|
Drie Perspectieven op magisch entertainment Arjan van Vembde, september 2005 Inleiding In dit essay beschrijf ik
drie perspectieven waarmee volgens mij veel goochelaars naar de goochelkunst kijken. De
perspectieven verschillen in de mate waarin methoden, entertainment, en visie
aanwezig zijn en de nadruk hebben. Ik probeer te benoemen wat vaak onbenoemd blijft en probeer
zo het onzichtbare een beetje meer zichtbaar te maken. Ik hoop dat dit
bijdraagt aan een stukje meer begrip en inzicht onder goochelaars over de
verschillen in meningen. De perspectieven die ik ga beschrijven lijken mij
onder andere relevant bij wedstrijden en jurering, maar spelen ook een rol bij de
organisatie van congressen, het schrijven van boeken, en nog veel meer ‘magic’ gerelateerde discussies Drie perspectieven Mijn uitgangspunt is dat verschillende goochelaars ook
verschillende perspectieven hebben op wat onder de term “goochelkunst” valt.
Dit perspectief is vooral gebaseerd op persoonlijke overtuigingen en
voorkeuren. Deze verschillen zullen waarschijnlijk nooit veranderen en lijken
mij ook gezond. Het perspectief waarmee iemand tegen de goochelkunst aankijkt
bepaalt waar iemand de meeste tijd aan besteedt, wat hij belangrijk en
onbelangrijk vindt en tot slot bepaalt het op welke gebieden iemand creatief
is. De perspectieven zou je misschien ook lenzen of paradigma’s
kunnen noemen. Paradigma’s zijn een set aannames die door een groep mensen
als standaard of ‘normaal’ worden aangenomen. Deze aannames worden niet in
twijfel getrokken en iemand die zich anders gedraagt wordt maar heel moeilijk
begrepen.
Perspectief A: methode v Goochelaars
die denken vanuit perspectief A vinden in een act de technische vaardigheden
het belangrijkst. Originaliteit en presentatie volgen daarna. Veel klassieke
manipulatie acts worden vanuit dit perspectief gemaakt. v Deze
acts zijn waarschijnlijk vooral aantrekkelijk voor een publiek van
collega-goochelaars. Voorbeelden van goochelaars die vooral werken vanuit
perspectief A lijken mij mensen als Carl Cloutier
en David Roth vanwege hun
hoge technische beheersing. v Ik
stel me voor dat perspectief A leidt tot innovatie en perfectionering op
technisch gebied zoals nieuwe vingervlugheden en gimmicks. v Van
de jury bij een wedstrijd vereist dit perspectief een goede kennis van
methoden en technieken zoals vingervlugheid en gimmicks. Perspectief B: entertainment v In
perspectief B staat het publiek centraal. Presentatie, vormgeving en
entertainmentwaarde krijgen de meeste aandacht. In dit perspectief gaat het niet
zozeer om hoe je het doet, maar om de impact op het publiek. Een goede
techniek is zeker nog wel belangrijk, maar ondersteunend: het zwaartepunt is verschoven naar
de ervaring van de toeschouwer. Ik denk dat dit perspectief te zien is als
een uitbreiding op perspectief A van de methode. v Deze
acts zijn waarschijnlijk vooral interessant voor een lekenpubliek.
Voorbeelden lijken mij Henk Prins en Rob Mollien
vanwege hun hoge entertainment waarde. v Ik
denk dat er uit B naast technische innovaties ook innovaties komen in de
soort entertainment. Ik denk hierbij aan het combineren van magie met verhalen,
dans, zang, jongleren, enzovoort. Waarschijnlijk veel afwisseling in emotie
en diversiteit in effecten. v Van
de jury bij een wedstrijd vereist dit perspectief naast kennis van methoden,
gevoel voor vormgeving, entertainment waarde en presentatie. Echter,
waarschijnlijk is ‘entertainment waarde’ moeilijker objectief te beoordelen
dan ‘technische vaardigheid’ omdat “entertainment” meer met subjectieve smaak
te maken heeft. Perspectief C: visie v In
perspectief C wordt de performer gedreven door zijn of haar visie op magie en
illusie. In de act wordt een consistent spel gespeeld met magie en illusie en
wordt de toeschouwer ingeleid in de verwondering. Het aspect magie of
verwondering neemt de belangrijkste plaats in. Perspectief C zie ik weer als
een verdere uitbreiding op perspectief B van entertainment. Techniek en
presentatie zijn nog steeds belangrijk, maar zijn hier ondersteunend aan de
achterliggende visie. Ik denk dat dit type acts ook na meerdere keren gezien
te hebben interessant blijft omdat er meerdere intellectuele lagen in zitten. v Deze
acts zijn waarschijnlijk vooral interessant voor een geoefende geest op het
gebied van magie en illusie. Voorbeelden lijken mij Eugene
Burger en Armando Lucero
omdat zij erin slagen hun visie te communiceren via hun act. v Ik
stel me voor dat er intellectuele innovaties te zien zijn die tot
verwondering bewegen en inspireren op emotioneel, intellectueel tot spiritueel niveau.
Misschien dat ontwikkelingen in dit perspectief vooral liggen in de
persoonlijke ontwikkeling van de performer zelf. Dit zou zich kunnen uiten
door een bijna onbenoembare balans in de performance en performer, of doordat
de performer zelf werkelijk een illusionist of magiër lijkt te zijn. v Van
de jury bij een wedstrijd vereist dit perspectief kennis van methoden, gevoel
voor presentatie en ook een visie op magie en illusie. Perspectief C is
waarschijnlijk nog moeilijker objectief te beoordelen dan perspectief B. Maar
het is de vraag in hoeverre artiesten die werken vanuit dit perspectief
überhaupt een wedstrijd nodig hebben. Zij vinden waarschijnlijk elke visie
even waardevol. De enige maatstaf waaraan je dit soort acts zou kunnen
beoordelen is wellicht de mate waarin iemand erin slaagt zijn visie door zijn
act te communiceren. Samenvattend: de drie perspectieven verschillen in de mate
waarin de aspecten methode, entertainment en visie aanwezig zijn en de nadruk
krijgen. Omdat ik de perspectieven zie als uitbreidingen op elkaar, kan
een performer die werkt vanuit perspectief B (entertainment), ook interessant
zijn vanuit perspectief A (methode). Echter vanuit perspectief C (visie)
gezien kan er nog wat aan zijn of haar act ontbreken. Iemand die naar het
goochelen kijkt vanuit perspectief A (methode) zal vinden dat iemand in
perspectief B of C er dingen bij haalt die helemaal niet nodig zijn. Iemand
in perspectief B (entertainment) vindt waarschijnlijk dat een A’er te weinig
nadruk legt op entertainment en dat iemand in perspectief C (visie) er
onnodig veel bij haalt. En een C’er tot slot vindt dat iemand in perspectief
A en B er te weinig bij haalt. Of een goochelaar als uitgangspunt methode, entertainment of
visie heeft, zie ik als een persoonlijke zaak. Dit wordt bepaald door
zijn/haar overtuigingen en voorkeuren ten aanzien van de term “goochelkunst”. Ik vermoed dat de grootste groep (amateur) goochelaars zich kan
vinden in perspectief A (methoden). Perspectief B (entertainment) sluit
waarschijnlijk het meeste aan bij veel professionals en meer theatraal
ingestelde performers en in perspectief C (visie) denk ik dat die artiesten
zich herkennen die zich verdiepen in de filosofie van magie en illusie. Welk perspectief het meest passend is, is waarschijnlijk
geheel afhankelijk van het doel van het optreden en de situatie. Ik hoop dat deze tekst bijdraagt aan meer helderheid in
discussies en helpt bij het beantwoorden van vragen over wat je als
goochelaar belangrijk vindt in de goochelkunst. Arjan van Vembde, info@ArjanvanVembde.nl Amsterdam, Nederland |
|