|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
- Eerste groep: infinitif eindigt op er, hun "leader" is chanter. Alle werkwoorden van deze grote groep nemen hem als voorbeeld, behalve het werkwoord aller, die is weg gegaan met groep 3.
- Tweede groep: infinitif eindigt op ir en hun leader is finir. Bij hen zijn meer problemen geweest, velen zijn weggelopen naar groep 3. Er is een truc om de goede te herkennen: met de tegenwoordige tijd (1e pers. meervoud) eindigen ze met issons, bijvoorbeeld: nous finissons en met de verleden tijd eindigen ze met issais, bijvoorbeeld: je finissais, tu grandissais.
- Derde groep: dat zijn de dwarsliggers en de "onregelmatige werkwoorden". Dat zijn dus aller en de weggelopen werkwoorden van groep 2, maar ook alle werkwoorden die eindigen met re of oir met in hun midden de zeer beroemde être en avoir.
Chanter (leader van groep 1)
Présent
tegenwoordige tijdImparfait
verleden tijdFutur
toekomstige tijdJe chante Tu chantes
Il chante
Nous chantons
Vous chantez
Ils chantent
Je chantais Tu chantais
Il chantait
Nous chantions
Vous chantiez
Ils chantaient
Je chanterai Tu chanteras
Il chantera
Nous chanterons
Vous chanterez
Ils chanteront
Finir (leader van groep 2)
Présent
tegenwoordige tijdImparfait
verleden tijdFutur
toekomstige tijdJe finis Tu finis
Il finit
Nous finissons
Vous finissez
Ils finissent
Je finissais Tu finissais
Il finissait
Nous finissions
Vous finissiez
Ils finissaient
Je finirai Tu finiras
Il finira
Nous finirons
Vous finirez
Ils finiront
Let vooral op de eerste en derde persoon, enkelvoud, van de tegenwoordige tijd. ( je finis Il finit )
De tweede persoon versier je altijd met een s. ( tu chantais tu chantes tu chanteras tu finis enz. )
Daar beginnen echt de problemen, ze hebben geen leader, geen voorbeld, ze doen maar wat... leren dus!... Om te beginnen met être en avoir.
Etre
Présent
tegenwoordige tijdImparfait
verleden tijdFutur
toekomstige tijdJe suis Tu es
Il est
Nous sommes
Vous êtes
Ils sont
J' étais Tu étais
Il était
Nous étions
Vous étiez
Ils étaient
Je serai Tu seras
Il sera
Nous serons
Vous serez
Ils seront
Avoir
Présent
tegenwoordige tijdImparfait
verleden tijdFutur
toekomstige tijdJ'ai Tu as
Il a
Nous avons
Vous avez
Ils ont
J' avais Tu avais
Il avait
Nous avions
Vous aviez
Ils avaient
J' aurai Tu auras
Il aura
Nous aurons
Vous aurez
Ils auront