Honderd Cols Tocht

(door Luc van Dingenen, 2006)

Voor het verslag van het eerste deel in 2005, klik hier.

Inleiding

Na mijn positieve ervaringen in 2005, toen ik het deel tussen Cluny km496 tot Céréste km2627 reed, zou ik dit jaar de tocht afmaken. In mei van Saverne tot Cluny.Vandaar doorsteken tot Censeau km 3593 voor het laatste stuk terug tot Saverne.Tijdens onze vakantie in juli in de buurt van Bourg D'Oisans deed ik in 2 dagen het deel van Céréste tot de Lautaret.Aan het einde van onze vakantie bleef ik dan op de Lautaret achter om van daaruit het laatste deel tot Censeau aan te vatten.Daar aangekomen ben ik toch maar verder gereden tot Saverne zodat ik al een deel van een eventuele tweede tocht begonnen ben. Net als vorig jaar heb ik een dagboek bijgehouden en hier volgt mijn verslag.

Zaterdag 20 mei 2006

Voor dit deel van de tocht was ik niet alleen . Mijn vrouw fietst ook vrij veel en zij wou ook wel eens een stuk proberen. Met zijn 2 is de tocht toch plezanter en aangenamer. Het weer was echter een spelbreker, zeker de eerste dagen.Tot Cluny kregen we stevige, soms stormachtige wind op kop. s'Morgens vroeg gestempeld in het station van Saverne. Dadelijk volgen al enkele stevige beklimmingen. Op de col de Valsberg begon het al te regenen en dat zou zo blijven vandaag. Het leek wel herfst, overal bladeren en afgerukte takken op het wegdek. In Abreshviller begint de lange klim naar de col du Donon. Niet te steil en steeds langs de rivier stroomopwaarts. In het bos naar de col de Praye moeten we regelmatig stoppen omdat er takken op de weg liggen. Het is echt hondenweer vandaag. Er volgt een lange afdaling tot Moyenmoutier. Na Evital volgen 3 cotes, steeds over kleinere wegen. Het weggetje na de Mon Repos is in slechte staat en mijn vrouw heeft een lekke band. Daarna zijn de wegen vlakker maar door de harde tegenwind moeten we zelfs tijdens lichte afdalingen stevig blijven doortrappen. In Arches overnachten we in een hotel vlakbij de weg naar Hadol. Ondanks het slechte weer hebben we toch 156 km gereden .

Zondag 21 mei 2006

Om 6.30h zijn we vertrokken en de harde rukwinden waren nog steeds van de partij. Het weer is toch wel de belangrijkste factor . Als het meerdere dagen slecht is werkt dit op de moraal en is het even doorbijten en uitkijken naar beter. Zo vroeg is het zeer rustig en we zien nauwelijks auto's en mensen voor Bains-les-Bains. In Fontenoy krijgen we in de dorpskern een kilometer kasseitjes voor de wielen. Op papier is dit een vlakke rit maar met deze wind voelt de minste stijging als een echte helling. In het stationnetje van Jussey is een persoon aanwezig. Hij geeft ons een dagstempel en vertelt ons dat er geen treinen stoppen op zondag. Vandaag passeren we op 2 of 3 stadjes na, allemaal piepkleine dorpjes met daartussen hectaren akkers en velden. Aan het einde van de dag krijgen we nog een lange klim(10 km). Gelukkig door een bos zodat we toch wat beschut zijn tegen de wind. In het dorp ben je nog niet op de top en kom je terug in de velden. Slechts de laatste 2 km tot St-Seine-Abbaye zijn dalend. We nemen een Logis De France. s'Avonds lekker gegeten. Het hotel is echter niet goedkoop.

Maandag 22 mei 2006

We krijgen al direkt een klimmetje van 0.3 index. Richting Baulme krijgen we een lange afdaling tot Pont-de-Pany. Het landschap verandert hier kompleet. De uitgestrekte akkers en graanvelden zijn plots verdwenen en we komen in een meer bosrijke omgeving met enkele rotsen. Bij de aanvang van de Gergeuil krijgen we een stukje landschap dat sterk doet denken aan de Cevennen. De klim is vrij zwaar en het blijft golven tot Bruant. Daarna duiken we de 'Bourgogne'binnen en komen tussen de wijngaarden. Tot Beaune blijven we dalen en hier volgt een drukkere weg. Net voorbij Farges moeten we voorbij slagbomen over een zeer slechte bosweg. Opgelet voor de vele putten. In Givry gestempeld bij de bakker. Na de middag begint het weer hard te regenen zodat de 3 cols richting Cluny zwaar doorwegen. We overnachten in hetzelfde hotel d'Heloise als vorig jaar. Er staan nu 495 km op de teller.

Dinsdag 23 mei 2006

Van hier moeten we doorsteken tot Censeau km 3593. Een stuk kunnen we de bus nemen zodat we in Censeau toch nog een stuk van de route kunnen fietsen vandaag. Tot Levier rijden we weer langs rustige wegen waar toch regelmatig een auto komt voorbij geraasd. Omdat het hier zo rustig is wordt er door sommigen zeer hard gereden. Richting Septfontaines vallen we de ATAC aan. Hier is alles te verkrijgen aan matige prijzen. Deze streek doet me denken aan de Ardennen bij ons. De cote D'Evillers is een makkie,zeker nu we de wind in het voordeel hebben. In Longeville moeten we omrijden langs Vuillafans. Een prachtige afdaling en een mooi stuk langs de rivier tot Lods. Dit is een zeer mooi dorpje en we overnachten in het hotel bij de brug.

Woensdag 24 mei 2006

We waren weer vroeg uit de veren en om 6.30 beginnen we aan de col D'Athose. Op papier is deze zwaarder dan bv. de Donon maar aan het begin van de dag valt het toch mee. Voorbij Epenoy krijgen we een zeer smal bosweggetje richting Adam-les-Vercelles. Steeds golvend tot Pierrefontaine over toch wat drukkere wegen. Na Laviron volgt een afdaling tot Sancey waar we de wekelijkse markt passeren. Nog wat op en af tot de col Ferrierre en dan dalen we verder tot L'Isle. Na Gémonval dalen we over een smalle weg (max.3,5ton)in slechte staat. Best opletten hier en snelheid minderen. De cote de Corcelles is kort en steil en goed opletten dat men op tijd links afdraait. Door steeds richting Lure te volgen moet men wel uitkijken dat men de autosnelweg niet opdraait. Het weer is nu een bondgenoot geworden. De juiste temperatuur en wind in de rug. Zo schieten we goed op en na een bord spaghetti in Giromagny beginnen we aan de Ballon D'Alsace. Boven is het behoorlijk druk. Tijdens mijn tweede tocht heb ik boven op de top in hotel Sommet overnacht en dit is toch wel een aanrader. Voor 50 euro half pension( 2 personen 70 euro). Lekker avondeten (soep, groentebuffet en frit biefstuk en ijs) en uitgebreid ontbijt buffet waar ik om 6 uur al terecht kon. Nu reden we door tot Bussang waar we overnachten in de Logis de France.

Donderdag 25 mei

Voor deze namiddag is er slecht weer voorspeld dus willen we zo vroeg mogelijk over de Grand Ballon zijn. Om 6 uur beklimmen we langs een grote,drukke baan de col du Bussang. Tijdens de afdaling moeten we in Urbés rechtsaf en rijden we tot Willer langs een gemarkeerde fietsroute. Hier begint de beklimming van de Grand Ballon. Voor mijn vrouw is het de eerste keer dat ze een col van dit kaliber beklimt. Eens boven de boomgrens is er verschrikkelijk veel tegenwind en wordt het even moeilijk. We rijden hier amper 6 à 7 km/h maar een kwartierje later zijn we boven. Op de top is er zo vroeg toch al veel beweging. Op Hemelvaartdag is er jaarlijks een loopwedstrijd. Ze vertrekken ook in Willer en lopen recht naar de top. Ik begin er niet aan maar dat zullen zij van 100 cols-rijders ook wel denken. Even dalen en daarna wat golvend tot de col du Platzerwasel. Hier volgt een ferme afdaling tot in Munster. Even zoeken naar de rue des Bouleaux. Langs een smal, steil weggetje klimmen we tot bij het sanatorium. Wat later komen we terug op de grote weg tot de collet du Linge. Dan volgt de Wetstein waar we even halt houden bij het militaire kerkhof. Een prachtige streek om te fietsen is het hier. Langs het Lac Blanc zijn we wat later op de col du Calvaire. We steken de drukke baan over bij de Bonhomme en krijgen dan nog een flinke kuitenbijter met de col du Pré des Raves. Die valt effe tegen maar wat later volgt de beloning met een mooie afdaling naar St-Marie-aux-Mines. We slapen in hotel du Tunnel vlakbij de ingang van een tunnel die momenteel gesloten is.

Vrijdag 26 mei

De regen valt met bakken uit de hemel maar toch beginnen we aan onze eerste col van de dag. De col de Ste-Marie is niet zo lang maar wel steil. Doorweekt komen we boven. De afdaling is dan ook verschrikkelijk koud. We rijden achterdoor naar Provenchères waar we stempelen. Het wordt droger. Op de col d'Urbeis moet je linksaf nog een heel eind verder klimmen. Honderden hectaren naaldbossen en zeer rustige wegen. De col de la Charbonnière is voor dit deel het laatste grote obstakel. We stijgen hier een laatste keer tot 1100 m .Voorbij Le Hohwald linksaf . Vanaf hier moeten nog heel wat kilometers geklommen worden. In Mont -st-Odile is het zeer druk ondanks het mindere weer. Er staat een klooster boven op de top. Op de parking staat een grote tent voor de bezoekers want er zijn verbouwingswerken aan de gang. Afdalen richting St-Nabor. We krijgen nog een zeer mooi stuk langs een route forestière richting Cosswiller. We rijden hier door een indrukwekkend woud. Je hebt hier de tijd om de ganse tocht nog eens te overpeinzen. Het einde van dit deel komt in zicht. In Saverne nemen we onze laatste stempel bij het station.

Vrijdag 7 juli

Tijdens deze 2-daagse reed ik 450 km. Als je de tocht in één keer doet is deze m.i. onmogelijk maar met een minimum aan bagage en voldoende rust voor en na is het me toch gelukt. In Céreste km2627, waar ik vorig jaar gestopt was, begon ik aan dit prachtige deel. Ik ben topfit en goed uitgerust en daarom wil ik vandaag tot aan de voet van de Bonette geraken. Goed opgewarmd bereik ik Manosque. Het is een drukke stad en ik ben blij dat het eens over de Durance toch terug wat rustiger wordt. Ik rijd hier langs vele lavendelvelden en ze ruiken geweldig. Het weer is ook perfect en ik ben zo in Moustiers-Ste-Marie. Hier beginnen de wereldbekende Gorges de Verdon. Men heeft een zeer mooi zicht op het meer. Bij Point Sublime is de parking overvol. Vooral Belgische en Hollandse nummerplaten. Bij de Pont-de-soleils wordt er veel aan watersport gedaan. Het blijft genieten in deze prachtige streek. In Jabron kan ik geen stempel vinden. Ook de dame van het kleine antiekwinkeltje in Brenon kan me niet helpen. In Chateauvieux kan ik in bar-restaurant' La Gruppi'wel een stempel bemachtigen. Het lijkt of de schapen hier uit de gevel stappen. Ik moet even over een drukke weg een sla daarna rechtsaf richting St-Auban. Wat later linksaf voor de gevreesde col Du Buis. Een smalle weg en bij momenten vreselijk steil. Bovendien hoor ik donder en wat later een stevig een onweer. In La Serre komt het vervolg. De aanvang van de Félines is zo steil dat ik even van de fiets moet. De afdaling eindigt over een Romeinse(?) brug met bogen in Entrevaux. Aan de Pont de Cians linksaf voor mijn laatste ware opdracht van de dag. Het rode gesteente in deze kloof is uniek. In Beuil volgt nog een zwaar stuk tot de col de la Couillole. Volledig uitgeput bereik ik de top. Er volgt nog een zeer lange afdaling over soms smalle stukken (langs ravijnen) tot St-Sauveur. Wat later komt mijn vrouw met de wagen en zij zal morgen het traject mee volgen zodat ik geen bagage moet dragen. We overnachten in het centrum en krijgen een goede maaltijd voor een matige prijs. In het centrum zijn er vele, smalle steegjes, mooi gekasseid. Het is een mooi stadje, alleen spijtig dat de rivier bijna droog staat.

Zaterdag 8 juli

Vandaag staat de koninginne-etappe op het programma. Mijn gedachte is bij de duizenden die vandaag de 'Marmotte'gaan rijden. Maar met de Bonette, de Vars, Izoard en Lautaret is mijn dag nog zwaarder. De weg richting Isola gaat langzaam omhoog. De Proxi is nog niet open maar de knappe uitbaatster is toch zo vriendelijk om me een stempel te geven. We blijven klimmen langs de Tinée en ik neem enkele haarspeldbochten tot de col de St-Maur. Dan volgt een korte afdaling en in St Etienne moet ik even omrijden wegens werkzaamheden. Vanaf hier wordt de weg steiler. Even voorbij Pont Haut, waar de kloof op zijn smalst is, zie ik aan de overkant van de rivier een wolf. Ik stop even en als hij mij ziet verdwijnt hij. Ik ben hier in het Nationaal park van Mercantour. Hier leven wolven maar de kans dat men ze ziet is toch wel erg klein. De weg wordt steeds steiler en vanaf Boussieyas kom ik in de weiden. Ik passeer nog een rij vervallen huizen en begin aan het laatste steile stuk. Van hieruit kan men het afgelegde stuk overschouwen. Een zeer mooi zicht. Op de col ga ik even linksaf en doe het korte lusje tot de top. Mijn vrouw is al boven en ze neemt een foto bij het monument (2802 meter). De afdaling tot Jausiers is zeer de moeite, zeker bij goed weer. In de Ubbaye waait een stevige rugwind en dat scheelt een pak. Ik word eigenlijk naar St-Paul geblazen. Vanaf hier wordt het steiler, doch zonder rugzak kost het me weinig moeite.Aan de overkant is een groot skigebied. Er staan dan ook vele hotels. Wat verder krijg je een prachtig zicht op de Glacier Blanc met de Barre des Ecrins. In Guillestre rechtsaf en de rugwind in deze vallei neemt nog toe. Ik klaag niet en 'vlieg' stroomopwaarts. Wanneer ik links richting Arvieux ga wordt het weer steiler. In Arvieux nog eens gestempeld en goed gegeten. De laatste km langs de Casse Déserte zijn loodzwaar en ik ben blij wanneer ik de top bereik. Boven begint het wat te druppelen dus begin ik maar te dalen, tot Briancon. Vlug het station binnen voor een dagstempel. Daarna volgt nog een minder aangenaam stuk (drukke grote weg) tot de Lautaret. Hier begin ik volgende donderdag aan het laatste deel. Als ik rond 17.00 op de Lautaret aankom, komen nog steeds deelnemers van de 'Marmotte' naar beneden. Zij zijn op de Glandon 1,5h opgehouden wegens een zwaar ongeval. Ik word er toch weer even stil van als ik deze verhalen hoor.

Donderdag 13 juli

Mijn vader zet me s'morgens vroeg af op de Lautaret. Als je hier vertrekt is de Galibier een makkie. Het is heerlijk fietsen. Zo vroeg ben ik hier gans alleen en ik kom pas wagens tegen voorbij Plan Lachat. In Valloire neem ik een stevig ontbijt bij de bakker. Vanaf deze kant is de Télégraphe ook veel makkelijker. De afdaling is ongeveer 12 km. tot St-Michel-de-Maurienne. Dan volgt een lang stuk over een drukke weg. Deze weg loopt parallel met de autosnelweg en men heeft tijd genoeg om de enorme betonnen constructies te bekijken. In Lanslebourg stempel ik bij het postkantoor en koop nog wat te eten. Vanaf hier is het meer dan 30 km bergop tot de top van de Iséran. In Bonneval maak je een grote draai en begint het steilere werk. De laatste stukken passeer je hoge sneeuwmuren en het is hier ook koud. Tijdens het dalen kom je door Val'D'Isère en hier staat de éne torenkraan naast de andere. Het is één grote bouwwerf en het aankijken niet waard. Naast het meer wordt er veel aan de weg gewerkt en ik ben blij als ik de stinkende tunnels voorbij ben. Daarna wordt het terug plezanter en je kunt je eigenlijk laten bollen tegen 50 per uur tot in Bourg St-Maurice. Hier stap ik de Super U binnen en koop enkele gebraden kippenbillen. Wat later begin ik aan de Cormet De Roselend. Er volgen talloze haarspeldbochten in het bos en een stevig stijgingspercentage. Eens boven de boomgrens wil ik even iets gaan drinken bij de auberge maar deze ligt een heel stuk van de route en daarom besluit ik om door te rijden. De laatste km.zijn zwaar en ik zit door mijn beste krachten heen. Tijdens de afdaling passeer je nog een prachtig meer. Wat later ben ik in Beaufort en de uitbater van het hotel is een vriendelijke Hollander. Iets meer dan 200km vandaag. Morgen wil ik het wat rustiger doen en hoop tot aan de voet van de Colombier te geraken.

Vrijdag 14 juli

Het is prachtig weer vandaag. Na 3 km sla ik rechtsaf en begin aan de col De Saisies. Op papier de zwaarste beklimming van de dag. Halverwege volgt een korte afdaling en nadien wordt het steiler. Het landschap en de huizen doen me sterk denken aan Oostenrijk. Op de top neem ik enkele foto's o.a.van een plaatselijke witte kapel. In de verte heb je zicht op het Mont Blanc Massif. Na de afdaling begin je in Flumet aan de col des Aravis. Een prachtige col. Niet te zwaar en in een prachtig decor. Voorbij La Giettaz kom je in de Alpenweiden. Op de top heerst een gezellige drukte en ik maak een babbeltje met een fietser. Ze is ook alleen en rijdt vandaag omgekeerd tot Beaufort. Ze woont in Annecy en waarschuwt me al voor de col du Clergeon later op de dag. Na 4 km dalen naar links voor een korte, nijdige klim van de col de la Croix Fry. Intussen is het zeer heet geworden. Gelukkig volgt nu een lange afdaling. Je hebt ogen te kort om rond te kijken en te genieten van de omgeving. De col De Bluffy is wat vals plat en daarna duik je naar het meer van Annecy. Al de Fransen hebben vrijaf vandaag en het is dan ook enorm druk bij het meer. Ik moet hier toch wat zoeken voor ik de weg naar Seynod vind. De weg golft op en neer en de laatste 5 km tot Rumilly zijn dalend. Ik sla rechtsaf richting Moye en Clergeon. Wat volgt is een stevig voorspel voor morgen met de Colombier. De hitte en de afstand beginnen hun tol te eisen. Het asfalt plakt aan mijn bandjes. Tijdens de beklimming van de Clergeon moet ik 2 keer afstappen en een kwartiertje rusten. Ik probeer steeds in de schaduw te rijden maar dat lukt niet overal. De afdaling is ook te steil en te bochtig om plezant te zijn. In Culoz is geen enkel hotel open. Ik informeer bij de bakker en zij reserveert een kamer voor mij in een logis de France een vijftal km richting Belley. Vandaag ongeveer 140 km op de teller.

Zaterdag 15 juli

In Culoz begin ik vol goede moed aan de Grand Colombier. De eerste 6 km is zeer steil met stroken tot 14 procent. Na enkele bochten heb je een prachtig zicht op de Rhone en een zeer groot meer. Daarna kan je een kilometer recupereren en dan moet je linksaf. Hier volgen weer enkele zeer steile stukken. Ik kom stilaan boven de boomgrens en in de mist. Ik zie de Auberge amper staan en boven op de top is het zicht nihil. De afdaling is toch wat minder steil en de mist verdwijnt weer. We zijn hier in niemandsland en ik vind pas een winkel in Hotonnes. De col de Bérentin gaat in verschillende trappen. Het eerste deel na de top is in slechte staat maar daarna wordt het wegdek gelukkig beter. Bij de grote weg in de vallei gaan we links en direct rechts en beginnen we geleidelijk te klimmen tot Echallon. Daarna wat op en neer en vanaf Belleydoux terug steiler tot de top. Boven staat alleen een kruis en wat verder een bordje met La Serra. De afdaling is ideaal. Nauwelijks bochten en niet steil. Je kunt je hier lekker laten bollen. Het is weer snikheet vandaag. In het station van St-Claude neem ik een dagstempel. Hier begint de cote de Valfin. Het wordt donkerder in de verte en wat later barst een hevig onweer los. Ik kan net op tijd gaan schuilen. Zo kan ik weer wat rusten en wat eten. Na een uurtje kan ik weer verder en de zon is al terug. Voorbij de Bellefontaine begin ik te zoeken naar een hotel maar alles zit vol met dit verlengde weekend. Ook in Mouthe, (deze stad wordt door de Fransen het Siberië van Frankrijk genoemd, omdat het er in de winter veel kouder is dan elders) is geen enkele kamer vrij. Uiteindelijk rij ik door tot Censeau en hier is mijn eerste 100 cols voltooid. Hier zitten de 2 hotels ook vol en gelukkig kan ik overnachten bij een Vlaams koppel die een chaletje gehuurd hebben. Moesten ze dit verslag ooit lezen wil ik ze langs deze weg nog eens bedanken voor hun gastvrijheid. Ik besluit om de volgende dagen toch verder te rijden tot Saverne zodat ik aan mijn tweede 100 cols tocht begonnen ben. In de buurt van Saverne heeft mijn werkgever een tweede bedrijf en ik kan met zijn wagen meerijden naar huis.

Slot:

Direct na je thuiskomst zeg je dat je de tweede tocht nooit zult afmaken. Ik kan ook goed begrijpen dat de meeste het bij één poging houden. Enkele weken later denk ik er al iets anders over. Maar helemaal alleen ga ik er niet meer aan beginnen. De tocht is verschrikkelijk zwaar. Voor zij die hem aan één stuk rijden (en sommige met zware bepakking) heb ik veel bewondering .Toch worden de zware inspanningen beloond. De ontelbare mooie stadjes, prachtige uitzichten, lange beklimmingen en de voldoening wanneer je weer een col overwonnen hebt. Wanneer je om 6 uur in de morgen aan een col begint kan je soms wel 2 uur genieten voor je iemand tegen komt. Je passeert zoveel verschillende streken met elk zijn eigen kenmerken. De natuur is meestal indrukwekkend. De Gorges de Cians had ik nog nooit gezien en het rode gesteente is uniek in Frankrijk, denk ik.Ontelbare dieren zoals roofvogels, herten, vossen, salamanders en hagedissen heb ik gezien. Ook het beeld van een wolf in het park de Mercantour zal me altijd bijblijven. De belangrijkste factor tijdens de tocht is en blijft het weer. Als je dagen regen hebt of steeds wind op kop, zakt de moed je wel eens in de schoenen. Je moet blijven hopen dat het keert en vroeg of laat gebeurt het ook wel. Ik heb ook de nodige dosis geluk gehad tijdens de tocht. Zo reed ik geen enkele keer lek. Ik vond steeds, op één keer na, een goed onderkomen voor de nachten. Ik had in de Alpen meestal een stevige rugwind in de vallei of in de aanloop naar een col (en dat scheelt een stuk). Weinig herstellingen aan de fiets moeten doen. Ik ben niet ziek geworden. Kleine ongemakjes waren er wel. Nergens heb ik een gevaarlijke situatie meegemaakt. Je moet toch wel wat geluk om de tocht tot een goed einde te brengen. Kandidaten die in de toekomst de tocht gaan maken wens ik alvast veel succes toe!!!!