ACTUEEL: natuurhistorisch nieuws |
| Met enige regelmaat verschijnen er in kranten en tijdschriften artikelen die belangwekkend of interessant nieuws te melden hebben over thema's die in museum Naturalis aan de orde komen, zoals de evolutie en de biodiversiteit. Als het even kan wordt door de auteur van deze website maandelijks een artikel geselecteerd als basis dient voor een korte notitie op de site. Daarbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van ideeën en voorbeelden uit met name de wetenschapsbijlagen in NRC Handelsblad en uit het vakblad Bionieuws. Waar mogelijk worden de originele artikelen uit tijdschriften als Nature en Science als bron geraadpleegd. De illustraties zijn als regel ontleend aan de websites van de genoemde tijdschriften. |
| Trouwe bezoekers van deze pagina zullen hebben opgemerkt dat er het laatste half jaar weinig natuurwetenschappelijke wetenswaardigheden zijn toegegevoegd. Dit had te maken met ziekte van de maker van deze website. |
Een selectie van belangwekkend of interessant natuurhistorisch nieuws van de laatste 12 maanden |
| PARALELLE EVOLUTIE VAN DINOSARIËRS EN VOGELS (12 feb. 2010) |
Van dinosauriër naar vogelParallelle evolutie, wat is dat? Wel we spreken van een parallelle evolutie als twee evolutielijnen zich onafhankelijk van elkaar in dezelfde richting bewegen. Menigeen kent de beroemde Archeopterix, de oervogel die zo'n 150 miljoen jaar geleden rondfladderde en waarvan in de Oerparade in Naturalis een fraai fossiel (afgietsel) compleet met veren te zien is (linker afbeelding). Een bepaalde groep dinosaurussen hebben zich in de loop van de tijd tot vogels ontwikkeld, dat is al lang bekend. Nieuwe vogelachtige dinosauriër Onlangs ontdekten amerikaanse en chinese onderzoekers in Xinjian in een 160 miljoen jaar oude afzettingslaag uit het Jura-tijdperk een vogelachtige dinosauriër. Dat dier, dat de naam kreeg van 'Haplosaurus sollers', leefde dus zo'n tien miljoen jaar eerder dan de tot de verbeelding sprekende Archeopterix. Het nieuwe fossiel was een 3 meter lang dier en vertoonde een aantal vogelkenmerken zoals holle botten en dunne achterpoten die het tot een rank en lichtgewicht dier maakte. Maar daar stonden weer een aantal dinosauruskenmerken tegenover zoals de zwaardere schedel en het hebben van klauwen aan de voorpoten. Vliegen konden ze niet want ze hadden geen kam op het borstbeen (nodig voor de aanhechting van vliegspieren). Het voedsel bestond vermoedelijk uit termieten want met de extra lange middenklauw aan hun voorpoten (zie de kleine afbeelding rechts) zijn de nesten van deze insecten goed open te peuteren. Lichtere bouw De onderzoekers concludeerden op grond van deze kenmerken dat Haplosaurus niet direct verwant is aan de latere vogels, daarvoor zijn de verschillen met de vogels te groot. Dan doen Archeopterix en de zijnen het veel beter. Nee, het lijkt er op dat een groep dinosauriërs al in een vroeg stadium enkele vogelachtige kenmerken ontwikkelden en dat deden ze los van de groep die zich later met succes tot echte vogels met vleugels zouden evolueren. Door hun lichtere bouw waren ze in staat andere voedselbronnen te gebruiken en konden ze zich bij gevaar sneller uit de voeten maken. Bronnen Tekst: Science Blogging, 28 jan. 2010 en NRC, 6 feb. 2010 Figuren: midden schets uiterlijk Science Blogging, 29 feb. 2010; rechts: Science, 29 January 2010 |
| SCIENCE: ONTDEKKING ARDIPITHECUS DOORBRAAK VAN HET JAAR (23 dec. 2009) |
Science![]() Het toonaangevende Amerikaanse tijdschrift Science heeft al jaren de goede gewoonte met Kerstmis uit de verschillende wetenschappelijke ontdekkingen van het jaar de "doorbraak van het jaar" aan te wijzen. Dit jaar werd dat niet de ontdekking van pulsars (draaiende sterren) op vele duizenden lichtjaren afstand, nog de geslaagde productie van grafeen, een één atoom dik materiaal. En ook niet de verrassende vondst van éénpolige magneten of de vanuit de aarde gegegisserde raketinslag op de maan waarmee het bestaan van water werd aangetond. Jammer voor de platkundigen maar ook de ontdekking van receptoren van een plantenhormoon bleef buiten de hoofdprijs. Nee, de doorbraak van het jaar betrof biologie van de mens, en wel de vondst en omschrijving van Ardipithecus, een nieuwe voorganger van de mens die leefde zo'n 4,4 miljoen jaar geleden. Dat onze voorouders in die vroege tijd al in allerlei anatomische details afweken van de huidige mensapen werd gezien als de doorbraak van het jaar. Meer over de ontdekking van Ardipithecus vindt u in de bijdrage in deze rubriek van oktober 2009. Tekst: Science, 18 december en NRC 19 dec. 2009 Figuur: titelblad Science 18dec. 2009 |
| SCHEDEL UIT GEORGIË IN DE SCHATKAMER VAN NATURALIS (22 nov. 2009) |
|
Azië ? Als je iets in je schatkamer tentoonstelt moet het wel heel bijzonder zijn en dat is die schedel dan ook! Iedereen weet wel dat de oudste mensen (Homo erectus) in Centraal Afrika zijn ontstaan. Dat was zo'n 2 miljoen jaar geleden. Vandaar uit zouden de mensen zich in de loop van vele tienduizenden jaren hebben verspreid richting Azië en later naar Europa.
Maar enkele jaren geleden werd er Georgië een paar schedels van mensachtigen gevonden, temidden van een aantal schedel- en andere botjes van dieren. Onderzoekers herkenden in die dierenresten een uitgestorven knaagdier Mimomys waarvan uit andere vondsten van elders bekend was dat het dier tussen de1,6 en 2 miljoen jaar geleden leefde. Zou die mensenschedels dan ook zo oud zijn? De grillig gevormde laag vulkanisch gesteente waarop de botten werden gevonden kon worden gedateerd en bleek 1,8 miljoen jaar oud te zijn. Op de tijdschaal hiernaast vindt u links de eerste menselijke soort, Homo habilis (habilus=handig, die werktuigen gebruikt) en rechts Homo sapiens (sapiens=die weet), de huidige mens).Maar dat was nog niet het belangrijkste. Wetenschappers hadden namelijk niet verwacht dat er zo lang geleden al mensen buiten het Afrikaanse continent leefden. Het lijkt erop dat deze vondst een vroege vorm van de bekende Homo erectus vertegenwoordigd ("erectus" is hier rechtoplopend) die zich niet in Afrika maar in Azië heeft ontwikkeld. Het is zelfs niet onmogelijk dat op grond van deze vondst de oorsprong van de mens in Azië gevonden moet worden en dat vandaar de verspreiding naar Afrika is begonnen, omgekeerd dus aan wat men tot nog toe zeker meende te weten! Schedel
Nog even wat meer over de schedels. De schedels hadden een herseninhoud van ongeveer 700 ml, dat is half zo veel als bij de huidige mens. De wenkbrauwbogen waren klein en de neus betrekkelijk smal. De vondst werd gedaan diep onder een waterput bij de plaats Dmanisi in Zuid-Georgië. Die waterput was al erg oud maar de vulkanische bodemlaag eronder bleek nog veel ouder. Dat concludeerden de onderzoekers uit de aanwezigheid van neushoornresten en die dieren waren al geruime geleden tijd uitgestorven. Bij dieper graven werden eerst stenen werktuigen gevonden (1984), gevolgd door een menselijke onderkaak. Later (1991) volgden meer menselijke beenderen waaronder vier schedels, waarvan er één nog verrassend gaaf bleek te zijn. Georgië was als deel van de Sovjetunie lange tijd geïsoleerd van de buitenwereld zodat deze vondsten in het westen onbekend bleven. Publicaties in Nature en Science in de jaren 2002-2005 brachten hierin verandering.
Culturele ruilHet is Naturalis gelukt om als eerste toestemming te krijgen die gave Dmanisi-schedel buiten Georgië te tonen. Wat begon in 2006 als een grap van de Leidse steentijdarcheoloog Wil Roebroeks. "wat wij zouden moeten bieden om de schedel een tijdje naar Nederland te halen" werd zo waar onderdeel van een heuse culturele ruil. Georgië krijgt voor de schedel namelijk twee etsen van Rembrandt uit museum Boymans van Beuningen in Rotterdam te leen. Deze twee werken zullen op hun beurt in een museum in de hoofdstad Tbilisi te zien zijn. Vanaf 29 november t/m 28 februari 2010 zal de inmiddels wereldberoemde schedel uit Dmanisi voor het publiek in museum Naturalis te bewonderen zijn. Wel goed beveiligd in de schatkamer bovenin het museum, want ze zijn onvervangbaar en vertegenwoordigen een grote wetenschappelijke waarde. Bronnen Tekst: Volkskrant (18 juni 2007) en Bionieuws (14 nov. 2009) Foto's: schedel met directeur museum Tblisi en schedel apart: NewScientist (1 July 2006); ingang schatkamer (auteur deze site) Figuur tijdschaal: Bradshawfoundation (aug. 2002) |
| OPNIEUW EEN GAT GEDICHT TUSSEN AAP EN MENS (6 okt. 2009) |
Wereldnieuws
![]() Het wetenschappelijk tijdschrift Science plaatste de foto op de voorpagina en wijdde er maar liefst 11 artikelen tegelijk aan. Het ging dan ook om de lang geheim gehouden ontdekking van een nieuwe tussenvorm tussen aap en mens waaraan veel werk moest worden besteed. De NRC maakte er een hoofdartikel van, na er de dag tevoren al gewag van te hebben gemaakt. Menig TV-programma schonk er aandacht aan. Het moest dus wel een ontdekking van formaat zijn! Het kostte het team van Amerikaanse en Ethiopische onderzoekers dan ook veel moeite om uit gevonden 381 grote en kleine botjes een heel dier te reconstrueren. Maar het lukte en zo konden Tim White en zijn medeonderzoekers op 2 oktober jl. dan ook na 15 jaren puzzelen (!) trots de vondst van een rechtoplopende tussenvorm tussen aap en mens presenteren. De nieuwe soort kreeg de naam mee van 'Ardipithecus ramidus'. Ardipithecus Het meest interessante was dat Ardipithecus, anders dan de mensapen, echt rechtop liep en, als hij zich op vier poten voortbewoog, dat deed met de handpalmen en niet met de knokkels op de grond. Het dier kon ook goed in de bomen klimmen, getuige de opvallende duimachtige grote teen waarmee het zich goed aan takken kon vasthouden. Maar slingerend tussen bomen voortbewegen zoals de chimpansees was er niet bij. De handen waren lang, langer zelfs dan bij de mens (zie de afbeelding hiernaast). Tussenvormen We kenden al een groot aantal tussenvormen tussen apen en de mens maar die waren toch óf te veel aap óf te veel mens. Aan Ardipithecus komt de eer toe echt op de grens tussen de aapachtigen en mensachtigen te zitten. Men denkt dat de laatste gemeenschappelijke voorouder van beide groepen zo'n zes miljoen jaar geleden leefden, daarna zijn de aap- en mensachtigen uit elkaar gegaan. In de menselijke lijn was tot nu toe Austropithecus afarensis, beter bekend als "Lucie", de oudste en deze leefde tot zo'n 3.9 miljoen jaar geleden. Met de vondst van Ardipethicus zijn we een half miljoen jaar verder terug in de tijd gekomen. De stripfiguur hieronder brengt een en ander mooi in beeld. Helemaal links in de strip zien we de recent ontdekte halfaap Darwinius (zie ook het bericht van 25 mei 2009 hieronder) en rechts de huidige mens, Homo sapiëns. ![]()
Nog enkele gegevens over het dier. Ardipithecus leefde zo'n 4,4 miljoen jaar geleden in een bosachtig gebied wat nu Ethiopië is. Het was ca. 120 lang en woog naar schatting 50 kg. Het gebit toonde aan dat het een alleseter was en leefde van vruchten, noten, insecten tot kleine zoogdieren toe.De mannetjes en de vrouwtjes verschilden in bouw weinig van elkaar hetgeen de onderzoekers deed vermoeden dat ze, net als de mensen in koppels leefden. Gezien het ontbreken van grote hoektanden (zie de schedelreconstructie rechts) is het aannemelijk dat de dieren onderling niet agressief waren. Of er al sprake was van een leven in gezinsverband is een vraag waar inmiddels veel discussie over is ontstaan. Bron tekst en figuren Tekst: NRC 3 en 4 oktober 2009. Afbeeldingen: skelet en schets van het uiterlijk door J.H.Matternes op BBC news (1 okt. 2009) Schema met tussenvormen: NRC/Reuters (krant 3 okt. 2009) Schedel: digitale reconstructie van de schedel door P.Z.Myers, gevonden op Scienceblogs (2 0kt. 2009) |
| UITHEEMSE DIERSOORTEN RUKKEN OP EN DAT NIET ALLEEN IN DE VOORTUIN (1 okt. 2009) |
|
Nieuwe exoten Verbaast u zich wel eens over de krijsende halsbandparkieten die de laatste jaren in toenemende mate de stadsparken en tuinen bevolken? Het is een voorbeeld van een exoot, een diersoort die zich, als gevolg van het veranderende klimaat, ook in ons land heeft kunnen vestigen en handhaven. Dank zij de hogere temperaturen kunnen ze hier nu gemakkelijk overwinteren. In mijn woonplaats Oegstgeest visten kinderen tijden een slootexcursie tot hun verbazing zo maar een heuse Amerikaanse zoetwaterkreeft op, dat was wel even schrikken. Maar ook in de grote natuur rukken de uitheemse diersoorten op. Zo meldden biologen vorige week dat zich inmiddels maar liefst 28 nieuwe diersoorten in de Waddenzee hebben weten te vestigen, waarvan er 12 nog nooit eerder in dit gebied waren waargenomen. |
![]() | EXOTEN v.l.n.r. halsbandparkiet Japanse krab paarse slingerzakpijp lederschildpad |
|
Gevaarlijk? "Is dat erg?, zult u zeggen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd". Helaas nemen die nieuwe diersoorten (dat geldt ook voor nieuwe plantensoorten) nog al eens de plekjes - niches - van de inheemse soorten in en worden deze weggeconcurreerd. Zo verdrong de bovengenoemde Amerikaanse kreeft onze eigen zoetwaterkreeft. Soms worden die nieuwe soorten een heuse plaag omdat zij hier nog weinig of geen vijanden, ziekteverwekkers of parasieten hebben die hen in toom kunnen houden. Een mooi voorbeeld uit de waddenzee is de Japanse blaasjeskrab die voorheen zeldzaam was maar er nu overal te vinden is. Een aardig diertje, maar toch . . . Bedreigend is ook de opkomst van druipzakpijp die overal in de waddenzee de andere bodemdieren overwoekert zoals de witte waterlelie. Maar ook voor de mens loert er gevaar. Denk maar eens aan de in Europa langzaam oprukkende malariamug. Spectaculair Een bepaald spectaculair geval is de op 27 september jl. in het Marsdiep aangetroffen lederschildpad. Het was ge derde keer ooit dat deze meer dan een meter grote zeeschildpad voor de Nederlandse kust werd waargenomen. Ze leggen in de paaitijd eieren op tropische stranden maar trekken de rest van het jaar door de oceanen, ook in noordelijke richting. Wat overigens best moeilijk voor ze is omdat het reptielen zijn en dus telkens aan de oppervlakte moeten komen om adem te halen. Bronnen Bronnen: tekst: persbericht Naturalis (18-09-09) en artikel NRC (29-09-09) Foto's: halsbandparkiet: digitalnature.org; blaasjeskrab en slingerzakpijp: persbericht Naturalis; Lederschilpad: Eljo Schut |
| PUNTGAAF FOSSIEL VAN EEN HALFAAP MAAKT GESCHIEDENIS (25 mei 2009) |
Messel groeveMenig liefhebber van fossielen zal vorig jaar de fraaie Messel-tentoonstelling in Naturalis bezocht hebben. In diverse vitrines waren zeer gave fossielen van zoogdieren, reptielen en vogels uitgestald. Het waren - geologisch gezien - vrij jonge fossielen, allemaal afkomstig uit één tijdperk (het midden-Paleogeen, ca. 47 miljoen jaar geleden) en gevonden op één plaats, de beroemde Messel-groeve in Zuid-Duitsland, Er vielen dus geen oervissen of dinoauriërs te bewonderen maar wel een collectie mooie fossielen van met name vogels en zoogdieren. De Messel-groeve is vanwege zijn bijzondere rijkdom aan fossielen in 1995 op de werelderfgoedlijst van de Verenigde Naties gezet. Fossiel De Messel-groeve - een met sedimenten opgevuld 100 meter diep vulkanisch kratermeer - was tot 1991 vrij toegankelijk voor amateur-opgravers, vandaar dat veel fossielen nooit goed onderzocht werden en soms een fossiel zijn weg vond naar de collectie van een amateur zonder dat het wetenschappelijk belang van het hele fossiel onderkend werd. Met een in 1983 uitgegraven fossiel van een lemuur of halfaap liep het anders (foto links). De particulier die het fossiel in handen kreeg zag de waarde er kennelijk van in want hij bood het op een fossielenbeurs in Hamburg te koop aan voor 1 miljoen dollar (dan weet je kennelijk donders goed wat je in huis hebt). De Noorse onderzoeker Jørn Hurum wist het fossiel met behulp van fondsen van de universiteit van Oslo aan te kopen. Hij had wel eerst nagegaan of het geen vervalsing was maar de nog in sommige botten aanwezige beenmergstructuur toonde aan dat het fossiel echt was. Met behulp van een internationaal team van deskundigen is vervolgens in alle rust gewerkt aan een grondig onderzoek van het fossiel waarbij de nieuwste technieken als CT-scanning (foto boven rechts) en 3D computeranimatie (foto onder rechts) werden ingezet. Pas begin 2009 was het onderzoek klaar en kon er over in het tijdschrift Plos ONE gepubliceerd worden. Halfaap Het gevonden dier was een jong vrouwtje en had de grootte van een kleine kat met lange staart. Het melkgebit was nog niet geheel vervangen door het blijvende gebit. Het dier moest dus nog jong zijn geweest. De naar voren gerichte ogen, de lange staart en de grijphandjes maken duidelijk dat we hier te doen hebben met een halfaap, een verre voorganger of althans ver familielid van de mens. Op de röntgenfoto (boven rechts) is duidelijk te zien dat de eerste teen aan de rechtervoet haaks staat op de andere tenen, hetgeen wijst op een functie als opponeerbare duim. ![]()
Het fossiel was zo goed geconserveerd dat, op het staartgedeelte na, de contouren van het lichaam nog goed herkenbaar waren. Die contouren uiten zich als een donkere schaduw, een verkleuring veroorzaakt door bacteriën die zich na het sterven van het dier aan het lijk te goed hebben gedaan. In de buik waren nog de bladeren en het fruit van de laatste maaltijd herkenbaar! Insecten stonden niet op het menu, ze werden althans niet in de buik aangetroffen. Hoe het dier eruit gezien zal hebben is te zien op de tekening links.Klein drama Op de CT-scan was te zien dat het handwortelbeentje van een hand was vergruizeld en later weer aaneengegroeid. Was het dier als jong uit een boom gevallen? Was het daarna gehandicapt? Het fossiel tooont een slappe houding. Was het aan het drinken aan de rand van het vulkanische meer toen het bedwelmd werd door opborrelende gassen en is het daarna verdronken? Het dier moet na zijn sterven direct naar de bodem van het meer gezonken zijn en daarna op zijn zij gekanteld. In de zuurstofarme omgeving van het diepe vulkaanmeer is het daarna grotendeels ongerept gefossiliseerd. De linkerachterpoot ontbreekt, zo de oplettende kijker zal hebben opgemerkt. Waar die gebleven is vermeldt het verhaal niet. Missing link? Het fossiel vertoont een mix van kenmerken van enerzijds de halfapen en anderzijds de apen en mensapen (nagels, gebit, bouw voet). Past dit dier mooi in de lijn van de vroege zoogdieren naar de aapachtigen? Is het daarmee de zo gezochte missing link in de verre voorgeschiedenis van de mens? Heeft hij daarom de eervolle naam Darwinius toebedeeld gekregen? Dat zou mooi zijn. Voorlopig houden veel wetenschappers het er toch op dat het toch een zijlijn betreft. Bronnen Bronnen: tekst, foto en tekening: Jens L. Franzen e.a. (19 mei 2009) in Plos ONE; meer over de Messel-groeve op: Messel Pit Fossil Site |
| KLEUR OP DE ZUIDPOOL? (27 april 2009) |
De opstelling van de fonkelende mineralen en gesteenten in de zaal van het Natuurtheater krijgt van de bezoekers altijd veel aandacht. Je kunt er dan ook bijna letterlijk niet om heen.
Meer achterin het gebouw bevindt zich de zaal gewijd aan de Aarde. Menig bezoeker laat het bij een korte rondgang. De geologische verschijnselen trekken nu eenmaal minder aandacht dan de planten en dieren in hun ontstaan en grote verscheidenheid.Ook in deze nieuwsrubriek komt de geologie weinig aan bod. Er vallen gewoon ook minder aansprekende geologische nieuwtjes te melden. Maar gelukkig doet zich nu een gelegenheid voor dit goed te maken. En daarvoor moeten we naar de ijskoude Antarctica afreizen. Wie aan dit koude continent denkt ziet veel wit poolijs voor zich, een diep blauwe lucht erboven en af en toe wat zwarte stippen van pinguïns. Geen bomen, geen bloemen. Nergens een kleurtje te bekennen. "Blood fall" De titel van een onlangs verschenen artikel op Eurealert.com: "Blood Falls: Life beneath a rusty glacier" maakt dan nieuwsgierig. De foto's in dit artikel tonen een roodbruine ijstong op Antarctica die met enige overdrijving als de "bloedgletsjer" wordt omschreven. Het bijzondere zit hem niet zo zeer in de roodbruine kleur maar in de heel bijzondere bacteriegemeenschap die deze kleur heeft voortgebracht. De rode gletsjer zelf is al een eeuw geleden beschreven maar de oorsprong van die rode kleur bleef tot nu toe een raadsel. Recent onderzoek heeft aangetoond dat die rode kleur afkomstig is van diep in de ondergrond aanwezig zoutmeer dat daar al zo'n 1,5 miljoen jaar aanwezig is en waarvan het water langzaam door spleten van de gletsjer erboven omhoog geperst wordt. Het afgesloten waterbekken ligt 400 meter onder de gletsjer. Bij een temperatuur van 5 graden onder nul is het water door een extreem hoog zoutgehalte toch niet bevroren. Het ondergrondse meer blijkt een tot nu toe onbekende oeroude bacteriegemeenschap te herbergen. Ondanks de extreme zoutconcentratie, het volledig ontbreken van licht en zuurstof en een uiterst laag koolstofgehalte hebben die bacteriën daar miljoenen jaren overleefd waarbij ze het wel ruim aanwezige sulfaat als enige bron van energie benutten (iets wat van sommige "normale" bacteriegroepen overigens al lang bekend was). Raadsels Maar het vreemde was dat DNA analyse duidelijk maakte dat deze zoutbacteriën niet de chemische machinerie in huis hadden om dit op die bekende manier te doen. Ze moesten dus een andere manier hebben om aan hun energie te komen. Bovendien bleek bij onderzoek dat de sulfaatconcentratie - ondanks de miljoenenjaren gebruik - in het ondergrondse meer niet was afgenomen. Het idee is nu dat de bacteriën sulfaat reduceren tot sulfiet waarna dit sulfiet met ijzer in de ondergrond weer reageert tot sulfaat (waarbij dit op peil blijft). Het tegelijk gevormde ijzeroxide levert daarbij de opmerkelijke roestbruine kleur. Hoe het ook zij, deze bacteriën leveren ons een fraai gekleurd bewijs van hun aanwezigheid daar in de verre diepte! Bronnen Bron: Science (17 april 2009) en Newsguide US (8 feb. 2009) ; |
| SPONZEN, DE VROEGSTE DIERVORMEN OOIT ? (12 maart 2009) |
|
In de zaal van de Oerparade in Naturalis staan een 14-tal tableaus waarop de ontwikkeling van het leven op aarde als in een strip is weergegeven. Het begint met simpele bacteriekolonies op tableau 1 (Vroeg Proterozoïcum) en springt dan op tableau 2 (Laat Proterozoïcum) meteen over op al relatief ingewikkeld gebouwde veervormige organismen, ribbeldieren (beide uitgestorven) en kwallen, de zogenaamde Ediacara-fauna (zie ook hier op deze site). Maar wat zat er tussen bacteriën en deze diervormen? Zijn er geen tussenvormen gevonden? Nee, we weten het gewoon niet omdat er geen fossielen van te vinden zijn. Alleen organismen met harde structuren zoals een kalkskelet of stekels aan de buitenkant kunnen fossiliseren. Van dieren die alleen uit zachte weefsels bestaan wordt dus nooit iets terug gevonden. Toch is het enkele onderzoekers recent - zij het indirect - gelukt om althans de aanwezigheid van oeroude sponzen die nog geen skelet hadden op het spoor te komen. Boorkernen Wat was het geval? Veel sponzen zijn rijk aan bepaalde moleculen, 24-isopropylcholestaan om precies te zijn. Laat deze stof nu in opvallend grote hoeveelheden voorkomen in boorkernen uit een tijd vér voor dat de Ediacara-fauna leefde! Op grond van de vondst van deze moleculen is het waarschijnlijk dat de dieren die toen leefden ook sponzen zijn geweest, zij het van een groep die nog geen skelet of stekels vormden. Daarmee is de tijd dat de eerste diervormen verschenen met enige honderden miljoenen jaren in de tijd teruggeschoven, van het Ediacaratijdperk, 635 miljoen jaar geleden, naar een ijstijdperiode in het Protozoïcum, die zo'n 850 miljoen jaar geleden startte. |
![]() |
<< Figuur links: tableau Laat Proterozoïcum met kwallen (links boven), veervormige dieren (midden) en ribbeldieren (onder) Foto midden: > Hedendaagse sponzen Foto rechts: >> Trichoplax (sterk vergroot) |
![]() |
|
|
Uiterlijk? Hoe zagen die oersponzen eruit? Wij weten het niet. Nu zijn sponzen al best ingewikkeld gebouwde dieren, met een mond, een darmkanaal en een anus. Ze hebben al een aantal gespecialiseerde celtypen en kennen een geslachtelijke voortplanting. Al met al te ingewikkeld om aanspraak te maken op de titel eerste diervorm ooit. Maar welke diervorm ging er dan aan vooraf? Wederom, wij weten het niet. Maar er is een mogelijke gegadigde en die leeft nu nog! In 1883 ontdekte de Duitse dierkundige Eilhard Schuize in een zeeaquarium een klein schijfvormig beestje, maar twee cellagen dik en met maar vier verschillende celtypen. Het was niet meer dan een klein schijfje dat met zijn onderkant over zijn voedsel kroop en kleine voedseldeeltjes in zijn cellen opnam. Voor zover bekend deed het diertje niet aan geslachtelijke voortplanting. Het bleek overal in subtropisch zeewater voor te komen en had intussen de naam Trichoplax gekregen. Pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw zagen biologen dat ze hier wellicht te doen hadden met een wel heel bijzondere en oude levensvorm. Was dit misschien het gezochte oerdier? In 2008 werd zijn DNA voor een deel in kaart gebracht en toen bleek dat de sponzen het toch nog winnen van Trichoplax als het om de simpelheid van het genoom gaat. Waren de sponzen er dan toch nog eerder? Wie zal het zeggen? De zoektocht naar het oudste diervorm ooit blijft spannend. Bronnen Bronnen tekst: NRC (7 feb. 2009) en BBC (8 feb. 2009) ; figuur tableau Naturalis; foto spons Wikipedia en Trichoplax Nature (aug. 2008). |
| NIEUWE LEGUAAN NIET MOEDERS MOOISTE (20 jan. 2009) |
Het is dit jaar precies 200 jaar geleden dat Charles Darwin geboren werd en dus is er dit jaar veel aandacht voor deze beroemde grondlegger van de evolutietheorie. Dan komt het natuurlijk mooi uit dat er op de Galápagos-eilanden nog een nieuwe leguanensoort wordt beschreven die Darwin bij zijn beroemde grote tocht met de Beagle langs Australië en Zuid-Amerika over het hoofd zou hebben gezien.
Eerst even iets over de leguanen. Dat zijn een groep sterk op hagedissen lijkende dieren die leven in Noord- en Zuid-Amerika. De groep heeft zich na de vorming van de Atlantische oceaan zo'n 160 miljoen jaar geleden afgesplitst van de hagedisachtige reptielen. Vooral de grote leguanensoorten zien er vervaarlijk, om niet te zeggen onvriendelijk uit. De meeste leguanen zijn echte rovers hoewel er ook veel vegetarisch levende soorten onder worden aangetroffen.Darwin heeft bij zijn bezoek aan de Galápagoseilanden wel de gewone gele landleguaan beschreven (foto links) maar niet de roze (foto rechts). Nu is dat niet verwonderlijk want de roze landleguaan komt maar op de hellingen van één afgelegen vulkaan voor en laat zich ook nog eens zelden zien. Het dier werd dan ook in pas 1986 door parkwachters ontdekt en men dacht aanvankelijk dat het een kleurafwijking van de gewone gele soort betrof. Maar nu heeft recent vergelijkend DNA-onderzoek van Italiaanse biologen aangetoond dat de roze vorm een aparte soort moet zijn die zich al zo'n 6 miljoen jaar geleden van de hoofdvorm heeft afgesplitst. Daarmee is de roze grondleguaan van kleurafwijking opgewaardeerd tot een aparte soort en heeft deze een eigen wetenschappelijke naam gekregen: Conolophus rosada. Het vreemde is nu dat de oudste Galápagoseilanden hooguit vijf miljoen jaar oud zijn. Men neemt daarom aan dat de landleguanen zich mogelijk ontwikkeld hebben op inmiddels verzonken delen van de eilandengroep en dat ze vandaar uit zijn geëmigreerd naar de later ontstane huidige eilanden. Bron tekst: Volkskrant 6 jan. 2009. Foto rechts: roze leguaan (Gabriële Gentile in PNAS 13 jan. 2009), foto links: gele leguaan (Paul Ark op Flickr) |
terug naar begin van dit hoofdstuk 'Actueel' |