(1/7)


JÑANA  YOGA 


Jñana betekent

intuïtief weten,

inzicht hebben in (het) 'Leven'


De vier (4) meest voorkomende hoofdstromingen in de yogatraditie om tot inzicht in de 'verborgen wetten' van (het) 'Leven' te kunnen komen zijn; d.m.v. het denken (Jñana yoga), het voelen (Bhakti yoga), het handelen (Karma yoga) en een synthese van deze 3 disciplines, wat meestal het 'koninklijke pad' (Râja yoga) genoemd wordt. 

Deze laatste vorm bestaat uit het 'achtvoudige pad' (waar o.a. het bekende Hatha yoga deel van uitmaakt) ontwikkeld door Pâtanjali (plm. 200 v.Chr.). Ze vormen echter geen tegenstellingen met elkaar, maar kunnen vergeleken worden met de verschillende strengen van één touw. In de praktijk betekent dit, dat het eigenlijk niet mogelijk is om te 'leven' volgens de wijze van één 'yogapad' en daarbij de andere 'yogapaden' uit te sluiten.


Jñana yoga volgt hierbij de 'weg van de kennis', bestemd voor de meer filosofisch ingestelde mensen, om te komen tot 'levenswijsheid' (inzicht). Hierbij gaat het dan niet om, een op 'boekenkennis' gebaseerde 'wijsheid', maar om dàt, wat daaraan 'voorbij' of beter gezegd 'vooraf' gaat.     

Jñana yoga is dan ook vooral het onderscheidt kunnen maken tussen wat je bènt en wat je nìet bent. Wat je niet bent zijn een 'hoofd vol' begrippen en overtuigingen over o.a. jezelf. Wat daarna overblijft is dàt wat je wel bènt.


Jñana yoga neemt Bewustzijn als basis, om via Zelfonderzoek in verbinding te komen met het Zelf (het Bewuste er Zijn) wat je diepste wezen, je natuurlijke staat, je werkelijke 'ik', het Kennen ('Kennendheid') zelf is. 


Traditioneel vindt het eeuwenoude onderricht hierbij mondeling plaats, van leraar naar leerling. Zo'n ontmoeting,waarbij het antwoord op de vraag: 'Wie ben ik?', 'Wie of wat is de kenner van al het gekende?' centraal staat, wordt satsang genoemd. 



WAT IS SATSANG ?


Het woord komt uit het Sanskriet:

Sat betekent Waarheid en Sangha, gemeenschappelijk

Satsang is dus:  'samen Zijn in Waarheid'.     


Al eeuwenlang komen overal ter wereld mensen bij elkaar om uitdrukking te geven aan hun diepste verlangen:

vrede (innerlijke rust) te vinden in zichzelf en een oprecht, gelukkig en onafhankelijk leven te leiden, niet 'gebonden' aan leraren, religies, filosofieën, overtuigingen en concepten (wijsgerige begrippen). 


Satsang is hierbij een 'directe weg' zonder specifieke technieken en methoden. Het enige wat van belang is, is dat je het verlangen en de bereidheid hebt om te 'zien' wie je werkelijk bent.

De essentie van satsang is de 'ont-dekking' van datgene, wat als voortdurende 'stilte' altijd als 'achtergrond' bij

alle ervaringen aanwezig is.

Het is de herkenning van dìt (het Bewuste er Zijn) als je ware Zelf, je diepste wezen, je werkelijke 'ik'.


Om deze 'Waarheid' te vinden hoef je je niet in te spannen en ook niets te geloven. Het is juist het moeiteloze einde van zoeken en nodeloos 'lijden'. Het is vrijheid, onafhankelijk aanwezig Zijn in het hier en nu


In de Satsang bijeenkomsten staat de vraag : "Wie ben ik?" dan ook volledig centraal. Niet als vraag naar een persoonlijke invulling daarvan, zoals bijv. naam, opleiding, beroep, talenten, vaardigheden of karaktereigenschappen e.d., maar als onderzoek naar de 'diepste grond' van datgene wat wij beleven als 'ik', de 'ware aard' ervan.

Deze vraag verwijst rechtstreeks naar de 'bron' van onze hele psychische inhoud, van al onze persoonlijke verwikkelingen. Wie of wat is het die al onze persoonlijke belevenissen kan 'opmerken', 'gade slaan'?


Het tot nu toe altijd als bekend veronderstelde 'ik' (de persoonlijkheid) wordt door deze vraag losgemaakt uit zijn zogenaamde vertrouwde context. Wanneer de vraag; 'wie ben ik?' wordt toegelaten zonder een 'mentaal antwoord' te verwachten, blijken deze kenmerken in feite niet het echte 'ik' te zijn, maar eigenschappen die er steeds tijdelijk opgeplakt en nu weggevallen zijn.


Wat dan opgemerkt kan worden is dat het werkelijke 'ik' (het Zelf), zonder deze opgelegde en ogenschijnlijk houvast biedende eigenschappen, volkomen puur is, continu nieuw, op niet te bevatten wijze 'licht' schenkend vanuit zichzelf. Het is het Bewuste er Zijn, het Kennen van alle ervaringen. Het is louter Zijn, Bewustzijn, Gelukzaligheid Shri Ramana Maharshi (1879--1950) noemt dit 'ik,Ik', en ook wel 'het Oog van het oog'.



DE WARE AARD VAN HET 'IK' 


Zolang de eerste persoon 'ik', bestaat, zullen ook de tweede en de derde persoon 'jij' en 'hij' bestaan. Door een diepgaand onderzoek te doen naar de ware aard van het 'ik', lost het 'ik' op, en daarmee ook 'jij' en 'hij'.

Wat dan overblijft is het;  Absolute Zijn, dat is de

natuurlijke staat.

 

Shri Ramana Maharshi



VRIJ ZIJN


Alle levende wezens hebben het volgende gemeen :

we zouden altijd probleemloos gelukkig willen zijn;

alles wat we doen, doen we uit liefde voor ons Zelf;

we kunnen alleen 'liefhebben' wat ons gelukkig maakt;

gelukkig zijn is dan ook onze ware aard.

Dat gelukkig zijn onze ware aard is kunnen we dagelijks ervaren als we slapen en ons ego afwezig is. Als gelukkig zijn onze ware aard is, waarom zijn wij dan niet altijd gelukkig? Om die vraag te kunnen beantwoorden is het noodzakelijk ons Zelf te kennen.


Shri Ramana Maharshi


Het ego


Het individuele wezen dat zich als 'ik' vereenzelvigt met het in het stoffelijk lichaam bestaande leven, wordt het ego genoemd. Het Zelf, dat puur Bewustzijn is, heeft geen ego-bewustzijn. Noch kan het stoffelijk lichaam, dat op zichzelf willoos is, dat ego-bewustzijn hebben.

Tussen die twee, dat wil zeggen, tussen het Zelf ofwel het pure Bewustzijn en het willoze lichaam verrijst op mysterieuze wijze (omstreeks het 3e of 4e levensjaar) het ego-bewustzijn, het besef van een 'ik'; het is op beide geënt, maar is tevens geen van beide en gedijt als een afzonderlijk wezen. Dit ego is de wortel van al het nutteloze en ongewenste in 'het' leven.


Shri Ramana Maharshi


Het 'oerverlangen'


Op sommige momenten, wanneer we alleen zijn,

voelen we een onmetelijk gemis in ons 'hart'.

Al onze beweegredenen komen voort uit dit gemis. De behoefte om dit gemis op te heffen, om deze dorst te stillen, zet ons aan tot denken en handelen. Zonder het gevoelde gemis zelfs maar te onderzoeken ontvluchten we het. We proberen voortdurend deze leemte op te vullen, nu eens door gericht te zijn op een object, dan weer door plannen te maken voor de toekomst.

Vervolgens, hierin teleurgesteld, rennen we van de ene compensatie naar de andere, gaan we van nederlaag naar nederlaag, beleven we de ene ellende na de andere, gaan we van het ene gevecht naar het andere.

Dit is het lot van de gewone sterveling, die zich bij deze zaken neerlegt, welke hij inherent acht aan het menselijk bestaan.

Laten we het eens nader bezien. Misleid door de

voldoening die een object ons verschaft, kunnen we

er op een zeker moment genoeg van krijgen en er zelfs onverschillig tegenover staan. Op een bepaald moment kunnen objecten ons dus vervullen, ons in ons centrum terugwerpen, waarbij elk gemis verdwijnt. Daarna verliezen ze hun magische kracht en doen ze ons niets meer. De vervulling die we hadden ervaren bevindt zich dus niet in het object, maar in onszelf. Een object heeft slechts één moment lang het vermogen om deze toestand van vervuld zijn op te wekken en wij concluderen daaruit ten onrechte dat dàt object op zich deze toestand teweeg heeft gebracht. De fout die we maken is dat wij denken dat het object absoluut noodzakelijk is voor het bereiken van deze toestand van vervuld zijn. Gedurende periodes van vreugde ervaren we echter slechts vreugde en geen object. Pas achteraf projecteren we dàt object over de gelukzalige ervaring, dat volgens ons de ervaring veroorzaakte. We objectiveren zo de vreugde. Als we in de gaten krijgen dat onze manier van doen slechts oppervlakkig gelukservaringen geeft en dat we zo nooit een duurzaam gelukkig zijn bereiken, dan komt er eens een moment dat we die staat van uiterste gelukzaligheid, die stabiel en onveranderlijk is, waarin geen beweegredenen meer bestaan en die altijd al, alleen versluierd, in ons aanwezig was, bereiken. Verder zien we dan ook, dat deze toestand geen object nodig heeft om te bestaan.

Jean Klein


LEES VERDER    >> 



      OF GA NAAR PAGINA  1- 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7


Shri Ramana

Maharshi

     

Jean Klein



De mens is

voorbestemd om tot Zelf-kennis

te komen.


JÑANA  YOGA


Het hele bestaan wil gekend,

geleefd en

ervaren worden.


Het antwoord

op de levens-

problemen is  …         

… zien wie ze heeft.