Pret
Mr. H.B. Krats
Damnieuws 10 april 1993
Enige afleveringen geleden stortte Luteijn zijn gal uit over het zielig gehak van de hedendaagse toppers en subtoppers. Is het niet de bedoeling van de KNDB, zo schreef hij, om ons met de organisatie van dit soort evenementen een plezierige middag of avond te bezorgen? Daarop reageerde Dollekamp met een lijvig stuk en ook Oudshoorn kwam er in de jongste Hoofdlijn op terug.
"Ik ben er op grond van praktische overwegingen altijd maar van uitgegaan", schreef hij, "dat het er juist om ging de pret van de tegenstander te bederven, want het damspel speel je toch niet samen met elkaar maar samen tegen elkaar. (...) Trouwens, is bijvoorbeeld bij de halve finales niet alles ingericht op pretbederf? Een ongezellige sfeer, het is peperduur, onevenwichtig ingedeelde groepen, deelnemers die er uitzien alsof ze op een dieet van citroenen en azijn leven... Ik noem maar wat,"
Deze discussie, jongens, daar komen we met ons allen nooit uit. Voorlopig voel ik meer voor de standpunten van Dollekamp en Oudshoorn dan voor dat van Luteijn. Dat doe ik op grond van mijn eigen gevoelens achter het bord, die ongetwijfeld representatief zijn voor 95% van de dammende bevolking.
Als ik achter het bord kruip doe ik dat in eerste instantie in de hoop dat ik een enerverend, poepmoeilijk en hoogstaand damgevecht afrond met bij voorkeur een enkelvoudige oppositie en twee punten. Tijdens de eerste zetten slaat die hoop echter vrijwel altijd om in een andere. Dan hoop ik dat mijn geachte opponent zo snel mogelijk een paar schijven inlevert. Ik zal het nog sterker vertellen: daar zijn mijn zetten zelfs op ingericht! Dammen is een strategische en psychologische oorlog en alle niet-fysieke middelen mogen daarbij worden aangewend.
Als ik bijvoorbeeld het gevoel heb dat mijn tegenstander een hartgrondige hekel aan hakken heeft, dan zal ik niet nalaten hem door middel van enig ruilwerk zout in de wonde te wrijven. Daar heb ik op zo'n moment een buitensporig plezier in. En het is bovendien buitengewoon effectief. In negen van de tien gevallen schudt hij meewarig het hoofd, tist opzichtig, levert à tempo een draak van een zet af, staat op en doet zijn beklag bij zijn collega's om bij terugkeer aan het bord tot de conclusie te komen dat hij zich in de vingers heeft gesneden.
Heerlijk! Vooral tegen het onbezonnen talent, dat zich alleen gelukkig voelt als binnen vijf minuten twee voorposten of een partie Bonnard het bord sieren, werkt deze tactiek wonderbaarlijk goed en snel. Wring die jongetjes in een klassieke stelling en ze gaan aan tijdnood tenonder. Kijk, daar heb ik nou lol in.
Ondertussen voel ik mee met Luteijn. Heel Nederland weet nu met welke wapenen hij bestreden moet worden: op zijn tijd ruilen. Dat vindt hij niet prettig, maar daar gaat het niet om Het damspel is namelijk niet in het leven geroepen om je prettig te voelen, maar om de tegenstander te kloppen. Dat is de essentie van het spel en niet anders.