Sunshine’s
page: Flyfishing
in Norway, 2007
In
het begin van 2007 haalde vismaat Erik mij over om mee te gaan op een vistrip
naar Noorwegen. Het was overigens niet echt moeilijk om mij over te halen na
alle verhalen en de honderden foto’s die hij mij al had laten zien van
prachtige landschappen. In de maanden die volgden ontwikkelde zich langzamerhand
het uiteindelijke plan: 4 Nederlandse vliegvisgekken zouden op het vliegtuig
stappen naar Oslo. Daar zouden we overstappen in een huurauto en verder
landinwaarts reizen, op jacht naar de Vlagzalmen van de Glomma. Na een aantal
dagen zouden we dan doortrekken naar het kustgebied om de in de fjorden de
zeevis te belagen.

Dit
soort trips vergt iets meer voorbereiding dan mijn jaarlijkse 3-daagse tripjes
naar de Eiffel in Duitsland. Gelukkig heeft Erik (beter bekend als Erik de
Noorman) een schat aan Noorwegen ervaring opgedaan
in de 30 jaar dat hij Noorwegen al bezoekt. De andere leden van dit illustere
vliegvisgezelschap: Hans (a.k.a. Lille Hans) en Pieter hadden ook al Noorwegen
ervaring. Ik was dus de enige Noorwegen maagd in de groep.
Op
basis van karrenvrachten goed advies stelde ik mijn uitrusting samen: Een 9ft
AFTMA 6 hengel voor de Glomma en een 9ft AFTMA
8 hengel voor de fjorden. Zonder voorafgaand advies had ik voor de rivier
waarschijnlijk een AFTMA 4 hengel ingepakt. Omdat ik de kleinere riviertjes in
de Eiffel gewend ben, leek een AFTMA 6 voor Vlagzalm mij aanvankelijk wel erg
overdreven. Welnu, neem van mij aan, nu ik op de Glomma gevist heb: Je wilt
jezelf eigenlijk niet aantreffen aan de oevers van de Glomma met een hengel
lichter dan AFTMA 5.
Om
de Glomma uitrusting te completeren pakte ik een reel met drijvende lijn in en
een aantal 9ft 5X leaders plus voldoende materiaal voor het verlengen van de
leaders met een 5X leadertip van plm. 60 cm. Natuurlijk werd ook het waadpak
niet vergeten, de zonnebril, een hoofddeksel, etc. Er is echter een
uitrustingstuk dat ik nog even apart wil noemen: Een stevige waadstok. Waden in
de Glomma zonder waadstok is niet echt verstandig.

En
dan zijn er natuurlijk nog de vliegen. Ik ben er van overtuigd dat je in de
Glomma vis kan vangen met de vliegen die altijd al je vliegendoos bewoonden. Red
Tags, Gold Ribbed Hare’s Ears, Pheasant Tail Nymphs, Royal Coachmans, etc.
brengen waarschijnlijk allemaal wel een visje op de oever. Toch heb ik in de
maanden voor vertrek een speciale Noorwegen collectie gebonden. Het is tenslotte
pure voorpret om maanden voordien al aan het binden te zijn. Daarbij waren al
die patroontjes al zorgvuldig in de Noorwegen-praktijk getest door mijn
groepsgenoten. Dus vulde ik mijn dozen met hordes bruine, zwarte en grijze
Klinkhammer
stijl parachutes
op
haakje 10 t/m 16, Griffith’s Gnats maat 14-18. Super
Puppans maat 14-18, Parachute Adams Balloon
Head Caddis, Deer Hair Sedges, Mc
Phail’s Pink Bugs, Lead
Head Peeping Caddis, Goudkop
Red Tags, Several Spiders, Lucky
nymphs etc, etc.
Voor
de fjorden nam ik een reel mee met een 300 grain sink tip, 20-ponds nylon
(waarvan een stuk van 5 ft aan de vliegenlijn werd bevestigd als korte leader)
en voldoende backing. Ik nam ook een spoel met een drijvende lijn mee. Dat zou
wel eens handig kunnen zijn als de Makreel in de oppervlakte jaagt, zo had ik
reeds geleerd. De vliegen die ik voor de fjorden inpakte waren wat Clouser
Minnows, en
een haffeltje zelf bedachte tubeflies: de Fjords
Terror, geïnspireerd op een
succesvolle streamer van Erik de Noorman.
Na
alle voorbereiding restte slechts het aftellen van de dagen… totdat het
eindelijk 5 september was. We ontmoetten elkaar op Schiphol. Na een goede vlucht
en een voorspoedige rit in de regio Stor Elvtal
bereikten we onze eerste bestemming: Een camping aan de oever van de
Glomma. De
eigenaar van de camping verkocht ook visvergunningen. Een vergunning voor een
week was ongeveer 150 Noorse Kronen (Net geen 19 Euro). De Glomma is verdeeld in
verschillende stukken. Je kunt alle informatie die je nodig hebt vinden in de Glommaguiden.
Gelijk
na het uitladen werd de Glomma geïnspecteerd. Nu moet je weten dat de Glomma
een bijna intimiderende slok water transporteert in de ogen van iemand die
riviertjes bevist die zelden breder zijn dan 20 meter. Gelukkig wist ik mij
omringd door Glomma veteranen.
Onder de kalme, bijna vaderlijke begeleiding van Lille
Hans mag ik mijn eerste stapjes doen. “OK jongen, ga hier maar eens
staan….werp nu maar eens daar..” .
Er is niet veel tijd voordat het donker wordt. Ik verwacht dan ook zeker
op de volgende dag te moeten wachten voor mijn eerste Glomma Vlagzalm. Niets
blijkt echter minder waar. Enkele ogenblikken later vang ik mijn eerste Glomma
Harr (Vlagzalm). Het is geen grote, en ik heb haar niet eens aan de droge vlieg
gevangen, maar aan een Lucky. Maar
dat doet er even niet toe. Yesss!!! Ik heb mijn eerste Glomma Harr gevangen! Niet lang daarna
is het tijd om op te breken. De duisternis omarmt langzaam de Shiny River (één
van de bijnamen van de Glomma). Het is tijd voor een hapje en een drankje.
Foto:
Pieter
Wensveen
De volgende dagen op
de
Glomma
zijn fantastisch. Ik
wen langzamerhand aan het waden op de ronde Glomma-keien. Uiteindelijk kan ik
redelijk meekomen met Pieter, Hans en Erik, en we vangen allemaal ons visje. Ik
leer ook het Glomma-jargon dat bestaat uit vreemde tongen als
“Zwok-aanbeten” en “takes als regendruppeltjes”. Ik begin me hier gewoon
thuis te voelen, zowel wat waden als wat vissen betreft.

Het
vissen hier verschilt nog al van het vissen in kleine riviertjes. Eigenlijk moet
je naar deze rivier kijken als een verzameling kleine riviertjes. Bekijk de
stroompatronen en probeer de verschillende ‘routes’ in de rivier te
herkennen. Probeer dan een route te vinden waar een diepere pool in zit. Dat is
het deel waar het water er donkerder uitziet. Vis nu je vlieg over/door die
diepere stukken, liefst daar waar het ook nog lekker stroomt. In de hoofdstroom
dus. Vanwege de diepte en de stroomsterkte van de rivier zijn we genoodzaakt
langere worpen dwars over de stroming te maken om de hoofdstroom te bereiken.
Dit maakt het moeilijk om de vlieg een lange gecontroleerde drift te laten
maken. Wat voor mij werkt is om een reachcast stroomopwaarts te maken (Werp
dwars over de stroom en wijs voor dat de lijn landt de hengeltop zo ver mogelijk
schuin stroomopwaarts) waarna tijdens de drift steeds gemend wordt (de lijn
steeds weer in een stroomopwaartse bocht leggen). Aan het einde van de drift
laat ik mijn vlieg gewoon een swing maken (ook de droge vlieg). Je zult nog
verbaasd zijn over de aanbeten die dan nog volgen, aldus mijn reisgenoten.
Enfin, tijdens onze dagen daar vang ik Vlagzalm aan zwarte bruine en grijze
Klinkhammer-stijl parachutes, aan Griffin’s Gnats en Balloon Caddis. De Lead
Head Peeping Caddis, Mc Phail’s Pink Bug, Lucky en Copperbelly P&O blijken
onder het wateroppervlak succesvol.
Maar
dat gaat allemaal over vissen en vangen. Veel indrukwekkender nog is de
totaalbeleving. Deze is voor de Glomma-visserij wat de juiste lijst is bij een
mooi schilderij. De kameraadschap, Pølser
grillen op het kampvuur,
koffie
zetten van Glomma water,

de
culinaire hoogstandjes van Hans en Erik, de humor van Pieter, etc. etc. En dan
is er nog het landschap. Alsof je in een ansichtkaart staat te vissen, of beter
nog, een hele stapel ansichtkaarten. Op elk nieuw moment speelt het licht op een
andere manier door de wolken. Het is haast alsof de zon een regisseur is die
verschillende soorten belichting uitprobeert, en allemaal even mooi en
indrukwekkend. Wat een prachtige
omlijsting voor een perfecte visserij.
Je
kunt je voorstellen hoe verbaasd ik was toen mijn reisgenoten aangaven dat dit
het landschappelijk het saaiere deel van Noorwegen is!
Time flies when you’re having fun. Op het ene moment sta je tot
over je knieën in de Glomma, op het andere moment ben je op weg naar de fjorden
voor een zoutwater avontuur. Tijdens de reis zie ik het landschap onder mijn
ogen veranderen. Geleidelijk aan transformeert
het uitzicht zich van een heuvelachtig landschap met daarin de Glomma vallei in
een ruig berglandschap.
Was
ik overigens al onder de indruk van de Glomma-visserij, de fjordenvisserij is
bijna ongelofelijk. Tijdens het wachten op de veerpont vangen we vis na vis op
de vlieg. Gulletjes, Pollak, Rode Poon,
Koolvis..ze melden zich allemaal. Visserslatijn is hier volkomen
overbodig. Er is hier een bijna niet te bevatten visrijkdom. En ook hier weer:
wat een prachtig landschap! Je kijkt voor je en je ziet een prachtig plaatje:
even een foto maken. Je draait je vervolgens om en zie dan een uitzicht dat
simpelweg gefotografeerd moet worden..je kijkt links van je…foto…rechts van
je…enfin je begrijpt het al.

Tijdens
de volgende dagen bevissen we het zoute fjordenwater op verschillende plaatsen.
Ik leer dat hoe steiler de rotskant het water in steekt, hoe beter de stek. Ook
steigers zijn goede plekken. Je zoekt dus eigenlijk plaatsen waar het water
dicht bij de kant gelijk wat dieper is. Vervolgens moet het water ook in
beweging zijn. Dus alles behalve dood tij is goed. Knoop vervolgens je streamer
aan de leader (ik gebruik 150 cm 20 ponds nylon) en werp de 300 grains sink tip
zo ver mogelijk. Nu het geheel laten zinken. Ik wacht gewoon een halve minuut en
daarna strip ik mijn streamer binnen. Varieer een beetje in de snelheid waarmee
je binnenstript en de kans is groot dat je vrij vlot je eerste aanbeet krijgt.
Gebeurt dat niet, varieer dan de diepte waarop je vist door de lijn langer of
korter te laten afzinken voordat je binnenstript.
Met
zoveel vis is de buurt is het bijeensprokkelen van een maaltijd geen probleem.
Door de culinaire vaardigheden van Lille Hans en de Noorman is dit niet alleen
een vistrip, maar ook een gastronomische trip. Beter
nog, het is een totaalbeleving.

En
zelfs tussen de massa’s vis (ja echt.. massa’s)
zitten nog extra moments of glory. Zoals
de vis die tijdens de dril werd onderschept door iets onbekends, Pieter
achterlatend met slechts een vissenkop aan zijn lijn…En na vele stevige
aanbeten aan mijn lijn, ineens die nog stevigere ruk. Whoeaaa, de hengel gaat nu
echt heel krom. Toch geen kinderachtig stokkie een RPLXi #8. De slip van mijn
reel staat zo strak als mijn leader het toelaat, en RANKOETJEE…. De vis gaat
er gewoon een stuk van door. Mijn hart gaat intussen in overdrive, dit is een
grote Erik… Whooaaa…daargaatieweer. En terugpompen die vis. Ngiinngg….de
lijn snijdt door het water, zelfs de kurk van de hengel staat krom. Hoppa…weer
een aantal meters lijn van de reel. Uiteindelijk win ik het pleit. Erik pakt een
Fett store Lyr (een grote Pollak) uit het water.
Foto:
Erik v.d. Hoek
Net
over de 70 cm was de vis een stuk sterker dan een metersnoek.
Wat
een belevenis. Misschien
is het voor een aantal van jullie gesneden koek om zulke vissen te vangen, maar
ik zit hier gewoon nu weer met een brede grijns achter het toetsenbord.
Ook
Hans en Erik vangen mooie vissen. Om over Pieter maar niet te spreken. Op het
allerlaatste moment, terwijl we de lijnen binnenspoelen en de allerlaatste
vissessie ten einde loopt peutert Pieter nog een kneiter van een Pollak onder de
stijger vandaan.
Het
beest protesteert hevig, maar Pieter brengt haar vakkundig op de kant. Wat een
mooie afronding van de laatste visdag in Noorwegen.
Foto:
Erik v.d. Hoek
Intussen
zit ik hier weer thuis, achter de computer dit verslag te schrijven. Een verslag
wat niet volledig kan zijn, omdat er in Noorwegen meer te zien is dan je kunt
opschrijven, omdat er meer te voelen is dan je kunt uitleggen, Erik, Pieter en
Hans: Heel hartelijk bedankt voor jullie goede gezelschap en voor een
uitstekende begeleiding.
Oh ja, enne.. Noorwegen…I’ll be back.

M.M.R.,
“Sunshine”