Remembering George Orwell
1903, June 25. - 1950, January 21.


Orwelliaans

door Elsbeth Etty

NRC Handelsblad
28 juni 2003



Woensdag was de honderdste geboortedag van George Orwell (Eric Blair, 1903-1950). Met Nineteen Eighty-four en Animal Farm geldt hij als één van de invloedrijkste bestrijders van totalitaire praktijken en systemen. Hij is deze week in alle toonaarden herdacht. Vrijwel gelijktijdig verschenen drie nieuwe biografieën van Orwell, gisteren in deze krant door Joost Zwagerman besproken.
De interessantste herdenkingsartikelen waren, zoals wel vaker, de persoonlijk getinte, waarin wordt uiteengezet wat de lectuur van Orwell voor iemands eigen ontwikkeling en wereldbeeld heeft betekend. In The Guardian vertelt de Canadese schrijfster Margaret Atwood dat Animal Farm haar als puber leerde hoe een idealistische bevrijdingsbeweging kan veranderen in een totalitaire dictatuur onder leiding van een despoot.
Zelf behoor ik tot een generatie die dit met de paplepel kreeg ingegoten. De bekende dierenfabel was in de jaren vijftig en zestig verplichte lectuur in de eerste klas van de middelbare school. Eigenlijk was dat een paradoxaal staaltje orwellianisme. We kregen de uitleg er panklaar bij: de heerschappij van de varkens in een samenleving die preekte dat "alle dieren gelijk, maar sommige dieren meer gelijk dan andere waren" stond model voor het stalinistische communisme en hield dus ook een waarschuwing in tegen het Russische gevaar in de tijd van de Koude Oorlog. Het was de ultieme dystopie ofwel anti-utopie.
Aan oudere generaties, de tijdgenoten van Orwell, geven diens boeken, zoals J.J.A. van Doorn deze week in HP/De Tijd opmerkt, "de nerveuze en tumultueuze jaren veertig op een ongeëvenaarde wijze terug", hij beschreef "ons aller nachtmerrie". In vrijwel alle beschouwingen over Orwell wordt erop gewezen dat de in Nineteen Eighty-four beschreven nachtmerrie- een samenleving die berust op leugens, hersenspoeling en manipulatie -niet verdwenen is met de ondergang van de totalitaire ideologieën die de verschrikkelijke twintigste eeuw hebben bepaald. Met name Bush moet het ontgelden als vertolker van orwelliaanse newspeak ('War is Peace') in de aanloop tot de oorlog in Irak. Nog veel sterkere staaltjes gaf natuurlijk de -volgens sommige berichten inmiddels opgepakte -Informatieminister van Saddam Hussein, Al-Sahhaf, die tot vermaak van de westerse wereld de Amerikaanse militaire vorderingen nog glashard bleef ontkennen toen hij de Amerikaanse tanks al uit het raam kon zien ('Ignorence is strength').
Waaruit maar weer blijkt dat je ook met Orwell tegengestelde kanten op kunt. Zowel Bush als Saddam ('Freedom is slavery') worden met Big Brother vergeleken.
Uit de beschouwing van Margaret Atwood kun je afleiden dat voor haar Animal Farm en Nineteen Eighty-four vallen in de categorie van 'het beslissende boek', getuige ook de titel van haar verhandeling: 'Orwell and me'. Twee jaar lang verscheen in de Boekenbijlage van deze krant de serie 'Het beslissende Boek' waarin Margot Dijkgraaf en Martijn Meijer een keur van Nederlandse en Vlaamse auteurs vroegen welk boek voor hen zo herkenbaar was geweest of zulke nieuwe vergezichten opende dat het hen schrijver deed worden, hun wereldbeeld ondersteboven wierp of hun leven doorslaggevend veranderde. Opmerkelijk genoeg heeft niemand die in deze reeks aan het woord kwam een werk van Orwell als beslissend boek aangewezen. De bijbel, ja, de koran, Homerus' Odyssee. En van de lateren: Gorter, Kafka, Joyce, Mann, Musil, Nabokov, Camus, Virginia Woolf, Proust, Naipaul. Een heel pantheon vol, maar geen Orwell.
Hoe dit te verklaren? Hella Haasse wees er in haar inleiding bij de bundeling van een keuze uit deze serie interviews op dat in verschillende perioden van haar leven telkens andere boeken haar gedachten beheerst en haar verbeelding aangewakkerd hebben. Uiteenlopende intense leeservaringen kunnen op een niet vergelijkbare manier 'beslissend' zijn. Neem de deze week overleden Amerikaans-Poolse schrijver Leon Uris die met Exodus dan misschien wel geen literair meesterwerk heeft geschreven, maar dat wel doorslaggevend is geweest voor de kijk van talloze mensen op het bestaan van Israël en op het Israelisch-Arabische conflict.
Het hangt er, afgezien van literaire kwaliteit, maar vanaf wanneer, op welke leeftijd, beladen met welke levenservaring, onder invloed van welke impulsen, politieke en sociale verhoudingen, culturele veranderingen, enzovoort, je ontvankelijk bent voor een boek: dat een wending aan je leven geeft.
Dat is het moment waarop je beseft dat iemand de thematiek heeft aangesneden en de taal heeft gevonden om je beeld van de werkelijkheid ingrijpend te veranderen.
Toen ik op mijn zeventiende Nineteen Eighty-four las, had ik geen enkele reden om aan de verpletterende waarheid van Orwells waarschuwingen tegen het totalitarisme te twijfelen. Maar ze waren ook al tot propagandistische gemeenplaatsen geworden die je voor kennisgeving aannam. Sartre, Camus en De Beauvoir waren 'mijn' ontdekkingen, openden mijn ogen, betekenden een ommekeer. De revoltérende mens sprak mij -en ik denk dat dit voor heel wat van mijn generatiegenoten geldt- meer aan dan de angst van de in slavernij gebrachte mens.
Decennia later geef ik Atwood gelijk met haar constatering dat de wegen der vrijheid, die ik met Sartre wilde bewandelen, tot de door Orwell beschreven afgrond kunnen voeren (en op dat moment al hadden gevoerd). En dan is het alleen maar een, wel bijzonder wrange, voetnoot dat Orwell zelf in die menselijke afgrond afdaalde toen hij in zijn angst voor het communisme zijn vroegere medestrijders tegen het fascisme als de eerste de beste verklikker en heksenjager bij de geheime politie aanbracht. De historicus Timothy Garton Ash onthulde een week geleden de complete lijst van de 38 door hem bij de Britse overheid aangegeven journalisten, geleerden en acteurs die "naar mijn (Orwells) mening cryptocommunisten zijn of fellow-travellers of daar naar neigen" .Op de -door de Britse regering na 54 jaar nog altijd angstvallig geheim gehouden -lijst staan de namen van onder meer filmacteur Charlie Chaplin, romanschrijver J.B. Priestley, acteur Michael Redgrave, historicus E.H. Carr, Trotski-biograaf Isaac Deutscher en vooraanstaande Labourpolitici.
Zo ontpopte 'het sombere geweten van een generatie' die Big Brother ontmaskerde zich als hulpje van Big Brother en zo werd de vijand van de gezichtloze bureaucratie tot gluiperige dienaar van een verklikkersysteem. Orwell als medeplichtige aan wat toen al orwelliaanse praktijken heette. Maar Garton Ash toonde zich in The Guardian vergevingsgezind. Hij zei ervan overtuigd te zijn dat Orwells reputatie hierdoor nauwelijks wordt geschaad. "Als hij vijf jaar langer had geleefd, zou hij waarschijnlijk gezegd hebben: 'Ik heb een fout gemaakt'."




Reactie op dit artikel door Rob Hartmans in De Groene Amsterdammer, 5 juli 2003.

Lees ook: Joustra, RD, 26 juni 2003.



back  to the Orwell home page