Lokvoer
Beschrijving lokvoer ingrediënten Deze recepten zijn verkregen door een link op internet Op deze pagina zijn; korte beschrijving van ingrediënten die men in lokvoer kan verwerken. De ingrediënten zijn opgedeeld in: basis -, werking bevorderende -, bindende -, verzwarende -, en wolkende ingrediënten. Tevens is er ook nog een onderdeel over geurstoffen.
Overzicht lokvoer ingrediënten:Basis ingrediënten
Bewerking bevorderende ingrediënten
Beschuitmeel
Broodmeel
paneermeel
Polenta
Bewerking bevorderende ingrediënten
Aardappelvlokken
Arachide puur
Arachide bruin
Cocosmeel
Duivenmest
Hennepzaadmeel
Havermout
Kiemzaad
Koolzaadmeel
Kurkpoeder
Lijnzaadmeel
Notenmeel
Oeuilette
Sesamzaad
Vismeel
Vleesmeel
Zemelen
Zavel
Bindende en Verzwarende ingrediënten
Aardappelbloem
Collant
P.V.
Coprah
melasse
Leemaarde
Maïsgluten
Maïsmeel
Rijstemoule
Wouwbloem
Ingrediënten die Wolken
Maniok
Melkpoeder
Mergel
Geurstoffen
Anijszaadmeel
Koriander
Fenegriek
Karwijzaad
Venkelzaad
Basis
ingrediënten
Beschuitmeel:
Gebroken, vermalen beschuit. Het onderscheid in kwaliteit, is gekoppeld aan de kleur. Is het beschuitmeel licht van kleur, zal de geur indentiek zijn aan deze van een fijngewreven beschuit. Hebben we een meer donkere kleur, is het afkomstig van breuk en te hard gebakken beschuiten. Het donkere beschuitmeelruikt sterker en is volumineuzer dan het lichte. Goed beschuitmeel kan nooit goedkoop zijn. Beschuitmeel heeft een erg laag soortelijk gewicht en is een van de beste ingrediënten voor de basis van een goed lokaas.
Broodmeel:
Broden die niet worden verkocht, overschotten, misbaksels, worden op lage temperatuur gedroogd, gebroken en vermalen. De kwaliteit is nauw verbonden met de kleur. Goed broodmeel is wit van kleur, fijn vermalen en is hoofdzakelijk afkomstig van het kruim.(wit brood) Heeft het een meer bruine kleur dan zijn er ook bruin brood, snijafval en veel korsten in verwerkt. Het donkere broodmeel is zwaarder dan het witte broodmeel. Broodmeel heeft een klevende werking. Te gebruiken in een voer voor stromend water.
Paneermeel:
Is
hetzelfde als chapelure. De kwaliteit moet gelijk zijn aan deze voor
menselijke consumptie. Hoe fijner het paneermeel, hoe meer vreemde
bestanddelen er in aanwezig zijn. Heeft een kleiner vochtpercentage dan
broodmeel en daarom een lager soortelijk gewicht, dus lichter in
gewicht. Ligt tussen broodmeel en beschuitmeel in. Werkt iets klevend.
Er is ook gekleurd paneermeel in de handel, rood en geel. Dit gekleurd
paneermeel dient om de kleur van het lokaas te beïnvloeden.
Droog door het lokaas vermengd, vormt paneermeel een goed werkend
bestanddeel, door droge deeltjes die zullen stijgen, water opnemen en
daarna weer zullen zakken. Paneermeel doet lokaas sneller uiteenvallen
dan broodmeel. Drie produkten die veelal in de basis van elk lokaas
gebruikt worden hebben we reeds besproken: broodmeel, beschuitmeel en
paneermeel. We weten dat qua gewicht broodmeel het zwaarst is,
beschuitmeel het lichtste en paneermeel er tussen in. Wanneer we ze in
een bepaalde verhouding gaan mengen kunnen we een basis vormen die
aangepast is aan elk viswater. In een lokaas voor ondiep stilstaand
water, zullen we de basis zo licht mogelijk houden, wordt het water
iets dieper, zullen we de basis verzwaren. Vissen op water met
stroming, zullen we de basis weer iets verzwaren en op stromend diep
water wordt de basis nog zwaarder.
Een goed uitgangsmengsel is: 1 deel beschuitmeel + ½ deel
paneermeel + ¼ deel broodmeel.
Polenta:
Hier
onderscheiden we diverse soorten. Polenta is de versneden maiskorrel.
De binnenkant van de korrel (zetmeelgedeelte) valt het eerst uit elkaar
en wordt eerst afgezeefd. De kleur van polenta hangt af van de gebuikte
soort mais. (geel, oranje, wit)
a. Grove polenta: voor diep, stromend water. Maximaal 20%
b. Italiaanse polenta: fijne korrel, geschikt voor ondiep, stilstaand
en langzaam stromend water. Is licht kleverig, zal het voer iets
verzwaren en toch makkelijk uiteen laten vallen. Maximaal 20%
c. Gekookte polenta: door verhitting met stoom heeft de maiskorrel een
groter volume gekregen. Daarna wordt de maiskorrel opnieuw gedroogd en
versneden. Gekookte polenta is luchtiger en kleveriger dan de gewone
polenta. Te gebruiken in een zwaar voer, voor stromend water. Maximaal
20%
d. Polentabloem: Is het stuif dat in de zeven achterblijft na de
laatste snijbewerking. Wolkt goed en laat het voer snel uiteenvallen.
Maximaal in een licht voertje 15%. Maximaal in oppervlaktevoertje 30%
Voor stromend en diep water kan men polenta(Italiaanse) op de volgende
manier bereiden. Polenta in een pot doen en overgieten met water dat
net niet kookt. Laten afkoelen en droog maken met paneermeel. Voor 250
gram polenta gebruiken we 300cc water. Tijdens het overgieten met het
hete water wel goed roeren.
Werking
bevorderende ingrediënten
Aardappelvlokken:
Hiervoor worden aardappels gedroogd en gewalst. Vlokken zijn vetter dan bloem. Hebben ook een min of meer klevende werking. Vooral goed in een brasemvoer. De vlokken nemen water op en gaan boven het voer zweven. Aardappelvlokken kan men ook bijmengen nadat het voer reeds nat gemaakt is. De kleur, zwak geel, is bepalend voor de kwaliteit. maximaal 5%.
Arachide puur:
Bestaat uit gebroken ongebrande pinda's. Bevat een hoog vetgehalte en bevordert op die manier de werking van het voer. Zeer geschikt voor stromend water. Neemt moeilijk vocht op, doet een lokaas langzaam uit elkaar vallen. Maximaal 5%.
Arachide bruin:
Nadat de olie uit de aardnoten (pinda's) werd geperst, wordt de rest vermalen. Omwille van het grote percentage vliesgedeelte krijgen we de roodbruine kleur. Deze kleur is tevens bepalend voor de kwaliteit en het resterende vetgehalte. Hoe donkerder,hoe meer vet de arachide bruin bevat. Neem makkelijker vocht op dan arachide puur en we zullen dan ook meer moeten gebruiken. Maximaal 10%.
Cocosmeel:
Is het gemalen schroot van de kokosnoot, overblijvend na de oliebereiding. Heeft een penetrante geur en neemt heel goed vocht op. Zeer geschikt op stilstaand , niet te diep water en gericht op niet al te grote vis. Het is in feite ontvet notenmeel n is daarom lichter van kleur. Hoe lichter het kokosmeel is, des te vetarmer is het. Te licht kokosmeel is waardeloos. Maximaal 20%.
Duivenmest:
Verkrijgbaar in twee vormen: gedroogd of vers(ingevroren). Verse duivenmest is te verkiezen boven gedroogde. Vooral de manier van bereiden is voornaam. Duivenmest zetten we steeds onder water, om op die manier alle onzuiverheden te verwijderen. goede duivenmest herkent men aan de gifgroene kleur. We gieten het water af en met een mixer maken we er een homogeen papje van. Het beste is duivenmest vochtig te laten, zodat er na toevoeging van het overige droge lokaas geen extra water dient te worden toegevoegd. Heeft een bindende werking. Zeker te gebruiken in voornvoer. Maximaal 5%.
Hennepzaadmeel:
Is de gemalen hennepkorrel(kempzaad). Deze kan grof of fijn vermalen worden. Wanneer we de volle korrel zelf malen, steeds mengen met paneermeel of polenta. Heeft een zeer hoog vetpercentage en een specifieke aantrekkingskracht, vooral op voorn. Zal de werking van het voer sterk bevorderen. Geeft het voer een typische geur. Hennepkorrels kunnen vermalen worden, laten kiemen of poffen.
Havermout:
Is de gestoomde en geplette haverkorrel. Heeft een sterk bindende werking, zeker wanneer de havermout fijn vermalen is. Nooit gebruiken op stilstaand water. Is havermout grof vermalen, neemt hij moeilijker vocht op, kleeft minder en de deeltjes zullen boven het voer gaan zweven. Gericht op grote vis. Maximaal 12%.
Kiemzaad:
Is een mengeling van kiemrijke zaden: hennepzaad, nigerzaad, kanariezaad, millet, raapzaad, spurrie, lijnzaad, bauw maanzaad, eventueel aangevuld met anijszaad, tarwe en gebroken rijst. Vier dagen in de week zetten. Zaden die bovendrijven afscheppen en weggooien. Na het weken de zaden nog even doorkoken en spoelen met koud water. Het water afgieten en de nog natte zaden mengen met paneermeel(beschuitmeel). Als het mengsel droog is , zo fijn mogelijk malen. Kan zowel voor stilstaand als stromend water worden gebruikt. Maximaal 25%.
Koolzaadmeel:
Gemalen zoet raapzaad. Moet steeds fijn gemalen gebruikt worden. Heeft een erg hoog vetgehalte en een laxerende werking. Wordt het zaad voorgeweekt, zal het kleven. Steeds malen met paneermeel. Kan in een voer voor diep, stromend water hennep vervangen. Maximaal 10%.
Kurkpoeder:
Fijngemalen kurkafval. Vermengen nadat het lokaas nat is gemaakt. Geeft explosieve werking aan het voer. Zeker geschikt voor ondiep water. Wordt ook gebruikt om kleine vers de vase los te zetten. Maximaal 25%.
Lijnzaadmeel:
Gemalen lijnzaad(vlaszaad), heeft een hoog vetpercentage en zal hierdoor de werking van het voer bevorderen. Maximaal 5%.
Notenmeel:
Bestaat uit de vermalen schilfers van de kokosnoot. Heeft een hoger vetgehalte dan kokosmeel en is daarom donkerder van kleur. De geur is ook veel scherper. Notenmeel gebruiken we op dieper en stromend water. Maximaal 20%.
Oeuillette:
Is vermalen of geplet blauw maanzaad. Zou de eigenschap hebben de reactie van de vis te beïnvloeden door het wantrouwen weg te nemen. In kleine hoeveelheid geschikt voor elk typisch voornvoer. Maximaal 5%.
Sesamzaad:
Is het vetste zaad voorhanden. Moet vermalen worden met polenta, paneermeel of broodmeel. Zal de werking van het voer verhogen. Maximaal 5%.
Vismeel:
Is niet hetzelfde als haringmeel. De geur van vismeel es scherper en het meel is ook donkerder van kleur. Heeft een zeer scherpe geur en bezit een hoog percentage dierlijk eiwit. Te gebruiken in de winter. Maximaal 5%.
Vleesmeel:
Goed vleesmeel, bereid uit de kadavers van dieren, is te herkennen aan de kleur. Moet donkerbruin zijn. Is het licht van kleur, hebben we meestal te maken met vleesbeendermeel, dat minder geschikt is. Te gebruiken in de winter. Maximaal 5%.
Zemelen:
Bijproduct van het walsen van de tarwekorrel. Zowel grof als fijn in de handel. De grove zemel is de buitenkant van de tarwekorrel. De fijne zemel is het vlies tussen de buitenkant en de kern(bloem) van de tarwekorrel. Nemen goed vocht op en dienen om het voer luchtiger en licht te maken. Vergroten het volume van het lokaas. Zeer geschikt in een oppervlaktevoertje en een lokaas voor stilstaand water. Kunnen ook droog door het reeds natgemaakte lokaas vermengd worden. Hebben we een lokaas te nat gemaakt, kunnen we dit verhelpen door zemelen bij te voegen.
BINDENDE
en VERZWARENDE Ingrediënten
Aardappelbloem:
Hiervoor gebruikt men meestal buitenlandse aardappelen, die gedroogd en zeer fijn vermalen worden. Heeft een hoge zetmeelwaard en een sterk klevende werking. Goede aardappelbloem is licht van kleur. Maximaal 5%.
Collant P.V.:
Is een vermalen paardenbrok. Een samengesteld voer voor renpaarden. Bevat een hoog procent eiwitten. Heeft een welruikend aroma, gevormd door de melasse die gebruikt wordt om de brok samen te houden , die gebakken wordt. Is sterk klevend en vooral gericht op grote vis. Niet geschikt voor een licht voertje. Maximaal 10%.
Coprah melasse
Zeer zoet, voedzaam en bindend bijprodukt van de suikerproduktie. Bestaat zowel in vloeibare als in meelvormige toestand. Vooral erg geliefd bij brasem en dikke voorn.
Leemaarde:
Löss,wordt hoofdzakelijk gebruikt om het voer te verzwaren. De gebruikte, vochtige leem dient men eerst door een zeef te drukken. Het best is vochtige leem te gebruiken en deze bij het lokaas te voegen nadat dit volledig klaar is. Indien mogelijk vlak voor het maken van voerballen.
Maïsgluten:
Komen vrij na het ontrekken van de kiem en het zetmeel uit de maïskorrel. Zijn geelbruin of bruin van kleur. Gericht op een voer voor grote vis. Hebben een sterk klevende werking en zullen het voer verzwaren. Maximaal 10%.
Maïsmeel:
Is het meel van de volledige vermalen maïskorrel. Gebruikt om het voer te verzwaren. Verkrijgbaar in twee kleuren: wit en geel, dit om de uiteindelijke kleur van het lokaas te beïnvloeden. Maximaal 20%.
Rijstsemoule:
Ook rijstebloem genoemd. Is fijne rijstegries, afkomstig van de vermalen rijstkorrel. Gebruikt om het lokaas te verzwaren en de kleur lichter te maken. Maximaal 15%.
Wouwbloem:
Bestaat uit geëxtraheerde(de graankorrels worden met hete stoom bewerkt en gedroogd) graansoorten. Meestal tarwe, maïs of rijst. Deze worden na extraheren fijn vermalen en hebben een klevende werking. Te gebruiken in een zwaar lokaas dat niet vlug uit elkaar mag vallen. Maximaal 10 à 15%.
Ingrediënten
die WOLKEN
Maniok:
Komt van de cassave, een tropisch gewas. Hoe witter de maniok hoe beter de kwaliteit. Een uiterst fijn meel dat een uitstekende wolkvormer is. Wolkt lang en kleurt het water wit, heeft een hoog visueel effect. Maximaal 10%.
Melkpoeder:
Een typische wolkvormer, geschikt voor elk onderhoudsvoer. Geeft een langdurige wolk. Ongeschikt voor stromend water. Heeft een min of meer klevende werking. De melkpoeder uit de hengelsportzaak is met visolie of grasmeel gedenatureerd. Vandaar dat hij iets vettiger is dan deze geschikt voor menselijke consumptie. Maximaal 10%.
Mergel:
Een sterke wolkvormer, die goed te gebruiken is in elk lokaas voor ondiep, stilstaand water en in een oppervlakte voertje. Er is ook witte mergel in de handel. Verder wordt mergel gebruikt om kleine vers de vase droog te maken en te bewaren. Mergel wordt droog vermengd nadat het lokaas natgemaakt is. Goede mergel is zo fijn als talkpoeder en mooi diepgeel van kleur. Maximaal 10%.
GEURSTOFFEN
Anijszaadmeel:
Is de gemalen anijszaadpit. De beste kwaliteit komt van steranijs. Vijfmaal sterker in geur dan het Spaanse anijszaad(anis vert). De kleur moet diep roodbruin zijn. Zeker te gebruiken in een oppervlaktevoer en wanneer er kleine vis gevangen moet worden. Maximaal 5%.
Koriander:
Geurstof gebruikt voor dieper, stromend water, gericht op het lokken van brasem en grote voorn. Het beste is de volle korrel te nemen en deze met een product van de basis te vermalen(paneermeel, broodmeel). Maximaal 5%.
Fenegriek:
Geurstof gericht op brasem. te gebruiken op dieper water. Maximaal 5%.
Karwijzaad:
Geurstof met een scherpe, indringende geur. Te gebruiken op dieper water en waar grote vis gevangen dient te worden. Maximaal 5%.
Venkelzaad:
Allround geurstof met een aantrekkelijke geur. Te gebruiken in een voornvoer. De zaden kunnen met paneermeel vermalen worden. Maximaal 2 à 3%.
| Deze recepten zijn verkregen door een link op internet |
|
4 delen
beschuitmeel |
500 gr bruin paneermeel |
1 dl beschuit (gemalen) |
|
500 gr bruin paneermeel |
500 gr broodmeel |
1,5 kg bruin chapelure |
|
20 % paneermeel |
4 delen bruinbroodmeel |
500 gr bruinbroodmeel |
|
1,5 kg bruin paneermeel |
40 % beschuitmeel |
1.5 kg bruine chapelure |
|
4 dl beschuitmeel |
500 gr bruin paneermeel |
1 deel polenta weken met 1liter
water |
|
200 gr paneermeel |
1 kg. Voorn, |
2 delen Turbo Zwart, |
|
7 delen broodmeel |
500 gram paneermeel |
voornvoer stromend water |
|
400 gr. bc collant |
4 dl verse bruine chapelure |
300 gram gele paneermeel |
|
1 deel koekjesmeel |
1 dl. geel paneermeel |
2 dl. geel paneermeel |
|
125 gram paneermeel |
2dl. paneer |
2 delen wit broodmeel |
|
500 gr. beschuit of broodmeel |
1 kg van den trubo(zwart) |
2 delen bruin brood |
Zelf Casters maken
We weten allemaal dat caster de Engelse benaming voor een verpopte made is.Vroeger achteloos weggegooid als zijnde waardeloos spul. Vandaag de dag gaan er honderden kilo's over de toonbank. Daarnaast is het ook belangrijk om te weten welke vlieg te beste larven voortbrengt, om uiteindelijk een goede caster te krijgen en dat is de 'Green Bottle Fly. De maden van deze vlieg transformeren zich beste tot caster. De vorm: kort, dik en rond.
Om zelf een halve liter casters te maken, hebben wij een liter maden nodig. Ga naar uw hengelsportzaak en let er vooral op het versheidvlekje want deze verraadt ons de ouderdom van de maden. Let er ook op dat uw hengelsportzaak geen oude met verse maden heeft vermengt hiermee ondervang je ook het niet op hetzelfde tijdstip verpoppen van de maden.
Het schoonmaken van de maden bestaan vervolgens uit de volgende stappen: de maden eerst door een 5 mm grote zeef laten kruipen zodat u de grootste ongerechtigheden die voornamelijk uit dode maden,vellen en grof vuil bestaan,heeft kunnen verwijderen. Het fijnere vuil wordt met een 3 mm zeef afgezeefd en de laatste stap is de maden goed afspoelen
De gewassen maden worden nu in een grote bak met een ruime hoeveelheid fijn, van zacht hout afkomstig, zaagsel gezet. De maden moeten goed en regelmatig vochtig gehouden worden. Een ideale caster bak is een lage emmer met deksel waaruit in het midden een gat gesneden is. De maden kunnen dan niet uit de bak kruipen en zullen ook niet stikken door gebrek aan zuurstof. Doen we te veel maden in een bak, of gebruiken we te weinig of te droog zaagsel, dan zullen korte, kromme en gevlekte casters het eindresultaat zijn. De bak wordt nu gedurende een week in de koelkast bij ca. 4 graden Celsius geplaatst.
De bak wordt uit de koelkast gehaald en op een koele plaats gezet. Na twee tot drie dagen zijn de maden aan het 'poppen'. We leggen nu alles op de zeef, zodat de casters achterblijven. De dode maden worden verwijderd en dit blijven wij herhalen. De goede 'poppen' van de zeef halen en in bak met water zetten in de koelkast. Voor het vervolg heeft u hulp nodig van uw huisgenoot of u moet over veel vrije tijd beschikken. De casters moeten elke 2 uur afgezeefd worden en voorzien worden van schoon water maar hier zit duidelijk een maar aan je kunt ze niet te lang in de koelkast bewaren want dan gaan de casters verzuren.
Wanneer u zelf casters maakt ziet erg snel welke kwaliteit de casters moeten hebben. De goudgele zijn heel vaak favoriet. Drijvende casters zijn niet dood, maar gevaarlijk om door het voer te doen omdat ze gaan drijven. Als haakaas zijn ze vaak wel geschikt, voordat u gaat vissen haal deze eruit en bewaar ze in apart doosje.
Casters zijn erg bros en moeten daarom voorzichtig op de haak gezet worden. Het komt regelmatig voor tijdens een visdag dat de zachte kern door de vis uitgezogen is. De caster is een prima lokmiddel om door het voer te doen. Let bij stromend water er goed op met het bijvoeren met casters. Ze drijven erg snel van de voerplaats en de vis zal de casters volgen.
Tot slot nog even dit over casters:wanneer door tijdsgebrek geen mogelijkheid ziet om zelf te casteren en u gaat naar een hengelsportzaak laat een geen troep in de maag stoppen, controleer of de casters niet zuur zijn en dat zij echt zinken. Knijp een aantal casters stuk, stinken ze, dan zijn ze zuur en onbruikbaar.
Terug naar boven