Sonar - Echolocatie

 

Dolfijnen hebben redelijk goede ogen, maar het beste kunnen ze ‘zien’ door middel van hun sonar. In het soms troebele water is het zicht natuurlijk redelijk beperkt. Om toch ver te kunnen kijken gebruikt de dolfijn zijn sonar: echolocatie.

 

Het is vrij ingewikkeld, maar ik zal het toch proberen uit te leggen. Vanuit bovenin zijn kop zendt de dolfijn een geluid uit. Dit doet hij om bijvoorbeeld vissen, rotsen en andere dingen te kunnen vinden. Hij zendt het geluid uit en dan wacht hij totdat hij een echo hoort.

 

Je kunt dit vergelijken met als wij een bal tegen een muur gooien. Je gooit de bal richting de muur en dan duurt het een tijdje totdat de bal weer bij je terug is. Zo werkt het ook met de echo. De dolfijn maakt het geluid, deze komt tegen een rots of een vis, en komt daarna weer terug bij de dolfijn die het geluid dan weer hoort.

 

Als wij een bal tegen een muur gooien en de muur staat verder weg, dan duurt het langer voordat de bal weer terug is. Zo werkt het ook bij de dolfijnen. Als de vis of een ander voorwerp verder weg is, duurt het langer voordat de dolfijn de echo hoort. Zo kan de dolfijn inschatten hoe ver het voorwerp van hem verwijderd is.

 

De dolfijn zendt het geluid, ook wel ‘klikken’ genoemd, uit via zijn hoofd. De echo vangt hij daarna weer op met zijn onderkaak. Het is alleen wel wat ingewikkelder dan het vangen van de bal, die wij tegen de muur gooien. De dolfijn kan elke keer als hij een echo binnenkrijgt, de volgende klikken aanpassen. Hij kan ze harder of zachter maken en op een andere frequentie (toonhoogte) uitzenden, hierdoor kan hij meer informatie over het object/voorwerp te weten komen.

TERUG NAAR BOVEN