NMU
close-up: Flip
Tijdens het interview midden april en met een vervolg
midden augustus (2006), zit Flip op de praatstoel en vertelt enthousiast over
zijn reizen en optredens. Hieronder een reflectie van alle verhalen, anekdotes,
wetenswaardigheden en ideeën.
Flip Hallema: geboren in 1941,
op het zelfde moment dat een Duitse granaat in de voortuin viel. 3 Kinderen,
woonachtig te Soest. Goochelaar van beroep sinds 1972. Ontwerper van het
huidige NMU logo en recent geëerd met een Performing Fellowship Award van The Academy of Magical Arts. Lid van MKCN.
Wat wekte uw interesse in de goochelkunst?
Mijn vader goochelde op de verjaardag van mijn zusje en mij. Dat prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Toen ik 9 was kreeg ik mijn eerste, hele klassieke, goocheltrucs. Op mijn 12de kocht ik van de eerste 10 gulden die ik verdiend had een ringenspel.
Treed u op, zo ja met wat
en waarom?
Ja, ik treed op. Ik verzorg bij bedrijven en particulieren table magic, kindergoochelshows, trade shows, ik heb op verschillende cruises opgetreden en ik geef soms advies aan theatergroepen. Verder geef ik regelmatig lezingen en workshops over de hele wereld, televisieoptredens en soms speel ik zelf mee in theater- of tv-producties. Ik heb bijvoorbeeld in meer dan 100 steden in de VS lezingen gegeven en redelijk recent heb ik meegedaan in de TV serie Woensdag Wonderdag van de VPRO. Ten slotte heb ik in 1983 een video over touwgoochelen uitgegeven via L&L Publishing en vorig jaar zijn bij dezelfde uitgever zes DVD’s uitgekomen gevuld met mijn creaties.
Vooral met de act waarvoor ik in mei van dit jaar de Performing Fellowship Award heb gekregen van de Academy of Magical Arts heb ik veel succes gehad. In deze act, genaamd de Duplo Act, verdubbeld alles steeds en maak ik veel gebruik van de Fl!p-stick move. De Fl!p-stick move die ik bedacht rond mijn zestiende op de Kunstacademie in Rotterdam, is een techniek om een lang dun voorwerp, zoals een goochelstok, te laten verdwijnen en verschijnen. Het bedenken van deze move is één van de redenen dat ik deze bijzondere prijs heb gekregen. Collega’s die deze prijs ook ontvingen zijn Fred Kaps (1979), Tommy Wonder (1996) en Richard Ross (2000).
Wat zijn uw inspiratiebronnen?
Vroeger werd ik vooral geïnspireerd door het zien van trucs die ik niet doorhad. Dan ging ik zelf methodes proberen te verzinnen. Tegenwoordig krijg ik de meeste ideeën terwijl ik met het materiaal zelf speel.
Wat is uw definitie van goochelgeluk?
Als ik zelf een nieuwe truc heb bedacht. Ook de vertoning en waardering achteraf van het publiek stimuleren mij om verder te gaan. Ten slotte heb ik door mijn Duplo act over de hele wereld kunnen optreden en bijzondere mensen als Dai Vernon of Slydini kunnen ontmoeten.
Waar bent u bang voor binnen de goochelkunst?
Dat de goochelkunst zelf verdwijnt ben ik niet zo bang voor. Het kietelen van de hersenen blijft altijd interessant en nieuw voor mensen. Wat mij soms wel een probleem lijkt is dat goochelen te populair wordt onder jongeren die te weinig basiskennis en kunde hebben. Veel goochelaars lijken weinig gevoel te hebben voor het wonderlijke waardoor ze hun publiek alleen een banaal effect laten zien zonder dat zij hen het unieke gevoel dat het zien van een wondertje oproept meegeven. Sommige jonge goochelaars doen heel veel techniekjes achter elkaar in een routine, maar de impact wordt dan ook steeds kleiner.
Ik zie ook te weinig unieke acts. Tegenwoordig als je iemand vraagt naar wat de goochelaar deed, dan is het antwoord “van alles en nog wat”. Een tegenovergestelde is Jorro (DE), hij is een meester in het doen van duidelijke effecten. Tegenwoordig is alles makkelijk te krijgen, maar daarmee daalt de waarde ook.
Wat waren omslagpunten in uw carrière?
In 1970 heb ik mee gedaan aan het FISM met mijn Duplo act. Ik won toen net niet (de act was te modern volgens een jurylid zodat zij niet wisten hoe de act te beoordelen). Maar dit optreden leverde me wel veel aanvragen op om optredens te verzorgen tijdens congressen. In 1972 kon ik een lezingentournee door de VS doen. Het geld dat deze tournee opleverde heb ik vervolgens gebruikt als buffer toen ik professioneel goochelaar werd. Tot die tijd was ik namelijk grafisch en industrieel ontwerper van onder andere vliegtuiginterieurs en daarnaast ontwierp ik freelance potten en pannen. Het huidige NMU logo is trouwens ook door mij ontworpen.
In 1980 ben ik gaan wonen in Barcelona. Daar werkte ik in een goochelshop in een oud theatertje uit 1881 genaamd “El rey de la magia”. Na drie jaar heb ik deze winkel verkocht.
Wat wilt u met wat u doet?
Het gaat mij om het plezier van de vondst, het vertonen en de waardering van het publiek.
Wie bent u voor uzelf?
Goochelaar en bedenker, ideeën zijn mijn speerpunten. Zelf ben ik continue in verwondering.
Van wie heeft u het meeste geleerd?
Van mezelf. Maar ik heb wel voorbeelden gehad. Een paar namen die te binnen schieten zijn Fred Kaps, Tommy Wonder, Tel Smit, Ger Copper, Punx en Eddy Schuyer.
Wat is de beste tip die u ooit heeft gekregen?
Die kreeg ik van Emile Low (later zou hij president van de Society of American Magicians worden). Hij had drie tips voor me: minder laten zien, langzamer praten en langzamer werken.
Wat is uw meest magische herinnering?
Dat is de herinnering die ik heb aan Spinoza, een Deense goochelaar. Hij had een papiertje dat zichzelf spontaan vouwde tot een origami vogel en plots veranderde het papier in een echte vogel. Het mooie daaraan vind ik dat iets levenloos opeens tot leven komt.
Andere mooie effecten vind ik de dansende zakdoek van Blackstone en de Asrah illusie.
Wat zijn uw ideeën omtrent het
maken van een act?
Ik vind dat de act een thema of concept moet hebben. Maar een gevaar is dat er teveel wordt gekletst en dat het effect ondersneeuwt. Ik houd zelf niet echt van zogenaamd ‘komisch’ goochelen. Vaak is dat plat. Humorvol goochelen vind ik wel leuk. Hierbij is de humor subtieler, intelligenter, meer “witty” en zit de humor vaak meer verstopt in de woordkeuze.
Wat zijn uw toekomstdromen of ambities?
Doorgaan met waar ik mee bezig ben. Misschien wil ik ook nog wel een boek schrijven over de geschiedenis van de Nederlandse goochelkunst of over kaartgoochelen. En ik zou ooit ook nog wel een avondvullend theaterprogramma willen hebben.
Wat was een bijzonder moment in uw carrière?
Rond 1989 was ik in een café in Alkmaar. In de ingang vroeg een journalist van de Alkmaarse courant mij om nog een truc te doen. Ik liet hem een korte ambitious card routine zien en tot slot van die routine schoot ik de kaart uit het spel met een techniek waarbij de kaart makkelijk 10 meter wegschiet. De kaart raakte een gokmachine achterin het café die spontaan uitkeerde! Blijkbaar stond hij nog aan. Helaas heb ik die truc tot op heden nog niet kunnen herhalen…
Wat is uw meest waardevolle goochelitem?
Dat zijn mijn hersenen en mijn vingers.
Welke eigenschap moet je bezitten om de top te bereiken?
Geloof in jezelf is volgens mij erg belangrijk. Ook moet je soms wat geluk hebben. Pollock zei een keer: “alles is een kwestie van timing”.
Flip, hartelijk dank voor je enthousiasme en tijd en ik hoop nog heel veel creatieve ideeën van je te mogen zien!
Arjan van Vembde