GRONINGEN EN GRUNNEGER, de geschiedenis van Westerwolde

Westerwolde
Geschiedenis


foto kerk Onstwedde, WB
Een verhaal uit Onstwedde

HET OUDE DOOPVONT (uit 1100 jaar Onstwedde - JW Hiskes, 1976)

Het oude doopvont (achtkantige Bentheimer zandsteen) in de Onstwedder kerk is al gemaakt in het jaar 1324. Toen beleden onze voorouders het r.-k. geloof met de paus als kerkelijk leider. Dat dit doopvont bewaard is gebleven danken we aan de zuinigheid van onze voorouders en een flinke portie toeval.
Zij deden niet zo gauw dingen weg die je nog op de één of andere manier kon gebruiken. Zo was het ook met dat doopvont.

Overleveringen betreffende een beeldenstorm in Onstwedde zijn niet bewaard gebleven. Zoals toen meer voorkwam zijn allerlei zaken, die nog aan de katholieke eredienst herinnerden, pas vrij laat uit de Onstwedder kerk verwijderd. De opdracht daartoe kwam op een goeie dag "uit Winschoten" zegt het familieverhaal. En het kerkbestuur kweet zich toen van die taak.

Eén hunner was één van mijn voorvaderen, woonachtig in Veenhuizen. Het "begrootte" hem echter het doopvont zonder meer te laten verkommeren of stuk te slaan. Hij had er een nuttige en praktische bestemming voor.

Hij sleepte het ding van Onstwedde naar Veenhuizen en plaatste het in het vooraf, voor de boerderij, als drinkensvat voor het vee!

Daar heeft het een paar eeuwen gestaan, duidelijk zichtbaar vanaf de weg. De boerderij brandde in de twintiger jaren (van de 20e eeuw) af en werd herbouwd. Het doopvont overleefde alles. Ouderen zullen zich (in 1975) nog herinneren dat het daar stond in het weiland. Voor hen, die ter plaatse niet zo goed bekend waren, was het een herkenningsteken: De "boerderij met het doopvontje".

Het bleek nog een ander praktisch nut te hebben en daar is het niet beter van geworden. Je kon op de rand uitstekend een mes slijpen. Generaties hebben dat dan ook gedaan, vandaar de hier en daar nogal uitgesleten rand.
Wijlen de heer B. Trenning heeft, toen hij de boerderij verliet, het doopvont terecht beschouwd als "roerend goed" of anders gezegd onroerend en behorend bij de kerk. Hij ontfermde zich erover en zo kwam het terug in Onstwedde.

-Naar boven-

Westerwolde en Onstwedde

ENIGE HISTORIE (uit 1100 jaar Onstwedde, 1975)

Wesderewalde = Onstwedde (mening in proefschrift van R. Fruin, 1886).

Circa 1060: Abt Saracho van Abdij Corvey maakte een lijst van goederen die aan de Abdij waren geschonken. Onder nr. 689:

"In Wesderewalde in pago Thrente Landus habet III jugera et persolvit II pannos et X esoces". In Westerwolde in de gouw Drente-land 3 morgen land (1/4 ha) en een jaarlijkse betaling van twee lappen doek en 10 vissen (snoeken).

In een oorkonde uit 1316 en in tal van latere stukken wordt steeds gesproken van het landschap Westerwolde met z'n 5 parochies: Onstwedde, Wedde, Sellingen, Vlagtwedde en Vriescheloo.
In de slotbepaling uit het Westerwoldse landrecht van 1470 staan 4 kerspellen vermeld: Westerwolde, Sellingen, Vlachtwedde en Vriescheloo. Zowel Wedde als Onstwedde ontbreken en het lijkt logisch dat Onstwedde aangeduid werd met Westerwolde, waarschijnlijk waren Wedde en Onstwedde 1 kerspel.
Het register met schenkingen van de abdij van Werden (Ruhr, Essen) welke gedateerd is uit de laatste helft van de 9e eeuw vermeld 2 keer de naam Westerwalde en Uneswido (Onstwedde): "In Westerwalde in Uneswido Meginward, unam virgam I solidum et unam mansionem". (een roede gronds, een geldstuk en een huis).

De abdij Werden werd gesticht door Liudger in 800. Deze ligt ook te Werden begraven.

In het testament van Lodewijk II (achterkleinzoon van Karel de Grote) in 875 staat o.a. "Item tradidit (Lodewicus Secundus) hereditatem in Westerwolt cum ecclesiis inibi existentibus in proprietatem huius Ecckesuae Cirbehebsus". Evenzo heeft Lodewijk II als erfenis doen overgaan in het eigendomsrecht van de kerk (abdij) Corvey: Westerwolde met de kerken aldaar". De deskundigen zijn al met al tot de conclusie gekomen dat het kerspel, en een kleine kerk, al in 875 bestond en de oudste is in Westerwolde.

Het bezit ging dus in 875 over naar de abdij van Corvey, met alle gevolgen nadien. Vòòr 875 kwam de naam Uneswido al voor bij de abdij van Werden.

ENIGE HISTORIE (uit 850 jaar Wedde, 2000)

Onstwedde hardnekkig paaps.

Met de reductie in 1595 werd in Westerwolde de gereformeerde godsdienst ingevoerd. Van alle kerkdorpen in de classis Oldambt en het Westerwoldinger land is Onstwedde het langst trouw gebleven aan de roomse godsdienst. Want in 1679 was daar nog een paaps altaar. Sommige bewoners en hun kinderen en kleinkinderen konden (wilden) de nieuwe godsdienst niet zo maar accepteren. Zij hielden vast aan het oude roomse geloof.

Paapse relikwieën
Eens per jaar moest elke classis een lijst met antwoorden inleveren bij de algemene provinciale synode. Eén van de vragen luidde: "off er ooc paepsche reliquien zijn". Uit de antwoorden blijkt dat in de classis Oldambt en Westerwoldinger land het kerkdorp Onstwedde bleef vasthouden aan het oude roomse geloof. Het lijkt dat de overheid dit accepteerde, want er is niet tegen opgetreden. Men heeft het laten uitsterven.

In de gegevens van de algemene provinciale synode vinden we:
1653
12 july in Onstwedde staet een scandaleus sacramen(t)shuijs.
1654
12 july te Onstwedde is een paeps altaer, bij de drost te remonstreren.
1657
23 juni paepsche reliquien is tot Onstwedde nog een altaer.
1658
Tot Onstwedde een puijramen sonder eenig beelden.
1659
Paepsche reliquien zijn nergens excepte Onstwedde
1670
Ds. Borgesius (gekomen 10/07/1670) neemt an te ijeveren tegen paepsche overblijfsel tot Onstwedde.
1673
26 january Ds. Everwinus Adolphus Molanus gekomen
1678
Buijten het altaer tot Onstwedde geen bekende paepsche reliquien.
1679
Buijten het altaer tot Onstwedde geen bekende paepsche reliquien.
1682
Van paepsche reliquien geen exempel.

naar top

Valid XHTML 1.0 Transitional Valide CSS!

logo Groningen en Grunneger