Voorwoord

Theorie achter een illusie

Beïnvloeden van aandacht

Beïnvloeden van verwachtingen

> Beïnvloeden van het denken

Quotes over afleiding

Gastenboek/reacties

 

 

 

Beïnvloeden van het denken

 

 

Naast het beïnvloeden van aandacht en het sturen van verwachtingen kan je ook beïnvloeden hoe de (zintuiglijke) informatie wordt verwerkt. Ik ken hiervan drie voorbeelden: het afleiden van de gedachten op het moment dat informatie wordt verwerkt, het ontmoedigen van het denken en een methode die ik ‘de doodlopende weg’ noem.

Ten slotte behandel ik hier ook nog drie niveaus van zekerheid en de Levels of Magic Deception zoals Al Schneider die beschrijft.

 

Afleiding

Je zou het denken kunnen afleiden om te voorkomen dat het publiek teveel doordenkt over wat ze net gezien hebben. Vooral als de methode niet zo ingewikkeld is of als de oplossing eigenlijk voor de hand ligt kan dat handig zijn. Voorbeelden van trucs waarbij de oplossing eigenlijk voor de hand ligt lijken mij: de ambitious card routine (de kaart móet wel bovenop liggen); sponsballen (er moeten al wel twee ballen in de hand van de toeschouwer gezeten hebben); mentale trucs (op één of andere manier móet hij gezien hebben wat ik heb getekend) of trucs waarbij iets zweeft (het móet wel aan een draadje hangen).

 

Om het publiek geen kans te geven wat ze net hebben meegemaakt te analyseren zou je aansluitend iets kunnen doen dat alle aandacht van de toeschouwer opnieuw opeist. Door deze nieuwe informatie wordt de herinnering van het voorgaande als het ware overspoeld en vervagen de details. Net zoals de herinneringen aan je voorlaatste vakantie verdrongen lijken door de herinneringen aan de laatste vakantie. Je zou bijvoorbeeld een nieuw onderwerp kunnen introduceren, een persoonlijke vraag kunnen stellen of iets doen of zeggen dat emotioneel de aandacht grijpt, zoals een grapje maken.

 

Denken ontmoedigen

De tweede methode die ik ken is het ontmoedigen van het denken. De tactiek is in te spelen op de luiheid van mensen en ze in een situatie te brengen waarin ze het de moeite niet waard vinden om het effect te analyseren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door zelf (schijnbaar) alle mogelijke oplossingen de revue te laten passeren, of door te beloven het effect later uit te leggen. Een ander voorbeeld is de “doodlopende weg” zoals ik het noem:

 

Doodlopende weg

Of deze laatste methode ook onder een andere naam bekend is weet ik niet, dus daarom geef ik het deze naam. De situatie die ik hierbij in gedachten heb is wanneer het publiek op een gegeven moment dénkt te weten hoe het werkt. Uiteindelijk blijken ze het toch bij het verkeerde eind te hebben. Het feit dat ze op een moment denken te weten hoe het werkt grijpt dan alle aandacht waardoor ze als het ware een fuik inlopen waar ze niet meer uit kunnen komen. Deze techniek werkt vooral goed als het publiek denkt slimmer te zijn dan de artiest. Als performer moet je als het ware een klein stukje aas uitgooien en hopen dat het publiek hapt. John Ramsy gebruikte deze techniek bijvoorbeeld vaak als hij een palmage veinsde.

 

Ik gebruik deze techniek om mijn strike vanish bedrieglijker te maken.

Zodra de munt van mijn vingers is verdwenen simuleer ik een tenkai clip. Het idee dat wij goochelaars in staat zijn om een munt aan de achterkant van onze vingers verborgen te houden lijkt onder leken wijdverbreid, want bijna alle mensen waarvoor ik dit heb gedaan denken dat de munt onder mijn vingers zit. In mijn routine wacht ik op dit moment een paar beats om iedereen de gelegenheid te geven deze fuik in te lopen. Vervolgens draai ik langzaam mijn hand om en breng tegelijk de munt in mijn rechterhand in classic palm.

Ditzelfde zou je natuurlijk ook kunnen doen na een false transfer.

 


Niveaus van zekerheid

Via George Parker leerde ik over drie niveaus van zekerheid die Michael Close omschreef. Michael Close noemde ze: aanname, geloof en overtuiging.

  • Aanname. Je neemt iets aan zonder gezien te hebben dat iets zo is. Mocht iemand zeggen dat het niet is wat je dacht dan verander je je aanname weer vrij gemakkelijk;
  • Geloof. Je gelooft iets en bent bereid dat te verdedigen als er tegenargumenten komen. Veranderen wat je gelooft kost meer moeite dan het veranderen van wat je aanneemt;
  • Overtuiging. Je bent verbaasd over iedereen die er anders over denkt. Een overtuiging veranderen kost véél moeite.

 

Bij het presenteren van een magisch effect kan je jezelf doelstellingen zetten. Wil je dat het publiek aanneemt dat het terugvinden van de gekozen kaart onmogelijk is? Wil je dat ze geloven dat het onmogelijk is, of wil je dat ze ervan overtuigd zijn dat het onmogelijk is? Het lijkt mij duidelijk dat hoe zekerder het publiek is dat iets onmogelijk is, hoe intenser hun magische ervaring als het toch lijkt te gebeuren.

 

Levels of magic deception

Ik denk dat de hiervoor besproken niveaus van zekerheid gekoppeld kunnen worden aan een theorie die Al Schneider beschrijft in zijn zeer interessante boek The Theory of Magic. Schneider maakt onderscheid tussen drie zogenaamde “levels of Magic Deception”. Deze levels verschillen in de mate waarin de magische effecten bedrieglijk zijn. Hij was zo vriendelijk mij toestemming te geven zijn beschrijving van deze levels in dit boekje op te laten nemen:

 

I believe that magic can be classified into the following levels:

  • Clown magic
  • Theatre magic
  • Virtual magic

 

 

Clown Magic

Clown magic is a kind of magic that gets a reaction or a laugh out of an audience but is not particularly deceptive. Pulling a ribbon of cards out of your mouth is an example. It looks very good. It always gets a laugh from the audience. But do they believe the cards come out of your mouth? Not for a second. Paper hat coils are the same. When people see that streamer coming out of a hat do they say, "Where in the world does all that come from?" No, they say, "Boy, he sure can pack a lot of that stuff into that hat."

I am not saying that this is bad magic. It has its place. I do this kind of magic myself. I need to get a laugh sometimes. My goal here is to label the kind of magic it is. My point is that there is a type of magic that has a punch but no one is worried about how it is done for if they think about it for a second they would understand it. It is so obvious the audience simply laughs and ignores it. It can be solid entertainment.

 

Theatre magic

Theatre magic is more serious and is more puzzle like. The audience doesn’t know how it works but they could think of a way it could work or they know, if they could get their hands on that box, they could find a mirror or something.

Theatre magic is magic that looks like magic but is not completely deceptive. I have used the tag "theatre magic" because for it to be truly effective there must be a "suspension of disbelief".

The point is that theatre magic looks magical but does not come across as magic. However, it is often entertaining. The performer must be an actor as well as a magician for he is required to not only do the magic but "act" as if it is magic. This enables the audience to "suspend their disbelief."

Most of the vast body of magic falls into this category.

 

Virtual magic

Virtual magic is a kind of magic, that when observed, the audience cannot determine any method of how it was accomplished.

Virtual magic differs from Theatre Magic in that "suspension of disbelief" is not required for the audience to react strongly to what has occurred.

My point is that virtual magic not only looks like magic but appears as real magic for the audience cannot come up with a possible solution.

Another definition of virtual magic could be "Magic that does not require suspension of disbelief to appear as magic."

 

(Zie www.worldmagiccenter.com voor meer van Al Schneider)

 

 

Een voorbeeld dat ik zelf wel eens gebruik om het verschil tussen theatrale magie en virtuele magie te verduidelijken is een theatervoorstelling van Peter Pan. Stel dat tijdens de voorstelling het toneel opeens bijna geheel donker wordt en Peter Pan vliegt de lucht in. Hierbij is het vliegen ondersteunend aan het verhaal en is het niet de bedoeling dat het publiek zich afvraagt hoe het nu technisch kan dat Peter vliegt. In feite is het zelfs helemaal niet erg als het publiek zou zien dat Peter aan touwen hangt omdat het daar niet om gaat.

Bij virtuele magie echter staat het effect centraal en is het verhaal ondersteunend. Het doel is de toeschouwer te confronteren met een fenomeen waarvan hij overtuigd is dat het niet mogelijk is. Die confrontatie veroorzaakt een paradox: “ik zie iets gebeuren waarvan ik weet dat het niet kan gebeuren” In mijn visie stoot die ervaring het publiek in een twijfel die alle zekerheden ondermijnt: verwondering.

 

Een opmerking als: “ik wil niet eens weten hoe het werkt” past volgens mij bij theatrale magie. Bij virtuele magie moet het publiek juist bij volle verstand zijn en zeer kritisch kijken. Zouden ze dat niet doen dan ontwijken ze de confrontatie en daarmee de ervaring van virtuele magie. Bij virtuele magie past een opmerking als “Ik wil heel graag weten hoe dit kan, want hoe hard ik ook nadenk, dit kan helemaal niet!”

 

Mentale magie waarbij het publiek in een grijs gebied wordt gebracht waarin ze (half) gaan geloven dat de performer écht paranormaal begaafd is en niet uitgedaagd wordt om het vertoonde kritisch te beschouwen, zou ik ook indelen bij Theater magie. Daarvoor is dan immers ook een suspension of disbelief nodig.

 

 

Voorwoord

Theorie achter een illusie

Beïnvloeden van aandacht

Beïnvloeden van verwachtingen

> Beïnvloeden van het denken

Quotes over afleiding

Gastenboek/reacties