Voorwoord

> Theorie achter een illusie

Beďnvloeden van aandacht

Beďnvloeden van verwachtingen

Beďnvloeden van het denken

Quotes over afleiding

Gastenboek/reacties

 

 

Theorie achter een illusie

 

 

Om duidelijk te maken welke plaats afleiding volgens mij binnen de goochelkunst heeft wil ik eerst 2 kaders schetsen: ten eerste de theorie achter een illusie en ten tweede wil ik uitleggen dat ik onderscheid maak tussen drie soorten technieken die je kan gebruiken bij het presenteren van een illusie.

 

Een illusie omschrijf ik als een gebeurtenis of gegeven die anders lijkt dan ze werkelijk is: iets lijkt A te zijn, maar is in werkelijkheid B. In het geval van een goochelaar lijkt een munt bijvoorbeeld in het niets te verdwijnen, of het servetje lijkt te zweven, of de gesigneerde kaart lijkt op een onmogelijke locatie tevoorschijn te komen. Maar dit is allemaal slechts schijn: de munt verdwijnt niet écht, het servetje zweeft niet, en het is niet dezelfde kaart die op de onmogelijke locatie tevoorschijn komt.

 

Zogezegd is een illusie een “misinterpretatie” van een situatie. Ergens in de aanloop naar het eindresultaat is er iets misgegaan in de beeldvorming bij de toeschouwer. In het geval van een illusie is echter sprake van een bepaald soort misinterpretatie. Immers meestal is de oorzaak van een misinterpretatie een gebrekkige waarneming of hallucinatie, maar bij een illusie is dat niet zo. De oorzaak van de misinterpretatie bij een illusie zit namelijk in de bedrieglijkheid van de gebeurtenis of het gegeven: de munt verdwijnt door een geheime opening uit het kastje, het draadje waar het servetje aan hangt is bijna niet zichtbaar en de handtekening op de kaart is een kopie.

 

Een kenmerk van een illusie is dus juist dat als je alle informatie die je als toeschouwer tot je beschikking krijgt juist interpreteert, je tot een foute conclusie komt! Bij de meeste misinterpretaties ligt de schuld van de foute interpretatie bij de toeschouwer, maar in het geval van een illusie maakt de toeschouwer geen fout omdat de situatie (bewust) misleidend is vormgegeven door de goochelaar.

 

De opmerking die leken vaker maken over dat zij dom zijn omdat ze de illusie niet doorzien is dus in feite ook niet terecht. De illusionist stuurt zorgvuldig zijn communicatie en de structuur van de situatie zodat de toeschouwer, als hij alles juist interpreteert, hij toch tot een foute eindconclusie komt. Het niet doorzien van de illusie is dus wél een misinterpretatie, maar de schuld daarvoor ligt niet bij de toeschouwer, maar in de misleidende vorm van de illusie.

 

Drie soorten technieken bij het presenteren van een illusie

Bij het creëren en presenteren van een illusie aan een publiek staan je volgens mij drie ‘soorten’ technieken ter beschikking:

1) Technische technieken: vingervlugheid en gimmicks. Deze technieken vormen meestal de basis van de illusie;

 

2) Psychologische technieken: psychologische ‘trucjes’ die tot doel hebben de aandacht, de verwachtingen en het analytische denken van het publiek te beďnvloeden. Deze technieken zijn veelal ondersteunend aan de technische technieken en kunnen helpen om die onzichtbaar te houden. Afleiding noem ik een voorbeeld van een psychologische techniek;

 

3) Presentatie technieken: technieken die helpen het effect op een emotioneel interessante manier over te brengen op het publiek.

 

Op deze pagina’s zoom ik in op de psychologische technieken.

 

 

De zin van afleiding

De technieken die ik hier beschrijf vinden sommige goochelaars misschien wat vergezocht en onnodig. Ik heb horen zeggen dat het details zijn die weinig toevoegen aan de entertainment waarde van acts. En ik denk ook dat dat zo is. Of de technieken die ik behandel relevant zijn voor jouw magic is afhankelijk van het doel dat je nastreeft. De vraag daarbij is denk ik in hoeverre je je publiek ervan wilt overtuigen dat er iets onmogelijks gebeurt.

 

Als je ervoor kiest om de magische effecten ondersteunend te laten zijn aan het verhaal dat je vertelt dan denk ik dat het publiek minder kritisch is op de methode die je gebruikt: de meerwaarde van de act zit immers vooral in het komische of dramatische verhaal. Als het publiek aanneemt of gelooft dat er iets onmogelijks is gebeurd, is dat voldoende.

 

Als het magische effect echter een grotere rol gaat spelen in de act, dan denk ik dat het publiek, vooral in de rationele westerse wereld, veel kritischer is met betrekking tot de methode. De act ontleend in dat geval ook meerwaarde aan het feit dat er iets lijkt te gebeuren dat onmogelijk is. En hoe meer het publiek hiervan overtuigd is, hoe krachtiger de aanval op hun logische denken (en daarmee hun magische ervaring), maar ook hoe krachtiger zij zullen zoeken naar een verklaring… De Amerikaanse goochelaar Al Schneider had het in dit verband over wat hij noemt ‘clown magic’, ‘theater magic’ en ‘Virtual Magic’ (zie ook het beďnvloeden van het denken).

 

Als je het publiek ervan wilt overtuigen dat er iets onmogelijks is gebeurd denk ik dat een zeer geraffineerde methode noodzakelijk is en dat afleiding een belangrijke rol kan spelen. De gedachte dat afleiding een toegevoegde waarde kan hebben komt daarbij voort uit twee constateringen:

 

1.) Ten eerste zijn de handelingen die we moeten verrichten voor de methode vaak net niet helemaal gelijk aan wat we pretenderen te doen. Vooral wanneer vingervlugheid in het spel is speelt dit een rol. Denk bijvoorbeeld aan een dubbellift of een false transfer: als we écht deden wat we bij die technieken pretenderen te doen zouden onze handelingen cleaner en doelgerichter zijn.

 

2. Ten tweede zijn de technische technieken zelden zo geraffineerd dat zij op zichzelf een kritische analyse kunnen doorstaan: als je even logisch nadenkt, komt de oplossing van veel trucs snel binnen handbereik: de kaart móet al wel bovenop hebben gelegen, het biljet moet wel aan een draadje hangen, als de munt niet in de ene hand zit, zal hij wel in de andere zitten, enzovoort…

 

Om deze tekortkomingen in de technische technieken op te vangen kan je psychologische ‘trucjes’ in de presentatie verwerken die de illusie meer bedrieglijk maken.

 

 

De beeldvorming rond een illusie

Het eindresultaat van de beeldvorming rond een illusie is dat de toeschouwer A voor B aanneemt: hij neemt aan dat de munt in het niets is opgelost, dat het servetje zweeft of dat de gesigneerde kaart op een onmogelijke locatie verschijnt. Deze beeldvorming komt volgens mij tot stand in een paar stappen.

 

Stap 1: Waarneming van wat aandacht krijgt

Informatie die binnenkomt via de zintuigen (ogen, oren, tastzin). Welke informatie wordt waargenomen wordt gestuurd door de aandacht.

Stap 2: Kleuring door verwachtingenpatroon

Ten eerste is er kleuring door kennis over het onderwerp zoals mogelijkheden door natuurwetten, vaardigheden of gimmicks en ten tweede zijn er verwachtingen over wat er is gebeurd of gaat gebeuren. Deze twee vormen een filter door informatie uit de waarneming weg te filteren, of hier juist informatie aan toe te voegen (je ziet wat je verwacht te zien).

Stap 3: Verwerking van de informatie

Het verwerken van de informatie kost tijd en aandacht. Te weinig tijd, afleiding of sturing kan het verwerken van informatie verstoren of bijsturen.

Stap 4: Conclusie/ervaring

De eindconclusie die de toeschouwer trekt over zijn waarneming: hij neemt A voor B aan.

 

 

IMG_45112 - kopie

 

De ordening die ik heb aangebracht om onderscheid te maken tussen verschillende psychologische technieken is gebaseerd op dit stappenplan. Bij het manipuleren van de informatie die het brein registreert en verwerkt kun je volgens mij invloed uitoefenen op (1.) de aandacht, (2.) de verwachtingen en (3.) het verwerken van informatie.

 

 

Voorwoord

> Theorie achter een illusie

Beďnvloeden van aandacht

Beďnvloeden van verwachtingen

Beďnvloeden van het denken

Quotes over afleiding

Gastenboek/reacties