NMU close-up: Tonny van Dommelen
Vrijdag 28 juli 2006 ben
ik op bezoek geweest bij Tonny en Elinor van Dommelen. In het interview van
ruim drie uur is bijna niets onbesproken gebleven en over alles had ik nog
verder willen praten. Dit interview is een kleine reflectie van alles wat we
besproken hebben.
Tonny van Dommelen (1927)
gehuwd met Elinor van Dommelen en samen hebben zij één zoon. Lid van de
Magische Ring Friesland, erelid van de MKA, erelid bij de goochelclub in
Luxemburg en erelid van de goochelclub in Geneve. In 1954 Nederlands kampioen
en in 1958 in Wenen wereldkampioen geworden.
Hoe gaat het met u?
Met hulp van apotheek en
dokter gaat het naar omstandigheden goed. We wonen nu sinds een paar jaar in
een oude boerderij in Sonnega die we de afgelopen jaren hebben opgeknapt.
Buiten is het erg warm vanwege de hittegolf, maar in de boerderij is het lekker
koel.
Treedt u ook
op, zo ja met wat en waarom, of waarom niet?
Tonny: Ik heb mijn hele leven
als artiest opgetreden. Met de act waarmee ik wereldkampioen ben geworden deed
ik mee in het schnabbelcircuit. Ik heb in 28 landen opgetreden. Ik heb
bijvoorbeeld meegevaren op 23 cruises van P&O. Op zo’n cruise deed ik dan
vier verschillende acts: mijn manipulatienummer, twee praatacts en een mentale
act. Tijdens een tour door Scandinavië heb ik Elinor leren kennen. Tegenwoordig
treed ik niet meer op.
Elinor: ik trad op tijdens
kinderfeestjes als poppenspeelster. Op advies van Tonny ben ik ook trucs in
mijn show gaan verwerken. Om te kunnen reizen had ik een kast gemaakt die heel
licht was. Ik heb zo’n 20 jaar opgetreden. In mijn voorstelling wilde Jan
Klaasen een leeuw bevrijden uit zijn hok, want leeuwen horen immers niet in een
hok. Hiervoor moest Meneer Agent een beetje misleidt worden. Dat hoorde bij
mijn verhaal. Op een dag had ik een optreden bij hele nette kinderen. En die
wilden Meneer Agent niet misleiden… Na de nodige moeite van Jan Klaasen waren
ook deze kinderen bereid om Meneer Agent een oor aan te naaien, maar dit zette
mij wel aan het denken. Het idee dat ik kinderen zo kon manipuleren voelde voor
mij niet prettig. Binnen redelijk korte tijd heb ik toen een punt gezet achter
20 jaar kindervermaak. Enige jaren geleden ben ik begonnen aan een studie
sociologie. Mijn doctoraalscriptie heeft als onderzoeksvraag waarom er zo
weinig vrouwelijke goochelaars zijn. Over dit onderwerp heb ik in 1999 een
lezing gegeven op het nationale goochelcongres.
Wij hebben samen ook gewerkt
aan een duo act. In Londen hadden we al kostuums en publiciteitsfoto’s laten
maken. Maar toen werd Elinor zwanger en uiteindelijk hebben we nooit met die
act opgetreden.
Wat wekte
uw interesse in de goochelkunst?
Mijn vader was barkeeper en
om zijn gasten te onderhouden in de oorlog (muziek was verboden) deed hij soms
goocheltrucjes. Door hem ben ik begonnen.
Wie of wat
zijn uw inspiratiebronnen?
Twee namen die meteen te
binnenschieten zijn Channing Pollock en Fred Kaps. Vooral de manipulaties van
Kaps vind ik erg mooi. Maar Elinor en ik gaan ook regelmatig naar (modern)
ballet en de schoonheid van bewegingen kunnen mij ook inspireren.
Wat zijn uw ideeën omtrent
het maken van een act?
Ik zal vertellen hoe mijn act
is ontstaan: Ik begon met een muntenmanipulatie. Maar een nadeel van munten is
dat ze één kleur hebben en eigenlijk alleen te zien zijn als het licht erop
valt. Daarom ben ik overgegaan op een soort casinofiches met verschillende
kleuren. Omdat ik deze fiches zelf liet maken hadden ze een heel grove ribbelrand
waardoor ik ze ook goed kon manipuleren met zweethanden. Ook stond mijn naam
erop. De fiches pasten in een casinothema en zo kwam ik op de titel van de act
“Droom van een croupier”. Ik begon in de act met een dobbelsteen manipulatie,
dan kaartenmanipulatie en als afsluiting de pokerchips. Tussendoor produceerde
ik zes grote bierglazen. Die bierglazen vulden bijna al mijn zakken waardoor er
erg weinig ruimte overbleef voor alle andere props.
Wat waren omslagpunten in
uw carrière?
Henk Vermeyden probeerde de
status van Fred Kaps in Nederland erg te beschermen. Nederland is een klein
land en doordat Vermeyden Kaps overal naar voren schoof, bleef er voor mij
eigenlijk te weinig ruimte over. Daarom wilde ik naar het buitenland. In de
zomer van 1959 kreeg ik die kans. Impresario Ibelings boekte mij om vier keer
mijn act te doen in het Tuschinski theater in Amsterdam. Dat was in die tijd
echt heel bijzonder en dat kon ik daarna mooi gebruiken als referentie naar
potentiële opdrachtgevers. Na Tuschunski werd ik geboekt voor een tour door
Europa. In Scandinavië ontmoette ik Elinor. Zij was danseres in een showballet.
Elinor vult aan: meestal is een affaire tussen artiesten lastig, omdat je
elkaar weinig kan zien als je op tournee bent. Zeker vroeger, zonder e-mail of
mobiele telefoon was dat lastig. Maar toevallig hadden wij een tournee van 2 ½
maand door Scandinavië en dat was voor ons genoeg tijd om over onze relatie na
te denken en in oktober van datzelfde jaar zijn we getrouwd.
Wanneer bent u tevreden
over een optreden?
Wanneer ik zelf het gevoel
heb goed gewerkt te hebben. Dat is overigens niet te merken aan het applaus.
Soms is het applaus groot, maar heb ik zelf het idee dat het beter kon. Soms
ben ik op mijn best en is het applaus lauw.
Wat was een bijzonder
moment in uw carrière?
Toen ik won met het
Wereldkampioenschap in Wenen. Ik was de nacht voordat ik moest optreden met de
auto uit Brussel gekomen. Peter Pit was mijn grootste concurrent tijdens de wedstrijd
en hij was eigenlijk favoriet. Peter was zelfs al in Nederland verkocht door
Vermeyden om een optreden te geven op TV. Peter was al een week in Wenen en had
zich heel goed voorbereid. We moesten allebei zondagochtend optreden. Een
kandidaat viel uit, dus toen moest ik direct na hem optreden. Dat was een
geluk. Zondagochtend is rot publiek, heel lauw, maar Peter heeft het publiek
voor mij opgewarmd en mijn optreden ging super. Blijkbaar ben ik op mijn best
als ik wat vermoeid ben. Peter werd eerste in de klasse Algemeen en
Presentatie. Ik ontving de Grand Prix.
Wat is de beste tip die u
ooit kreeg?
Als je iets wilt weten, moet
je het vragen. Ook ben ik het erg eens met een opmerking die Channing Pollock
maakte: “make every move a picture”. Het plaatje dat je neerzet moet
mooi zijn. Een tip van mij is om zelf je attributen te maken. En als je eenmaal
door alle proefversies heen bent en je weet hoe het moet, laat het dan góed
maken door een vakman.
Heeft u nog andere
hobby’s?
Het opknappen van de boerderij
waar we nu wonen vond ik erg leuk om te doen.
Wat is uw meest
waardevolle goochelitem?
De wandelstok die in een
tafeltje veranderde in mijn croupier act. Die heb ik aan Woedy Woet gegeven.
Welke eigenschap moet je
bezitten om de top te bereiken?
Je moet iets hebben wat
mensen onthouden, iets waarmee je aangekondigd kan worden op een affiche. Jaren
geleden was er een man en die deed een werkelijk schitterende presentatie bij
de hindu thread. Maar als je dat in één zin wilt omschrijven als leek dan
klinkt het gewoon niet spectaculair. Het breken en weer heel maken van een dun
draadje valt ook bijna niet te overdrijven en dus had deze act commercieel
gezien weinig succes. In mijn act produceerde ik zes grote bierglazen. Dat deed
niemand anders. En de grootte en het aantal glazen is makkelijk te overdrijven.
Dat verkocht dus wel. Andere voorbeelden zijn de zoutproductie van Kaps, de
kandelaars van Ger Copper of de tijgers van Siegfried en Roy.
Wat volgens mij ook
belangrijk is, is dat je voor het publiek oefent. Hoe het publiek reageert kan
je niet oefenen voor de spiegel. Ik had het geluk dat ik mijn act heel vaak kon
doen en dat gaf mij de gelegenheid om te kijken wanneer ik applaus kreeg en
wanneer niet. En als ik geen applaus kreeg op het moment dat ik wilde dan ging
ik spelen met de timing: net iets langer wachten, zelf verrast kijken,
enzovoort. Net zolang tot ik de reactie kreeg die ik wilde hebben.
Tonny en Elinor, hartelijk
dank voor jullie warme gastvrijheid en het zeer interessante gesprek!
Arjan van Vembde