Zuid Groningen:

Geschiedenis


Geschiedenis van Westerwolde tot 1400
Bourtange, foto WB
785
Karel de Grote was keizer over onder andere Saksen. Omdat Westerwolde tot Westfalen behoorde en Westfalen samen met Oostfalen en Engeren de Saksische staat vormden, behoorde Westerwolde bij Saksen.

875
De landstreek Westerwolde werd gekerstend vanuit de missiestatie te Meppen. Het gebied werd door Lodewijk de Duitser in de 9e eeuw geschonken aan het Duitse klooster Corvey. Dit klooster viel onder het bisdom Osnabrück. Dus viel Westerwolde, in de kerkelijke hiërarchie, onder Osnabrück. Groningen (vanaf de 11e eeuw de stad Groningen) behoorde toen, als Drents dorp, met het omliggende Gorecht onder de kerkelijke hiërarchie van het bisdom Utrecht.
De naam Westerwolde komt in 875 voor het eerst voor in een inkomstenlijst van de abdij van Werden aan de Ruhr. Genoemd worden Westerwalde en Uneswido (Onstwedde).

1150
Een lijst van kerken van de abdij van Corvey aan de Wezer (bisdom Osnabrück) vermeldt: Unsved, Wedde, Sallinge, Vlachtwedde en Vresschenlo.

1316
Westerwolde kende geen hoofdelingen en dus ook geen hoofdelingen die tot het rechterambt bevoegd waren, zoals elders. Maar een systeem van verkiezing van 12 gezworenen en één richter. Bij toerbeurt werd men gekozen tot dit ambt door de belangrijkste bewoners (belangrijk op basis van bezit) van de 5 kerspellen Sellingen, Vlagtwedde, Onstwedde, Wedde en Vriescheloo.

In het jaar 1316 sloot men, vrijwillig, een verdrag met de bisschop Lodewijk van Munster. Zo mocht zonder toestemming van de bisschop geen versterking gebouwd worden in Westerwolde. Ook moesten de Westerwoldigers belasting, in de vorm van hoendergeld (1 hoen per huis), betalen aan de bisschop van Munster.
De bisschop was daarmee feitelijk wereldlijk leider van Westerwolde. De direkte invloed van de stad Groningen en de Ommelanden ging aldus tot aan de (waarschijnlijk natuurlijke) grenzen van Westerwolde. De vertegenwoordiger van de bisschop werd later de leenheer echter het hoendergeld bleef verschuldigd aan de bisschop. Later werd dit de drost, eerst gevestigd in de burcht van Landsegge bij Haren aan de Ems, later in de burcht te Wedde.

In de 2e helft van de 14e eeuw hebben de Addinga's geprobeerd hun macht, als hoofdeling, in Westerwolde te vestigen.

-Naar boven-

1361
Dit was het jaar van de Marcellusvloed en grote delen van het Reiderland kwamen onder water te staan.

Westerwolde kwam aan zee te liggen. De oude zee- en rivierdijken zijn bij Wedde en Blijham nog duidelijk herkenbaar. De plaatsen Blijham en Bellingwolde werden later niet meer tot het Reiderland gerekend maar tot Westerwolde.

Adde Addinga, door overstromingen verdreven uit het Reiderland, verkreeg het leenheerschap over de heerlijkheid Westerwolde van de abt van het klooster van Corvey (bij Höxter - Duitsland). Dus niet rechtstreeks van de bisschop van Munster! Westerwolde is tot in de 16e eeuw kerkelijk onderhorig geweest aan de abdij van Corvey en daarmee aan de bisschop van Osnabrück. In 1561 werd Westerwolde onder het bisdom Groningen gebracht. De kerkelijke invloed van het klooster Corvey blijkt ook uit het wapen van Winschoten, Sint Vitus. De kerk van Winschoten stond onder voogdij van het klooster van Corvey en gewijd aan Sint Vitus evenals Corvey. Overigens behoorde Groningen toen onder het bisdom Utrecht, terwijl de Ommelanden tot het bisdom Münster behoorden. Het wapen van Westerwolde bestaat uit een korenschoof met uitspringende aren.

1362-1370
Het huis te Wedde wordt gebouwd, nu meestal genoemd de burcht te Wedde. Wedde als plaats voor een burcht is niet toevallig gekozen. Wedde lag aan een handelsroute welke van de stad Groningen naar Lingen en Westfalen leidde.

1391
In dit jaar is voor het eerst sprake, in een oorkonde, van het huis te Wedde. Egge Addinga I (zoon van Adde) wordt echter nog aangeduid als hoofdeling in Reiderland. De bevolking van Westerwolde had moeite met het aanvaarden van de heerschappij van Egge Addinga. Zoals de rechtspraak, het opleggen van boetes en tolheffing. Toen Egge op weg was van Onstwedde naar Wedde is hij ter hoogte van Wessinghuizen aangevallen en vermoord.

Toch blijkt vervolgens de macht van de Addinga's. De Westwoldigers beloofden, in een oorkonde dd. 4 juni 1391, aan Adde, Hayo en Boele (nog minderjarige zonen van Egge) Focke Kekesma (weduwe van Egge) en Umke Rypperdes (hoofdeling te Farmsum) en Wyarde Memminge (hoofdeling te Bunde), Memmen en zoon Tiabbeken Jelderkes de verplichtingen na te komen die zij ook hadden met de overleden Egge.

1392
In dit jaar wordt voor de eerste maal, in een acte gedateerd 12 maart 1392, het slot te Wedde genoemd, bewoond door de Addinga's. In deze acte van Hendrik, bisschop van Munster, wordt bevestigd dat Wyarde Memminge, Memmen en Tiabbeken Jelderkes hebben verkocht en overgedragen het slot met land en rechten op geheel Westerwolde alsmede het rechterschap etc.

-Naar boven-



logo Groningen en Grunneger