Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is op het ogenblik één van de meest voorkomende hartaandoeningen bij katten. HCM manifesteert zich op verschillende wijzen bij verschillende kattenrassen. Bij de de meeste katten rassen is de ziekte tamelijk kwaadaardig, resulterend in een vroege dood. De ziekte is meestal niet aantoonbaar gedurende het eerste tot tweede levensjaar. Zij wordt duidelijk op een leeftijd van twee tot drie jaar en wordt ernstig op een leeftijd van drie tot vijf jaar. Katers hebben vaker een ergere vorm van de ziekte en sterven vaker aan de ziekte dan poezen. Wanneer deze katten één normale ouder en één aangetaste ouder hebben, dan hebben ze 50% kans om de aandoening te erven. Van de aangetaste katten zal een bepaalde groep nog geen tekenen van HCM vertonen op een leeftijd van één jaar. Wanneer één ouder van een kat HCM heeft, kan de kat die dit erft, vijf tot acht jaar of langer leven zonder enig symptoom te hebben.

Echocardiografie
Dit is een beeldvormende techniek, waarbij het hart zichtbaar kan worden gemaakt. In eerste instantie wordt gekeken naar de wandbewegingen van het hart; hierna worden de kleppen bestudeerd. Tevens kan een grote thrombus (bloedstolsel) in de linker boezem worden gezien. Door het beeld stil te zetten, kunnen er metingen worden verricht. Het is gebruikelijk het kamertussenschot, de vrije kamerwand, de interne dimensie van de linker kamer en de linker boezem te meten. De cardioloog heeft als aanvulling hierop ook een Kleuren-Doppler tot zijn beschikking. Hiermee kan naar de bloedstroom worden gekeken. Elke hartafwijking heeft zo zijn eigen beeld. Zo is bij een "functioneel" geruis (geruis niet op basis van een hartafwijking) een normale bloedstroom te zien. Ook kan de stroomsnelheid worden gemeten. De ernst van een afwijking kan door deze toevoeging beter worden bepaald.

Normaal kost een echo-onderzoek ongeveer € 90,-- , maar voor het screenen voor de fok is met de meeste specialisten overleg mogelijk over een aangepaste prijs. Een echo-onderzoek duurt ongeveer 20-30 minuten. Men hoort direct de uitslag, een definitieve verklaring wordt later opgestuurd. Over het algemeen kan men de kat zelf vasthouden tijdens het maken van de echo. Het echo-onderzoek gebeurt via de rechter zijde (oksel) en eventueel via de linker zijde wanneer daar aanleiding toe is. Het dier wordt hier een stukje geschoren. Narcose is (normaliter) niet nodig. Er kunnen meerdere katten tegelijk voor onderzoek worden aangeboden, de bepaling van het aantal vindt plaats in overleg met de specialist.

Behandeling
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen katten met symptomen en katten zonder symptomen. Beide dieren, met of zonder symptomen, kunnen beter binnenshuis worden gehouden. Bij deze katten zal overgewicht moeten worden voorkomen, omdat overgewicht een extra beroep doet op de pompfunctie van het hart. De katten moeten een voeding met een laag zoutgehalte krijgen en eventueel ondersteunende medicatie voor het hart. Het verloop van de ziekte kan sterk wisselen. Een her controle van het hart door middel van echo kan iets zeggen over de progressie. Is deze gering, dan kan de tussenliggende periode van controle langer worden. Is er sprake van hartfalen, dan moet dit worden behandeld.

Katten die geen ziekteverschijnselen vertonen, kunnen soms nog zes jaar of langer leven zonder problemen te krijgen. Vertonen ze echter reeds symptomen, dan zal de overlevingstijd aanzienlijk korter zijn. Op het ogenblik bestaat er nog geen veilige behandelmethode, chirurgische interventie kan binnen enkele uren na het ontstaan van de afsluiting worden overwogen. Anesthesie bij katten met een ernstige hartziekte kan echter moeilijk zijn. De effectiviteit van deze methode bij katten is niet bestudeerd. Thrombolytische therapie (TPA), een methode waarbij wordt getracht het stolsel op te lossen, is ook twijfelachtig. Streptokinase kan de thrombus kleiner maken, echter niet genoeg om de bloedstroom naar de poten te herstellen. TPA is erg effectief, maar ook erg duur en kan acute dood veroorzaken door reperfusie (het weer doorstromen). Deze methode lijkt niet veelbelovend in de diergeneeskunde. Een studie liet zien dat ca. 50% van de katten die zes weken in een kooi werden gehouden en werden behandeld met Aspirine®, genoeg functie van hun poten kreeg om een acceptabele kwaliteit van leven te hebben. Tijdens deze periode ontstaat er een collaterale circulatie (andere vaten nemen de taak over) en fibrolytische (stolseloplossende) enzymen uit het bloed doen het stolsel oplossen. De meeste katten redden het op deze manier niet, hun poten zijn afgestorven voor het stolsel is opgelost. Ondersteuning door middel van dieet, pijnstilling en behandeling van het hartfalen is belangrijk gedurende deze periode. De meest gangbare medicijnen om FATE te voorkomen zijn Aspirine® en Heparine. De effectiviteit is twijfelachtig en doet de kans op thrombusvorming niet verkleinen. Warfarine is ook gebruikt, maar is moeilijk te regelen (vergelijk de Trombosedienst), hierbij komen regelmatig bloedingcomplicaties voor. Na de acute episode kan eerst gedurende enkele dagen Heparine worden gegeven, gevolgd door Aspirine® bij katten die een hoog risico hebben om FATE te krijgen.

Conclusie
Een normale echo bij een nog niet volgroeid dier sluit de diagnose HCM niet uit. Voor de Brits Langhaar en Korthaar betekent dit, dat HCM pas na enkele jaren door middel van echo kan worden uitgesloten. Bij een positieve familiegeschiedenis moeten katten met afmetingen op de grens als verdacht worden beschouwd. Er is geen 100% garantie dat een kat die is getest op HCM, dit ook inderdaad niet heeft of vererft. Het is een momentopname, maar er is op het ogenblik helaas nog geen betere manier. Wil men meer zekerheid over de vraag of de katten waarmee men fokt vrij zijn van de erfelijke vorm van HCM, dan zijn meerdere generaties van geteste voorouders nodig. Het is van belang om een echocardiogram een aantal jaren te herhalen tot de kat een bepaalde leeftijd heeft bereikt. Hoe ouder de kat is, hoe waarschijnlijker men de ziekte bij een erfelijk belast dier kan aantonen. Een voordeel van testen door middel van een echo is dat men de kat "uit de fok" kan en moet halen wanneer er tekenen van HCM zijn.

Polycystic Kidney Disease bij katten. (PKD)
Polycystic Kidney Disease (PKD) is een erfelijke nierziekte die vooral gevonden wordt bij Perzen en Exotisch Korthaar (kortharige Pers), maar ook voorkomt bij andere rassen waarbij in het verleden Perzen zijn ingekruisd.

Diagnose ?
PKD wordt het makkelijkst vastgesteld door een DNA-test. Deze hoeft ook maar één maal gedaan te worden. Als een kat positief wordt bevonden hoeft nog niet te betekenen dat deze ziek word, hij/zij is wel drager dus moet verder worden uitgesloten van de fok. Ook is het verstandig om binnen enkele jaren verder echografisch onderzoek te doen om te kijken PKD word ontwikkeld, om tijdig met behandeling en aangepaste voeding te beginnen. Kijk voor meer informatie over de PKD-DNA test op www.gencouns.nl

Door echografisch nieronderzoek waarmee de ziekte vanaf tien maanden opgespoord kan worden. Door het scannen van de buik om de aanwezigheid van cystes vast te stellen. Er is zelden een verdoving nodig. Het is erg belangrijk dat de scan uitgevoerd wordt met goede apparatuur en de resultaten geïnterpreteerd door radiologisch getrainde dierenartsen. Als dit het geval is, is de diagnose voor 98% zeker.

Het ziekte verloop van PKD
PKD is een langzaam verlopende progressieve ziekte met een uiteindelijk altijd dodelijke afloop. De kat wordt pas vrij laat in zijn leven echt ziek hoewel cystes al langer aanwezig zijn. Problemen beginnen met vergroting van de nieren, gestoorde nierfunctie en start gemiddeld met zo'n jaar of zeven. De ziekte is bewezen erfelijk en cystes zijn aanwezig vanaf de geboorte. De grootte ervan varieert van minder dan een millimeter tot verscheidene centimeters. Oudere dieren hebben grotere en meer cystes. De problemen waardoor de kat ziek wordt, beginnen wanneer de cystes gaan groeien en hierdoor het functionele nierweefsel in de verdrukking komt. Daardoor kunnen de nieren niet goed meer functioneren. De kat sterft uiteindelijk aan de gevolgen van chronisch nierfalen. Klinische kenmerken zijn onder andere lusteloosheid, vermageren, gebrek aan eetlust, veel extra drinken en extra urineren. Er is een groot verschil tussen individuele dieren in hoe snel ze ziek worden en hoe lang het duurt voor ze aan de ziekte bezwijken. Het is ook mogelijk dat een dier op eerdere leeftijd aan een andere ziekte overlijdt, voordat de nierfunctie door PKD zo dramatisch is verminderd dat het ziekteproces begint. Wat zeker is, is dat een kat die cystes heeft, altijd ziek zal worden en problemen krijgen die uiteindelijk tot overlijden leiden.

Hoe moet een fokker PKD uit een fokgroep elimineren?
Aangezien PKD het resultaat is van 1 autosomaal dominant gen, is het vrij makkelijk om dat gen te traceren en te verwijderen uit een fokbestand in 1 generatie. Alle fokdieren moeten gescand worden om de aanwezigheid van cystes vast te stellen. De snelste manier om het probleem te elimineren is alle aangedane dieren te castreren / steriliseren en alleen door te fokken met PKD-negatieve dieren. Een PKD-vrije kat is altijd genetisch PKD-vrij en kan de ziekte dus niet meer doorgeven aan nageslacht.