Remembering George Orwell
1903, June 25. - 1950, January 21.



Schuldgevoel in alle pori
ën
recensie -
Jeffrey Meyers: Orwell. Wintry Conscience of a Generation. W.W. Norton & Company, 380 blz.

door Peter de Bruijn
NRC
27 april 2001

George Orwell kleedde zich graag in een arbeiderstenue: een versleten jasje met elleboogstukken, een ruw blauw overhemd en gemillimeterd haar. Maar behalve zijn nette accent viel ook zijn gecultiveerde, smalle snorretje volledig uit de toon bij die uitdossing. De Britse schrijver Anthony Powell, die een personage in zijn romancyclus A Dance to the Music of Time op Orwell baseerde, Alf Viscount Erridge, zei ooit over die snor: `Het was misschien Orwells enige overgebleven concessie aan het dandyisme, dat ongetwijfeld onder de oppervlakte zweefde van de soberheid die hij zichzelf had opgelegd.'    
Het citaat van Powell is te vinden in het recente Orwell. Wintry Conscience of a Generation van Jeffrey Meyers. Meyers is de eerste biograaf van Orwell die gebruik heeft kunnen maken van het 20-delige The Complete Works of George Orwell, dat in 1998 is verschenen. Een radicaal ander beeld heeft dat echter niet opgeleverd. Meyers, die eerder biografieën schreef over schrijvers als Wyndam Lewis en D.H. Lawrence, is sterk in subtiele, korte analyses van Orwells werk en van diens plaats in de Britse literaire geschiedenis. Maar hij is minder goed thuis in Orwells politieke opvattingen en soms ronduit tegenstrijdig over diens socialisme en anti-imperialisme. Voor de politiek blijft George Orwell. A life van Bernard Crick onmisbaar.
Meyers haalt veel indrukken aan van mensen die Orwell soms alleen oppervlakkig hebben gekend, maar de observatie van Powell over de snor is raak. Op het eerste gezicht is het een vreemde opmerking over de schrijver van Animal Farm en Nineteen Eighty-Four, boeken die blijk geven van een grote morele ernst, maar er zit toch iets in. De indruk die je overhoudt na het lezen van Meyers' biografie, is dat Orwell in zijn leven van de ene rol in de andere stapte, maar onder de oppervlakte zelf nagenoeg onzichtbaar bleef.
Meyers laat de subtiele verschillen zien tussen de Orwell van het dagelijks leven en het beeld dat hij van zichzelf gaf in zijn non-fictiewerk. Een goed voorbeeld is Homage to Catalonia, waarin Orwell zijn ervaringen in de Spaanse burgeroorlog beschrijft. In dat boek doet Orwell zich naïever voor dan hij was, om het contrast scherper te maken met de communisten, die op bevel van Stalin de aanval openden op de Spaanse anarchisten en trotskisten, en de leugens die daarover vervolgens in de linkse pers werden verspreid. Hier liggen de wortels van Orwells angst dat in een totalitaire staat het verleden voortdurend herschreven kan worden en objectieve feiten niet meer zullen bestaan, zoals hij dat heeft beschreven in Nineteen Eighty-Four.

Familiegeschiedenis
Maar behalve door deze literaire vrijheden, blijft Orwell ook ongrijpbaar omdat Meyers te dicht bij Orwells eigen interpretatie van zijn motieven blijft. Hij neemt, net als de schrijver, als verklaring om zijn leven te duiden, diens intense, irrationele schuldgevoel. Hij zet helder uiteen waar Orwell zich allemaal schuldig over voelde. Maar hij beantwoordt vervolgens niet de vraag hoe dat schuldgevoel zèlf weer verklaard zou kunnen worden.
Meyers' eerste zin luidt: `George Orwell droeg vanaf zijn geboorte de last van koloniale schuld.' Orwells familiegeschiedenis was, van zowel vaders als moeders kant, inderdaad nauw verweven met het Britse imperium. Zijn vader was als ambtenaar direct betrokken geweest bij de opiumhandel met China. Op zijn negentiende trad Eric Blair – het pseudoniem `George Orwell' nam hij pas aan bij zijn eerste boek – in zijn vaders voetsporen door als koloniaal politieman naar Birma te gaan. Daar zag hij de brute gevolgen van een koloniaal regime, niet alleen op de gekoloniseerde bevolking, maar ook op de kolonisators: `Om over barbaren te kunnen heersen, moet je zelf een barbaar worden'.
Orwell besloot schrijver te worden en nam ontslag. Na zijn terugkeer in Engeland begonnen zijn zwerversjaren, eerst in Londen en later in Parijs. Hij kocht passende, armoedige kleding en begaf zich onder criminelen, prostituees en zwervers. Zijn rolmodel was de schrijver Jack London, die aan het begin van de eeuw voor een korte periode hetzelfde had gedaan. Maar Orwell hield het met tussenpozen maar liefst vier jaar vol en schreef er uiteindelijk zijn eerste boek over, Down and out in Paris and London. Over deze periode schreef Orwell zelf: `Ik was me bewust van een immens gevoel van schuld dat ik moest zien kwijt te raken.' Niet alleen voelde hij zich schuldig over zijn optreden als koloniaal gezagsdrager, waarbij hij ook zijn vuisten had gebruikt tegen inheemse bedienden en `koelies', maar ook voor zijn geprivilegieerde opvoeding en het snobisme dat hij van huis uit meekreeg.
Toch was de familie Blair nooit echt rijk. Orwell was altijd onzeker over zijn positie in de rangorde van klassen. Hij omschreef het milieu waaruit hij voortkwam in een bekende formulering ooit als `upper-lower-middle class'. Hij had op een exclusieve kostschool gezeten, en later op Eton, het hart van het establishment, al was het dankzij verlaagd schoolgeld en een beurs, waarvan hij zich als kind voortdurend bewust lijkt te zijn geweest.
Ook zijn besluit om te gaan vechten tegen het fascisme in Spanje, waarbij hij ernstig gewond raakte, ziet Meyers mede als een poging om van een `bourgeois-schuldcomplex' af te komen.
Maar toch. Er zou een diepere psychologische verklaring moeten zijn voor zo'n intens schuldgevoel, dat om zulke drastische en soms roekeloze remedies vraagt. Helaas, Meyers stelt die vraag niet. Hetzelfde geldt voor Orwells masochistische trekken, die Meyers wèl signaleert. Orwell leefde op onder de meest barre omstandigheden. Na zijn huwelijk betrok hij een bouwval in het dorpje Wallington, 35 mijl buiten Londen, zonder elektriciteit of warm water. Het was de gelukkigste tijd van zijn leven. Motorrijden deed hij graag zonder jas aan in de regen. Tijdens de Duitse bombardementen op Londen maakte hij op verschillende vrienden een uiterst gelukkige indruk. Ook zijn vertrek, tegen het einde van zijn leven, naar het verlaten eiland Jura in Schotland, terwijl hij er fysiek al slecht aan toe was, was een teken van zelfkastijding. Het schrijven van de laatste versie van Nineteen Eighty-Four, toen hij al ziek was maar stevig zware shag bleef paffen in een afgesloten kamer, heeft ongetwijfeld zijn overlijden aan tuberculose bespoedigd.

Ongrijpbaar
Misschien is de zoektocht naar een diepere laag in zijn persoonlijkheid, die al die extreme keuzes – een bijna religieuze hang naar lijden – kan verklaren, wel vergeefs. Orwell was, onder de oppervlakte, wellicht inderdaad een dandy, een poseur, en blijft dáárom ongrijpbaar. Op Eton speelde hij de wereldwijze, cynische rebel, die lak had aan autoriteit. Als politieman in Birma kon hij nooit zeggen wat hij werkelijk dacht over het imperialisme. En later werd de persoon Eric Blair langzaam maar zeker omgevormd tot de schrijver, en het personage, George Orwell.
Orwell had hoe dan ook een groot vermogen om zichzelf opnieuw uit te vinden. Toen hij besloot het roer om te gooien en schrijver te worden, had hij nog nooit iets geschreven dat wees op enig literair talent. Tijdens zijn jaren in Parijs schreef hij twee romans die hij vernietigde en het duurde zes jaar voordat zijn eerste boek verscheen. Dat hij vooral in zijn, meesterlijke, essays uitgroeide tot een van de grootste stilisten van de vorige eeuw – met zijn bedrieglijk eenvoudige stijl – was vooral het resultaat van wilskracht.
Dat doet allemaal niets af aan Orwells grootheid als schrijver en aan wat Meyers zijn `instinctief humanisme' noemt. Zijn stukken over ideologie en schrijverschap blijven relevant voor de nog altijd veelbesproken verhouding tussen literatuur, engagement en politiek. Orwell was geëngageerd, maar had nooit de illusie dat hij als schrijver een ideologie (`smelly little orthodoxies') kon dienen. Homage to Catalonia, geschreven in brandende woede over de communistische leugens en terreur, is een wonder van feitelijkheid en streven naar objectiviteit.
Orwell geloofde in een socialistische revolutie, maar verdedigde tegelijk fel liberale waarden als de vrijheid van meningsuiting. Hij stond voor wat hij noemde `democratisch Socialisme' (waarbij hij bewust alleen socialisme met een hoofdletter schreef). Animal Farm was niet bedoeld als een antisocialistisch pamflet. Orwell wilde de sovjetmythe juist ontmaskeren om het socialisme te redden. Het was die merkwaardige, individualistische positie, die een goed uitgangspunt vormde voor zijn literaire werk.
Dat zijn boeken ook na het einde van het communisme nog worden gelezen, hoewel ze aan directe politieke actualiteit hebben verloren, is het beste bewijs dat hij geslaagd is in zijn grootste ambitie: `om van het schrijven over politiek een kunstvorm te maken'.
    




back  to the Orwell home page