Klik hier voor uitleg over het logo

Bureau Meanders
counseling en training


 
Artikelen

 

 

Ken Wilber


Nieuwsbrief van Stichting Milieubewustzijn (StiM)

 

 

 

Door de bril van Ken Wilber

in: Nieuwsbrief Stichting Milieubewustzijn, dec. 2000
© Chris Elzinga

Kent u dat: een tijdje gefascineerd te zijn door wat een bepaalde schrijver te zeggen heeft? Jaren geleden had ik " Zonder grenzen " (1983) van Ken Wilber gelezen, maar de vonk sloeg pas echt over in een boekhandel in Portland waar ik " The Eye of Spirit " (1997) ontdekte. Daar wilde ik meer van weten. Sindsdien heb ik met veel plezier het meeste werk van Wilber gelezen.
Vanwaar die fascinatie? Wilber spreekt me zo aan vanwege zijn poging verschillende werelden met elkaar te verbinden die in onze cultuur sterk uit elkaar getrokken zijn. Dat zijn de werelden van de wetenschap, van persoonlijke ontplooiing en bewustzijnsontwikkeling, en van filosofie en levensbeschouwing. Het zijn werelden die voor mij als vanzelfsprekend een geheel vormen, maar dat ligt voor menigeen anders. Wilber biedt voor mij een kader, waarbinnen die werelden op een zinvolle manier geïntegreerd zijn. Voor mij was het zoiets als het feest der herkenning.
Daarnaast spreekt me zijn benadering ook aan omdat hij net als ik geneigd is eerder op overeenkomsten te letten dan op verschillen, eerder op grote lijnen dan op details. Dat heeft ook z'n nadelen. Wilber wordt nogal eens verweten te weinig oog voor verschillen te hebben, waardoor hij nogal pretentieus over komt met boeken die titels dragen als " A Brief History of Everything " (1996) of " The Theory of Everything " (2000). Toch denk ik dat het de moeite waard is zijn werk onbevangen tegemoet te treden om te zien wat het waard is.
Daar wil ik u als lezer tenminste toe uitnodigen. Dat doe ik in de wetenschap dat Wilber's werk voor velen controversieel is: voor postmodernen is het teveel een "groot verhaal", voor anderen riekt het naar religiositeit, voor weer anderen is het te conceptueel en waar hij verbanden ziet of radicaal stelling neemt is hij voor sommigen al te confronterend. En soms slaat hij de plank echt mis doordat hij alles zoveel mogelijk in zijn modellen in wil passen. Laat deze "Steen in de Vijver" dan een uitnodiging zijn het 'kind' niet met het 'badwater' weg te gooien en in plaats daarvan op zoek te gaan naar wat dat 'kind' voor wezenlijks te zeggen heeft.

De kern

De kern van zijn werk bestaat uit twee modellen:
een model van persoonlijke bewustzijnsontplooiing;
zijn "4 kwadranten model".
Deze modellen en de uitwerking daarvan moet u zien als een "moving theory": ze zijn voortdurend in ontwikkeling. In de praktijk betekent dit dat Wilber in elk nieuw boek zijn eigen perspectief aanpast aan nieuwe inzichten en aan kritiek dat hij op eerder werk gekregen heeft. Zo houdt hij ook critici scherp. Ik zal hier in het kort op de hoofdlijn van zijn ideeën ingaan, zoals hij die in zijn laatste boeken presenteert.

Model van bewustzijnsontplooiing

Wilber presenteert in zijn werk naar mijn idee een bijzonder model van bewustzijnsontplooiing. Het is bijzonder omdat het gebaseerd is op inzichten uit de westerse psychiatrische en psychologische traditie, gekoppeld aan psychologische inzichten uit de contemplatieve tradities van west en oost. Vanuit zijn perspectief heeft de westerse wetenschappelijke traditie heel veel kennis opgeleverd van de ontwikkelingsstadia van mensen vanaf hun geboorte tot de periode waarin hun persoonlijkheid tot volle ontplooiing is gekomen. Wilber noemt dit de pre-persoonlijke en de persoonlijke stadia. De contemplatieve tradities weten betrekkelijk weinig over de ontwikkeling van het (kleine) kind, maar hebben weer veel meer weet van ontplooiingsmogelijkheden voorbij de persoonlijkheid, met name van allerlei transpersoonlijke (mystieke) ervaringen. Samen geven beide tradities een volledige beeld van ontwikkelingsmogelijkheden van het menselijke bewustzijn weer (uitvoerig beschreven in " The Atman Project " (1980) en " Transformation of Consciousness " (1986)).

Wilber heeft nogal wat kritiek gekregen op dit model. Het menselijk bewustzijn zou zich helemaal niet zo rigide volgens een vast stramien van stadia ontwikkelen. Daarvoor is de menselijke geest veel te complex en de omstandigheden waar mensen mee te maken hebben veel te divers. Om aan deze kritiek tegemoet te komen en de rigiditeit van zijn model af te zwakken heeft hij in " Integral Psychology " (1999) een andere invalshoek gekozen. Hij stelt daarin dat het bewustzijn van mensen zich ontwikkelt langs meer dan 20 verschillende ontwikkelingslijnen. Voorbeelden zijn: moreel besef, ideeën van het goede, zelf-identiteit, geslachtsidentiteit, affectieve vermogens, socio-emotionele, communicatieve en logisch-mathematische, cognitieve vermogens, psychosexualiteit, rolpatronen, creativiteit, altruïsme, spiritualiteit, vreugde, besef van ruimte en tijd, angst voor de dood, behoeften, wereldbeelden, empathie e.d. Belangrijk punt is, dat de ontwikkeling langs die lijnen slechts ten dele gelijkelijk of parallel verloopt. Voor een deel komt dat door onze technische cultuur het logisch-mathematisch denken sterk stimuleert, vaak ten koste van emotionele sensitiviteit. Ook andere thema's, zoals angst voor de dood, empathie e.d. worden in onze samenleving nauwelijks bewust gearticuleerd.
Uit tal van onderzoek komt nu het beeld naar voren dat de ontplooiing van bewustzijn langs die afzonderlijke lijnen een vast patroon van fases of golven (" waves ") doorloopt. Wilber onderscheidt hierin 9 hoofdfases. Het voert te ver ze in het korte bestek van dit artikel te beschrijven. Maar de hoofdlijn komt hierop neer:

Pre-persoonlijke, persoonlijke en transpersoonlijke fases

In de 'pre-persoonlijke' fases identificeert het pas geboren kind zich met de fysieke wereld, onder meer van het eigen lichaam. Het kind ìs haar of zijn lichaam. De ontplooiing van bewustzijn volgt hierna een vast patroon: Wanneer de drang om verder te groeien groter wordt dan de angst om het oude vertrouwde los te laten, ontstaat de mogelijkheid zich uit die identificatie los te maken en die fase te transcenderen door de identificatie in een volgend bewustzijnsniveau (in dit geval die van gevoel en emotie) te verankeren. Het oude wordt ingesloten en vanuit dat volgende niveau geïntegreerd. Het kind ìs dan haar of zijn emotie. Vanuit het bewustzijn van de emotie kan nu het fysieke aangestuurd worden. Natuurlijk is dat in dit stadium een onbewust proces, maar dat zal bewuster worden naarmate het bewustzijn zich verder ontplooit.
Naarmate die identificatie meer en meer losgekoppeld wordt van gevoel/emotie en verschuift naar het denken, ontstaan mogelijkheden tot ontplooiing van een persoonlijkheid: de 'persoonlijke' fases. Vanuit het denken kan een zekere controle uitgevoerd worden op het lichaam en de emoties. Die controle kan ook de vorm aannemen van onderdrukking, met alle vormen van pathologie van dien. Het zijn de fases waarin 'ego' centraal staat in de zin van identificatie met het eigen zelfbeeld. In de laatste 'persoonlijke' fase, die Wilber aanduidt met 'centaur', vermindert de identificatie met het denken en ontstaan mogelijkheden tot integratie van allerlei aspecten van het mens-zijn, nl. van denken, voelen, intuïtie, subpersoonlijkheden e.d. Ook het denken in termen van één waarheid (nl. de eigen waarheid) raakt gevoelig voor andere invalshoeken en waarheden. Wilber positioneert het postmoderne denken dan ook in deze centaurische fase.
De centaur is ook de doorgang naar het transpersoonlijke domein, waarin allerlei mystieke en paranormale ervaringen mogelijk worden. Hier is de exclusieve identificatie met 'ego' als zelfbeeld losgelaten, en breidt die zich steeds verder uit naar alle aspecten van de fenomenale wereld (in de 'psychische' fases). Vervolgens opent zich de mogelijkheid subtiele energieën van de archetypische wereld te ervaren (in de 'subtiele' fases) en verschuift de identificatie uiteindelijk naar de Leegte als oorsprong (in de 'causale' fase). Tenslotte kan ook dit transpersoonlijke domein overstegen worden in de realisatie van non-dualiteit waarin vorm en leegte, leegte en vorm één zijn. Eigenlijk is het ondoenlijk over deze fases te schrijven, omdat onze taal tekort schiet om die ervaringen adequaat te beschrijven. Dat is ook de reden waarom Wilber zich hier vooral baseert op geschriften van mystici (bv. in " Sex, Ecology and Spirituality " (1995)).

Beschrijving of pad?

Wilber geeft vooral een beschrijving van deze fases en niet zozeer een pad voor bewustzijnsontplooiing. Wel legt hij er de nadruk op dat een beschrijving pas echt betekenis krijgt wanneer een pad wordt gevolgd. Daarbij kunnen allerlei westerse therapievormen uitermate behulpzaam zijn om (psychische) blokkades te helpen verwerken. Voor verdere ontplooiing in het transpersoonlijke domein zullen we echter te rade moeten gaan bij spirituele tradities, omdat die over de nodige 'know how' beschikken. Zelf wijst hij op het belang van meditatie en beveelt hij de " Diamond Approach " aan, die is ontwikkeld door A.H. Almaas (alias voor Hameed Ali), als meest uitgebalanceerde benadering in deze tijd. In deze benadering spelen westerse therapievormen en meditatie een belangrijke rol. Zelf denk ik dat dit weliswaar een krachtige vorm is, maar dat er meer wegen naar Rome leiden, maar dat terzijde.
De sterk beschrijvende, conceptuele vorm waarin Wilber zijn werk presenteert maakt zijn boeken voor veel mensen wat 'droog'. De passie van zijn eigen ervaring lijkt te ontbreken. Die komt eigenlijk alleen sterk naar voren in zijn meer persoonlijke boeken als " Strijd en overgave " (oorspronkelijk 1991) en " One Taste " (1999). In het eerste boek vertelt hij over het proces dat hij met zijn vrouw Treya Killam heeft doormaakt, die aan kanker is overleden. Het laatste boek is als dagboek geschreven.

Nuancering

Als Wilber dan geen 'pad' aangeeft, wat zegt hij dan wel? Wilber kent vanuit zijn eigen ervaring het boeddhistische pad heel goed. Maar wat hij in zijn werk laat zien zijn vooral patronen , zoals ik hierboven beschreven heb. Ooit presenteerde Wilber zijn model van bewustzijnsontplooiing als een ladderpatroon. Dit beeld suggereert ten onrechte dat je kenmerken en vaardigheden van eerder doorgemaakte fases achter je zou laten. Het tegendeel is waar: al het eerdere blijft beschikbaar. Hoogstens is de wereld niet meer vanuit die eerdere fases te beleven, tenzij ernstige regressie plaats vindt.

Er zijn nog meer nuanceringen te maken. Wilber wijst erop dat zijn model van ontwikkelingslijnen en -golven voor elke subpersoonlijkheid geldt. Dit maakt het al heel moeilijk iemand op een bepaalde fase vast te pinnen.
Verder kunnen mensen specifieke ervaringen opdoen tijdens het dromen, tijdens tijdelijke bewustzijnsveranderingen of in piekervaringen. Wilber wijst erop dat de manier waarop die ervaringen geïnterpreteerd worden altijd gebeurt vanuit de ontwikkelingsniveaus waarin mensen in het algemeen verkeren. Een mysticus zal een mystieke ervaring anders duiden dan iemand die sterk ego-gericht is.
Bewustzijnsverandering verloopt zelden lineair. 'Vooruitgang' vindt vaak plaats na enige terugval of regressie. Het is een proces van vallen en opstaan.
Bovendien doorlopen mensen in hun dagelijks bestaan voortdurend allerlei fases van bewustzijn. Het fysieke doet van zich spreken bij hongergevoelens of als je ergens pijn hebt. Maar tijdens het eten kun je ook weer in gedachten verzonken zijn, zelfs enorme boos worden doordat je aan een conflict denkt. Of je kunt je ineens totaal verbonden voelen met alles wat is.
In deze kakofonie van stemmen en stromen die elkaar overlappen, die deels met elkaar vervlochten zijn, en die op andere plekken weer uit elkaar lopen, functioneert het 'zelf' als zetel van identiteit. Het 'zelf' (het 'ego' in de conventionele betekenis) is een soort gravitatiecentrum, het is datgene wat enige samenhang aanbrengt tus2sen al die verschillende aspecten. Hoogstens kan iets gezegd worden over de positionering van dit zelf in het spectrum van bewustzijn, en dan nog onder bepaalde omstandigheden en binnen een bepaalde bandbreedte.

Wilber's grote verdienste is dat hij aannemelijk maakt dat transpersoonlijke ervaringen gewone ervaringen zijn, buiten-gewone ervaringen zelfs, die niet alleen weggelegd zijn voor een enkele heilige. In feite nodigt hij wetenschappers uit de westerse psychiatrische en psychologische traditie uit die ervaringen serieus te nemen en zich daar niet alleen conceptueel, maar ook ervaringsmatig in te verdiepen.

Kwadrantenmodel

Ik kom nu toe aan het volgende kernidee van Wilber: het kwadrantenmodel (zie o.a. " Sex, Ecology and Spirituality ", " A Brief History of Everything " en al zijn latere werk). Het uitgangspunt van het model is uitermate simpel: in de sfeer van het menselijke hebben we niet alleen met het individuele innerlijk te maken, maar ook met het uiterlijk gedrag en met collectiviteit. Een mens is pas een mens in relatie: met andere mensen en met de haar of hem omringende wereld. Het model dat op basis van dit idee opgebouwd kan worden, biedt inzicht hoe verschillende terreinen van het leven met elkaar samenhangen.

De kwadranten vertegenwoordigen verschillende levenssferen of waardendomein: van ik - wij - het (individueel dan wel collectief); van bewustzijn - gedrag - cultuur - systeem; van het waardevolle - het ware - het juiste - het functioneel passende, enz. Bij elk domein heb ik enkele voorbeelden opgenomen. Wat kun je hier nu mee?

Onze positie ten opzichte van de moderniteit

Aan de hand van dit model is iets te zeggen over "het project Verlichting" en onze verhouding tot de moderniteit. Wilber geeft aan dat de vier domeinen vóór de Verlichting niet onderscheiden waren. De kerk had een monopolie op waarden (LinksOnder), bepaalde wat mensen mochten denken en hoe ze zich moesten gedragen (Bovenkant), ze bepaalde wat er onderzocht mocht worden (Rechterkant) en ze oefende staatsmacht uit of had daar in ieder geval veel invloed op (RechtsOnder). Het is de grote verdienste van de Verlichting geweest dat de vier domeinen gedifferentieerd werden, d.w.z. als zelfstandige terreinen van het leven gedacht en ontwikkeld konden worden. Vrijheid van godsdienst (LO), van expressie (LB), van onderzoek (RB, RO) en scheiding tussen kerk en staat (RO) waren het gevolg. De individuele mens werd als waardevol op zich beschouwd, wat door toedoen van allerlei emancipatiebewegingen uiteindelijk in onze tijd heeft geleid tot zoiets als de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens.
Deze differentiatie verwerd echter al spoedig tot dissociatie. Onder invloed van het succes van de empirische wetenschap werd op den duur alleen wat zicht- en meetbaar was als 'echt' beschouwd. De "binnenkant van de werkelijkheid" werd alle bestaansrecht ontzegd. Het rare van deze situatie was, dat de consensus hierover in de samenleving voortkwam uit het domein van cultuur van waarden! Evenzo is het reductionistische denken te beschouwen als expressie van een staat van bewustzijn, die volledig opgaat in het logische denken van de rede, en die te situeren is in de fase van het 'ego' zoals Wilber dat omschrijft.
In onze tijd zien we een beweging waarin mensen meer open komen te staan voor andere perspectieven. Postmoderne denkers hebben hier veel aan bijgedragen, onder meer door te laten zien hoe onze manier van uitdrukken in taal vol zit met collectief gevormde en op individuele ervaring berustende betekenisgeving. Hierdoor wordt in principe de mogelijkheid geopend de dissociatie teniet te doen en de vier domeinen met elkaar te integreren. Dat kan alleen als op een hoger plan het besef aanwezig is dat alle vier domeinen dimensies zijn van een onverdeelde werkelijkheid. In elke ervaring en gebeurtenis zijn altijd alle 4 aanwezig.
Wilber trekt hieruit de conclusie dat idealiter elk wetenschappelijk onderzoek alle 4 domeinen zou moeten bestrijken. Dit is ook wat hij nastreeft met het " Integral Institute " dat hij onlangs met circa 200 wetenschappers heeft opgericht. Dit instituut richt zich onder meer op het samenbrengen van deelonderzoeken uit de 4 domeinen en de betrokken wetenschappers.

Een illustratie van de beweging die ik hierboven heb geschetst vond ik enige tijd geleden in een Tv-programma over bijna-dood-ervaringen. Aan de ene kant vertelden mensen die dit overkomen was, over hun ervaringen en welke invloed dit op hun verdere leven had gehad. Aan de andere kant liet een Canadese wetenschapper zien hoe hij dit soort ervaringen met een helm vol elektrodes op kon wekken. Voor de Canadees was de conclusie duidelijk: bijna-dood-ervaringen zijn niets anders dan bewegende stofjes in de hersenen.
Vanuit Wilber's model gezien sluiten beide perspectieven elkaar echter niet uit. Uit het experiment van de Canadees is ook de conclusie te trekken dat de menselijke ervaring intrinsiek geworteld is in het fysieke bestaan. Binnen- en buitenkant zijn dimensies van een zelfde werkelijkheid.

Tot slot

Helaas kan ik in het bestek van dit artikel niet dieper ingaan op Wilber's kosmologie, die in het teken staat van de "Keten van Zijn". Evenmin kan ik ingaan op zijn opvatting over holarchische opbouw en ontwikkeling van de werkelijkheid. Ik kan ook niet laten zien hoe hij parallellen trekt tussen bewustzijnsfases in het LinksBoven kwadrant en allerlei ontwikkelingsfases in de andere kwadranten (bv. in " Up from Eden " (1981)).
Maar als afsluiting wil ik nog één ding noemen. Wat mij in Wilber's verhaal aantrekt is dat hij me een uitweg biedt uit cultuurpessimisme. Het "slechte nieuws" zoals hij dat noemt is er. Milieudegradatie, sociale onrechtvaardigheid, economische uitbuiting zijn er allemaal op grote schaal. Reductionisme in de wetenschap is nog volop aanwezig. Tegelijkertijd is er een proces gaande van verhoogd bewustzijn, waarmee mensen zich (ik mij, wij ons) de consequenties van dit slechte nieuws beginnen aan te trekken. De moderniteit wordt reflexief, zoals Ulrich Beck dat zegt. Internet bijvoorbeeld verkleint de afstand ten opzichte van lijdende mensen in ruimte en tijd enorm, waardoor het appèl dat van hen uitgaat versterkt op ons overkomt. In ons bestaan zijn aangrijpingspunten aanwezig om tot verbetering van de huidige situatie te komen. Daar kunnen we mee verder. We leven dus niet alleen in een chaotische, maar ook in een schitterende tijd.

Top

Bureau Meanders
Koppestokstraat 63, 2014 AN Haarlem
tel. +31 (0)23 5247542, +31 (0)6 15474998