Het Kompas
Start Inhoud      

 

Berichten
Natuurgebieden
Waarnemingen
Excursie
Seizoenen
Links
Foto's
Wandeling
Gastenboek
Archief
Fröbelen
Prikbord
Het Kompas

 

horizontal rule

Het bepalen van de richting

Een kompas werkt volgens het principe dat de naald van het kompas altijd naar het noorden wijst. Daardoor kun je dus uitrekenen in welke richting je loopt. Om dat rekenen te vergemakkelijken hebben bijna alle kompassen een ring die draaibaar is, zodat je kunt aflezen in welke richting je gaat.

Om een kompas te kunnen gebruiken moet je beschikken over een goede kaart. Deze moet minimaal de noord-zuid as vermelden, zodat je zelf kunt bepalen waar het noorden op de kaart wordt aangegeven. 

         

Heb je dit op de kaart gevonden, dan kun je als volgt te werk gaan om je koers te bepalen: Plaats het kompas op de kaart op een dusdanige wijze dat de lange kant ervan over de as ligt van positie (1) naar bestemming (2). Let er hierbij op dat de pijlen op het kompas van positie naar bestemming wijzen en niet andersom. 

Druk nu het kompas stevig op de kaart, terwijl je de ring ronddraait. Deze draai je net zolang totdat de noord-zuid as van de ring evenwijdig loopt met de noord-zuid as van de kaart. Ook hier geldt dat de N of 0 graden die naar het noorden wijst op de ring, tevens naar het noorden op de kaart moet wijzen. 

(3) Neem nu het kompas in de hand en houdt het op ooghoogte. Hierbij moet het kompas horizontaal worden gehouden en moeten de pijlen op de plaat recht vooruit wijzen. Draai nu met je lichaam rond totdat de pijl van de ring in dezelfde richting wijst als de naald van het kompas. Het (vaak) rode uiteinde van de  naald moet nu in dezelfde richting wijzen als de N of 0 graden op de ring. De pijlen op de plaat wijzen nu in de richting waar je naartoe moet lopen. Zoek nu in de verte een object waar de pijlen naartoe wijzen en loop er naartoe. Ben je er aangekomen herhaal dan de voorgaande stappen opnieuw en bepaal opnieuw je richting.

Alternatieve koersbepalers

Ook de natuur kan je een handje helpen als je wilt weten waar het noorden of het zuiden is. Deze zijn niet zo nauwkeurig als de andere hulpmiddelen, maar kunnen je in geval van nood toch van dienst zijn.

Vogelnesten
Veel vogels bouwen hun nesten op een plekje dat niet pal in de wind ligt. Als je dus weet wat de meest voorkomende windrichting in een gebied is, kun je aan de hand van vogelnestjes bepalen waar het noorden of het zuiden is.

Bomen met naalden
Omdat deze bomen veel zon willen, zullen zij vaak met hun top richting de zon groeien.

Gekapte bomen of boomstronken
Ligt er een omgekapte boom in de buurt of steekt er nog ergens een boomstronk uit de grond, dan kun je op de jaarringen zien waar de wind het meest vandaan komt. De jaarringen van bomen zijn vaak aan een kant dikker dan aan de rest van de stam. Deze dikkere ringen geven echter niet altijd het noorden aan (je behoort dus te weten uit welke richting de wind in je wandelgebied meestal komt). De dikkere jaarringen noemen we reactiehout. Reactiehout word gevormd als een boom langdurig in een richting belast wordt. Dit kan b.v. komen door de windbelasting in de top van de boom. Om recht te blijven staan gaat de boom als gevolg van de windbelasting reactiehout vormen. De dikkere ringen geven dus de windrichting aan.

Mos
Op veel bomen en in valleien groeit mos. Mos houdt niet echt van zon en zal dus vooral gedijen aan de vochtige kant van een boom of aan de schaduwzijde van een vallei.

Windrichting
In Nederland is de voornaamste windrichting tijdens regenbuien NW. Aan deze kant van de stam van een boom is dan ook het meest bedekt met met groene aanslag (van micro-organismen en mossen ed.) Zo kun je snel, zei het niet echt nauwkeurig het noorden bepalen.

Zon
Via de zon is het mogelijk te bepalen waar het westen en oosten zijn. Neem hiervoor een stok van minimaal 75 cm en zet deze rechtop neer en markeer de plaats waar de schaduw van de stok stopt. Wacht ongeveer een half uur of meer en kijk waar de schaduw van de stok valt. De denkbeeldige lijn door van het 2e naar het eerste punt loopt van oost naar west. Deze methode werk goed, maar is alleen geldig overdag. Aan het eind van de middag en in de vroege ochtend staat de zon namelijk teveel in het oosten of westen.

Het horloge als navigatie-instrument

Hoe raar het ook klinkt, het horloge kan makkelijk worden gebruikt om je koers te bepalen. Voorwaarde is dan echter wel dat de zon schijnt, want daar maak je in dit geval namelijk gebruik van.

Allereerst moet je zeker weten dat je horloge op tijd loopt. Een uur verschil met de werkelijke tijd kan namelijk een behoorlijk verschil in koers opleveren.

Deze methode gaat uit van het principe dat de zon altijd hetzelfde verloop vertoont: opkomst in het oosten, hoogste punt in het zuiden en ondergang in het westen. Door dit vervolgens te vergelijken met de tijd die je horloge weergeeft kun je dus bepalen waar het zuiden (en dus ook de andere windstreken) is. Navigatie dmv horloge

Het werkt als volg:

Zorg dat je je horloge plat voor je hebt en dat de kleine wijzer naar de zon wijst

Neem nu precies het middelste punt tussen de kleine wijzer de twaalf op de wijzerplaat (in de zomer neem je de elf, omdat er dan zomertijd geldt). Dit punt geeft je de richting aan naar het zuiden.

De sterren als navigatiehulp

Ook in de nacht kun je navigeren zonder apparatuur. Namelijk door gebruik te maken van de sterren. Voorwaarde is natuurlijk wel dat het niet al te bewolkt is en je dus een goed zicht hebt op de sterrenhemel.

Noordelijk halfrondNoordelijk halfrond
Wandel je op het noordelijk halfrond, dan moet je zoeken naar de Grote Beer. Heb je die gevonden, trek dan een denkbeeldige lijn tussen de onderste twee sterren en verleng deze ongeveer 4 tot 5 keert tot je een grote helder ster tegenkomt; de poolster: door vervolgens dezelfde hoek te nemen als op de afbeelding is aangegeven, weet je waar het noorden is.

 

 

Sterrenhemel

 

horizontal rule

 

Start ]

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
Copyright © 2009 John Colfoort