Sterk spel

Frits Luteijn

Damnieuws 8 mei 1993

Theorie, Dammen en Home


 

Iedere discussie in de damwereld over spelpeil ontaardt aldra in een Babylonisch spraakverwarring door de vele manieren, waarop kracht kan worden uitgedrukt. Dat zien we ook in de discussie over het voortbestaan van de halve finales in de huidige vorm. Een fundamentele tegenstelling bestaat m.i. tussen 'Goed scoren' en 'Goed spelen'. Ton Sijbrands sprak jaren geleden over het sterke spel in het Russische kampioenschap. Zelf kon ik bij het naspelen van de partijen daarvan weinig terugvinden. Sijbrands heeft het klaarblijkelijk over goed scoren tegen grootmeesters en niet over de kwaliteit van de gespeelde zetten.

 

Korenevski speelde tijdens de competitie een aantal malen mee bij RDG/DIO. De eerlijke verbazing van teamleider Fred Ivens over het feit, dat Korenevski - voorheen een titelkandidaat bij het wereldkampioenschap - geen enkele maal erin slaagde een eenvoudige Nederlandse hoofdklasser te overmeesteren, staat mij nog helder bij. Toernooien als het WK en het Russische kampioenschap heb ik altijd verafschuwd. De beslissing in deze massakampen valt in de partijen tussen zwakke en sterke spelers. Meestal is uithoudingsvermogen en stressbestendigheid de bepalende factor. Vaak zijn er weinig of geen interessante partijen te bespeuren. Bert Dollekamp baseert zijn conclusies en aanbevelingen in Damnieuws mijns inziens op drijfzand, omdat hij verzuimd het onderscheid tussen goed scoren en goed spelen in zijn beschouwingen op te betrekken.

Samenhang

Een goede speler is voor mij iemand, die een of meer echt goede zetten weet te produceren tijdens een partij en die samenhang weet te brengen in zijn spel. Zulke spelers kun je herkennen aan verrassende zetten, de deugdelijkheid van hun opmerkingen na de partij en het correct blijken van het gespeelde bij analyse thuis. Ik vind het een tragische ontwikkeling, dat zoveel jonge spelers, evenals de Russen tien jaar terug, geen enkele poging lijken te doen om er iets van te maken. Theoriekennis is een vies woord. Scherp spel en interessante vraagstukken ze talen er niet naar. Na de partij blijken ze vaak niets gezien te hebben en dat stoort ze niet eens.

De oorzaak en een oplossing voor deze verontrustende ontwikkeling is niet eenvoudig te geven. Wellicht is het mogelijk bij de centrale trainingen wat meer liefde voor het spel mee te geven. De open toernooien lijken niet met spelbederf te kampen. Misschien is dus wat meer open toernooien en wat minder persoonlijke wedstrijden de oplossing (?)

Stuk analyseren

Zelf probeer ik in mijn stukken de dammers interesse bij te brengen voor strategische vraagstukken. Voorheen maakte ik zeer gedetailleerde analyses van openingsvarianten. Mijn boek over het Drostsysteem had tot gevolg, dat het systeem nooit meer op grootmeesterniveau gespeeld werd. Tegenwoordig probeer ik wat meer de ideeën achter de opening weer te geven zonder het systeem 'Stuk te analyseren'.

Naast zending zijn er andere middelen om ons spel van de remisedood te redden. Afschaffen van S.B. systeem; winstpremies en prijzen voor de mooiste partij resp. combinatie helpen onmiskenbaar. Verlengen van de speelduur en het veranderen van de spelregels helpen niet. Immers het minst interessante deel van een dampartij wordt gerekt, zodra er onderscheid wordt gemaakt in soorten remises. Dertig procent van de beslissingen in titeltoernooien valt in partijen, waarin de ene speler erin slaagt de ander 'Dood te zitten'. Eindeloos nadenken in stellingen, waarin niets te denken valt, is symptomatisch. In de tijdnoodfase worden de resten van de door verveling geteisterde tegenstander vakkundig bij elkaar geveegd.

Doodzitten

Bestrijding van de praktijk van 'Doodzitten' is belangrijk voor het overleven van de sport. De klok is eerder een uitvinding geweest om uitwassen op dit gebied te bestrijden. De klok lijkt mij wederom het geëigende middel om spelbederf te beperken. Versnelling van de bedenktijd van bijvoorbeeld 50 naar 60 zetten in de twee uur zou mijns inziens een groot positief effect sorteren.