Wachten op het verlossende woord

Dietrich Bonhoeffer en het spreken over God

Frits de Lange

 

'De verwarring der geesten grijpt buitengewoon sterk om zich heen. Het is een onbewust wachten op het verlossende en bevrijdende woord. De tijd dat het gehoord kan worden, is nog niet aangebroken. Maar die tijd zal komen ....'

Dietrich Bonhoeffer,

Widerstand und Ergebung, 270

(27 maart 1944).

 

INHOUD

Hoofdstuk 1. Zwijgen over God? Een verkenning

1.1. Bonhoeffer als gesprekspartner

1.2. De sprakeloosheid van kerk en theologie

1.3. Een behoedzame omgang met het woord

Hoofdstuk 2. 'Het woord dat de wereld verandert' (Gedanken zum Tauftag)

2.1. De crisis van de burgerlijke cultuur

2.2. Verzoenend en verlossend, verbazend en ontzettend (de performatieve kracht van het Woord)

2.3. 'Het is onze eigen schuld' (de pragmatische context)

2.4. Een religieloze tijd

2.5. Een nieuwe taal

Hoofdstuk 3. Dat wat ongezegd blijft (De familie Bonhoeffer)

3.1. Hoe hij met mensen sprak

3.2. Natuurlijkheid, tact en eenvoud (de kunst van de conversatie)

3.3. De afkeer van fraseologie (Karl Bonhoeffer)

3.4. De ongezegde rest (religieus humanisme)

3.5. Vroom geklets (kerkelijke jeugdervaringen)

Hoofdstuk 4. Deus dixit (Het tegoed van het Woord van God)

4.1. De diepte en het gewicht van een woord

4.2. 'God zelf moet op zondagmorgen spreken...'(Het a priori van Karl Barth)

4.3. Het gegeven Woord (de concentratie op de christologie)

4.4. Christus als idee en als aanspraak

4.5. Het Onuitsprekelijke

Hoofdstuk 5. Een rode appel, een glas koel water (De kerkelijke verkondiging)

5.1. De armoede van het Woord

5.2. 'Het Woord is Christus zelf' (de colleges Homiletik, 1935 - 1939)

5.3. De 'wetten van het spreken'

5.4. Wachten op het Woord (de meditatieve omgang met de bijbel)

5.5. Van de kansel af (de colleges Seelsorge, 1935 - 1939)

5.6. De oren van God

5.7. Gekwalificeerd zwijgen

5.8. De geloofwaardigheid van de kerk

Hoofdstuk 6. De aristocratie van het Woord (Verzet en gevangenschap)

6.1. De ontclericalisering van de verkondiging

6.2. 'Er wordt teveel gepraat' (onmacht en misbruik van het woord)

6.3.' De onmogelijkheid een ander een christelijk woord te zeggen...' (het laatste en het voorlaatste)

 

LITERATUUR