aa beijk.nl || BEELD EN ZIN

voorspel in het bos | voorspel op het water | de zin van het beeld | naspel op het water

 

a.a. beijk - beeld en zin - arno beijk

 

VOORSPEL IN HET BOS

 

kijk
de lijn
wordt woord
door en in en met
een lezend oog
ben ik hier
zeg wereld
en daar is een wereld
het is dag
en ik zeg dag

 

ja hoor
ik ben
bij de dingen
ik weet
ik zie
de dingen
maar half
het is niet anders
steeds anders
zijn ze
ik zelf trouwens
ook
toch
ben ik
bij de dingen
ja

 

 

 

VOORSPEL OP HET WATER

 

 

het woord

strekt zich uit
in tijdruimte
geeft de tijd een plaats
en de plaats een tijd

 

dronken, alweer

waar de rest van de wereld
zich uitput
in veelvormigheid
houdt de mens
het op
rechte lijn
en hoek
een rondje, vooruit
een hyperbool
maar dan moet het ook afgelopen zijn

 

theologie

het grote gebaar
is een zwaktebod

 

 

 

 

ter plekke

is het tamelijk terecht
stil
eigenlijk
een alledaags brommergeluid
gaat ver weg
zegt de radio
zingt een vogel

 

in paradisum

ongestoord pas
is de mens
zichzelf

 

van het speerwerpfront

hij was vierde
maar staat nu weer
derde

 

kosmologie

in het heelal schijnt
altijd, overal, de zon

 

ter zake

de dingen
openbaren zich
ook
in een persoonlijk
kontakt
net als mensen
eigenlijk
dat geeft te denken
wie zijn wij
en wat
zijn de dingen
eigenlijk

 

credo

mijn
god
is
niet de allergrootste
maar de allerkleinste
zo pas
alles doordringend
aanwezig
in alles
de lachende derde
die doorheen alle
dubbelzin
de situatie redt
en zo
de goede god
is

 

allemaal!

de mooiste leugen
is de grootste
in het kleine
werkt de waarheid
ondertussen
door
ooit
kust de waarheid
de schoonheid
geeft plaats en tijd
aan het goede
die dag
zingen wij

 

 

 

 

hoort!

de mens komt
met de stof
en gaat
met de wind
zo is 't
alle applaus
alle prijzen
ten spijt
de mens gaat
met het stof
en komt
met de wind

 

metafysisch

de dood
verdient het niet
herdacht
te worden
als de dood
geen doorgang
is
daarom
is de dood
een doorgang
geen einde
beter gezegd
niet slechts

 

toverleerling

ontneem het landschap
het menselijke
weg ermee
en?
een paradijsje!
kijk!
bloemetjes!
adam!
eva!
eva!

 

op het water

afspraak met de zon
behoud van energie
wij iets erbij
zij iets eraf

 

 

 

DE ZIN VAN HET BEELD

 

 

Slotwoord - Laat ons zwijgen.

In den beginne was het Woord - Luister nu eens hier.

Na en voor De Stilte - In den beginne was het woord.

Krachtterm? - God verdoemme!

Posthumaan realisme - Een mensenleven heeft, als het goed is, geen waarde.

De zin van het kunstwerk - Het kunstwerk bepaalt de hoogste waarde, wijst het waardeloze de plaats en stelt zo de norm. De kunst is het hart van elke kultuur. Geen kultuur is zo goed als haar kunst. Maar altijd tracht ze te voldoen aan haar norm. Zo laat de kunst 'de waarheid ontspringen'. De waarde en de norm bepalen immers wat waarheid is. Zij het natuurlijk steeds opnieuw en telkens weer anders.

Waarom het kunstwerk weerzin wekt - We weten dat het kunstwerk pas het echte werk is. Daarom is het kunstwerk weerzinwekkend. De hoge rang van het kunstwerk is een belediging voor wie niet tot het kunstzinnige is geraakt en moet vaststellen dat de waarde van het eigen werk, alle inspanningen, en alle verkregen beloningen ten spijt, achter blijft.

Aan het werk! - De werkers mogen werken – zolang ze de niet-werkenden niet tot last zijn.

Absolute kunst - God is ultieme schepper, maar ook ultieme schepping. Verbeelding van het goddelijke, maar ook: goddelijke verbeelding.

Kunst, wat is dat eigenlijk? - Redelijk verlicht maakten we ons op om nu ook de kunst eens te bevatten. Wat is dat eigenlijk, kunst? De vraag was tegelijk het antwoord. Beter gezegd: het licht van de redelijke vraag verbleekte het antwoord. Erger nog: het verkoolde het. We zochten en vonden meer dan ons lief was.

Zwaktebod - Alleen de kunst kan ons redden!

Vrije beelding - Kan de verbeelding zichzelf zijn? Nooit helemaal. Zelfs de idee kan niet zonder de duisternis. Straalt pas echt in onwetendheid. Dat wil zeggen: in de herinnering aan onwetendheid. God zal de domheid toch niet geschapen hebben als decor voor zijn alwetendheid?

Voor de televisie - Ook de beeldkultuur, juist de beeldkultuur dient zich af te vragen waar het beeld werkelijkheid is en waar niet.

Wereldbeeld - Moeizaam groeit de mensheid tot één organisme. Als een schimmel bedekt ze de aarde. Als een web. Draden. Die de mens uitdagen een verbinding aan te gaan.

De verlichting - Van de ene dag op de andere besloot de mens de wereld vanaf de zon te bezien: daar komt de aarde op. En daar gaat zij onder.

Zucht van verlichting - Amen.

Spoelt u maar! - Gaapt het diepe woord. Dampen daar de darmen. Niets blijft onverteerd zichzelf daar. Ja, het onverteerbare.

Geboorte, groei en ondergang van de kultuur - 'Nee, niet goed genoeg. Kan beter. Moet beter.'

Altijd anders - Zo christelijk als de evolutieleer kan de werkelijkheid niet zijn. Een oerknal die licht schept in de duisternis en alles zinvol om zichzelf doet draaien?

In de kerk - Het zou een kosmische rechtvaardigheid zijn als een mensengeslacht dat zich te buiten gaat aan de mishandeling van beesten een neurotische fascinatie ontwikkelt voor dezelfde beesten. Als ze zich verplicht zou voelen er tegelijkertijd een persoonlijke relatie mee aan te gaan en ze uiteindelijk als goddelijk te vereren. De dubbelzin van mishandeling en verering zou op hetzelfde moment dat ze het schuldgevoel opheft pijnlijk zijn. Een mishandeling van het plantaardige zou allicht hetzelfde uitpakken. En van het materiële. We zouden een religieuze viering van planten en bloemen beleven, een ongekende kultus van de materie. Zo zou dat geslacht zijn vrijheid offeren voor de misdaad. En allicht zou ook die religie aanleiding geven tot pervers genot. Een mens aan een kruis, een doornenkroon, kraaien. Een hond aan zijn voeten.

Kapitaal en arbeid - Twee kanten van één munt: kapitaal en arbeid. Een valse munt zolang haar waarde niet vaststaat. Dat wil zeggen: aan een winst- en verliesrekening is onderworpen. Zolang de mens als waardescheppend wezen zich geen rekenschap geeft van de waarden die hij al doende vernietigt blijft zijn schepping twijfelachtig. Te twijfelachtig om een leven, laat staan een samenleving op te baseren.

Ken uzelf! - De moderne mens is graag aan het werk. Aan het werk uit zichzelf, aan zichzelf en ook voor zichzelf. Een welbegrepen tekort is daarbij een sterk motief. Een verkeerd begrepen tekort ook.

Paradoks van de (on)wijsheid - Hoe meer we zien hoe minder we weten. Hoe meer we weten hoe minder we zien. En omgekeerd: hoe minder we weten, hoe meer we zien. Hoe minder we zien, hoe meer we weten.

Goed en kwaad - Wonderbaarlijk, wonderlijk een wonder is het bewustzijn. Scheppend waar het aandachtig is. Vernietigend waar het tekort schiet.

Bewustzijn en abstraktie - Aan het eind van de twintigste eeuw is het woord, en het beeld, geabstraheerd tot een bestand van schakelingen. Aan-uit schakelingen die we 'digitaal' noemen. Daaruit blijkt iets over het woord en het beeld. Maar vooral blijkt iets over het bewustzijn. Het digitale bestand getuigt van de abstraktie van het bewustzijn. Het is er een toepassing van. Wat abstrakt is laat zich allicht abstraheren.

Zoekt, en ge zult gevonden worden - De moderne onverschilligheid is een vorm van onwil. De onwil om het waardevolle op te zoeken. Daarentegen is de postmoderne onverschilligheid juist wélwillend: alles is van waarde, het heeft geen zin te zoeken.

Oordeel - 'Het is moeilijk om te denken. Daarom houden de meeste mensen het bij oordelen.'

 

 

Evolutie - Moderne kunst heeft 'iets'. Postmoderne kunst heeft alles.

De drugs-ekonomie - Sommige droogwaren worden bij uitstek gezocht om hun inwerking op het bewustzijn. Wat vindt de mens in het aldus bewerkte bewustzijn dat het onbewerkte niet heeft? Is het, zoals je wel hoort, een vlucht voor de realiteit? Dat wil dus zeggen: een vlucht voor de realiteit van het onbewerkte bewustzijn. Maar dat is dan toch altijd ook een vlucht ín een realiteit: in de realiteit van het bewerkte bewustzijn. Blijft de vraag: maar wat zoekt de vluchteling daar? Een woonplaats soms?

De woorden en de dingen - Na de dingen worden ons ook de woorden vreemd. Ooit waren de dingen ons vertrouwd. Temidden van al wat veranderde bleven zij steeds hetzelfde. Maar de dingen vermenigvuldigden zich.
Zo ook het woord. Ooit was het woord bron van waarheid. Eeuwig. Heilig. Nu is het woord een druppel in een oceaan van betekenis.

Evolutie en utopie - De wereld ontwikkelt zich. Ze onttrekt zich aan de orde die ze ook is en dwingt dat wat zichzelf, hetzelfde, wil blijven te veranderen. Dat andere kondigt zich aan in al wat afwijkt van het ordelijk normale. Slechts een klein deel van het wanordelijk abnormale weet zich ook door te zetten. En normaal te worden. Veel blijkt een kortstondige eenmalige gebeurtenis die niet zelden tragisch eindigt. Onnavolgbaar.

Klimaat-probleem - De moderne tijd was de tijd van het subjekt. Van het ik, de mens, het individu. Het objektieve, de wereld, was ondergeschikt aan dat subjekt. Aan de wil van dat subjekt. Dat wil zeggen dat ook de voorstelling van de wereld, het wereldbeeld, allereerst subjektief was. Maar het beeld is juist als subjektief beeld al-te-subjektief, te ver verwijderd van het objektieve om nog volledig beeld te kunnen zijn. Ja, als beeld van het subjektieve is het nog wel objektief te noemen. En zo fascineert het de moderne mens dan ook: als allersubjektiefste uitdrukking van het allersubjektiefste. De wereld gaat daarbij verloren. De objektieve wereld. Maar vervolgens ook nog het subjekt. Het subjekt zelf. Want zonder objektiviteit kan het subjekt niet bestaan. Zonder de wereld zelf kan de mens niet leven.

Chaos-theorie - De orkaan ontstaat met een vlindervleugelslag. Kalm blijven dus.

In de spiegel - Jezus van Nazareth, de gezalfde, is zoon van God in zijn daden. Niet in zijn woorden.

Het grote verhaal - Het grote verhaal is te groot.

What ever happened to all the fun in the world? - Autonomie behoort tot het domein van de wil. Niet van de voorstelling. Het domein van de voorstelling is juist het domein van de heteronomie. Hoeveel wil-tot-voorstelling er ook meespeelt: we hebben pas voorstelling als deze iets voorstelt. Iets anders. De wil daarentegen heeft altijd allereerst vooral met zichzelf te stellen: 'Ik wil, eh ...' Daar begint het al. Ook al wordt het uiteindelijk dan toch nog vaak: 'Ik wil iets anders'.

Postmodern gesproken - Niet de ontmoeting maar het alleen-zijn moet gevierd worden. Het samen-zijn is van zichzelf al gezellig genoeg.

Samen leven, samen werken - Dat kan, na de zondeval, alleen nog betekenen: desnóóds samen werken.

Het hier en nu als punt - Verleden en toekomst zijn nooit helemaal afwezig. En ook het voor en achter niet. Het hier en nu is een punt. Het bewustzijn een tijdruimte.

In het bos - Velen worden gezaaid. Velen groeien ook op. Maar slechts hier en daar groeit er een werkelijk op tot grote boom. Bij hoge uitzondering komt het tot een woudreus. Daar staan ze dan. Allemaal zouden ze reusachtig kunnen worden.

Denken met de ogen (reprise) - Hoe minder we zien hoe meer we weten. Zozeer zelfs dat we na een tijd nog slechts zien wat we weten. Dan is het zaak niet te vergeten dat het onwetende zien de oorsprong was. En nog iedere dag kan zijn.

Denken met de ogen - Wat is ware aanschouwing? Is zij zintuiglijk of van begin af aan begrippelijk? Weten we slechts wat we zien? Of zien we slechts wat we weten?

Het kunstwerk in het tijdperk van de sociale voorzieningen - Nu de kunst niet meer naar de markt hoeft is er meer tijd voor het kunstwerk. Meer ruimte ook.

Op de kunstbeurs - Het autonome beeld is een moderne grootspraak. Als proeve van konceptuele kunst niet zonder waarde - zij het met innerlijke tegenspraak. Het beeld verwijst immers. Altijd. Ook. Naar iets anders. Zo is het beeld pas beeld. Voor zover het naar iets of iemand anders verwijst is het niet autonoom. Het is nooit helemaal zichzelf.

Het kwaad - Eigendom stelt de mens in staat zijn zonden ongestoord uit te leven.

Eigenbelang - Alleen geïnspireerd werk is uiteindelijk heilzaam.

Moderne moraal - Samen werkend dienen ze de ekonomie twee maal. Eerst als producent, en dan als konsument. Terwijl ze alleen God mogen dienen. Voor het Goddelijke is geen tijd meer. Kwaad geweten knaagt. Er zit niets anders op: voortaan is de ekonomie het goddelijke.

Het postmoderne blijspel - De postmoderne kunstenaar ziet zijn leven als vakantie. Zo is zijn werk een hommage aan de leegte. Dat wil zeggen: een hommage van de leegte aan zichzelf.

Het heelal ontwaakt - Voorbij het moderne is het hier en nu opgenomen in een oud heelal. Een grootse eenheid komt tot zelfbewustzijn.

 

 

De Nieuwe Beelding - De moderne tijd is de nieuwe tijd. De moderne mens ziet nieuwsgierig uit naar het nieuwe, het nieuwste. Dat leidt vanzelf tot breuken met het traditionele, overgeleverde. Tot breuken met het gewende en gewone. Met de breuk verschijnt het kontrast: de tegenstelling doet zowel de traditie als het nieuwste beter uitkomen. Zo is de nieuwe tijd de tijd van het spel van nieuw en oud.
Voorbij de nieuwe tijd is dat spel van nieuw en oud over. Wat dat betekent gaat het moderne begrip te boven: hoe de tijd te denken zonder oud en nieuw? Is daar de tijd nog wel zichzelf?
De vraag is het antwoord. Want de tijd is al een tijd lang niet meer zichzelf. Zij is ruimte geworden. Tijdruimte. Zo beleven we de moderne tijd dan ook: hier en nu.

Hoe het eigen graf te graven - Zonder kunst zal geen regiem heersen - en verdwijnen ook niet.

Kleine ekonomie van Het Werk - Het kunstwerk is zijn eigen vraag en aanbod.

This is my world - Het recht op eigendom is absurd.

Sociaal-kapitalisme - Kapitalisme staat of valt met het recht op eigendom. Maar het recht op eigendom is een beperkt recht. Het recht zelf valt er al buiten. Het recht is geen eigendom. Het is gemeenschappelijk. Alle eigendom, en ieder kapitaal, is dus uiteindelijk veeleer gemeenschappelijk.

Kunst en samenleving - De kunstenaar moet zich, zo nodig, buiten de samenleving kunnen plaatsen. Omwille van de samenleving, de kunst en zichzelf.

Kunst en distantie - Het beeld heeft afstand nodig. Daartoe dient de kunstenaar zich principieel te distantiëren. Om zich vervolgens zo aandachtig mogelijk met wat zich aandient te vereenzelvigen. Niet zelden is dat juist weer datgene waarvan men zich distantieerde. Vaak ook niet.

Politici aan het werk - Zodra de politiek werk wordt staat de werkloze buiten spel.

Kunst en maatschappij - Alleen voor de kunsten geldt de regel dat het kollektief baat heeft bij totale vrijheid en onafhankelijkheid van het individu. Voor de overige terreinen van het maatschappelijk leven is de maatschappelijkheid vereist

Liefdewerk - Het bewustzijn van het hier en nu vergt aandacht. Dat wil zeggen: een bezieling die ons geestelijk en lichamelijk op de wereld richt, tot de wereld doet wenden. Deze bezieling is de liefde zelf. Sommigen krijgen haar geschonken. Anderen moeten er hard voor werken.

Meditatief - Van alle bewustzijn is het hier en nu-bewustzijn het meest bijzondere. Het meest zintuiglijke, zinnelijke, en zo zinvolle. Het presenteert het aanwezige. Als God ergens aanwezig is dan daar. Of beter: hier - en nu.

Apokalyptisch - Zoals het individu sterft zo sterft ook de gemeenschap. Als de mensheid als geheel zou afsterven hoeven we dus niet verbaasd te zijn. Laten we de mensheid gunnen wat we onszelf gunnen: de kostbare glans van vergankelijkheid - en de hoop op een hemels hiernamaals.

Katholiek geluk - 'Als katholiek geloof ik het wel met al dat protestante gehamer op de zegeningen van de arbeid en de plicht tot werken. Beter gezegd: ik geloof er niets van. De katholiek is op aarde om gelukkig te zijn. Punt. Als arbeid daarbij helpt is het goed. Zo niet dan niet.'

De parabel van de zoon van god - Aandacht voor de mens is goed christelijk. Het is aandacht voor het beeld van God.

Het beeld van de ekonomie - Geld heeft op zich geen waarde. Het representeert slechts waarde. De ekonomie, wil ze een ekonomie van waarde zijn, zou zich moeten richten op het gerepresenteerde. Niet het representerende.

Aan het werk! - De zorg om de eigen toekomst, en die van de naasten, heeft het vrije westen van het christendom. Daar heet het 'vreze Gods' en 'naastenliefde'.

Protest! - Ik zal niet zeggen dat de protestante moraal nergens goed voor is geweest. Maar nu moest het maar eens afgelopen zijn.

Moderne tijd - De westerse variant van het hiernamaals is de toekomst.

Het kunstwerk - 'De kunst is te gewichtig om aan het genie over te laten'. Zo spreekt het genie. Aan het werk dus.

Uit het credo van de flierefluiter - Het kwaad bedreigt ons nog het meest met hebzucht.

Absolutie - We wassen de handen in onmacht, niet in onschuld.

Geniaal! - Het genie is een verzinsel. Een zinvol verzinsel, dat wel. Want het houdt het geloof levend dat de mens tot het buitengewone in staat is - als het een beetje meezit. In werkelijkheid is het steeds niet de mens die buitengewoon is. Maar de samenloop van omstandigheden.

Het beeld van de tijdruimte - De wetenschap leert ons de tijd als ruimte te zien, en de ruimte als tijd. Dat lukt nog het beste in het hier en nu: het nu is altijd hier. Maar dan houdt het ook al op. Want dit 'hier' is voor ons ook straks nog hetzelfde hier. Maar het nu is nooit hetzelfde nu. Dezelfde plaats, maar steeds een andere tijd. Tijd vliegt, maar de ruimte blijft dezelfde. Waar vergissen we ons? Vergissen we ons misschien twee keer? Is de tijd die steeds anders lijkt de noodzakelijke wederhelft van een steeds identieke ruimte? En is de tijdruimte, de ruimtetijd, zelf altijd hetzelfde én anders?

Het kunstwerk - Het kunstwerk neemt de vrijheid om te waarderen. Geen ander werk neemt en heeft die vrijheid in die mate. Ook zo is het kunstwerk een uitzondering, iets bijzonders. Terwijl het andere werk eerder regel is.

Revolution in the air - Het wordt tijd dat we onszelf eens serieus nemen en ons hart volgen: we melden ons bij de overheid voor een toelage en doen vervolgens alleen nog waar we zin in hebben.

De revolutionaire arbeider - Ook na de revolutie zijn er nog genoeg die gewoon gaan werken.

Baat het niet dan schaadt het niet - Het kunstwerk is het echte werk. Het is ook het meest waardevolle werk. Niet omdat het waarde schept. Maar omdat het waarde laat. Het kunstwerk laat al wat, en al wie, deel heeft aan het werk in de eigen waarde. Het bevestigt die waarde. Het kunstwerk is zo het enige werk dat geen waarde vernietigt.

 

 

Wij, radikalen - De neiging de eigen opvatting te beschouwen als de enig mogelijke is een totalitaire.

Maatschappelijk - Iedereen neemt deel aan de samenleving. Of we willen of niet.

Moderne zelfonderschatting - Als het om de schaal van de schade gaat die hij vermag aan te richten is de moderne mens plotseling bescheiden.

Burger en kapitalist - Is een burgerlijke samenleving per sé ook kapitalistisch? Nee. Het kapitalisme is een relict uit het feodale tijdperk. Het kapitaal tracht de feodale trekken achter een burgerlijke façade te verhullen: 'zie, wij zijn enkel een gegoede burgerij'. Een echt goede burger zou zich verre houden van een dergelijk verraad. Die zou in naam van vrijheid, gelijkheid en broederschap het kapitaal socialiseren, nationaliseren, mondialiseren. Het burgerlijk individualisme bevrijden van het feodale egoïsme en het eindelijk verenigen met zijn historische wederhelft: het socialisme.

Pigs in space - Alvorens het heelal in een ruimtevaart te bestormen zou het de mensheid sieren eerst eens de eigen planeet op orde te brengen. Dan heeft de machtswil alvast iets om op te oefenen. Mislukt die oefening dan maakt de ruimtevaart zich schuldig aan een hoofdzonde, misschien wel twee. Hoogmoed, en traagheid.

Voorwaarts die burgers! - De opdracht van de burgerlijke samenleving is de synthese van socialisme en individualisme. Een eerste stap is dan de door de gemeenschap gegarandeerde vervulling van de eerste levensbehoeften: voedsel, onderdak, geborgenheid. Dat wil dus zeggen: een basisinkomen. Voor allen in gelijke mate.

Op naar de kommune! - De postmoderne onverschilligheid, is ook een politieke. Alleen een onverschillige gelijkheid in kennis, macht en inkomen kan de moderne samenleving uit de impasse halen. De nu bestaande ongelijkheid vloekt schreeuwend met de ideologie van de moderne staat. Die baseert zijn legitimiteit immers op de garantie van maatschappelijke gelijkheid. De moderne burgerlijke maatschappij eist en vereist van begin af aan gelijkheid, vrijheid en broederschap. Alleen de kommune kan tegemoet komen aan die burgerlijke vereisten. De burgerlijke samenleving zal kommunistisch zijn, juist omdat ze samenleving wil zijn. Of ze zal niet zijn. Historische rechtvaardigheid! Al sinds de Franse Revolutie is de burgerlijke samenleving kommunistisch.

Wij modernen - We wanen ons hardwerkende tovenaars. Maar zijn slechts leerlingen die de gevolgen van onze handelingen kennen noch beheersen.

Bij de dokter - De bitterste pil die de moderne mens te slikken heeft is de vaststelling dat het menselijk bedrijf een ijdele poging is. Een poging tot zelfbevrediging die meer schaadt dan baat. Het is beter om af te zien van welke bedrijvigheid dan ook - als het maar even kan. De schepping blijft er beter door. Gezonder.

Het feest als voorstelling en wil: de Overmens - Het feest lijdt onder onze over-zin. Waarom hebben we zoveel zin? Is het overmoed? Of zijn we bang iets te missen? We zijn zelfs zeker iets te missen! Het feest is in zijn overrijkdom niet te bevatten. Niet te geloven. Dus zetten we zo hoog mogelijk in. Denken we. Want in onze overzinnige lust om zoveel mogelijk van het feest te smaken vergeten we dat ten aanzien van de overrijkdom niet slechts overzin maar ook overzicht geboden is. Overzicht maakt de overrijkdom pas echt geloofwaardig. En houdt dat zo.

Wij modernen - Wij zoeken het goddelijke in het zelfde, maar vinden het in het andere.

Fenomenologisch - Het is wonderbaarlijk hoe de wereld zich juist aan de koele blik op zijn warmst toont.

De zin van het beeld - We leven in een woonplaats die een gewoonte is en grenst aan het ongewone, het bijzondere. Van tijd tot tijd zoeken we voorbij de grens naar dat bijzondere, dat buitengewone. Zodat het gewone ons gewoon, een woonplaats, kan blijven. De zin van het beeld is bron te zijn van het buitengewone. En zo het hart van de woning.

'Slachtofferisme' - De goede christen beantwoordt iedere hulproep. Niet omdat hij dat wil. Maar omdat hij dat moet.

De oorsprong van het kunstwerk - De hoogste kunst vraagt alleen maar naar het publiek om ze eens goed de waarheid te kunnen vertellen. Ze hoeven het niet meteen ook mooi te vinden. Dat helpt wel. Soms. Soms ook niet.

Ik, god - We willen één zijn met onze God, die een naijverige God is. Maar naijver is een revolutionair ressentiment: het is de weerzin van wie niet heeft tegenover wie wel heeft. Zo vervreemden we ons dan weer van onze God.

Vandaag de dag - De groeiende machtswil lijkt gepaard te gaan met een afzwakking der zinnen. Zou de machtswil teren op de zintuiglijkheid? Om zo zichzelf te beheersen? Een machtswil zonder zinnen wil immers blind, en doof, door het leven. En zonder smaak.

Profetenschemering - De weerzin van de orthodoxe godsdienst tegen het zogenaamde 'vrije westen' wordt verkeerd begrepen als ze beschouwd wordt als een verzet tegen het moderne. Hier zijn de orthodoxen, juist in hun handhaving van de eigen identiteit, immers de modernen. Nee, hier is sprake van een verzet tegen het post-moderne - dat immers alle identiteit in twijfel trekt. Dat de 'vrije' westerse modernen de kans aangrijpen om nu ook weer eens hun identiteit, de eigen waarde en normen te onderstrepen en bevechten doet aan dit gegeven niets af. Het is juist een bevestiging ervan. De moderne tijd was, en is, de veldslag der ego's; de oorlog van allen tegen allen - eigenlijk. En we weten allen dat die voorbij moet zijn. We zijn post-modern.

Hoe de moderne mens zijn eigen graf graaft - De moderne overtuiging dat het de mens is die de wereld en de dingen zin geeft is een fatale vergissing. Ze gaat voorbij aan de zin die de wereld op zich, van zich, voor zich, al heeft. En tot overmaat van ramp beschouwt de mens deze overtuiging ook nog eens als een vrijbrief om de wereld te herscheppen naar zijn beeld en gelijkenis. Dat maakt onze wereld tot een al-te-menselijke spiegel van en voor het menselijke. De wereld maakt dat niet uit. Zelfgenoegzaam als ze is. Maar de mens doet zichzelf, juist waar hij zich verheft en vermeerdert, tekort: hij is gedoemd in een steeds menselijker wereld te leven. Steeds meer dezelfde. Terwijl hij eigenlijk een andere nodig heeft: een buitenmenselijke, bovenmenselijke.

 

 

De zin van het beeld - De vraag naar de zin van het leven, en de wereld, is ook een kwestie van zingeving. Maar wie of wat 'geeft' daar eigenlijk? Voor de moderne mens is het duidelijk dat het de mens zelf is die zin geeft. Maar kan dat dan ooit iets anders dan zijn zin zijn? Gaat men, anders gezegd, niet voorbij aan de mogelijkheid dat het leven, de wereld en de dingen van zichzelf al zin hebben? En dat pas als (ook) die zin 'gegeven' is werkelijk sprake kan zijn van zin-geving?

Nuts! - De onderneming als rechtspersoon heeft alle kenmerken van een psychopaat. En nergens een inrichting waar de patient, desnoods gedwongen, opgenomen kan worden!

Homo faber - Het protestante christendom was de meest moderne godsdienst. Ze is tevens de voltooiing en afsluiting van het moderne. Het protestantisme vergaat daar waar het zo suksesvol was: homo faber, de werkende mens - die niet wil werken. Dan rest nog slechts de postmoderne positie: de mens die niet hoeft te werken - maar het zo graag wil.

Kapitalistische evolutie - Rijkdom maakt lui.

Wat het betekent (post)modern te zijn - Avant-garde, vóór de troepen uit - dat is de moderne positie. En ook de opdracht. Zo ontstaat vanzelf de post-moderne positie: avant l'avant-garde, voorbij nog aan wie voor de troepen uitgaat!

De mens is niet de maat der dingen! - De moderne mens beziet de wolkenlucht en aanschouwt gigantische legers. Heerscharen trekken aan hem voorbij. Groots op weg naar verre oorlogen doen ze de mens tot een minuskule figurant ineenschrompelen. In zijn eigen film nog wel.

Waarom arbeid zwaarder belast moet worden - Arbeid is het ten eigen voordele benutten, en zo misbruiken, van de wereld.

De moderne arbeider - Wij modernen zijn christelijk genoeg om te menen dat werken helpt. En we zijn onchristelijk, en onwijs, genoeg te menen dat werk een zegen is. Want dat is het niet. Niet voor de mens, maar zeker niet voor zijn wereld.

Geboorte van de tragedie - Modern werd de mens toen hij vergat dat de God van liefde almachtig is.

Amen - Juist de gedachte dat hij, als hij zou willen, aan het christendom zou kunnen ontsnappen toont hoe christelijk de moderne mens blijft. Het christendom predikt immers juist die liefde voor de mens - dat wil zeggen: voor zijn goede wil.

Het beste boek - Er is reden te denken dat lezen is voor wie zichzelf niet genoeg is. Iets anders, een ander, nodig heeft. Anderzijds laat juist het andere, en de ander, onszelf kennen. We zijn mens genoeg om iets menselijks te hebben - en anders genoeg om ook anders te zijn.

De dag des Heren - Als we nu eens de hele week aan de Heer opdragen. En de zondag werken.

Op de grote stille heide - De moderne mens is een kuddedier zonder herder. Mocht de kudde een herder nodig hebben zal een van hen zich moeten transformeren. Dat wil om te beginnen zeggen: zijn gang gaan. Mocht ieder zijn eigen herder willen worden - dan zal eenieder zijn eigen weg moeten gaan.

Wie niet werkt zal niet eten - De rijke verdeelt liever het werk dan het eten. Zo kan hij 'goed' zijn zonder dat het hem iets kost. Sterker nog: zo kan hij 'goed' zijn en nog winst maken ook. De beschamende wetmatigheid van de formule 'wie niet werkt zal niet eten' blijkt overigens pas echt op planetaire schaal. Het beschikbare werk is verdeeld, de rest heeft niet te eten.

Des duivels oorkussen - De werkman denkt te weten wat des duivels is. Niet toevallig is dat het niet-werken. Toch is moeilijk in te zien hoe de vernietiging die de werkmens aanricht te evenaren is, of zelfs te overtreffen, door niets-doen. Eerder is het tegendeel aannemelijk: zo de mens al bijdraagt aan de macht van het kwaad is dat door zijn werken. De wil te werken is des duivels werktuig. Daarbij vergeleken lijkt de ledigheid inderdaad zijn oorkussen: waarop hij slaapt. Maar bovenal is het een onderschatting van het kwaad te menen dat het kwaad ons zijn werken en zijn rusten zonder meer inzichtelijk zou maken. Zou het niet al-te-waarachtig zijn als het kwade zonder meer voor zijn kwaadaardigheid zou uitkomen?

Ken uzelf! - Wie verzuimt om een medemens in nood zo mogelijk te helpen geeft blijk van een geringschatting van het menselijke. Dat is ook een geringschatting van de eigen waarde. Een mens past de hoogte van de morele lat allicht aan aan de geschatte eigenwaarde.

Op Golgota, de schedelplaats - Menselijkerwijs is het kwaad een evidentie. Als het lijden van de medemens ons al niet overtuigde zal ons eigen lijden dat wel doen. Tenzij we van mening zouden zijn dat het goed is dat de mens lijdt. Natuurlijk.

Eigendom is vernietiging - Van andermans eigendommen kan de mens nog wel afblijven. Maar van dat van hemzelf niet. Als het om het eigen bezit gaat is de mens niet in staat zijn machtswil te beheersen. Hij leeft zich helemaal uit. Dit gaat vanzelf ten koste van wat het bezit was vóórdat het bezet raakte: het andere wordt vernietigd en vervangen door meer van hetzelfde. Door het menselijke, al-te-menselijke. Uiteindelijke vernietigt het menselijke zo zichzelf. Want zonder het andere is hetzelfde ongrijpbaar, onzichtbaar, ondenkbaar.

Maakt geld gelukkig? - 'Het helpt wèl', antwoorden wij rijken dan vlot. Toch weet alleen wie ook arm was of geld helpt. Alleen zij hebben het ook zonder gedaan. Proeven we hier de bittere pil die wie niet anders kent dan rijkdom te slikken heeft: eigenlijk niet te weten of geld helpt gelukkig te zijn - of juist schaadt? Ze hebben wat dat betreft hetzelfde probleem als de arme die steeds arm was. Ze kunnen niet meepraten. Al met al een groeiende meerderheid. Want de rijken worden alleen maar rijker, en de armen armer.

 

 

Laat ons bidden - Een van de tegenspraken waaraan het modernisme bezwijkt is die tussen het a- en anti-religieuze van haar ideologie in het algemeen en het door en door religieuze karakter van wat in vele opzichten het hart en de motor van het moderne is: de wetenschap. De wetenschap gelooft. Ze ziet voor ieder gevolg een oorzaak. En richt zich zoekend op en tot de ene alomvattende oorzaak en verklaring van alles. De wetenschap is een lang gebed tot die Oorzaak. Dat Deze zich niet slechts in Zijn gevolgen maar ook eens Zelf mag openbaren. Wie oren heeft om te horen weet ondertussen al dat het een gebed zonder end is. Die vindt de oorzaak al in het gevolg.

Wij modernen - De moderne ideologie van het individualisme, de autonomie, de eigen verantwoordelijkheid, kortom: het moderne vrijheidsbegrip heeft, als alle ideologie, allereerst een verhullende funktie. Het verhult dat de mens een parasiet is die afhankelijk is, want leeft van, ander leven. Maar vooral dat in de moderne samenleving het parasitisme geperverteerd is tot een verslaafde hyperkonsumptie. Die we kapitalisme noemen, en die alleen lijkt te stuiten als ze tenslotte ook nog zichzelf verteerd.

Onder parasieten - Door steeds weer het tegendeel te onderstrepen zoekt het moderne regiem de onvrijheid te verhullen die de moderne burger bij uitstek kenmerkt. De mens konsumeert, en is zo afhankelijk van, ander leven. In en met en door de moderne ontkenning verwordt de konsumptie dan tot zelfkonsumptie. Verblind en verdoofd door de verhalen van de grootsheid van het moderne laat de moderne mens zich zijn beste jaren ontnemen. Zo wordt ook hij gekonsumeerd in een systeem dat gericht is op de produktie van konsumptie. Konsumeren terwijl je gekonsumeerd wordt. Verteren terwijl je verteerd wordt. De konsumptie groeit, niet de konsument. Het parasiteren, niet de parasiet.

De moderne afgod - Juist het beeld van de mens als heer en meester en de niet-aflatende inspanning het leven en de wereld naar de hand te zetten leiden ertoe dat de moderne mens tot de meest rampzalige wordt. Hij vermeerdert de rampen die van alle tijden zijn met een rij rampen waarvan hij zelf de oorzaak is. De lijst is lang. En zal groeien. Totdat de katastrofe komt die het moderne mens- en wereldbeeld definitief zal vernietigen. Over het puin van het afgodsbeeld heen zal ons de weg terug naar het paradijs zichtbaar worden. Waar we genoeg hebben aan de niet door onszelf veroorzaakte rampen.

Talkin' 'bout my generation - Het kapitalistisch regiem heeft groot voordeel van de ideologie van het individualisme. Het 'autonome individu' is immers een willige prooi voor de machinaties en manipulaties van het regiem. Historisch besef relativeert het individualisme en wordt dus ontmoedigd. Met het historisch besef verdwijnt ook de solidariteit tussen de generaties. De moderne mens wentelt zich in de zalige onwetendheid die hem tot het middelpunt van een wereld maakt die de zijne is. Voor zover die door mensenhanden aangeraakt is waant hij zich hier heer, meester en schepper. Dit gaat ook ten koste van mensen die zich gisteren nog heer en meester waanden en op wiens schouders hij staat. Voor zover ze gestorven zijn worden ze vergeten, voor zover ze nog leven ook.

De zin van het beeld (reprise) - Het postmoderne relativisme is bitter. Maar niet ongezond. Ze heeft ons met het relativisme in ieder geval die zekerheid gebracht - en heeft zo, als postmoderne ideologie, haar grote gelijk. Dit historische gelijk toont zich, niet toevallig, bij uitstek in haar houding ten aanzien van het beeld. De moderne opvatting onderstreepte 'ad nauseam' de onafhankelijkheid van het beeld. Nu staat de postmoderne op haar afhankelijkheid.

Morning after - Nu de vrouw net zo en net zoveel 'werkt' als de moderne man zou een meer vrouwelijke ekonomie zichtbaar moeten worden. Is dat al zo? We kunnen vaststellen dat de ekonomie, als ware het een vrouw, zachter en dienstbaarder lijkt. Waar de oude, mannelijke, ekonomie nog een noodzakelijk en te reguleren kwaad was, is de ekonomie van nu een aantrekkelijke schoonheid die zich zonder reserve over wil geven aan wie wenst. Je hoeft alleen maar te betalen. Met haar zachte vormen en kleuren en de belofte van eindeloze behaaglijkheid en genot is de ekonomie van vandaag verleidelijker dan ooit. Zo te zien. Als een prachtig opgemaakte vrouw in precies de juiste kleding vlijt ze zich op de rand van je bed. Waar jij je geld al telt en klaarlegt. Als je wakker bent is ze al weg. Tenzij je erg veel betaalt natuurlijk. Dan heb je dubbele pech. Geld weg en de aanblik van wat zich achter de façade verbergt.

Het christelijke arbeidsethos - Christus heeft voor zover we weten nooit voor geld gewerkt. En wie hem volgen wilde diende afstand te doen van al zijn bezittingen. Voor het overige heeft hij maar één norm genoemd die tegelijk de enige waarde was. Liefde. De ware christen heeft geen werk. Alleen liefhebberijen. Hij is een amateur.

God werkt? - De gedachte achter werken als norm is dat de moderne mens, als ware hij goddelijk, positieve werkelijkheid kan scheppen. Dat de mens zelf wel eens zijn, liefst paradijselijke, wereld zal scheppen. Naar zijn beeld en gelijkenis. En dat veronderstelt weer dat de mens op zich al waardevol is. Maar dan toch een waarde die zichzelf niet genoeg is. En steeds meer wil. Opnieuw als god zelf? Of zou het toch, van begin af aan al, de duivel zijn die 'aan het werk' is.

Moderne norm en waarde - Zoals het geld de moderne waarde bij uitstek is is werk de moderne norm bij uitstek. Als een menselijke bezigheid onder de noemer 'werk' gebracht kan worden is het allicht normaal. En als het dan ook nog eens geld opbrengt is geldt het vanzelf als waardevol.

Klaas komt - Als de plicht tot optimisme bestaat dan ook omdat het goede groeit als er aandacht naar uitgaat. Net als het kwaad. Het kwaad kwijnt weg als het genegeerd wordt - net als het goede. De kenners van het kwaad noemen het optimisme naïef. Het is kinderlijk. De kenners van het goede weten daarentegen weer dat wie niet is als de kleine kinderen het rijk der hemelen nooit zal binnengaan.

Ik denk dus ik ben er - Het bewustzijn is een medium tussen mij en de wereld. In het bewustzijn verschijnt mij de wereld. Maar ook ikzelf verschijn in het bewustzijn. Ik heb zelfbewustzijn. Nu zijn we geneigd te denken dat de wereld ook buiten ons bewustzijn bestaat. Maar besta ik ook als er geen bewustzijn is? Ben ik er als ik buiten bewustzijn ben? Is 'het ik' er als er geen bewustzijn is? Zo nee dan is het bewustzijn een wonderbaarlijk medium. Want waar een medium normaal gesproken een midden, een middel, is dat bemiddeld tussen twee of meer entiteiten omvat het bewustzijn ook nog een van die entiteiten. Zeg maar: de ontvangende entiteit. Maar dat geeft te denken over die andere entiteit. Waarom zou het bewustzijn behalve het ik niet ook de wereld al bij voorbaat omvatten? Zo lijkt het bewustzijn het beeld der beelden: het beeld dat het verbeelde en de verbeelding is. Het verbeelde objekt en het verbeeldende subjekt en de bemiddeling ertussen. Maar geldt dat eigenlijk niet voor elk beeld?

De 'Verelendung' van de arbeidersklasse - Het verlangen om voor verricht werk een beloning te ontvangen is een teken van kwaad geweten. De werkende ervaart een gemis, een tekort, er is sprake van een schuld. Deze schuld moet voldaan worden door de beloning. Soms is een abstrakte beloning, een som geld, 'het loon', voldoende. Maar vaker wil het schuldgevoel meer. Het verwacht een konkrete beloning. Deze wordt dan meestal gevonden in een konkrete konsumptie. Men trakteert zich. Maar in iedere traktatie huist de overmaat. Het dagelijks brood kan men geen traktatie meer noemen. Nee, de maat van het alledaagse moet overschreden om de hongerige schuld te stillen. Zo konsumeert men overmatig omdat men 'er zo hard voor gewerkt heeft'. Tegelijk beseffen we dat ons de traktatie niet toekomt zolang voor anderen het voor ons alledaagse nog een traktatie is. Er groeit schuld op schuld. Terwijl ons rente op rente beloofd was.

Langs de waterkant - Niet diepzinnigheid maar oppervlakkigheid geeft een mening de glans van waarheid. Het gewicht van de diepzinnigheid doet een mening in die diepte verdwijnen: ze wordt onnavolgbaar, onzichtbaar en onbegrijpelijk. Een oppervlakkige mening daarentegen verspreid zich als een olievlek: steeds groter en steeds kleuriger beter zichtbaar. Uiteindelijk, voor iedereen te zien, geldt ze als een vanzelfsprekendheid. Tegen die tijd is ze dan natuurlijk wel flinterdun geworden - en verwaait ze bij de minste wind.

 

 

De evolutie van het heelal - De geest is een systeem van verbindingen dat zich in de omringende wereld wil voortzetten. Zoals de geest ooit om onze individuele levenskern heen als een web van stroomverbindingen gegroeid is groeit hij vandaag als een web dat de aardbol omspant en al reikt naar de sterren en de diepten van het heelal. Eens zal de geest het hele heelal omspannen met verbindingen.

Zeggen wat je doet en doen wat je zegt - Het bewustzijn holt altijd achter de feiten aan. Ook als het gaat om wat we doen. We handelen eerst en daarna pas weten we wat we doen. Het formuleren van wat we weten is nog weer een stap verder en volgt dus nog weer later. En nog weer later beseffen we wat we daar eigenlijk zeggen. Zo is ook iedere uitspraak over wat we denken te gaan doen niet meer dan dat: een uitspraak over wat we denken te gaan doen. En eigenlijk nog minder dan dat. Want pas achteraf beseffen we wat we daar zeggen. 'Doen wat je zegt' kan dan niet meer betekenen dan denken te doen wat je denkt gezegd te hebben. En eigenlijk nog minder dan dat.

Per slot van rekening - Het kapitalisme schept het tegendeel van wat het zegt te scheppen: onwaarde in plaats van waarde. Het schrijft veel meer af dan dat het bijschrijft.

Naar gods beeld en gelijkenis geschapen - Het ontzag, de fascinatie en de vrees die ooit de natuur en de godheid golden gelden nu de mensheid. Ook waar god of de natuur nog aanbeden lijken te worden blijkt bij nadere beschouwing vooral vrees en ontzag voor de mensheid aan het werk. Is het eigenlijk ooit anders geweest? Uiteindelijk zal natuur en godheid enkel nog de achtergrond zijn waartegen de mensheid nog intenser zal fonkelen. Beter gezegd: de mensheid is de nieuwe godheid waaraan de mens zich vol overgave wil onderwerpen. Deze godheid is een godheid van (naasten)liefde en medemenselijkheid. Zeker. En het is best een ontzaglijke en machtige god. Maar is het ook een echte god? Dat wil zeggen: een goede God.

Aldus sprak de anti-christ - Waar de afzonderlijke mens meestal een wonder van onschuld en goedheid blijkt blijken groepen mensen al gauw bronnen van verderf en misdaad. De mens is in groepsverband pas slecht. En zie: de mensheid wordt steeds meer een steeds grotere groep van groepen - en het kwaad groeit navenant. Zo is dus de medemenselijkheid en de naastenliefde des duivels. En is de mens alleen, slechts levend voor zichzelf en met zichzelf, een goddelijk wezen - in een paradijs.

Onder ratten - 'Het schip zinkt en er is geen land in zicht. Hoe kunnen we het schip dan nog verlaten?' 'Zie toe hoe het schip uiteenvalt en waar het uiteenvalt. Vind het grootste brokstuk dat blijft drijven en beschutting biedt en eten en drinken.' 'Kunnen we nog meer doen?' 'Bidden voor juiste wind en stroming.'

Rockin' in a free world - Vrijheid is het hebben van tijd en ruimte.

Waarom we geloven - Het is ronduit ongelooflijk dat uit de oerknal der atomen ooit de kabouter heeft kunnen ontstaan. Want vergeleken met de eenvoud van het atoom is de kabouter een ongelooflijk ingewikkeld geheel van atomische interakties.

De wereld als voorstelling en wil - In de wereld van de voorstelling heeft het geen zin je zorgen te maken. De voorstelling verloopt volgens plan. Noodzakelijkerwijs. Het is dus beter de voorstelling te genieten. En er valt veel te genieten. Daarmee lijkt de wereld van de wil en het verlangen in schril kontrast. Met de wil en het verlangen is het lijden en de zorg gegeven. Maar de wereld van de wil is al een voorgestelde wereld. De wereld van de wil geeft een beeld van wat we willen. Waarom dan niet genieten van ook die voorstelling?

Het woord tast in het duister - Het woord is slechts een beeld. Het schept geen waarheid maar herschept hoogstens wat waar was. Het struikelt achter de zinnen aan. Nooit blijft het echt bij. Laat staan dat het ooit echt voorop kan gaan.

Het nieuwe manifest, kommunistisch - De burger is een stadsmens. In de stad is er minder groen, en de mensen zitten er boven op elkaar. Dat geeft angst en onrust. En weinig echte godsdienst. De wellust staat voortdurend op uitbreken. Evenals de onlust. Vanuit deze haarden breidt de brand van de godvergeten burgerlijkheid zich uit over de rest van het land. Op het platteland, in de bossen, langs plassen en rivieren stuit de burgerlijkheid tenslotte op haar erfvijand. De klassestrijd laait op. Dat wil zeggen: de strijd tussen wat klasse heeft en wat niet.

De hoeksteen van onze samenleving - Al sinds we naar de dingen kijken komen ze in beeld. De dingen verschijnen. De dingen zelf? Of de schijn van de dingen? Kijk, dan heb je eens een echt probleem. Genoeg om een kultuur mee op te bouwen. En weer mee af te breken.

De zin van het beeld - De schoonheid die zich openbaart in de vele voorstellingen van de wereld vloekt schreeuwend met de strijd om het bestaan. De wereld is nooit zoals we haar willen dus hoe kan ze dan zo mooi verschijnen? Zelfs de beelden van lijden en verwoesting fascineren nog. Maar hoe kan vernietiging nou mooi zijn? De modernen lossen dit op door te wijzen op de schijn van de voorstelling. Het voorgestelde verschijnt slechts, is enkel schijn. Het is niet werkelijk, hoeft ons niet echt te raken - en raakt ons ook niet echt. Tijd om te genieten van de voorstelling. Ook de schoonheid van de kunst berust op de belangeloosheid van het beeld. Het kan allemaal geen kwaad. Zo openbaart zich een kerngedachte van het modernisme: het beeld is een schijn, een vorm, die de mens alle ruimte en tijd geeft om zichzelf te zijn. Maar dat is tegelijk een vervreemding van de mens van zijn wereld. Niet langer geloven we wat we zien. Dat maakt ons rijp voor praatjes. Een willig oor. Niet voor wat we horen maar voor wat ons verteld wordt. Bereid. Niet tot wat we met eigen ogen zien als het goede. Maar tot wat men ons voorschrijft.

Homo fabel (normen en waarden) - De moderne mens kan niet anders dan werken. Maar is al dat werken wel goed. Eigenlijk. De moderne mens heeft hard gewerkt. En dingen tot stand gebracht. Zouden ze in de ogen van onze voorouders genade gevonden hebben? In die van onze kinderen? Er is reden tot twijfel. De twijfel brengt de moderne mens het postmodernisme. Een hoopvolle ontwikkeling. Twijfel is de postmoderne norm en waarde bij uitstek. Ik twijfel dus ik ben.

Ken uzelf - Het marktkapitalisme dringt aan op de zelfstandigheid van het individu. De moderne mens moet, als het aan de markt ligt, zichzelf zijn. Want de mens die geheel zichzelf is zal die eigenheid willen uitdrukken en bevestigen door zijn of haar anders-zijn te onderstrepen. De moderne mens is uniek. De meest voor de hand liggende zelfexpressie is, als het aan de markt ligt, die middels goederen en uiterlijkheden. En zo besteed de moderne mens een belangrijk deel van zijn tijd en energie aan het uiterlijk. Van lijf, kleding, woning, vervoermiddel en meer. Vallen deze weg dan vervalt veel van het eigene en is ook de moderne mens allereerst weer mens: een van de velen. En pas zo toch eigenlijk helemaal zichzelf.

Sag' mir wo die Blumen sind - Voor wie zich stoort aan de wijze waarop de moderne tijd vandaag de dag haar natuurschoon bejegend zou het kunnen lijken alsof de romantische verbondenheid met het groen wel goed over is. Ook zo lijken we al postmodern geworden. Maar er is meer. Want zie: een stukje groen aan het huis lijkt een gekoesterde en gewenste verrijking van het leven. En wie des zondags, na de mis, aan de kroeg voorbijgaat om eens een tuincentrum te bezoeken kan niet anders dan onder de indruk zijn van hoe het gemankeerde natuurverlangen een sublieme uitweg vindt. De moderne mens zoekt de gecultiveerde natuur met een ijver die die van het dagelijkse werk verre overstijgt. Het groen is groener in de kathedralen van de plantensupermarkt. De bloem fleuriger. En het hofje thuis waarlijk een bedevaartsoord. Kosten noch moeite teveel om de lof der natuur te zingen. De gecultiveerde natuur dan. Want zo zijn we toch weer al-te-modern: als de mens zelf er met zijn groene vingers niet heeft aangezeten geldt de natuur ons toch vooral als onkruid.

(Res)sentimenteel - Men kan de moderne burgerlijke samenleving genoeg verachten om te hopen dat ze haar ideologie ontrouw zal blijven. Haar nederlaag zou volkomen zijn. Maar zo'n volkomen nederlaag moet je niet willen. Ze kent alleen verliezers. Beter is een evolutie. Evolutionair wacht ons dus, als het meezit, de wereld van vrijheid, gelijkheid en broederschap. 'Survival of the fittest': de aangepaste overleeft. Een goed begin!

 

 

 

NASPEL OP HET WATER

 

 

op de wind

op de wind
de doffe brom
van het werelds mobiel
water
onder het bed
zoeken
naar de ankers
storm op komst
wat is dan
een veilige haven
anders gevraagd
over-, ont-, en uithoudingsvermogen, en onder-
oei
het begint te regenen
ontrol de zeilen
sluit de tent
volg de wind
en tracht niet aan de grond
te lopen
of erger nog
op de keien
of
op drift
(lijkt meestal erger
dan het is)

 

 

 

 

ruisrijkrijm

geruisloos
klinkt
de wereld zelf
hoor maar
hoe -
helaas
we hebben het mis
helaas
staat noch stad noch stede
geeft geborgenheid
ongeborgen
op weg
maar weer daar
wacht ons weer
de werkelijke wereld weer
tijdruimtelijk
bereikbare
rijdom zelfs
overdaad zelfs
voor wie het weten
wil
zelfs voor wie weten
ach
wat waarachtigheid
vermag
zie dan toch
zoveel zachte
zoetheid
zoveel zuur- en
bitterloos
gewin

 

 

arnobeijk.nl - vrije kunst | a.a.beijk © 2012 | kontakt