Remembering George Orwell
1903, June 25. - 1950, January 21.



TER BRAAK HAD GEORGE ORWELL NOOIT GELEZEN
door  H.A. VAN WIJNEN

Het Parool 
16 januari 1984


De papierrantsoenering, die in 1941 in Engeland werd ingevoerd maakte George Orwell praktisch werkloos. Er waren nog wel uitgevers die af en toe kans zagen een boek uit te geven, maar de spoeling was dun en Orwell moest omzien naar een andere broodwinning. Als er geen papier meer was om zijn ideeën te verspreiden, kon hij het altijd nog via de ether doen. De BBC nam hem in dienst als redacteur voor zijn Indian Service.
Hij moest daar werk doen dat hem eigenlijk niet lag. maar dat gold voor zovelen die hun normale werk hadden moeten stopzetten en in dienst van de regering waren gegaan om aan het thuisfront de oorlogsinspanning te ondersteunen.
De BBC was een opvangcentrum voor gestrande schrijvers geworden, dat op dat moment minder leek op het onverstoorbare geweten van het oude conservatieve Establishment dan op een literaire vluchthaven van aangespoeld talent op zoek naar een reddende uitgever.
In Bush House, het hoofdkwartier van de BBC in Londen, werd elke dag de deur plat gelopen door grote namen uit de literaire en de politieke wereld. Orwell werd zelf een centrum van literaire reputaties. Hij gaf regelmatig aan E.M. Forster en T.S. Eliot de gelegenheid hun werk in zijn programma 's voor te dragen.
Op de hoger gelegen verdiepingen van het BBC-gebouw kwam hij in contact met politieke schrijvers, die óf werkten voor de ondergebrachte politieke inlichtingendienst van het ministerie van buitenlandse zaken óf voor de Britse afdeling van de Engels-Amerikaanse Psychologische Oorlogsdienst.

George Orwell werkte in feite ook voor de propagandadienst van de Engelse regering, maar zijn werk bestond uit onschuldige propaganda waartegen een democraat van zijn soort weinig bezwaar kon hebben. Dat dacht hij tenminste in het begin.
Hij maakte nieuwsbulletins voor India en Burma, waarbij hij in dienst was genomen om "de Britse democratische waarden aan Indiase luisteraars over te brengen".
De inspanning beantwoordde weliswaar niet helemaal aan de verwachtingen, want er bleek in India nauwelijks naar de programma's te worden geluisterd en bovendien was het zendsignaal te zwak om daar goed te kunnen worden ontvangen (de rapporten van de luisterdienstcijfers van de BBC hadden daarover geen illusies gelaten), maar Orwells bazen hielden zich onder die tegenslag net zo goed als onder de bombardementen. Ze veranderden niets aan hun formule en gingen met onverminderde opgewektheid door de democratische waarden "over te brengen" alsof heel de wereld ernaar luisterde.

De eerste bittere pil die Orwell als BBC-redacteur moest verwerken, was de ontdekking dat de oorlog werd geleid door politici, militairen en ambtenaren en dat de regering helemaal niet zat te wachten op de hulp van Intellectuelen waaronder Orwell figuren van zijn eigen soort verstond. Daarmee was een voorspelling uitgekomen die hij aan het begin van de oorlog in één van zijn bijdragen aan de Partisan Review had verwerkt, maar het was des te erger, dat hij dat dagelijks zelf aan den lijve moest ondervinden. De oorlog werd "gevoerd door technische experts en geleid door lieden, even vaderlandslievend als reactionair".

De tweede tegenvaller was nog bitterder: bij de BBC was lang niet zo veel ruimte voor vrije meningsuiting als hij -de oorlogsomstandigheden in aanmerking genomen- had gedacht. Het geestelijk klimaat, dat in principe toch altijd werd bepaald door mannen met een imperialistisch geloof, begon hem steeds meer te benauwen en halverwege de oorlog hield hij het voor gezien.
Hij stapte over naar de Observer, waar David Astor net was begonnen de krant te moderniseren (voor kranten gaf de regering meer papier dan voor boeken). In één van zijn eerste stukken voor die krant schreef hij wat er bij de BBC niet door had gemogen: dat Engeland onmiddellijk de gelegenheid die de oorlog bood moest gebruiken om aan te kondigen, dat onafhankelijkheid voor India mogelijk was als Engeland de oorlog zou winnen
en onmogelijk als Japan won. Die opvatting strookte niet helemaal, of beter: helemaal niet, met die van de Indian Service van de BBC.
Orwell was bekend om zijn afkeer van het imperialisme en hij had zijn sympathieën voor het nationalisme uitgedragen sinds hij in 1927 als een bekeerde democraat voorgoed uit Birma was teruggekeerd. In het midden van de jaren dertig had hij als anti-imperialistisch schrijver al een naam in het Engels sprekende deel van de wereld gevestigd. maar in Nederland had nog nooit iemand van Orwell gehoord -anderhalve boekbespreker en een enkele oud-Spanje-strijder daargelaten (de redactiearchivaris van Het Parool. P.P. van ’t Hart, was sinds de Spaanse Burgeroorlog met Orwell bevriend geweest).
Het vooroorlogse Nederland ging zozeer in zichzelf op, dat het de Engelse discussie over het opkomende nationalisme in de koloniën geheel miste. Thomas Mann werd hier gelezen, de Duitse emigrantenschrijvers, de Spaanse cultuurfilosoof Ortega y Gasset, maar niet Orwell, niet de New Statesman, het linksintellectuele platform voor de ontvoogding van Brits Indië, en niet Tribune.
Ter Braak en Du Perron lazen geen moderne Engelse literatuur (dat blijkt uit hun brieven en hun verzameld werk) en zo ze al in de Engelse letteren waren geïnteresseerd, waren ze niet verder gekomen dan Shakespeare, Shelly en Shaw. Ook politieke banden met het vooruitstrevende deel van het Engelse socialisme bestonden in Nederland niet.
De SDAP was altijd op het Franse en het Duitse socialisme georiënteerd geweest. maar niet op het Engelse. Dr Drees heeft me verteld dat hij zich pas goed voor het Engelse socialisme is gaan interesseren na de overwinning van Labour onder Attlee in 1945. Den Uyl is na de oorlog de eerste Nederlandse socialist geweest die bij de Wiardi Beckman Stichting relaties aanknoopte met de socialistische politiek-literaire Fabian Society en daarvan brochures vertaalde. Maar het belangrijkste deel van de intellectuele voorbereiding op de dekolonisatie is vóór 1940 aan Nederland voorbijgegaan.





back  to the Orwell home page