Al in 1506 bezat de Barbaratoren een
reeks klokken waarop gebeierd werd. Immers de nieuwe functionaris die in dat
jaar met de zorg voor de ´urenclock´, het uurwerk, werd belast, ontving
bovendien van stadswege een jaarloon ´van beyeren´, althans tot 1654. Tot
dat jaar wordt er in de stadsrekeningen dan ook regelmatig gesproken van de
´beyermeester´ of de beyerman´. Maar op zondag 21 mei 1654 omstreeks 4 uur
in de middag slaat de bliksem in de toren. Samen met de kerk, die geheel
uitbrandde, gaat hij in het vuur ten onder. En gelijktijdig smolten alle in
de toren aanwezige klokken. Geen spoor lieten zij in de archieven achter.

Over het klokkenspel dat de
gebroeders Hemony in 1654/55 vervaardigden, zijn wij beter ingelicht. Toen
namelijk kerk en toren hersteld zouden worden, trad de magistraat in
verbinding met de Hemony´s in Zutphen teneinde een nieuwe reeks klokken te
laten gieten. Zij leverden een ´op nooten gegooten´ serie van negen klokken
met de toonhoogten es1 (naam: Georg Frederik; ook manneklok
genaamd; anno 1654), f1 (Hendrik Wolraad; ook vrouweklok genaamd;
1655), g1 (Grafelijke Raden; tevens brandklok; 1654), as1
(Magistraat; 1655), bes1 (Predikanten; 1654), c2
(Commissarissen; 1655), des2 (Sit Nomen Benedictum; 1655), d2
(1655) en es2 (1655). Onnodig haast te zeggen dat deze klokken
grotendeels vervaardigd werden uit het brons van de gesmolten voorgangers.
Een deel van deze klokken werd tevens als luidklok geïnstalleerd. In 1715
werden ze alle negen luidklok, in hetzelfde jaar waarin Claes Noorden & Jan
Albert de Grave de een jaar eerder gescheurde c2-klok hadden
hergoten.
In
1870 dreigde de prachtige reeks beier-, tevens luidklokken geheel onttakeld
te worden. Teneinde een nieuw torenuurwerk te kunnen financieren stelden
Burgemeester en Wethouders op 23 februari 1870 namelijk voor vier klokken te
verkopen. Het voorstel werd verdedigd met de opmerking dat de bewuste
klokken nooit meer gebruikt werden en derhalve dood kapitaal uitmaakten.
Bovendien, zo zei men, is de toren géén bewaarplaats voor antiquiteiten.
Door middel van een
advertentie in de Culemborgse Courant van 15 mei 1870 werd de verkoop van de
vier gave klokken aangekondigd en op 30 mei verdwenen vervolgens de as1,
c2 en d2 naar kooplieden in Amsterdam, terwijl de des2
in Rhenoy (gemeente Beesd) terecht kwam. Maar de onttakeling van het
oorspronkelijke beierwerk was daarmee allerminst ten einde. Want vervolgens
barstte in 1889 tijdens het luiden voor het 40-jarig regeringsjubileum van
Koning Willem III ook nog eens de bes1-klok. Toen waren er dus
van de oorspronkelijke reeks van negen Hemonyklokken nog slechts vier over.
Om financiële redenen werd
eerst in 1896 aan Petit & Fritsen
opdracht gegeven om de gebarsten klok te vervangen. Hoewel deze gieterij
toen tevens voorstelde om de in 1870 verkochte klokken opnieuw te gieten,
werd daar niet op ingegaan. Overigens werd die nieuwe, uit 1896 daterende
klok in 1942 gevorderd. Maar gelukkig bleven de vier Hemonyklokken van
vordering gevrijwaard. Niettemin werden ze tijdens de oorlogswinter 1994/45
uit de toren verwijderd en in de kerk op een geheime plaats begraven. Maar
kort na de bevrijdiging, op 29 juni 1945, luidden ze weer! Het was toen ook
dat het gebruik van de papklok in ere werd hersteld. Iedere avond luidt deze
klok van 21.55 tot 22.00 uur.
Intussen had een in de oorlog
door mr. P.J.W. Beltjes ingesteld onderzoek aan het licht gebracht, dat drie
van in 1870 verkochte Hemony's nog altijd bestonden. De as1-klok
bevond zich namelijk in de toren van Heerhugowaard, de des2-klok
in de toren van Rhenoy (gem. Beesd) en de d2-klok tenslotte in
de toren van Hilvarenbeek. De vierde klok werd niet meer teruggevonden. Naar
aanleiding van dit onderzoek stelde het gemeentebestuur van Culemborg zich
met de kerkvoogdij van de Hervormde Kerk van Heerhugowaard en de
gemeentebesturen van Beesd en Hilvarenbeek in verbinding met het verzoek de
oorspronkelijke uit Culemborg afkomstige klokken terug te geven, zij het
natuurlijk in ruil voor nieuwe klokken van dezelfde grootte en klank.
Heerhugowaard en Beesd stemden toe, maar Hilvarenbeek weigerde. Aldus
herkregen kort na de oorlog twee klokken weer hun historische plaats in de
Barbaratoren van Culemborg. Voor de nieuwe klok, die Culemborg voor de kerk
van Heerhugowaard liet gieten, stelden de heer W. Donkersloot, te Culemborg
het volgende opschrift samen:
|
Uw Hemony, na Duitse roof gelukkig teruggevonden,
Mag weer in Culemborg Gods Werk en Weg verkonden.
Dies brengt, Heerhugowaard, deez` stad U
welverdiende eer
En schenkt met dankbaarheid een nieuwe klok U weer. |
Van de oorspronkelijke reeks
ontbraken er toen nog drie en wat lag daarom meer voor de hand om deze
alsnog bij te laten gieten? Het mag dan ook niet verbazen dat het
plaatselijke Genootschap Voet van
Oudheusden in 1946 aan de gemeente het voorstel deed daar inderdaad toe
over te gaan, zij het dan met de interessante kanttekening om op basis van
de gereconstrueerde oude reeks tevens een drie-oktaafs beiaard te formeren.
Kennelijk sloeg het idee aan, want in 1949 besloot men zelfs om naar een
vier-oktaafs beiaard van 47 klokken te streven. Nog in de zomer van
datzelfde jaar werd door een klokkencommissie uit genoemd genootschap en
onder voorzitterschap van Mr. Beltjes een actie in gang gezet. Tal van
geestdriftige commissieleden gaven hun beste krachten, velen schonken op
royale wijze een klok. Bovendien werd op grond van het feit dat de uit
Culemborg afkomstige Jan van Riebeeck in 1952 driehonderd jaar eerder in de
Tafelbaai was beland, de
e2-klok
door de regering van Zuid-Afrika voor haar rekening genomen. Voorts was
er een Zuidafrikaanse maatschappij die een klok schonk. Deze klok draag het
opschrift:
|
Jan van Riebeeck
1652
1952
Culemborg
Suid Afrika
Uw zoon
Ons stigter |
Leerlingen van de Culemborgse Ambachtsschool tenslotte
vervaardigden de speeltafel.
Op
9 april 1951 kon de waarnemend voorzitter van genoemd genootschap de
gemeente een reeks van 36 klokken toezeggen. De raad besloot toen de zes
bestaande Hemonyklokken met vijf klokken tot een volledig basoktaaf aan te
vullen.
Een van deze klokken was de vervanger door de Hemonyklok
die niet door Hilvarenbeek werd afgestaan. Deze klok kreeg het volgende
randschrift:
|
De klok, die Hemony eens goot,
Houdt men in Hilv´renbeek gevangen.
Omdat het smeken ons verdroot,
Heeft Eijsbouts deez´ hier neergehangen. |
Klokkengieter Eijsbouts tenslotte
kreeg de opdracht om de 41 nieuwe klokken in de middentoonstemming bij de
bestaande zes klokken te gieten. Op 5 april 1952, een dag eerder dan waarop
Van Riebeeck in 1652 in Zuid Afrika was geland, werd de beiaard officieel
overgedragen en vervolgens door Leen ´t Hart ingespeeld. Het was overigens
een beiaard die toen nog uitsluitend met de hand bespeeld kon worden; aan de
gelden voor de aanschaf van een automatisch speelwerk had het namelijk
ontbroken.
Tijdens de torenrestauratie
van 1966 zou daar echter verandering in komen. Het Culemborgse bedrijf
Gispen dat één jaar eerder een jubileum had gevierd, bracht namelijk dankzij
een royale gift de installatie van een electro-magnetisch speelwerk alsnog
binnen handbereik. Bovendien werden toen enkele minder goed geslaagde
klokjes uit 1952 hergoten en enkele andere in toon gecorrigeerd. In 1995 is
het automatisch speelwerk vervangen door een computerspeelwerk.