De vroegere aanleg van het orgel tot het jaar 2009 in de Grote of St. Nicolaaskerk te Muiden

1. De windvoorziening

Allereerst, na het betreden van de wenteltrap in de toren, viel de ongebruikelijke aanleg op van de windvoorziening op de eerste verdieping. De magazijnbalg was geplaatst onder de trap naar de hogere verdieping. De windmotor was een Meidinger uit 1924.

De Meidinger windmachine, geheel rechts is een gedeelte van de tremulant zichtbaar.


De kanalen van de windvoorziening waren door De Koff bij het plaatsen van een magazijnbalg omstreeks 1927 uitgevoerd. Vanaf de windmachine liep een kanaal naar de torenmuur, op dat kanaal was de opliggende tremulant geconstrueerd, waarna het windkanaal verder door de torenmuur regelrecht was aangesloten op de windlade van het Bovenwerk.

Direct na de windmotor was er ook een aftakking naar beneden naar de magazijnbalg, er was daar dus een T-verbinding. Aan de onderkant van de magazijnbalg liep een tweede windkanaal opnieuw door de torenmuur naar de windlade van het Hoofdwerk.

2. Pedaalmechaniek

De aanleg van het aangehangen pedaal is vermoedelijk van Knipscheer. Deze situatie is na 2010 nagenoeg ongewijzigd gebleven.

De abstracten van het pedaalmechaniek. Op de voorgrond de metalen walsarmpjes voor het pedaal, op de achtergrond de langere houten walsarmpjes voor het manuaal van het Hoofdwerk.

Onder de toetsen van het Hoofdwerk zitten voor het pedaal C-c1 gefestonneerde oogjes. Daar doorheen steekt een haakje van koperdraad, dat bevestigd is aan een abstract. Dit abstract heeft aan het eind een nok als opstoter. Op de foto boven zie je het eind van dit abstract met opstoter nog juist helemaal linksboven. Contra daar tegenover een tweede abstract met een opstoter die bevestigd is aan het walsarmpje van het walsbord voor het pedaal. Ze haken dus als het ware in elkaar. Met veren tussen de aangelijmde schuine nokjes en de kam achter de zichtbare lat op de foto, worden de abstracten van het pedaal omhoog gehouden. Het grote probleem is, dat er een vrije slag is tussen de beide opstoters. Die vrije ruimte van 1 1,5 cm. is ook zichtbaar op de foto. Het pedaal is dus zonder enige reductie verbonden aan de manuaaltoets. Alleen de vrije slag geeft ruimte aan de pedaaltoets voor de noodzakelijke diepgang. Bij het indrukken van de pedaaltoets doet het pedaal dus eerst 1 1,5 cm niets om de vrije ruimte te overbruggen, daarna wordt de diepgang van de toets benut om de pedaaltoets tot op de bodem te spelen.

 

De pedaalabstracten vanaf de zijkant gezien.

De walsen voor het pedaal lopen in walsbussen en niet in dokjes, in tegenstelling tot die van de manualen. Het geheel was vrij slap van constructie. In Muiden hebben we twee walsborden achter elkaar, die voor het manuaal achter en de ander voor het pedaal voor. Het knieschot zit praktisch tegen de abstracten aan.

Het pedaalklavier heeft korte toetsen (30 cm.) en was zeer luidruchtig.

3. Koppelingsmechaniek

De koppeling voor Hoofdwerk + Bovenwerk is als bas- en discantkoppeling uitgevoerd. De pennen van het koppelingsmechaniek waren vrij dun met een kleine schroefdraad waardoor de moertjes ook weinig houvast hadden.

Het koppelingsmechaniek van de manualen.

4. Het pijpwerk

Door de restauratie van de kerk van 1994 tot 1998 was het binnenwerk van het orgel zeer vervuild. Ook het pijpwerk moest geheel worden schoongemaakt.

Het pijpwerk van het Hoofdwerk. Op de voorgrond is nog net de Trompet zichtbaar, daar achter staan de pijpen van de Cornet 4 st. in de samenstelling 1 3/5' - 2 2/3' - 4' - 8' (gedekt).

Sommige pijpen leunden praktisch met de baarden op de roosters, waardoor de uitspraak bemoeilijkt werd.

De baarden leunen op de roosters.

De door de orgelbouwer Blank in 1975 gereconstrueerde Mixtuur op het Bovenwerk heeft vanaf c2 een 5 1/3'. Aan de hand van het oude rooster zou dit te verdedigen zijn, ondanks het feit dat het Bovenwerk als basis een Principaal 8' heeft.

Pijpwerk van het Bovenwerk. Vooraan de Octaaf 2, daarachter duidelijk zichtbaar de pijpen van de Mixtuur 4 st. met als samenstelling 5 1/3' - 4' - 2 2/3'- 2'. Helemaal achteraan de Dulciaan 8'.

Loden conducten naar de verlaagd opgestelde Principaal 8' van het Bovenwerk. Deze pijpen moeten vroeger in het front hebben gestaan.

5. Registermechaniek

De registermechaniek vormt de verbinding tussen de registerknoppen en de slepen. Bij verandering van weersomstandigheden, waarbij de relatieve vochtigheid terugloopt, schuiven de slepen erg zwaar. Onder extreme omstandigheden waren sommige registers zeer moeizaam tot totaal niet meer te bewegen. Vooral de Mixtuur van het Bovenwerk zat dan muurvast! Bij de restauratie door orgelbouwer Blank in 1975 was dit probleem genegeerd, uit principe om geen modern systeem aan te willen leggen in een historisch orgel, ondanks de waarschuwing voor de hete-luchtverwarming in het rapport van 1966.

De lichtgekleurde walsen zijn de door Blank gereconstrueerde van de registermechaniek voor het Bovenwerk.

6. Losgeraakte delen van de orgelkas

Bij de laatste restauratie van de kerk waren delen van het orgel losgeraakt. Houtsnijwerk van de orgelkas moest opnieuw worden bevestigd. Aan de onderzijde van de ananas behoren vier bladen uit te steken, die waren er door de aannemer afgehaald en niet meer teruggeplaatst.

Het losgeraakte houtsnijwerk van de orgelkast. Het behoort vanuit de kerk gezien aan de linkerzijde van het orgel te worden bevestigd. Oorspronkelijk moet het houtwerk ook beschilderd zijn geweest daar verfsporen nog aanwezig zijn. De gehele kast zal er kleurrijker uit hebben gezien dan thans.

De losse bladen houtsnijwerk die onder de ananas gestoken moeten worden.

7. De orgelbank

Tijdens de grote restauratie van de kerk in 1994-1998 stond de orgelbank in afwachting om opnieuw gebruikt te worden naast het orgel. Het leer had slijtageplekken en de bank zelf kraakte nogal. Gevraagd was om de orgelbank te herstellen, zodat bij de ingebruikname van de kerk de orgelbank weer optimaal dienst kon doen. Een timmerman uit de gemeente zou als vrijwilliger de bank opnieuw lijmen. Nadat de bank in elkaar gezet was, werd hij uitgeprobeerd. Helaas zakte de bank als een kaartenhuis in elkaar, omdat de poten nog niet gelijmd waren. Voor de tweede keer werd de bank in elkaar gezet en gelijmd. Helaas bleek nu, nadat de orgelbank achter het orgel werd gezet, dat de poten n centimeter te dicht bij elkaar stonden, zodat de bank niet meer om de bekisting van het pedaal heen paste.

8. De tremulant

De tremulant was een opgelegde tremulant op het windkanaal naar het Bovenwerk in de toren. Het balgje vertoonde scheuren en was al een keer provisorisch geplakt.

De tremulant gesitueerd in de toren. Onderaan is de pijp door de torenwand zichtbaar waardoor het stuk ijzerdraad komt om de tremulant te bedienen.

De registertrekker voor de tremulant was verbonden met een ijzerdraadje die door een buis door de torenwand uitkomt bij de hevel voor de bediening van de tremulant, zoals zichtbaar is op bovenstaande foto.

Dit is het windkanaal voor het Bovenwerk. Aan de onderzijde loopt het stuk ijzerdraad van rechts naar links dat door de torenwand gaat voor de bediening van de tremulant. De lichte knik in de draad zorgt voor de juiste afstelling!

Een buiging in het ijzerdraad moest zorgen voor de juiste afstelling van de tremulant. Het is te begrijpen dat de constructie zeer te wensen overliet.

Tot zover de situatie tot april 2009 waarna de restauratie door de orgelbouwer de firma Van Vulpen uit Utrecht een aanvang neemt.

 

Terug naar index