was binnenin en zelf was ik dichter bij de ingang. Vlak daarbij viel een bom, die een zandberg voor de opening veroorzaakte en alles totaal afsloot. Door de luchtdruk werd ik tegen de stut gesmeten en gedeeltelijk onder het zand bedolven. Piet Honkoop bevond zich iets dichter bij de ingang en werd geheel door het zand bedekt en is omgekomen. Hij was 25 jaar oud. Ik was buiten bewustzijn geraakt. Men heeft mij in de avond op een kastdeur vastgebonden en weggedragen. Toen ben ik bijgekomen en de volgende dag met paard en wagen over de pont naar Swinemünde gebracht.

Ab de Bruin heeft een oorlogsdagboek bijgehouden. Hij was in Swinemünde belast met het maken van houten kielen voor schepen. Hij schrijft over 12 maart '45:

'Luchtalarm was een vertrouwd signaal; 50 km verderop lag Penemünde waar V-1's gemaakt werden. In augustus '43 waren daar al zoveel brandbommen opgegooid, dat de hemel 's nachts zo licht was, dat je bij wijze van spreken de krant kon lezen.
Op 12 maart 1945 klonk er om half 12 's middags luchtalarm. We gingen niet naar de schuilkelders, zoals was voorgeschreven, maar naar het Lager. We vreesden niets, zo gewoon vonden we het. Sommigen gingen vlees braden. Ik had gelegenheid m'n sokken te wassen. Een half uur later werd er vol alarm gegeven. We renden naar buiten. Ik hoorde een eigenaardig geluid, een soort gezoem. De vliegtuigen vlogen over en ik zag de bommen in groepjes van vier naar beneden vallen. We hadden geen tijd meer om naar de schuilkelder te vluchten. Die was te ver. Daarom holden we naar de loopgraaf. Met ongeveer vijftig mannen hebben we daar zeventig minuten gezeten. Om ons heen zware explosies. 't Was verschrikkelijk. Even was er een pauze. Een jongen uit Amsterdam sprong op en riep: 'Ik ga snel mijn schoenen ophalen, want als straks het Lager geraakt wordt, ben ik ze kwijt'. Hij was op de terugweg, vlak bij de loopgraaf. Toen, 't is om nooit te vergeten, vloog een scherf van een bom rond en doorsneed z'n hals. Hij werd letterlijk onthoofd. We waren allemaal uit ons doen en zeer verslagen. Toen het bombardement voorbij was, bleken er tien mannen in de loopgraaf om het leven te zijn gekomen. Dichtbij was een bom terechtgekomen. Door de explosie was een enorme hoeveelheid zand opgeworpen en als het ware verplaatst. Daaronder waren de mannen gestikt.
De begrafenis van Pieter Honkoop op 17 maart vond plaats met militaire eer, aangezien ook twee Duitsers waren omgekomen; een kantoormeisje en een portier. Twaalf soldaten brachten een eresaluut. De directeur sprak een paar woorden en één van ons de Nederlandse geloofsbelijdenis. Ik heb de kisten voor de slachtoffers moeten maken.

Het bombardement op Swinemünde en Ostswine kostte 23000 mensen het leven. De stoffelijke resten werden eerst begraven in het bij Swinemünde gelegen dorpje Kamminke, maar later overgebracht naar het schiereiland Golm. De niet te identificeren slachtoffers kregen een massagraf.

Ook Moordrechtse mannen waren daar te werk gesteld. Eén kwam er bij het bombardement van 12 maart 1945 om het leven. In zijn boek 'Oorlog en bevrijding in Moordrecht' vertelt Panc Vink over deze gebeurtenis en over het massagraf in het bij Swinemünde gelegen dorpje Kamminke. Het predikantenechtpaar Ingeborg en Otto Simon  te Zirchow heeft zich ten doel gesteld de vele oorlogsslachtoffers van Swinemünde, waaronder de dwangarbeiders, een waardige gedenkplaats te geven. Nader onderzoek leerde, dat de namen van de beide Waddinxveense in Swinemünde/Ostswine omgekomen dwangarbeiders Pieter Honkoop en Izaäk Tromp bij het echtpaar Simon onbekend waren. Met de juiste gegevens zouden zij alsnog worden bijgeschreven op een Gedenktafel van de Gedenkstätte Golm op het eiland Usedom, thans de herdenkingsplaats bij Swinemünde. In 1995, 50 jaar na het einde van de tweede Wereldoorlog, werd er een gedenkmedaille van het Kriegsopferfriedhof Golm uitgegeven. Op de ene zijde ziet men het Insel Usedom met de plaatsen Swinemünde en de Gedenkstätte Golm + de datum 12. März 1945. Op de keerzijde staat het beeld van 'Die Frierende', de treurende vrouw vooraan de gedachtenisheuvel en de data 1945-1995. Het randschrift luidt: 'Gedänkstätte Golm - Sorgt Ihr. Die Ihr Noch Im Leben Steht. Dass Frieden Bleibe'.

 

Aan de zuster van Pieter Honkoop mevrouw Adri de Vos-Honkoop en aan de dochter van Izaäk Tromp, mevrouw Magda Kroeders-Tromp mocht ik namens de Interessengemeinschaf Gedenkstätte Golm de herinneringsmedaille overhandigen; een weliswaar laat, maar noodzakelijk gebaar van 'niet vergeten' aan beide families.  Het  'In Memoriam' van de dwangarbeider Izaäk Tromp bevat een uitgebreidere berichtgeving over de Gedenkstätte Golm en het werk van het echtpaar Simon.Pieter Honkoop stierf op 12 maart 1945 te Ostswine bij Swinemünde en werd in een massagraf begraven. Hij was ongehuwd.

 

 

Met hartelijke dank aan de auteur Hans Geel

 

 

 

Gedenksteen op het kerkhof “Der Golm” bij Swinemünde, de huidige Poolse stad Świnoujści.

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

Het bombardement van Swinemünde

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: SwinmundeSwinemunde 1945. De Oostzee-badplaats  en de haven Swinemünde (Swinoujscie) ligt op het eiland Usedom (Uznam) in de monding van de Oder. Begin maart 1945 was dat al bijna een frontstad. Het Sovjet-leger stond heel dichtbij voor het naburige delta-eiland Wolin, maar was nog te zwak om naar de eilanden over te steken. Swinemünde had in 1945 zo’n twintigduizend inwoners. Bovendien bivakkeerden er in de stad vele duizenden Duitse vluchtelingen uit alle mogelijke steden in Oost-Pruisen, om te beginnen met Königsberg (Kaliningrad) en Danzig, en de overlevenden van het tragische schip Wilhem Gustloff.

De bekende, alom aanvaarde lezing is dat Swinemünde op 12 maart 1945 werd aangevallen door duizend Amerikaanse bommenwerpers, die het stadje met de grond gelijkmaakten, met 23.000 als het officiële slachtofferaantal. Dit bombardement wordt in de literatuur in een adem genoemd met andere grote gevallen van ‘morale bombing’: Hamburg, Keulen, Darmstadt, Pforzheim, Dresden. Met dit gegeven als uitgangspunt heb ik verslagen van ooggetuigen, allerlei artikelen, archivale vluchtgegevens van de USA Air Force Chronology, archivale weerberichten en alles wat maar met ‘Swinemünde’ te maken had, doorgeploegd. Vervolgens heb ik contact opgenomen met Poolse beroeps- en amateur-historici in Swinemünde (dwz. nu Swinoujscie), die zeer behulpzaam bleken te zijn. Via hen heb ik ook gebruik kunnen maken van de materialen van hun zuster- en broederhistorici aan de Duitse kant van de grens.

 

Dit is wat er uit de verschillende bronnen te reconstrueren viel:

Het bombardement van 12 maart 1945 was een dagbombardement, dat begon om 12.05u. Er waren 671 zware viermotorige bommenwerpers (B-17 en B-24) van de Achtste US Luchtvloot. Ze werden beschermd door 412 Mustang-jagers. Van een hoogte van ongeveer 6.000 meter werd er 1.609 ton bommen gedropt, bij elkaar 3.216 bommen. De aanval kwam in golven en duurde bij elkaar een uur: het begon in de havens en bij de zee, daarna werd de stad zelf getroffen en tenslotte het rangeerstation van het spoor.

Dit bombardement is beschreven als ‘verschrikkelijk wreed, maar militair volkomen zinloos’ (bijv. in Das Inferno von Swinemünde, een boekje met ooggetuigenverslagen). De West-Duitsers hielden altijd vol dat het Rode Leger het bombardement bij de Amerikanen heeft besteld. De DDR-Duitsers en de Polen waren er daarentegen van overtuigd dat de Sovjet-kameraden van niets wisten. De officiële Sovjet-lezing was dat de Amerikanen de Russen wilden intimideren door de kracht van de Amerikaanse luchtmacht te de8monstreren.

Nu worden er documenten gepubliceerd waaruit blijkt dat in 1945 de grotere acties van de Sovjet- en de Westerse Geallieerden zonder uitzondering 24 uur vantevoren met elkaar werden gecoördineerd. Swinemünde staat op de Sovjetlijst van de Duitse doelen die aan de Amerikanen overhandigd werd.

Was dat bombardement militair nodig?

Om te beginnen werd het oprukkende Rode Leger beschoten door de zware artillerie van de Swinemünde-West en -Oost Vesting. Na de val van Danzig en de totale omsingeling van Königsberg werd Swinemünde belangrijk voor de Kriegsmarine. Het was op dit moment de eerste nog niet beschoten haven aan de Oostzee, er lag een divisie torpedoboten, twee U-boten, een paar mijnenvegers en veel transportschepen. In de stad werden weer Duitse legereenheden gevormd uit de restanten van de fronteenheden: je vindt lange lijsten van allerlei militaire instellingen. Kortom, het was een niet onbelangrijke havenstad in de oorlog. Genoeg reden voor een bombardement.

Het is zo klaar als een klontje dat zowel de Russen als de Amerikanen een militair doel voor ogen hadden en dat beiden de eventuele verliezen onder de Duitse burgerbevolking geen moer konden schelen; daar hielden zij nooit rekening mee. In het geval van Swinemünde betrof het ook de kampen voor dwangarbeiders met onder andere veel Fransen, Nederlanders, maar ook Russen.

Maar het bombardement zelf werd door de Amerikanen verprutst. Ze kwamen met bijna zevenhonderd bommenwerpers en ruim vierhonderd jagers. De oorlog eindigde, maar de Luftwaffe was nog niet compleet onmachtig. De Amerikanen verloren een B-17 en de Duitsers vier Me-109’s. Op die dag werd de stad bedekt door een dikke laag wolken, van zeshonderd tot drieduizend meter dik. De Duitse luchtafweer schoot blindelings omhoog. De Amerikanen op hun beurt konden de doelen niet zien. Oorspronkelijk waren de golfbreker, het havenkanaal en de haven hun doelen. Ze kwamen aan ver boven de ontploffingen van de luchtafweer (ze vlogen op zes- en later op achtduizend meter), ze kozen ongeveer een as van de vlucht, en ze deden hun bommenluiken open. Van mikken en corrigeren was geen sprake, ze bombardeerden blind en bleven blind bombarderen.

Er vielen duizenden slachtoffers. Maar geen enkele militaire installatie op het eiland werd vernietigd. De haven werd niet lam gelegd. Het Duitse leger raakte niet in paniek en rende niet blindelings voor zich uit. Kortom, de carpet bombing van Swinemünde was een mislukking.

Vier dagen later, op 16 maart 1945, brachten achttien Britse Lancasters van het 617e RAF Squadron, begeleid door drieëndertig Mustangs van de 133ste Poolse Fighter Wing, de Duitse zware kruiser Lützow in het Kaiserfahrt Kanal in Swinemünde tot zinken.

De kwestie van aantallen slachtoffers is zoals meestal, de meest heikele en pijnlijke. Het drama van Swinemünde wordt er hierdoor niet minder om. Net over de huidige Poolse grens bij Swinoujscie, in de voormalige Sovjetbezettingszone DDR, liggen op de militaire begraafplaats Golm 23.000 oorlogsslachtoffers uit Swinemünde. De begraafplaats bestond echter al lang voor het bombardement. Er ligt een bemanning van een U-boot, er liggen soldaten gestorven in de militaire ziekenhuizen en gevallenen uit de slagvelden.

Tot 1953 interesseerde niemand zich voor deze begraafplaats. De hele DDR en Polen waren bezaaid met massagraven van eigen Sovjet- en Poolse soldaten. Wie zou zich nog druk maken om de gevallen Duitsers? Pas in 1953 kwam er een obligaat beeld van de treurende soldatenmoeder, de latere plaketten en beelden uit 1966, 1968 en 1975 hadden het enigmatisch over de ‘nagedachtenis van de slachtoffers van de WW2’, en over minder dan 20.000, dan weer 20.000, uiteindelijk over meer dan 23.000 begraven bombardementsslachtoffers. Kortom, het aantal slachtoffers groeide in de naoorlogse jaren samen met de Duitse collectieve zoektocht naar de erkenning van hun eigen slachtofferschap.