GRONINGEN EN GRUNNEGER, de geschiedenis van Westerwolde
Zuid Groningen:
Geschiedenis
Inleiding
In de tweede helft van de 14e eeuw heeft de adellijke familie Addinga zich vanuit het Reiderland
in Wedde gevestigd. De oorzaken hiervan waren de hoge waterstanden en het ontstaan van de Dollard. Ze bouwden omstreeks 1360 een steenhuis, de aanzet tot een borg, in Wedde. Dit gebeurde met goedkeuring van de abt van het klooster in Corvey (niet van de bisschop van Munster) zodat gesproken kan worden van een leenheerschap over de heerlijkheid Westerwolde.
Met het uitoefenen van het leenheerschap door de Addinga's begon in Westerwolde een strijd met de Westerwoldigers.
Er ontstond onder andere onenigheid over de uitoefening van de rechtspraak en de aanspraak op dienstverlening door de adellijke familie Addinga.
In Westerwolde werd de rechtspraak door de gezworenen en de richter geregeld. Overblijfselen van vormen van zelfbestuur zoals de boerrigter en het bestaan van de hoendergeld-plicht bleven zelfs bestaan tot in de 19e eeuw. Het oudst geschreven Westerwolds landrecht dateerd uit de 14e eeuw.
Vanuit Duitsland naar de stad Groningen liep een belangrijke route via Wedde. De Nassau's kwamen in 1568 in Wedde, waardoor de tachtigjarige oorlog hier het beginpunt werd.
En Westerwolde was, in de jaren 1665 en 1672, het toneel van totale ontwrichting door de invallen van de bisschop van Munster. In Groningen is nog bekend het weerstaan, in 1672, van de aanval van bommenberend. Dit wordt in de stad Groningen jaarlijks gevierd op 28 augustus.
Maar Westerwolde is in die jaren geplunderd door het rondtrekkende leger van deze bommenberend. In de slag bij Jipsinghuizen werd het leger van bommenberend tijdelijk verdreven. Bourtange was een versterkte vesting maar kon niet ingenomen worden. In 1672 werd alsnog de burcht in Wedde bezet alsmede Ter Apel.
In veel boeken staan veel historische gegevens echter over het algemeen ongeordend in de tijd. Om er (voor mijzelf) een (tijd)lijn in te brengen onderstaand op de "schoolse" wijze een rangschikking op datum. Later kan ik aldus nieuwe gegevens invoegen.
Prehistorische tijdsindelingen
Geologische tijdsperioden
| tijdsperiode |
ouderdom jr |
afzetting |
vindplaats |
| holoceen |
tot 10.000 |
zeeklei |
Dollard (Reiderland) |
| holoceen |
tot 10.000 |
veen |
veenkolonies |
| pleistoceen/Weichsel ijstijd |
tot 70.000 |
rivierduinen (wind) |
Mussel A oevers |
| pleistoceen/Weichsel ijstijd |
tot 70.000 |
dekzand (wind) |
Mussel A oevers |
| pleistoceen/Saale ijstijd |
tot 200.000 |
keileem (landijs) |
ten noorden van Onstwedde |
| pleistoceen/Elster ijstijd |
tot 500.000 |
potklei (smeltwater) |
ten zuiden van Onstwedde |
| pleistoceen/Cromer ijstijd |
tot 800.000 |
groen (rivier)zand |
Sellingerbeetse |
Delfstoffen
Dit heeft alles te maken met de prehistorische ontwikkeling van Westerwolde.
Zand
Sellingerbeetse is een belangrijke delfplaats van zand. Dit is afgezet zand van grote rivieren, voorlopers van de Rijn.
Leem
Potklei en keileem werd gewonnen bij Onstwedde. In de middeleeuwen gebruikt voor het bakken van bakstenen (tichelbarg
Onstwedde). Later gebruikt voor de wanden en vloeren van de boerderijen.
IJzer
In redelijk grote hoeveelheden gewonnen langs de oevers van de Mussel A en Ruiten A. Aanvankelijk voor bijvulling
van de ijzersmelterijen. Later belangrijk voor zuivering van steenkoolgas (vanaf 1900 tot in de vijftiger jaren).
Turf
Turf werd gewonnen tot in de eerste helft van de 20e eeuw. In Westerwolde zelf in kleinere hoeveelheden aanwezig, in de
randgebieden van het Bourtangermoor (Stadskanaal - Pekela's) een gemiddelde dikte van 3 meter.
Bevolking
Tot in de 18e eeuw was Westerwolde zeer dun bevolkt. Op basis van de hoendergeldlijst in 1800 ongeveer 2500
personen. Het landschap van Westerwolde was woest en leeg dus onontgonnen en bewoning voornamelijk langs de oevers
van de riviertjes Ruiten A en Mussel A in Wedde, Vlagtwedde, Sellingen, Onstwedde en Vriescheloo.
In de 19e en 20e eeuw groeide de bevolking van 2.500 naar 11.000 in 1900. Daarna naar 25.000 in 1925.
Dit werd veroorzaakt door geboorteoverschot maar vooral door immigratie in Onstwedde, door de ontwikkeling
van Stadskanaal tot veenkolonie.
In de periode 1860-1960 had Westerwolde over het algemeen een vertrekoverschot. In belangrijke mate veroorzaakt door
de opkomst van de landbouwmechanisatie, anderzijds het einde van de ontvening en ontginning.
Voorbeeld: Respectievelijk Bellingwolde, Onstwedde, Vlagtwedde, Wedde.
1900 vestiging 36.9 64.8 54.4 57.7 vertrek 51.2 62.9 60.5 63.9
1930 vestiging 45.9 57.7 58.7 61.4 vertrek 77.0 79.8 77.4 70.6
1960 vestiging 26.6 41.9 36.3 33.3 vertrek 36.3 45.2 49.0 51.1
Groningen en Grunneger