Voorwoord

Theorie achter een illusie

> Beďnvloeden van aandacht

Beďnvloeden van verwachtingen

Beďnvloeden van het denken

Quotes over afleiding

Gastenboek/reacties

 

 

Beďnvloeden van aandacht

 

 

Waarneming betreft de informatie die binnenkomt via de zintuigen: ogen, oren, tast, smaak, geur. Wat je waarneemt wordt bepaald door wat je aandacht heeft. Aandacht is misschien te omschrijven als de mate waarin het brein zich met een onderwerp bezighoudt. Dingen die buiten je aandacht blijven neem je niet waar.

 

Bij bijna elke goocheltruc is het nodig dat het publiek bepaalde dingen over het hoofd ziet, of niet hoort. Met andere woorden, het is nodig dat bepaalde zintuiglijke informatie buiten de aandacht van de toeschouwers blijft zodat die niet wordt geregistreerd. Immers mét die informatie krijgen zij clues naar de werking van de truc, en zónder die informatie wordt de truc een onbegrijpelijk mysterie.

 

De mate waarin het brein zich met een onderwerp bezighoudt, ofwel de aandachtsintensiteit, is optimaal als 100% van de aandacht besteed wordt aan hetzelfde onderwerp. Dus als het denken, kijken, horen en voelen zich concentreren op hetzelfde onderwerp. Mijn stelling is dat aandachtsintensiteit lager wordt als deze vier elkaar niet overlappen, bijvoorbeeld doordat er omgevingslawaai is terwijl je een film kijkt, of als zich meer dingen afspelen in het visuele kader terwijl je naar muziek luistert. Dit betekent dat als ik een munt op mijn handpalm leg en aan het publiek toon terwijl ik over de munt praat het publiek een belangrijk deel van zijn aandacht aan de munt kan besteden. Zou ik echter de munt op mijn handpalm tonen terwijl ik praat over mijn stropdas dan kan het publiek nog steeds naar de munt kijken, maar krijgt de munt net iets minder aandacht. Zou ik een liefdesverhaal vertellen, of de toeschouwer een persoonlijke vraag stellen, dan zou de aandacht voor de munt nog lager zijn.

 

Timing van woorden en handelingen

Dat je met woorden de aandacht van het publiek op een moment kunt richten kun je gebruiken om bepaalde zintuiglijke (visuele) informatie onopgemerkt voorbij te laten gaan.

 

Bijvoorbeeld: je wilt een munt vals overgeven en je wilt afleiding inbouwen zodat het publiek net wat minder oplet op het moment dat je de move uitvoert. Dan zou je volgens mij op exact dát moment niet over de munt of handen moeten praten en in ieder geval niet de woorden munt of hand moeten gebruiken. Vlak ervoor en vlak erna kan je het juist wel over de munt of je handen hebben.

 

Hierna volgen enkele uitgewerkte voorbeelden van hoe je de aandacht van het publiek kunt beďnvloeden onder andere met de woorden die je gebruikt op het moment van de move.

 

Voorbeeld: sponsballen

“Hier zijn twee sponsballen (toont twee sponsballen). Nu neem ik één bal (stopt één bal in zijn eigen vuist = false transfer), en jij (pakt de tweede bal op) neemt de andere in je vuist (geeft de toeschouwer één bal = eigenlijk twee ballen). Als ik nu één keer op mijn hand blaas verplaats de bal uit mijn hand naar jouw hand!”

 

Naast dat de bovenstaande presentatie saai is omdat de handelingen en tekst elkaar overlappen, trekt de presentatie nu de volle aandacht van het publiek precies naar de plek én het moment waarop de performer een false transfer doet: je benoemt namelijk de bal en je hand op exact het moment dat je de false transfer doet. Ik zou kiezen voor een timing van handelingen en woorden waarbij de aandacht van het publiek heel subtiel iets wordt afgeleid van de bal en mijn handen op het moment dat ik de transfer doe.

 

Zo’n presentatie zou er bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:

 

 

Tekst

Handeling

Let op, een voorbeeld van “goochelaars logica: jij en ik nemen dadelijk allebei een bal in onze vuist. Ik ben rechts, dus deze bal

toon één van de twee sponsballen

gaat in mijn línkerhand

ik toon mijn linkerhand met de palm open

En dús gaat de andere bal

op dít moment stop ik pas de bal in mijn linkervuist

in jouw ……

Kijk de toeschouwer aan en laat de hem meespelen en antwoorden in welke hand zijn bal gaat

linkerhand

terwijl de toeschouwer antwoord en de aandacht op hem is gericht pak je de tweede bal op

Juist! Dus houdt je hand op…

de toeschouwer houdt zijn hand op

Want je andere hand heb je ook nodig

op dit moment geef ik pas de (twee) bal(len) over in zijn hand en laat hem een vuist maken

Als je mij namelijk een hand geeft,

geef de toeschouwer met de vrije rechterhand een hand

dan verplaats het balletje uit mijn hand naar jouw hand!

Open je eigen hand en laat de toeschouwer zijn hand openen

 

After thought

Doordat ik de handelingen eerst voordoe met het balletje in mijn hand (het vasthouden van de bal in een vuist) is veel minder uitleg nodig om de toeschouwer hetzelfde te laten doen. Ook leidt het geven van de hand de toeschouwer af van de ballen in zijn hand waardoor ik minder bang hoef te zijn dat hij die hand te vroeg open doet.

Deze structuur waarbij handelingen en woorden exact op elkaar zijn afgestemd zodat de aandacht net verlegd wordt vlak voor een vingervlugheid kan natuurlijk ook toegepast worden bij vele andere trucs.

 

Gimmicks

Een effect presenteren met behulp van een gimmick alsof er geen gebruik gemaakt is van een gimmick lijkt mij heel erg moeilijk. Juist omdat de werking zo makkelijk is. De valkuil is dat we het effect zo moeiteloos presenteren dat er voor het publiek geen andere verklaring overblijft dan dat het effect vanzelf gaat.

 

Volgens mij is het essentieel dat je voorkomt dat mensen denken dat het mogelijk is geweest dat je een gimmick hebt gebruikt. Sterker, men zou er juist van overtuigd moeten zijn dat er géén gimmicks zijn gebruikt! Een weg hiernaartoe is waarschijnlijk om het effect niet primair te laten rusten op de gimmick, maar de gimmick slechts als hulpmiddel in te zetten, als een van de vele radertjes in het uurwerk. Het publiek zou de oorzaak van het magische effect niet in het getrukeerde item moeten zoeken. Bijvoorbeeld bij een invisible deck routine zou ik de kaart zich niet op “magische wijze” laten omdraaien in het kaartspel omdat dat het kaartspel verdacht zou maken. Ik zou kiezen voor een presentatie waarbij ik de kaart zelf in het deck heb omgedraaid waardoor de zoektocht voor het publiek wordt hoe ik wist welke kaart om te draaien. Net zo zou ik een shell niet gebruiken om een munt te laten verdwijnen of verschijnen. Een munt laten verplaatsen zou wel kunnen, omdat de gimmick hier niet verantwoordelijk is voor het hoofdeffect verplaatsen: de munt die verschijnt is dezelfde munt als de munt die “verdween”. Dat is een subtiel, maar volgens mij waardevol verschil.

 

Tactieken

Om te voorkomen dat mijn publiek op het idee van een gimmick komt hanteer ik de volgende tactieken:

  • Een getrukeerd voorwerp is “toevallig” voorhanden: ik acteer dat ik van te voren niet had bedacht dat ik dit zou gaan doen;
  • Het voorwerp past logischerwijs en natuurlijk (ook qua vorm) binnen de context (geen buitenlandse munten bijvoorbeeld);
  • Ik koppel de oorzaak van het magische effect los van het voorwerp: “niet de munten zijn magisch, maar het beursje waar ze in zitten, dát is magisch!” Dit impliceert dat dit effect met elke munt zou werken, zolang je maar dít ene beursje gebruikt. Het zelfde geldt voor touwen, horloges, kaarten, enz.
  • Ik wil dat het voorwerp zo min mogelijk aandacht krijgt, het liefst heb ik dat het publiek zo min mogelijk details van het voorwerp onthoud of zelfs helemaal vergeet dat het gebruikt is. Om die reden
    • Behandel ik het voorwerp casual, ik besteed weinig aandacht aan het voorwerp;
    • Ik noem het voorwerp niet bij naam en kijk er zo min mogelijk naar;
    • Ik probeer het voorwerp hooguit een secundaire rol te geven in mijn verhaal;
    • Ik probeer het voorwerp niet te veel in het primaire kader te bewegen;

 

Voorwoord

Theorie achter een illusie

> Beďnvloeden van aandacht

Beďnvloeden van verwachtingen

Beďnvloeden van het denken

Quotes over afleiding

Gastenboek/reacties