|
|
|
Cosquino.nl |
|
| Americano | Espresso verdund met heet water |
| Espresso | Sterke, zware koffie |
| Ristretto | Extra zware espresso |
| Latte Macchiato | Warme melk met een scheutje espresso |
| Caffe Latte | Espresso met veel warme melk |
| Cappuchino | Met melk verdunde espresso, meestal bestrooid met cacaopoeder |
| Macchiato | Espresso met een beetje melk |
| Romano | Espresso met een paar druppels verse citroen |
| Con Panna | Espresso met slagroom |
| Mocha | Mengsel van espresso, warrme chocolade en gestoomde melk, met een laagje slagroom |
terug naar de top van deze pagina
Auto of Fiets |
| Als ik mij door het dagelijkse standsverkeer worstel,
gezeten in mijn auto, zie ik hoe de fietsers zich als heer en meester in
het verkeer gedragen. Zij voelen zich duidelijk gesteund door het nieuw
burgerlijk wetboek, die hun bij de meest grove overtredingen in het
verkeer telkens in het gelijk stelt en waardoor de automobilist bij elke
gerechtelijke uitspraak bijna altijd aan het kortste eind laat trekken.
Als autobestuurder stoor je je mateloos aan hun roekeloos gedrag, maar
je staat machteloos en je moet nog voorzichtig zijn dat het glimmend
staal al die capriolen goed omzeilt.
En dan heb ik het nog niet over de voetgangers, die geen enkel oog hebben voor het verkeer om hun heen en zich volgens de vernieuwde verkeersregels machtig voelen en zich blindelings op de zebra storten. Neem dan die fietser. Die heeft het goed. Er is geen prettigere manier om je snel door die overvolle stad te bewegen. Je passeert alle files, staat vooraan bij het stoplicht, en je kan overal langs pleintjes en door parken doorsteken. Wat echter het grote gevaar is bij die fietstochten, dat zijn die auto's. Je ziet ze als tanks driegend op je af komen en je weet nooit welke kant ze op gaan. Richtingaanwijzers worden alleen nog door bejaarden gebruikt. Met hun machtige uiterlijk dringen ze overal voor, ze hebben haast want ze hebben in de files al te veel tijd verloren. Als fietser tracht je tussen alle heilige koeien te overleven, maar het zou toch veel heerlijker zijn als de stad gewoon autoloos werd verklaard. Waar we allemaal naar streven is een ouderwets rustig straatbeeld,
waarin de automobilist niet zijn voorrang claimt, maar de voetganger
gebaart dat hij wel voor mag. En de fietser die geduldig wacht voor het
rode licht, tot de kruising echt vrij is, waardoor er ook weer veel meer
auto in zijn richting door het groen kunnen oversteken. Als die
vrachtwagen net vaart heeft gemaakt stapt de voetganger vlak voor het
oversteken even achteruit om de vaart niet uit de zware kolos te halen,
waardoor er ook veel minder stank ontstaat. terug naar de top van deze pagina |
Botheid |
| In het NRC Handelsblad van (10-12-2005) stond een artikel
van de hand van Hieke Jippes met de titel de botheid van Nederlanders
“Hee… Lekkere wijven!”, waarin een beeld geschapen wordt hoe je
met de bril van een ex-pat naar het sociaal gedrag binnen onze
samenleving kan kijken volgens een historisch perspectief (hoe was het
vroeger) als ook met een internationaal referentiekader: zijn de
gedragingen in de landen om ons heen anders. Het is een bloemlezing van
onze ik-cultuur, waarin de vraag wordt gesteld of en voor hoe lang de
Nederlander zich aan hufterig gedrag stoort. Jippe constateert dat er
aan sociale omgangsvormen zowel op school als binnen het gezin geen
aandacht wordt gegeven, een van de punten waarin de schrijfster een
verschil ziet met het buitenland. In haar benadering om te toetsen of
dergelijke asociale personen zich laten sturen door een assertief
weerwoord ondervindt zij bescheiden succes als ook bijval van
omstanders. Die omstanders vind zij ook in de reacties op haar artikel (NRC Handelsblad, 17-12-2005), die enerzijds haar waarnemingen
bevestigen als anderzijds ook relativeren. Maar een ding is duidelijk:
er is een groep Nederlanders, die zich ergert aan de huidige
ontwikkelingen in de sociale omgangsvormen en aan het aantal reacties af
te meten is deze groep niet gering.
Wat de schrijfster echter niet meldt, is de fatale afloop van de diversie confrontaties van sociale en asociale landgenoten, die de eerste groep reeds meerdere malen met een verschrikkelijke dood heeft moeten bekopen, getuige de diverse monumenten die een nagedachtenis vormen aan deze tweespalt. Hoe de resultaten ook mogen zijn bij het overbruggen van deze tegenstrijdige gedragingen, het gaat hier in de kern over normen en waarden. Eerst zullen we als samenleving afspraken moeten maken welke waardes we erkennen en welke normen we wensen te hanteren om deze waardes te handhaven. Maar je stuit al meteen op het grootste probleem dat er eigenlijk geen instituut of gemeenschappelijke kern bestaat die de autoriteit bezit om deze normen en waardes te bepalen. De invloed van de kerk is nihil, de overheid heeft noch het gezag noch de uitstraling om hier een overtuigende rol te spelen en de school of het gezin hebben er geen oog voor. Eigenlijk staan we machteloos om de kern van het probleem op te pakken. De enige weg, die er mijns inziens nog rest, is die van de brede maatschappelijke discussie. En dat brengt ons direct bij het tweede probleem: wie wil er vandaag de dag nog maatschappelijk discussiëren? Is het nog mogelijk om langs deze weg een draagvlak te creëren voor dergelijke vraagstukken? Het zou verschrikkelijk zijn dit onderwerp niet te kunnen oplossen als we ons moeten overgeven aan deze al gehele malaise. Ik zie echter nog mogelijkheden om de discussie op een lager niveau te voeren, zoals langs deze en ook binnen het eigen gezin als ook in de eigen kennissenkring. Woorden als verloedering en hufterigheid moeten als negatief en ernstig blijven bestaan. We kunnen ons daar niet bij neerleggen. Ik voel het als een morele plicht daar iets mee te doen. terug naar de top van deze pagina |
Een echte vent eist dividend
|
Paul Frentrop
Directeur van Deminor Nederland Hij schrijft deze column op persoonlijke titel |
Ook een aandeelhouder heeft vaste
lasten en het leven kent al genoeg verrassingen. Dividend zou dus zo
voorspelbaar moeten zijn als een Zwitsers uurwerk. |
|
|
FEM BUSINESS
11 september 2004 Wie een aandeel koopt, heeft van de onderneming maar één ding te verwachten: dividend. Ais de onderneming met het niet als dividend uitgekeerde deel van de winst goede zaken doet, mag de aandeelhouder op termijn ook nog op koerswinst hopen. Maar die blijft ongewis. Een aandeel kan nog zoveel waard zijn, als er geen kopers zijn, krijg je die waarde niet. Dividend daarentegen, kan de aandeelhouder eisen van de onderneming. Aandeelhouders hebben vaste lasten en willen dus graag weten waar ze aan toe zijn. Hoewel een onderneming nooit zeker weet hoeveel winst ze zal maken, moet het dividend liefst wel voorspelbaar zijn. Het leven kent al genoeg verrassingen en voor beleggers zijn verrassingen zelden aangenaam. Vroeger beloofden ondernemingen hun aandeelhouders dan ook een min of meer vaste uitkering. Die werd ook wel primair dividend genoemd en netjes in de statuten vastgelegd. Het voormalige familiebedrijf Océ bijvoorbeeld, had in zijn statuten staan dat op de aandelen zo mogelijk een primair dividend van vijf procent van het nominale bedrag zou worden uitgekeerd. Van de daarna overblijvende winst zou het bestuur zoveel reserveren als het nodig oordeelde, en de resterende winst stond dan ter beschikking van de algemene vergadering. Maar dat mag niet meer.
DIVIDENDBELEID MOET Dal stemt mij wat weemoedig. Zo'n intentieverklaring van de onderneming was vroeger goed genoeg. Beleggers rekenden op hun vijf procent en hoopten op meer. Tegenwoordig wordt zo'n toezegging, door Angelsaksische bril bezien, opeens een verplichting. Die maakt van de aandelen een schuld, waarop vijf procent rente wordt betaald. Ik begrijp de achterliggende gedachte wel, maar vindt het jammer dat iedereen zo zijn eigen stoep juridisch schoon veegt. |
Elders
in de keten gebeurt dal ook. Pensioenfondsen, die ons voor de oude dag
opzij gezette geld beheren, zitten met hetzelfde probleem, omdat ze
toezegden de inflatie goed te zullen maken. Maar zij kunnen die
toezegging net zo min garanderen als ondernemingen het dividend. Die
pensioenfondsen hebben dus ook wat slagen om de arm genomen. En
bedrijven die hun eigen pensioenfonds hebben, realiseren zich plotseling
dat ze de vaste toezeggingen, die zo'n pensioenfonds doet, misschien
niet waar kunnen maken. Vroeger wilden bedrijven zoveel mogelijk te
zeggen hebben over 'hun' pensioenfonds. Nu realiseren ze zich dat
tijdelijke tekorten van hun pensioenfonds dan in hun eigen balans moeten
komen. Dan kan de winst-en-verliesrekening forse uitslagen vertonen. Dat
kunnen bedrijven, die voorspelbaar willen zijn, niet hebben. Daarom
willen bedrijfspensioenfondsen liever alleen de premies vastleggen en
pensioenuitkeringen baseren op het behaalde rendement. Zo wordt de hete aardappel van het risico in de wereld doorgeschoven. Juridisch gezien is dat te begrijpen. Wat er gebeurt, is dat de risico's weer transparant worden gemaakt. Sinds de welvaart uitbrak na de Tweede Wereldoorlog, zijn mensen in slaap gesust met de gedachte dat ergens in de verzorgingsstaat wel voor een vast inkomen voor hen gezorgd zou worden. De generatie die nu volwassen wordt, kan daar niet meer op rekenen. Zij zal voor zichzelf moeten zorgen. In dal kader is het nu onderdeel van goede corporate governance dat dividendbeleid apart als agendapunt op de vergadering van aandeelhouders wordt opgenomen. Beleggers kunnen dan zelf bepalen hoeveel rendement ze willen. In de praktijk eisen ze echter, anders dan de couponknippers van vroeger, zelden een vast dividendrendement. Laat staan vijf procent. Bovendien moeten aandeelhouders tegenwoordig opletten dat ze niet te veel risico's toebedeeld krijgen, als er toch geschoven wordt. Volgens de nieuw in te voeren accountingregels zou in zo'n geval het aandelenkapitaal als vreemd vermogen in de jaarrekening verantwoord zou moeten worden. De kopieermachinefabrikant wilde de statuten vorige week dan ook veranderen. Zo ook bij Océ. in de nieuwe statuten wil de onderneming directie en commissarissen vrijwaren tegen risico's van bestuurlijke aansprakelijkheid. Dat stond nooit in statuten die aandeelhouders een primair dividend beloofden. Dergelijke risico's zou vroeger geen aandeelhouder hebben overgenomen. Nu wel? |
Steeds meer prikkels, nooit tevreden en dus helemaal mesjoche woorden |
|
NRC 28-10-03, Koos Boertjens, schrijver: De moderne consumptiemaatschappij es gericht op voortdurende vernieuwing en groei. Bedrijven streven naar een winstgroei, niet een winststabilisatie, en willen daarop steeds meer verkopen. Niet alleen geldt deze regel binnen de Amerikaanse filmindustrie - waar "Bad Boys 2" duidelijk een product van is - nog meer gaat hij op voor de reclame-industrie, als apparaat van deze norm. Reclames moeten schreeuwen om de aandacht van de klant te pakken te krijgen. In deze strijd verkeert de branche in een constante opwaartse spiraal richting meer, beter, gewelddadiger, sneller, enzovoorts. Zo wordt de consument opgescheept met steeds agressievere en drukkere reclames. Het motto van de consumptiemaatschappij van steeds maar sneller, meer en beter, heft echter niet allen invloed op de manier waarop de reclames veranderen. Door een proces van langzame gewenning, raken we steeds meer vertrouwd met het drukke en agressieve karakter van voor reclames. Dit betekent ook dat onze verwachting van wat een goede reclame is, verandert. De consument wordt dus niet alleen een product aangesmeerd. ook verandert zijn perceptie van reclames Deze hangt samen met een norm van steeds meer en steeds sneller. De realiteit verander dus niet slechts, de verwachtingen dei deze verandering schept, verleggen ook de norm van wat we als een goede reclame (of film) beschouwen. Als we een tv-serie van twintig jaar geleden nu bekijken, vallen niet alleen de meubels, kapsels of kleren uit die tijd op. Ook valt op dat de personages langzamer praten, dat de achtergrondmuziek ontbreekt en dat de camera niet voortdurend beweegt. Eigelijk lijkt het maar een slome boel. Dat men ooit langer dan vijf minuten naar zo'n serie kon kijken, lijkt een wonden, zelf als men toen geen TMF had. Dan nog liever Mens-erger-je-nieten met de hele familie! Het toont aan dat we over de laatste twintig jaar steeds meer gewend zijn geraakt aan het verwerken van vele prikkels tegelijk: snelle camerawisselingen, gevatte opmerkingen, harde, afwisselende muziek, veel actie en beweging. Maar is de toename van het verwerken en uitzenden van prikkels nu een fenomeen dat we moeten prijzen of juist tegengaan? Is het een goede zaak dat we tegelijk kunnen winkelen en naar muzak luisteren? Of dat we kunnen studeren met TMF op de achtergrond? Dat we al deze dingen tegelijk kunnen doen, is niet zo'n probleem. Door de overvloed aan zaken die we echter tegelijk kunnen doen, lijkt het wel alsof het weigeren van één of meer van deze dingen, een slechte zaak is. Meer, beter en sneller is niet slechts tot realiteit verworden, maar ook tot norm. En dat is een kwalijke zaak. Een groot deel van de bevolking lijdt aan stress, een burn-out, depressies of andere vervelende zaken. Niet omdat ze veel dingen tegelijk kunnen doen, maar het gevoel hebben dat ze dat ook moeten, omdat ze anders iets missen. Jonge moeders moeten én carrière maken én hun kinderen een boel aandacht geven. Studenten moeten én studeren én een baantje erbij hebben én ook nog eens volwassen worden. Het lijkt erop dat het commerciële vooruitgangsdenken binnen de consumptiemaatschappij niet alleen zorgt dat we steeds meer prikkels van buitenaf kunnen verwerken. Het heeft de kwalijke bijwerking dat het ons een gevoel aanpraat dat we nooit tevreden mogen zijn met wat we al hebben. terug naar de top van deze pagina |
|
Tot voor kort was de strandtent een plek waar je
hooguit frietes en een gebakken visje at. Daar is veel in veranderd.
Tegenwoordig kan je zelfs loungen aan het strand.Het zou wel eens tijdelijk
kunnen zijn want deze locaties hebben nu al de bijnaam "het Sallau voor
dertigers" gekregen. "De"
paviljoens geeft een overzicht. terug naar de top van deze pagina |
|
Laakbaar gedrag
Het afgelopen jaar zijn veel industriëlen negatief in de belangstelling gekomen
door het maken van voorspelbare misstappen. Alles duidt er op dat zij in hun
klim naar grote hoogte een elementaire grondbeginsel niet aan konden. Ze hebben
wellicht wel zakelijk talent, maar geen stijl. In hun eenzaamheid aan de top
kunnen ze niet goed over weg met de mogelijkheden van hun positie. Het ontbreekt
aan sociale controle, die hun eventueel corrigeert Het ethisch leiderschap
verdwaald. Daarna weten ze hun kwaliteiten niet geheel ten goede te benutten en
wenden hun macht aan voor persoonlijke wel doening. Ze stappen in de valkuil.
Steeds als de vraag drie maal met ja kan worden beantwoord,
dan is het met grote zekerheid aanvaardbaar om invulling te geven aan uw idee.
Dit gaat op voor grote en kleine zaken. Als voorbeeld vraag ik u dan: mag u de
company creditkaart gebruiken om voor thuis in het weekend bloemen te kopen? Als
deze regel consequent door ieder bedrijf zou worden toegepast, dan zou het
laakbaar gedrag ras afnemen, het zou veel complexe regelgeving overbodig maken
en het zou een hoop oeverloze discussie overbodig maken. Bovendien zou de
beschadiging van het establishment een halt toegeroepen kunnen worden. terug naar de top van deze pagina |
|
Alfa Aap Een
goede baas zit tussen de drie en zes jaar op hetzelfde pluche. Langer is niet
goed, veel korter al helemaal niet. Toen ik studeerde, leerde ik over een type
directeur dat lange tijd vooral goed 'op de winkel kon passen'. Aperte flauwekul
natuurlijk maar bedrijfskunde was ook nog een jonge studie. De baas moet maar
een ding doen: ervoor zorgen dat een organisatie zich constant, stap voor stap,
verbetert. Zoiets als de tien kilometer van Gianni Romme. JEROEN SMIT, FEM / DeWeek 31 maart 2001 terug naar de top van deze pagina |
| Koningin |
|