De Bende van de Zwarte Hand op weg naar de Blauwe Hand
(vrij naar Pietje Bel)

In het weekend van 7 en 8 april begon voor ons het kano-seizoen. Om dat in te luiden had Minne het ons bekende optrekje in Beltschutsloot gehuurd. Het kano-seizoen kan dan wel beginnen, maar dat wil nog niet zeggen, dat het al geriefelijk genoeg is om te kamperen. Minne en Titia waren daar vrijdagmiddag als eersten. Wij hadden wat oponthoud, omdat een rijdende marktkraam met “jonge beenmode” op weg naar huis in Hasselt een personenauto pootje gehaakt had. Gelukkig heeft Titia gewacht met de pannenkoeken. Ruim na de afwas kwamen ook Jan en Ineke aan. Toen kwam het probleem van zo’n weekend in alle hevigheid naar boven: Iedereen neemt zoveel eten en drinken mee, dat hij/zij daarmee het hele gezelschap kan onderhouden. We zijn dus niet verhongerd. Wel een echt probleem was de Mond- en Klauwzeer. Waar zouden we wel en waar zouden we niet mogen varen ? Volgens de Beltschutsloters zelf viel het allemaal wel mee. De weerdeskundigen hielden het op een stevige wind en een meer dan redelijke kans op neerslag.

Zaterdagmorgen eerst allemaal een ei. Harrie en Marijke kwamen aanrijden - met iets lekkers voor bij de koffie - en we besloten het bekende rondje maar te proberen: De Arembergergracht af naar Ronduite, oversteken richting Jonen, dan iets noordelijk van de vaargeul een doorsteek naar Dwarsgracht, via het Giethoornse Meer weer naar de Beulakerwijde en eventueel richting St. Jansklooster om bij Ronduite weer terug te varen naar Beltschutsloot. De werkelijkheid was anders: Bij Ronduite bleek de stevige wind dwars op de vaargeul te staan. Dat was nog te veel voor het juist ontluikende bootgevoel. Recht tegen de wind in richting St. Jansklooster en dan met de klok mee door Dwarsgracht. Alle kleine slootjes waren echter voorzien van een bord: Verboden Toegang in verband met Mond- en Klauwzeer. De hoofdvaart naar Jonen dan maar. Aan het eind daarvan wacht immers in Blokzijl bij Kaatje aan de Sluis een lekkere kop koffie/thee. Op het Giethoornse Meer realiseren wij ons hoe weinig interessant de vaart naar Blokzijl is. Minne probeert: “Dan gaan we toch naar de Blauwe Hand”, maar daar zijn onze geesten nog niet rijp voor. We steken de Beulakerwijde weer over naar de Arembergergracht en proberen dan nog een lusje te maken. Helaas alles afgesloten. 16:30: Douchen en omkleden voor het diner in de Waterlelie. Om het wachten op de maaltijd te bekorten geeft Harrie een geslaagde voorstelling, waarin hij de bewegingen en de knelpunten van een iets te dikke man in een iets te klein toilet laat zien.
Zalm, biefstuk, kippenlevers, schweine-haxe en omelet prijken op het menu. Heerlijk en dan hoef je ook niet af te wassen. Na het eten gaan Harrie en Marijke naar huis en wij zachtjes-aan naar bed.

Bij het ontbijt weer allemaal een ei. Omdat we vroeg zijn kunnen we nu wel naar Blokzijl varen. De wind staat mooi half op de vaargeul. Dan blijkt de wind toch nog heel wat invloed op het stuurgedrag van onze tweepersoons te hebben. De kop de wind indraaien gaat erg gemakkelijk, maar benedenwinds vereist een volledige uitslag van het roer. Vlak voor Jonen realiseren we ons weer, wat een vervelend eind het is naar Blokzijl. Nu ontmoet Minne meer begrip voor zijn voorstel om lekker voor de wind naar de Blauwe Hand te varen. We varen rechts van de vaargeul. De wind en de golven stuwen ons voort en sommigen slagen er ook nog even in te surfen. Dat lukt helaas niet zo met de tweepersoons. Op een gegeven moment begint het gedrag van de golven te veranderen. Later zie ik op de kaart wat de reden is. Bij de Blauwe Hand wordt de Beulakerwijde begrensd door twee wegen, die elkaar haaks kruisen en wij varen recht de fuik in. Er is weinig ruimte voor de golven om rustig uit te rollen. Het is voor het water dringen om een plaatsje, en de golven komen van alle kanten. Ik moet flinke correcties uitvoeren om de boot op koers te houden en Willie heeft plezier voor tien. Na de Blauwe Hand varen we - beschut door de weg - richting zuid-oost, de vissers pakken in en de motorrijders genieten ook van het begin van hun seizoen. We gaan onder de weg door en daarna kunnen we lekker een stukje beuken tegen de wind in over de Belterwijde tot we weer bij het begin van de Arembergergracht zijn.

Inpakken, schoonmaken en wegwezen.
Tot een volgende keer.