HARDER.

De harder is een fantastische sportvis, moeilijk te vangen en ongelooflijk sterk. Een vis die de laatste jaren door steeds meer sportvissers wordt ontdekt. Wij spreken van harder, maar er zijn twee soorten harders:

De dunlipharder en de diklipharder. De namen zeggen het al wat het verschil tussen deze vissoorten is. De diklipharder heeft een schraaplip als bovenlip. De twee hardersoorten komen gescheiden zowel gezamenlijk voor, maar verschillen vaak in leefwijze en aasgewoonten. Over het algemeen komen in onze kustwateren alleen de grotere exemplaren voor ( > 40 cm ). De kleinere harders blijven in de Engelse en Franse kustwateren.

De harder is een zomervis die begin mei tot eind september/ begin oktober in onze kustwateren aanwezig is. We kunnen harders aantreffen bij: mondingen van rivieren, kanalen, delta’s, en afgesloten zeearmen, waar de harder via de sluizen in en uit trekt, alle zeehavens, en in de nabijheid van dijken, steenstortingen en paalhoofden. De harder trekt vaak ver de rivieren op tot in het zoete water. We hebben vaak kunnen zien dat de harder de begroeiing van bodem, palen en stenen losrukt om de daaruit losgewoelde kleine diertjes op te eten. In ondiep water staan de vissen dan vaak op hun kop, terwijl de grote staarten bovenuit het water wapperen. Als je dit ziet, is er geen twijfel mogelijk: HARDERS!

Tegenwoordig worden de harders gevangen met brood (in zoutwater) en met maden of brood (in zoet/ brakwater).Omdat harder vaak aast in de buurt van stenen, kan men het beste met een klein dobbertje vissen. De haak moet klein maar wel stevig zijn, omdat de bovenlip van de harder erg hard is. Hoe lichter je vist hoe beter het is, de harder is namelijk een erg schuwe vis. Als de harder denkt dat het niet in orde is (te grote haak, te dikke lijn, te zware dobber) dan laat de harder het aas los en is weg van je visplek. Over de lijndikte, vis niet te licht maar zeker niet te zwaar. Een lijndikte van 20/100-22/100 is een goede lijndikte.

Daar de harder erg schuw is, blijf op je vislek zitten, ga niet lopen en praat zo weinig mogelijk met je vismaat. Denk ook aan je kleding, lichte kleding valt sneller op en is goed te zien vanuit het water. Gebruik altijd een werphengel, als je een harder aanhaakt zal hij in het begin van de dril zeker een aantal meters lijn van je werpmolen afnemen. De lengte van de werphengel maakt niet zoveel uit, maar als je hengel wat langer is kan je verder op de kant zitten.

Wat ook belangrijk is, is het voeren. Voer regelmatig bij, zeker als er wat stroming staat. Let op als er een boot langs gekomen is, je voer is door de stroming een heel eind van je visplek terechtgekomen. In het zoute water vaak bijvangsten van kleine wijting en zeedonderpadjes en als je op de bodem vist ook wel wat krabben. In het zoete/brakke water bijvangsten van (grote) brasem, winde, blankvoorn en soms een latvisje of paling.

De harder is soms een rare vis, je ziet ze vaak zwemmen langs de kant, maar ze zijn niet te vangen, zodat je tevreden moet zijn met de bijvangsten. Sommige vissers menen dat dit komt door de maanstand.

Hieronder een foto van een diklipharder, gevangen in de Lickebaert, tussen Vlaardingen en Maassluis. De lengte was 69 cm en was ongeveer 7 pond zwaar. Het duurde zo’n 20 tot 25 minuten om hem te landen. Hij is gevangen met een dotje maden als aas en de lijndikte was 20/100. Het Nederlands record voor diklipharder is al een aantal jaren 70 cm en ruim 7 pond.

Veel succes met het vissen op de diklipharder.

op en aanmerkingen, foto’s: info@diklipharder.tk                                       Voor alles wat met de hengelsport te maken heeft:  

 

RealTracker