|
Johan
Janssen |
|
Johan Janssen (1964), getrouwd met Lia van der Linden, 3
kinderen: Puck, Sem en Luna. Lid van de goochelclubs Mysterium
en Magische Ring Friesland. Johan werd twee keer Nederlands kampioen straatgoochelen. Websites: www.theaterquatsch.n
en
www.vlooiencircus.nl Ik sprak Johan eind juni 2009, in het tricky Theater in
Amsterdam.
1. Hoe gaat het met je? Goed. Thuis gaat het goed en lekker bezig in de Efteling. 2. Treedt je ook op, zo ja met wat en waarom, of waarom niet? Ja, ik treed beroepsmatig op tijdens feesten en partijen. Tafelgoochelen doe ik veel. Maar eigenlijk zie ik wat ik
doe vooral als “toegepaste goochelkunst”. Daarmee bedoel ik dat ik de trucs
onderdeel laat zijn van mijn voorstelling, maar dat het om meer dan het
trucje alleen gaat. Ik treed nu bijvoorbeeld elke zaterdag en zondag op in de
Efteling met een vlooiencircus. In die voorstelling gebruik ik trucs, maar ik
presenteer mezelf niet als goochelaar. Of in mijn straatact presenteer ik
mezelf als een Arabische marktkoopman. In deze voorstelling van 25 minuten
verkoop ik mijn publiek lucht, water en vuur en doe ik maar drie echte trucs. Ik gebruik de trucs
eigenlijk als gereedschap om een theatraal verhaal te vertellen.
3. Zijn de trucs dan wel belangrijk in die act? De trucs ondersteunen het verhaal, maar het verhaal draait niet
om de trucs, het verhaal bouwt niet op naar de effecten van de trucs. Het zou
bijna zonder de trucs kunnen... Bij het tafelgoochelen
kan ik een hele tijd bij een tafel zijn zonder een truc te doen. Ik denk na
over de handelingen en presentatie zodat er een goede balans ontstaat en het
publiek zich prettig voelt en de magie ervaart. Het gaat mij om het verhaal. Een timmerman pocht toch ook niet
met zijn hamer of nijptang? Hij pocht met de kast die hij gemaakt heeft. Net
zo draait het mij niet om de trucs. Een ander voorbeeld is mijn
kindervoorstelling. De meeste kinderen hebben daarin pas na 15 minuten door
het er gegoocheld wordt! 4. Waarom doe je je voorstelling niet
helemaal zonder trucs? Ha! Ik blijf wel een goochelaar! Ik houd van de trucs, en ze
voegen zeker wel magie en verwondering toe aan de voorstelling. 5. Kan je iets vertellen over je kindervoorstelling? Ik heb een act geheel zonder woorden. Dat leek me wel een
uitdaging. En misschien wilde ik me toen ook wel een beetje afzetten tegen
het vele geschreeuw en de holle show bij collega's. Daar houd ik persoonlijk
niet zo van. Volgens mij is het ook veel moeilijker om kinderen stil te laten
zijn en emoties te laten voelen. Ik wil ze verwonderen door bijvoorbeeld terloops een kan melk
uit een rugzakje te halen. Of een bordje met tekst vijf keer om te draaien en
dat er steeds iets anders op staat. Dat gevoel van “hé, zag ik dat nou
goed!?” dat vind ik leuk.
6. Wie of wat zijn uw inspiratiebronnen? Naast mijn vrouw Lia? Haha Ik beperk
me niet tot de goochelwereld. Films, toneel, poppenspelers prikkelen me. Ik
kijk naar wat creatief is. Een paar voorbeelden: Jozef van den Berg is een poppenspeler die met helemaal niets
een verhaal kan vertellen. René Wielings, om de manier waarop hij
zichzelf blijft. En Lia? Om de manier waarop ze naar de dingen kijkt. Zij wil
altijd terug naar de basics. Zij herinnert me er
aan om me steeds weer af te vragen waarom ik een bepaalde handeling ook al
weer verricht. Goochelaars die me inspireerden waren Niberco
en Tommy Wonder. En ook de mensen van mijn club Mysterium
zetten me regelmatig aan het denken. Niet omdat ze hetzelfde denken, maar ze
hebben wel dezelfde manier van denken. 7. Je maakt en verkoopt ook trucs? Ja. Ik maakte altijd al verreweg het grootste deel van mijn props zelf, passend bij de voorstelling waar ik aan
werkte. In het maken van goochelprops heb ik zoveel
plezier dat ik er een bedrijfje in ben begonnen, Q-Trix.
8. Wat maak je zoal? Veel dingen die iets met vuur te maken hebben. Zoals een kaars
die “spontaan” ontbrandt; of een fire wallet, een
munten portemonnee waar vuur uit komt, een munt die kan branden, dat soort
dingen. Belangrijk vind ik de kwaliteit van wat ik maak. Ik streef naar
perfectie. En omdat ik alles zelf met de hand maak, maak ik ook regelmatig
maatwerk items voor klanten. Ik roep weleens dat ik eigenlijk álles kan maken waar vuur in zit! Maar mijn specialisatie zit toch wel in kaarsen en portefeuilles.
Ik heb bijvoorbeeld een portefeuille ontwikkeld die `spontaan`ontbrandt, zónder dat het geluid maakt. Hoe het dan werkt? Dat houd
ik geheim. Het is een vinding waar ik heel lang aan gewerkt heb. En de
geheimhouding maakt het ook spannender. De reden dat ik dat geluidloze systeem ontwikkeld heb, is dat
als het publiek het geluid van een vuursteentje hoort (wat de gebruikelijke
methode is), dat de magie verdwijnt. Dan weten ze dat de vlam niet echt door
magie gekomen is, maar dat iets aards ermee te maken heeft. 9. Je werkt momenteel in de Efteling? Ja, met mijn vlooiencircus treed ik elke zaterdag en zondag op
als Professor Victor. 10. Hoe ben je daar binnen gekomen? De basis van de act had ik al en ik kende iemand vanwege eerdere
optredens. Ik heb hen op mijn act geattendeerd en toen auditie gedaan. Zij
hebben me daarna in een prachtig pak gehesen (op maat gemaakt) en ik heb
enkele props van mijn act in de stijl van de
Efteling gemaakt. 11. Is het leuk om in de Efteling te werken? Jazeker! Ik vind het leuk om mijn rol te spelen en de bezoekers
te verwonderen met mijn “vlooien”. Ik
vertel verhalen over de vlooien, maar die kunnen ze niet zien. Sommige mensen
gaan er helemaal in op, anderen gaan op zoek naar de oplossing. Maar ik
gebruik verschillende technieken en heb de methodes goed verstopt! Zo lijkt
mijn wagentje bijvoorbeeld te bestaan uit op elkaar gestapelde koffers, maar
in werkelijkheid is het een kastje. Waar ik me trouwens wel heel erg aan kan irriteren is als
kinderen van hun betovering worden beroofd door zo'n vader die er zelf niet
tegen kan dat hij het niet begrijpt. Als zo'n kind dan vol verwondering staat
te kijken, dat een vader hem aanstoot en zegt “ het is niet echt hoor” . Daar
kan ik dan zo kwaad van worden!
12. Met je snor en staart ben je wel een opvallende
verschijning. Een bewuste keuze? Ja, ik vind dat ik de artiest moet zijn op een feest. En daarom
mag ik er anders uitzien dan de andere gasten en het personeel. Het is een
manier van presenteren. Op deze manier ben ik ook geen eenheidsworst met
andere goochelaars die er vaak zo gelikt uitzien... 13. Wat vind je van de NMU? Laten we zeggen dat ik niet zoveel met de organisatie heb en me
ook niet zo vertegenwoordigt voel. Maar het is goed dat de organisatie er is
en faciliteert in de organisatie van congressen en
clubs, want daar profiteer ik ook van. 14. Wat is de beste tip die je ooit hebt gekregen? “Hoe eenvoudiger, hoe beter”. Dat leerde ik van Niberco. Eigenlijk is dat de kunst van het weglaten.
Bijvoorbeeld een sigarenkistje waarin iets verschijnt, is veel bijzonderder
dan een glitterkistje waarin iets verschijnt. Goochelaars denken snel te ingewikkeld. Ik had bijvoorbeeld ooit
een zweversact waarin ik een blik hondevoer opat. Althans zo leek het. In werkelijkheid at
ik fijn een blik saté op. Een bevriende goochelaar vroeg hoe ik de saté in
het blik hondevoer kreeg. Of ik misschien de bodem
open maakte en de inhoud verwisselde. Maar ik had gewoon een etiket
verwisseld… Johan, hartelijk dank voor het interview en veel succes met je
voorstellingen! Arjan van Vembde Meer informatie over Johan Janssen is te vinden op: www.theaterquatsch.nl, www.vlooiencircus.nl en www.q-trix.nl |
|
|