NATUURHISTORISCHE GEBIEDSBESCHRIJVING. 180902

                                                

Hoofdstuk    1: Inleiding

                   2: De Zouweboezem

                   3: Polder Achthoven

                   4: Polder Kersbergsche en Achthovensche uiterwaarden

                   5: De 23 Boezem-, Wip- en Korenmolens van de Zouweboezem en omgeving

Het onderzoeksgebied ligt op de grens van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, globaal genomen in de driehoek Meerkerk – Ameide Lexmond, gemeente  Zederik, Provincie Zuid – Holland (zie overzichtskaart).

Het onderzoeksgebied kunnen we als volgt opdelen:

1: De Zouweboezem, gelegen tussen Meerkerk en Ameide.

2: Polder Lakerveld.

3: Polder Achthoven, gelegen tussen de Lekdijk en de Molenkade.

4: Polder Kersbergsche- en Achthovensche Uiterwaarden, gelegen tussen Ameide en  Lexmond.

 

Tevens liggen er nog 3 Eendenkooien in het onderzoeksgebied:

 

1: Eendenkooi De Zouwe, doorbraakkolk ontstaan in 1377, langs de Zouwendijk

2: Eendenkooi De Kuilen (Groote kooi) , doorbraakkolk ontstaan in 1740 en 1744, langs de Lekdijk.

3: Eendenkooi Polder Achthoven (Kleine kooi), een gegraven plas.

Noot: Er lag nog een derde eendenkooi op de Polder Achthoven.

De eerste en de laatste zijn officieel geregistreerde eendenkooien die nog steeds in werking zijn. Alle kooibossen bestaan uit Wilgengriend en gemengd loofhout.

DE ZOUWEBOEZEM en ‘De BOEZEM’.

Boezem en boezemlanden die bestaan uit open water (Oude- en Nieuwe Zederik), Wilgengrienden, Elzenbroekbos, Riet-, Pluimzegge-, Mattenbies- en Grote lisdoddenvelden.

 De Zouweboezem (Oude Zederik) is in de periode 1370 - 1373 gegraven als opvang van het overtollige water uit de polders in de Vijfheerenlanden. De afwatering verliep eerst met behulp van molens buitendijks naar de rivier de Lek, dat bleek niet voldoende, nadat de Nieuwe Zederik was gegraven in de periode 1762 – 1777, kwamen er 8 molens binnendijks bij, de dertien molens die daarvoor dienst deden, zijn in 1828 afgebroken omdat het stoomgemaal bij de Arkelse Dam hun werk overnam (zie hoofdstuk 5).

 In het gebied wordt de griend- en rietteeltcultuur tegenwoordig op beperkte schaal uitgevoerd. Op deze wijze worden zowel de huidige natuur- als cultuurhistorische waarden in stand gehouden.

 Verdwenen natuur- en cultuurwaarden zijn de broedpopulatie van de Zwarte Stern op de met Krabbescheer dichtgegroeide sloten, de orchideeënrijke Zeggenhooilanden, de Otter-, Woudaap- en Grote Karekietenpopulatie. Dus er is nog een wereld te winnen.

 Wat rest ons nog? Een alom aanwezige Rijksweg A27, die de vogelzang doet verstommen.

 In de Zouweboezem komen in de zomermaanden de volgende bijzondere soorten broedvogels voor: Purperreiger, Bruine Kiekendief, Grauwe-, Kol-, Nijl- en Canadese Gans, Zwarte Stern, Waterral, Blauwborst, Rietzanger, Snor en Roerdomp.

Misschien nog incidenteel Dodaars, Zomertaling, Porseleinhoen, Watersnip en Baardman!

 In de wintermaanden verblijven er de Blauwe Kiekendief en Waterpieper.

 Opvallende soorten die bijna het hele jaar aanwezig zijn en waren en de Zouweboezem als slaapplaats gebruiken zijn de Spreeuwen waarvan het aantal kan oplopen tot honderdduizend exemplaren.. De overnachtende Kauwen- en Zwarte Kraaien populatie, bestaande uit zo’n 500 vogels, maar zijn al circa 10-15 jaar niet meer komen slapen.

 Bij de planten zijn het de volgende bijzondere meestal geel gekleurde soorten, de Oude- en Nieuwe Zederik bedekkende Witte waterlelie’s, Gele plomp, op een enkele plaats de Watergentiaan en in de volksmond geheten gandelsloten het Groot blaasjeskruid, en in het rietland: Gewone dotterbloem, Gele lis, Grote boterbloem, Groot springzaad en Moeraskruiskruid. Maar de mooiste planten zijn de wit gekleurde Waterviolier, Waterdrieblad en Waterscheerling.

 

De Zouweboezem is vanwege het grote aantal broedende Purperreigers (95 paar in 2001 en 113 paar in 2002) het kleinste “Belangrijke Vogelgebied”van Nederland. Zie voor achtergrondinformatie over deze “Belangrijke Vogelgebieden” de website van Vogelbescherming Nederland. Tevens kan ik u aanbevelen op diezelfde website de “Rode- en Blauwe Lijst” te bekijken. Hier tref je een  uitgebreide beschrijving met foto’s van bedreigde vogelsoorten, 45 soorten worden in deze omgeving waargenomen; 20 broedvogels; 17 doortrekkers en 8 wintergasten.

 

De Zouweboezem is goed te overzien vanaf de Zederik (Zouwen) kade en de Zouwendijk. Ook is er een Vogelkijkscherm geplaatst, welke te bereiken is vanaf de Zederik (Zouwen) kade, via een 240 meter lang vlonderpad dwars door het bloemrijke rietland met een brug over de Nieuwe Zederik. Door het vogelkijkscherm heb je een goed zicht op een afgegraven graslandpolder ‘De Boezem’, een in 1994 uitgevoerd natuurontwikkelingsproject. In het rietland langs het op 1 april 2000 opengestelde vlonderpad, en in het Mattenbies Grote lisdoddenmoeras met open water van ‘De Boezem’, heb je goed zicht op de vele vogelsoorten die in de Zouweboezem, Eendenkooien en de rivier de Lek voorkomen. Zelfs het vlonderpad leent zich er voor om de Baardman, Waterral en de Porseleinhoen te observeren.

 

POLDER ACHTHOVEN.

De polder Achthoven is gelegen tussen de Lakerveldse Molenkade en de Achter- en Achthovensche Wetering. Dit kleinschalige landschap bestaat uit graslanden, Wilgengrienden, Populierenbossen en een houtkade (Lakerveldse Molenkade, tevens wandelpad) beplant met Zwarte els, Ratelpopulier en Schiet- en knotwilgen.

De landschappelijke belevingswaarde is hoog, de in het oog springende natuurwaarden zijn betreffende de fauna de Schotse Hooglanders, tientallen Reeën, Buizerd, Havik, Sperwer, Boom- en Torenvalk.

Aangaande de flora zijn de percelen blauwgrasland interessant met opvallende planten als het Veenpluis, Waterdrieblad, Spaanse ruiter en Kleine valeriaan.

De graslanden zijn al sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw vlinderarm geworden om enkele verdwenen soorten te noemen: Zilveren maan, Grote parelmoervlinder, Bruin- en Oranje zandoogje, Koevinkje, Hooibeestje, Icarusblauwtje en Argusvlinder.

Tevens verdwenen zijn toen de volgende broedvogels: Kwartelkoning, Kwartel, Paapje en Gele kwikstaart. Recentelijk verdwenen zijn de Graspieper, Veldleeuwerik, Watersnip, Zomertaling, Slobeend. Nu is het wachten op het verdwijnen van die enkele Tureluur, Scholekster en die paar Kieviten en Grutto’s?

Of geeft de onlangs ingezette natuurontwikkeling nog hoop! Het in de winter afgeplagde stukje grasland geeft perspectief. In het eerste groeiseizoen (2001) werd het Melk – veenviooltje (in 2002 tientallen exemplaren) gevonden. Terug van tientallen jaren weggeweest.

De Lakerveldse Molenkade heeft naast landschappelijke waarden ook natuurwaarden, door het voorkomen van een schrale bodem, dood en levend hout, komen er tientallen soorten paddestoelen voor, om er enkele te noemen: Broze russula, Grijze slanke amaniet, Gestreept- en Geel nestzwammetje, Kogelwerpertje, Pekzwam, Populiermelkzwam, Witte kluifzwam, Gewone hertezwam, Echt judasoor, Elzeweerschijnzwam, Gewoon elfenbankje, Houtknotszwam en Platte tonderzwam.

 

POLDER KERSBERGSCHE EN ACHTHOVENSCHE UITERWAARDEN.

De Uiterwaard is ingeklemd tussen de Lekdijk en de rivier de Lek. Het landschappelijk waardevolle uiterwaardenlandschap is bekend om zijn Meidoornhagen en de sinds 1948 aangetroffen Paardenhoefklaver.

De graslanden, droog en nat, zijn sterk verarmd door de bemesting of veranderd in zwaar bemestte Maďsakkers. Ook de rivierduinen en zomerdijk worden bemest en over begraasd waardoor de schrale begroeiing van Ruig viooltje en Baretaardster verdwenen zijn. Nog enkele percelen zijn de dans van bemesting ontsprongen en zijn voor de huidige maatstaven nog kruidenrijk, zelfs een bijzondere paddestoel: Zwartwordende wasplaat werd er onlangs nog aangetroffen. Maar ook het grasland tussen de Zomerdijk en de rivier mogen we schraal noemen, in 2002 werden er nog verscheidene paddestoelen gevonden.

Langs de Lekdijk treffen we in de uiterwaard rijen knotwilgen met Steen- en Bosuilen aan, grenzend aan de ruim 100 jaar geleden gegraven kleiputten/moerasjes, waar de Roerdomp in de wintermaanden graag vertoefd. Voor hoe lang nog ! De aankomende dijkverzwaring zal alles doen veranderen.

De huidige natuur- en landschapswaarden treffen we met name in het voor- en najaar aan, door de met bloesem en  bessen getooide Eenstijlige Meidoorns.

In de wintermaanden zijn het bij vriezend weer de tientallen foeragerende Grauwe-, Kol-, Brand-, Nijl- en Canadese ganzen op de graslanden tussen de Meidoornhagen. De tientallen Ransuilen die de Meidoorns in de wintermaanden als rustgebied dagelijks bezochten zijn al 25 jaar niet meer waargenomen. Misschien treffen we er nog enkele?

De rivier de Lek is in het winterhalfjaar bij vorst rijk aan waterwild: Smienten, Wilde-, Krak- en Slob-, Kuif-, Tafeleenden en Wintertalingen. Ook de IJsvogel weet dan het open water te waarderen en wordt dan regelmatig nabij de kribben waargenomen. Incidenteel wordt bij strenge vorst de belevingswaarde verhoogd, door het waarnemen van voorbij vliegende Wilde- en Kleine Zwanen, Brilduikers, Grote- en Middelste Zaagbekken en Nonnetjes. In voor- en najaar een foeragerende Visarend.

De rivier de Lek is hier nog echt een getijdenrivier. Regelmatig loopt de uiterwaard nabij Ameide gedurende het winterhalfjaar onder. Naast de groepen Kol-, Grauwe-, Nijl- en  Canadese Ganzen die het hele jaar hier verblijven, treffen we in de zachte wintermaanden Kievit, Witgat en Watersnip, en vanaf medio februari Grutto, Zwarte Ruiter,Tureluur, ook Kemphaan, Groenpootruiter, Bonte Strandloper, Oeverloper en Goudplevier. Ter hoogte van het Kersbergsche Veer in de wintermaanden veel Smienten, en bij weinig vorst Scholeksters, Wulpen en Kieviten.

De 23 Boezem-, Wip- en Korenmolens van de Zouweboezem en omgeving.

Op 24 mei 2002 was het dan zover, de herbouwde Wipmolen, genaamd: Vlietmolen aan de Zederikkade langs de Oude Zederik werd na 4 jaar opnieuw in gebruik genomen. De Vlietmolen was op 1 november 1997 in vlammen opgegaan maar is nu in oude luister hersteld.

Naast deze Wipmolen staat er nog een Wipmolen genaamd: Bonkmolen langs het Merwedekanaal nabij Meerkerk. Het zijn de enige overgebleven molens van de 23 molens die eens in de omgeving van de Zouweboezem hebben gestaan.

Nu nog informatiepanelen bij de Wipmolens geplaatst, dan zijn het 2 visitekaartjes voor de streek.

Een stukje molengeschiedenis. De eerste windwatermolens verschenen omstreeks 1461 langs de Zederik, het aantal zou oplopen tot 23 molens, te weten: 14 Boezem- en 9 Wipmolens, waarvan 1 Wip- en 1 Boezemmolen in gebruik waren als Korenmolen, een overzicht.

Op de uiterwaard nabij Sluis stonden 6 Boezemmolens, van het type: Achtkante houten grondzeilers (Bouwjaar: 1556 of 1566, de eerste molen, het dichts bij de Lek, verdween door ijsgang op 21 februari 1635, restanten van de fundering zijn nog aanwezig, de overige 5 werden in het Rampjaar 1672 door de Franse militairen in brand gestoken, waardoor er een tot de grond toe afbrandde, de overige 4 zwaar werden beschadigd, in 1679 werden de molenrestanten geheel gesloopt. In 1739/40 werden er weer 5 Boezemmolens opgebouwd en weer afgebroken in 1828, omdat het stoomgemaal bij de Arkelse Dam hun werk overnam. Twee van deze molens zijn in 1831 in de polder Kamperveen herbouwd en deden daar dienst tot 1938.

In het natuurontwikkelingsgebied “ De Boezem” stonden 7 Boezemmolens, die werden opgebouwd in de periode 1762 - 1764 (de eerste verbrandde op 23 december 1802, de tweede in 1814, de overigen werden afgebroken in 1826), en een Wipmolen, genaamd: Baakmolen (Bouwjaar en afbraak onbekend).

 Nabij Sluis aan het einde van de Oude Zederik stond in het verleden een Korenmolen, genaamd: Sluismolen van het type: Achtkante houten grondzeiler (Bouwjaar: 1715, en in 1913/1975 verdwenen).

Langs de Nieuwe Zederik stond een Boezemmolen, genaamd: Achtkantemolen (Nieuwen Achthovensche watermolen) (Bouwjaar: 1777, in 1925 afgebroken). Op de locatie van de afgebrande informatiehut (Bouwjaar: augustus 1998, afgebrand op 9 juli 2000) stond een  Wipmolen, genaamd Kikvors (Ouden Achthovensche watermolen) (Bouwjaar: ?, in 1926 afgebroken. De informatiehut wordt niet meer teruggeplaatst, past niet in het landschap, en wordt toch weer in de fik gestoken.

Of zullen we toch maar een replica van de in 1926 afgebroken Wipmolen “Kikvors” neerzetten op de oude standplaats? Dan hebben we een landschappelijk waardevol element, dat past in het landschap, en kan dan gelijktijdig ingericht worden als natuurinformatiecentrum. Beiden worden node gemist langs de Zouweboezem.

Op de polder Lakerveld stonden 4 Wipmolens, waarvan er drie langs de Zederikkade, genaamd: Lekkersche molen (Bouwjaar: onbekend, afgebroken in 1905) aan de Kleine Vliet, de huidige Vlietmolen (Bouwjaar: onbekend, afgebrand op 1 november 1997, Bouwjaar: 2001), en Rode- of Overtogtmolen (Bouwjaar: onbekend, afgebroken in 1905, beiden aan de Grote Vliet.

De vierde Wipmolen stat langs het huidige Merwedekanaal, nabij Meerkerk, genaamd: Benedenste of Bonkmolen (Bouwjaar: 1736). Nabij de Bonkmolen stond ook een Korenmolen van het type Wipmolen, genaamd: De Kievit (Bouwjaar: 1836, afgebrand op 29 maart 1936).

Van de polder Lexmond stonden aan het begin en aan het einde van de Molenkade 2 Wipmolens. De eerste nabij de polder Nes en Spinhoven, naam onbekend (Bouwjaar: onbekend, afgebroken en verplaatst naar het einde van de Molenkade, langs de Zederikkade, genaamd: Plukkopmolen (Plakkop) (Bouwjaar: onbekend, afbraak in 1926, onderbouw in gebruik als woning), de Plukkopmolen maalde via de Molenwetering (Leksmondschen Molenvliet) het water op de Oude Zederik, en staat 150 meter ten noorden van de nu in oude luister herstelde Vlietmolen.

Wanneer wordt de Plukkopmolen in oude luister hersteld? Het landschap vraagt erom. Van al deze 23 Boezem-, Wip- en Korenmolens resteren er nog maar twee Wipmolens: Vliet- en Bonkmolen, beiden staan in de open ruimte, te eenzaam, mooi te wezen.

 

 

 

 

Copyright © 2000 Map24