Remembering George Orwell
1903, June 25. - 1950, January 21.


De mooiste boeken van de Twintigste eeuw:

HOMAGE TO CATALUNYA
door  MAARTJE SOMERS

Het Parool 
20  november 1998

Als George Orwell in december 1936 in Barcelona arriveert, treft hij daar een werveling van revolutionair vuur - figuurlijk gesproken. Het is een stad in staat van oorlog, maar nog nooit heeft Orwell een gemeenschap gezien waar het ideaal van gelijkheid dat hem voor ogen staat, zo dichtbij is. Er zijn nauwelijks meer deftige mensen op straat, iedereen draagt dezelfde versleten kleren. De loze eerbetonen Senor en Usted zijn afgeschaft, iedereen groet elkaar met comrade en salud! De vlaggen wapperen van alle huizen, de bezieldheid ligt duimendik op de gezichten en wie het, zoals groentje Orwell, nog in zijn hoofd haalt een liftboy een fooi te geven, krijgt meteen een uitbrander van de manager.

Zo begint Homage to Catalunya. Nergens spat het wereldverbeterend elan feller van de beginpagina's en nergens is het absurde van de werkelijkheid duidelijker aan het slot. Na 115 dagen aan het front en een week van felle gevechten in de stad, waar de milities elkaar van weerszijden van de Ramblas beschieten, verlaat Orwell Spanje gewond en ontnuchterd. Zo helder als de idealen zijn, zo krankzinnig onoverzichtelijk is de strijd, zo zinloos zijn de eentonige ontberingen in loopgraven en zo hopeloos chaotisch is het oorlogsbedrijf. Orwell heeft het niet nodig je dit in het gezicht te wrijven. Aan absurde observaties geen gebrek; het lijkt alsof een schrijver niets anders hoeft te doen dan ze optekenen, maar Orwell ziet scherper dan iedere ander. Het filter van zijn onderkoelde blik doet de rest. 'Het is opmerkelijk dat je, als je naar artillerie-vuur kijkt vanaf een veilige afstand, altijd wil dat de schutter zijn doel raakt, ook al is dat doel je avondeten en een paar van je kameraden.'
Wie Homage to Catalunya leest, kan niet anders dan voortdurend grinniken. Ondertussen rijzen de haren je te berge en hap je op elke bladzijde naar adem. Niemand die eraan denkt jongens uit de achterbuurten van Barcelona, bezield van strijdlust, het gebruik van een geweer bij te brengen voordat ze de loopgraven in moeten, al is het alleen maar omdat er doorgaans geen geweren zijn. Het pas verworven zelfbewustzijn is ondertussen overal, wat bij de trainingen lastig is. 'Als iemand het niet met een order eens was, stapte hij meteen uit de gelederen en begon heftig te discussiëren met de officier'.
Met zijn Wat & Hoe boekje in de hand probeert Orwell in het Spaans te vragen om wapeninstructies - aan het Catalaans, dat iedereen in zijn barak spreekt, waagt hij zich maar niet. De precieze betekenis van het antwoord, maÉnana, begrijpt hij ondertussen uitstekend. Orwell is niet de enige die last heeft van taal; veel soldaten zijn zo ongeletterd dat ze de hoogdravende wachtwoorden niet kunnen onthouden. Voor de Andalusiërs, op wie de Catalanen intens neerkijken, geldt bovendien nog: 'Ze wisten niet eens datgene wat elke Spanjaard weet, namelijk tot welke politieke partij ze behoorden. Ze dachten dat ze anarchisten waren, maar ze waren er niet helemaal zeker van; misschien waren ze wel communisten.'
Behalve zien kon Orwell goed ruiken en horen. Nooit vergeet hij het gerammel van voortsjokkende soldaten te vermelden - meest kinderen van nog geen zestien jaar oud - de lucht van rottend voedsel en dooie beesten, de eindeloze modder, wind en regen. De omstandigheden reduceren de helden van de revolutie tot een nest jonge katjes, een kudde verdwaalde schapen. Hilarisch en gruwelijk is het verslag van tegenstrijdige bevelen, verdwaald raken tussen de linies. Link natuurlijk, maar aan de andere kant not bad fun. Aanvankelijk zitten de loyalisten op zevenhonderd meter afstand, buiten bereik van de schaarse geweren, wat niet wegneemt dat iedereen enthousiast begint te schieten.
Terug in beschaafd Barcelona barst de hel pas echt los. In de stad breken gevechten uit tussen de Guardia Civil en de marxistische POUM, althans grof gesproken, want overal beschieten verschillende facties elkaar. Dagen zit Orwell op het dak van het Polioramabioscoop aan de Rambla dels Estudis, zonder slaap, met een stapel Penguinboeken bij de hand, om het POUM-gebouw te bewaken. 'De hele enorme stad van een miljoen inwoners was opgeslokt door een soort gewelddadige inertie, een nachtmerrie van herrie zonder beweging.' Oorlog blijkt vooral honger, dorst en slaapgebrek; van het besef aanwezig te zijn bij de geschiedenis, wat heet, die zelf te maken, is weinig meer over.
Barcelona 1937 was daar in Orwells geval ook niet de tijd en de plaats voor. Zijn bijdrage aan de geschiedenis kwam pas zeven maanden later, met het schrijven van Homage to Catalunya.

Maartje Somers, 20-11-1998.





back  to the Orwell home page        1938 ~ Homage to Catalonia