NMU close-up: Tony Wilson
2006
Marinus Alphenaar (1944), artiestennaam Tony Wilson, is sinds 2003
Secretaris van de NMU. Hij is gehuwd, artiest van beroep en woont in Grootebroek. Tony is sinds zo’n 15
jaar lid bij de GOA, en zo’n 10 jaar bij de NBG.
Hoe gaat het
met u?
Uitstekend! Na
een tijdje ziek geweest te zijn het afgelopen jaar, ben ik weer helemaal de
oude.
Waarom en
waardoor bent u betrokken bij de NMU?
In 2003 werd ik
gevraagd om secretaris te worden.
Treedt u ook
op, zo ja met wat en waarom, of waarom niet?
Ik treed op om te
voorzien in mijn levensonderhoud, het is mijn werk. Daarnaast vind ik het ook
erg leuk om te doen. Het is steeds weer nieuw en een uitdaging. Naast het
goochelen vind ik het acteren, presenteren en meedenken over de shows van Hans
Klok erg leuk.
Wat wekte
uw interesse in de goochelkunst?
Dat was toen ik
een jaar of 10, 12 was, mijn broer had bij een feestwinkel een goocheltrucje
gekocht en deed dat op een verjaardag. De hele avond was hij het middelpunt van
de aandacht. Pas later kreeg ik door dat het ‘slechts’ een trucje was… Maar
toen is het wel een beetje begonnen.
In Amsterdam had Larette een goochelwinkel. Ik ben daar wel een paar keer
langs heen gelopen, maar durfde niet naar binnen. Ik had een boekje van Larette gelezen en dat dwong blijkbaar toch respect af. De
feestwinkel van Kortini aan de Haarlemmerstraat was
wat dat betreft een stuk toegankelijker. Hij verkocht ook wat trucjes en
uiteindelijk kocht ik daar mijn eerste duimspits.
Tegenwoordig is
het goochelen natuurlijk nog veel laagdrempeliger
geworden door de grote hoeveelheid dvd’s en het internet. Ik vind dit wel een
goede ontwikkeling. De mensen die echt enthousiast zijn blijven hangen, de rest
valt vanzelf af. Een nadeel van deze ontwikkeling voor
de dealers lijkt mij dat er ook veel mensen komen die de hele middag in de
winkel rondhangen en uiteindelijk alleen een pakje kaarten kopen…
Wie of wat
zijn uw inspiratiebronnen?
Toen ik een jaar
of 15-20 oud werd ik geprikkeld door de humor en trucs van de Kameezen (die later Peppie en
Kokkie zouden worden). Ook herinner ik me een interview met Tonny van Dommelen
in, ik dacht dat het de Panorama was. Bij het interview stonden allemaal grote
foto’s en hij vertelde over al zijn reizen. Dat kriebelde.
Later waren daar
Tommy Wonder en vooral ook Richard Ross die me veel leerden over timing. Ook
Rene van Vooren (o.a. de rechterhand van André van
Duin in die tijd) inspireerde me wat betreft het behandelen van tekst.
Dat gevoel voor
timing was echt een van de kwaliteiten van Richard. Dat zag je bijvoorbeeld ook
terug in zijn ringen routine. Kaps had dat ook. De
tijd nemen voor een effect, dat moment is heilig en daar moet je niet overheen
denderen. Richard kon heel goed momenten maken waarin hij speelde met het
publiek. Bijvoorbeeld als hij de tweede ring uit het laadje van zijn tafeltje pakte, dan deed hij het laadje open, keek erin, maakte dan oogcontact met het
publiek en pakte dan pas de ring. Dat detail om niet meteen die ring te pakken,
daar had hij gevoel voor.
Wat is uw
definitie van goochelgeluk?
In een soort spel
van interactie, of “flow” komen met het publiek.
Daarnaast ook dat
je werk je hobby is. Dat je met veel plezier werkt en dat de omgang met je
collega’s goed is.
Waarvoor bent
u bang binnen de goochelkunst?
Ik ben eigenlijk
een beetje bang dat het tafel goochelen hetzelfde lot zal ondergaan als het
toneel goochelen… Kijk, vroeger waren er veel toneelgoochelaars, ik deed toen
zelf ook mee in de revu. Maar op een gegeven moment
merkte ik dat de vraag naar revu minder werd, het
type feesten veranderde en daarmee de vraag naar entertainment. Tafel goochelen
was in opkomst en dat leek me erg interessant omdat er een veel directere
interactie is met het publiek, bij wijze van spreken 1 op 1. Ik ben toen (op tijd)
overgestapt op tafel goochelen. Maar ik merk nu dat waar een paar jaar geleden
drie tafel goochelaars op één feest werden uitgenodigd, er nu nog maar één
wordt gevraagd. Het type feesten lijkt weer te veranderen. Ik draag tafel goochelen een erg warm hart toe, dus zou ik het erg jammer
vinden als dat zou verdwijnen, zowel voor de goochelaars, als voor het publiek.
Wat waren
omslagpunten en hoogtepunten in uw carrière?
Het eerste grote
omslagpunt was dat ik uit de revu stapte en begon met
tafel goochelen en meer focus legde op het presenteren.
Een tweede waren
mijn optredens op TV. Zo deed ik sketches in onder andere de Honeymoon quiz, de Showbiz quiz
en de 123 Shows. Ook deed ik mee met de Ep Oorklep
Show van André van Duin.
En een derde
omslagpunt was dat ik mee ging doen met de shows van Hans Klok. Ik ken Hans
eigenlijk al uit de tijd dat ik een jeugd revu show
deed samen met Peter Grooney. Hans kwam daar vaak bij
kijken en ging op een gegeven moment ook meehelpen. Jaren later kwam zijn eigen
show steeds meer van de grond en vroeg hij me op een dag of ik in zijn show mee
wilde doen. In het begin deed ik bij Hans korte tussenacts, als afwisseling van
het showballet. Ook was ik trouble shooter, ik had een speciale act voorbereid voor het geval
er iets mis zou gaan in de show en er even tijd opgevuld moest worden. Ik zat
hiervoor altijd vlak achter het toneel en een speciaal jasje en een koffertje
met props stonden klaar zodat ik a la seconde het
toneel op kon gaan. Gelukkig is dit in Nederland nooit nodig geweest. In
Duitsland heb ik wel eens moeten inspringen toen een
rails een keer vastliep…
Voor de meeste lezers bent u Tony Wilson, de goochelaar, doet u
mee in de show van Hans Klok en bent u nu secretaris van de NMU. Geldt dat ook voor u?
Ja, dat zijn ook
voor mij hele belangrijke dingen. Ik heb ook de meeste
vrienden en collega’s binnen het artiesten vak. Maar daarnaast heb ik ook een hele brede interesse, bijvoorbeeld in mensen en wat hen
motiveert. Ik heb trouwens geen interesse in sport. (alhoewel
ook dat weer een uitzondering kent, want ik doe wel aan golf)
Wat is de
beste tip die u ooit in uw goochelcarrière hebt gekregen?
Dat was een tip
van Tony leerlink (een bekende presentator/conferencier in schouwburgen) Hij
zei dat ik me meer moest toeleggen op het presenteren, dat ik solistische moest
gaan werken en dat ik meer moest gaan goochelen. Dat waren erg waardevolle
tips.
Wat is uw
meest magische herinnering?
Daar hoef ik niet
lang over na te denken, dat was een optreden van Kalanag
in Carré. Hij liet een auto verdwijnen en verschijnen en liet zijn vrouw
zweven. Toen ik dat zag sloeg het spreekwoordelijke virus toe. Het
programmaboekje van die show heb ik nog. Als ik het weer eens tegenkom roept
het onmiddellijk weer diezelfde opwinding op.
Wat heeft u ervaren als een bijzonder moment in uw
goochelcarrière?
Het winnen van de
originaliteitprijs op het congres in Haarlem in 1997. Ik deed toen een act
samen met Ronald Moray en Peter Vogel als “De Stooges”. Het was een komische act waarbij Ronald ging
zweven en wat helemaal uit de hand liep.
Achter de
schermen hielp Richard Ross veel mee bij deze act. Uit deze samenwerking is
overigens Dutchmagic voort gevloeid. Via het concept
van Dutchmagic wilden we meer samenwerken en meer
ideeën uitwisselen. Al vrij snel kwamen Louis Bearts
en Charles Jaques er ook bij.
Dutchmagic is sterk gegroeid de laatste jaren. Heel
in het begin hadden we kantoor in het Magic Art Center in Bennebroek.
Hier paste echter maar één bureau in, dus na een tijdje is het kantoor verhuist naar de garage van onze Ilse Klein. Per april gaat Dutchmagic trouwens verder onder de vlag van Invisible Organisation, van John de Hollander. Dit is een organisatie
die feesten organiseert.
Wat is uw
meest waardevolle goochelartikel/item?
De meeste gevoelswaarde
heeft een routine die ik heb gekregen van Richard Ross in het begin van de stooges act. Het is een routine met munten en speciale
kristallen glazen. Ik heb de routine slechts één keer gedaan op het
wereldcongres in Dresden met de Stooges. Maar de
glazen en munten hebben een ere plaatsje in mijn vitrinekast!
Welke
eigenschappen moet je bezitten om de top te bereiken?
Je moet bezeten
zijn van het vak.
Je moet het zelf
doen en wat je doet moet origineel zijn en echt uit jezelf komen.
Je moet contact
kunnen maken met je publiek, zoals Richard of Kaps
deden. Soms had je bij hen het gevoel dat ze iets alleen voor jou deden,
terwijl je ergens op rij 6 zat.
En tenslotte moet je in jezelf geloven, én in je publiek
geloven. Op gelijke voet blijven, niet naast je schoenen gaan lopen.
Wat deed u en
hoe bent u het eerste jaar met Hans Klok doorgekomen?
Het eerste jaar
met Hans was heel bijzonder. Hier heb ik vooral geleerd dat ik onderdeel was
van een show die niet van mij is. Alles wat ik deed moest dus binnen het
concept van de show passen, moest daar een aanvulling op zijn. In het begin is
het vooral een kwestie van uitproberen, zo begon ik bijvoorbeeld met een act
van 5 minuten, maar dat bleek veel te lang voor een wervelende show als die van
Hans. Ik werd dus ‘gedwongen’ om de act in minder tijd te doen. Dat was een
creatieve (erg leuke) uitdaging. Nu doe ik de act in 3 minuten.
Wat is uw
visie op de NMU?
Het eerste jaar
in het bestuur van de NMU was hectisch. Ik nam de functie over van Wim Bos en
hij heeft mij gelukkig nog wel regelmatig van advies voorzien. Vanaf het begin
was er wel al gelijk een erg goede samenwerking met de andere bestuursleden,
Ronald Moray, Cees van Noort
en Joop Schobben.
Wat me tegen viel
was de hoeveelheid werk die soms bleef liggen als ik op tournee was geweest met
de show van Hans. Als secretaris moet je soms gewoon ergens snel op kunnen
antwoorden en als je twee maanden in China zit dan gaat dat niet zo makkelijk.
De laatste jaren
is de NMU zichtbaarder geworden, dat lijkt me goed; ‘alles krijgt langzaam
kleur’.
Email: Wilmor@quicknet.nl
Website: http://www.tonywilson.nl/
Heeft u vragen of suggesties aan de NMU werkgroep over het interview of
iets anders, neemt u dan contact op met Arjan van Vembde: info@ArjanvanVembde.nl
/ 06-28 348 378